Hoe gaat de school om met gescheiden ouders?

Elke school krijgt wel te maken met gescheiden ouders van leerlingen. Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis voor de betrokken ouders en hun kind(eren) en kan ook impact hebben op de school.

Denk aan (vecht)scheidingen waarbij ouders over elke beslissing over hun kind strijden en proberen de school daarin partij te laten kiezen. Het komt ook voor dat ouders geen informatie over hun kind aan elkaar willen doorgeven en/of niet samen naar een 10-minutengesprek willen.

Deze toelichting gaat aan de hand van relevante wetgeving en uitspraken van rechters en geschillen- en klachtencommissies in op de meest voorkomende situaties om zo scholen en hun besturen te laten zien hoe zij hiermee om kunnen gaan.

Ouderlijk gezag

Indien beide ouders belast zijn met het ouderlijk gezag, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind(eren) en moeten zij samen de beslissingen nemen aangaande de opvoeding. In situaties waarbij de gescheiden ouders niet meer met elkaar overweg kunnen, leidt het niet kunnen bereiken van overeenstemming geregeld tot problematische situaties. Indien slechts een van de beide het ouderlijk gezag heeft, is de met het gezag belaste ouder verantwoordelijk voor beslissingen over het kind.

In het hiernavolgende wordt een aantal veel voorkomende situaties besproken waar scholen tegenaan lopen en leggen wij uit hoe hiermee om kan worden gegaan.

In- en uitschrijving

De inschrijving (lees: in- of uitschrijving) van een kind op een bepaalde school is een belangrijke beslissing in de opvoeding. Ouders die gezamenlijk het gezag dragen over het kind, moeten samen overeenstemming over de inschrijving bereiken. Het is echter niet noodzakelijk dat de ouders samen de inschrijving verrichten. In beginsel mag de school er te goeder trouw van uitgaan dat als een van de met het gezag belaste ouders een kind op een school in- of uitschrijft, deze inschrijving met goedvinden van de andere ouder plaatsvindt.

Als de school weet of vermoedt dat de inschrijving wordt gedaan door een gescheiden ouder, doet de school er goed aan te onderzoeken of de andere ouder het eens is met de inschrijving. Indien de school weet of behoort te weten dat de andere met het gezag belaste ouder niet op de hoogte is van deze inschrijving of het daar niet mee eens is, mag het bevoegd gezag de inschrijving niet accepteren. De ouder moet dan eerst zorgen voor (vervangende) instemming van de andere ouder om de leerling in of uit te kunnen schrijven. Als de ouders het samen niet eens worden over een inschrijving, zullen zij zelf stappen moeten ondernemen om dit verschil van mening te beslechten. Tot het moment dat er door de ouders overeenstemming is bereikt over de inschrijving op een school of een rechter dit geschil heeft beslecht, kan het bevoegd gezag de inschrijving niet accepteren. Indien een dergelijke patstelling ertoe leidt dat een kind onnodig thuis komt te zitten, doet de school er goed aan de leerplichtambtenaar in te schakelen.

Indien slechts een van de ouders is belast met het ouderlijke gezag, kan het bevoegd gezag volstaan met de handtekening van de ouder die belast is met het gezag. Het bevoegd gezag kan de inschrijving van de leerling in dit geval ook accepteren als de ouder zonder gezag niet instemt met de inschrijving.

Informatieverstrekking

Veel geschillen waar gescheiden ouders bij betrokken zijn, gaan over de informatievoorziening van de school aan hen. Onderwijsgeschillen heeft een themapagina aan deze problematiek gewijd. De Wet op het primair onderwijs (artikel 11 WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 20 WVO) bepalen dat scholen aan ouders moeten rapporteren over de voortgang van de leerling. Dit moet worden gezien als een actieve informatieplicht. Scholen moeten dus zelf het initiatief nemen.

Beide ouders hebben gezag

In de gevallen waarin beide ouders het gezag hebben, mag de school er in beginsel op vertrouwen dat indien een van hen als contactpersoon fungeert, deze ouder de andere informeert over de voortgang van het kind. Als er géén contactpersoon bij de school bekend is, moet de school beide ouders informeren. Indien de school ermee bekend is of behoort te zijn dat de ouders elkaar niet informeren, dient de school mondelinge en schriftelijke informatie in gelijke mate aan te bieden aan beide ouders. Gezien het feit dat deze situatie zich bij gescheiden ouders vaker wel dan niet voordoet, doen scholen er goed aan er op voorhand voor te kiezen beide ouders te informeren. Dat betekent ook dat de school ertoe verplicht kan zijn voor één leerling voor beide ouders een apart oudergesprek te realiseren als zij niet samen aanwezig kunnen of willen zijn op het oudergesprek. Op de school rust altijd de verplichting om de schijn van partijdigheid te voorkomen. Het is van belang dat scholen zich niet laten betrekken in een eventueel conflict tussen de ouders.

Eén ouder heeft gezag

In de gevallen waarin slechts één ouder belast is met het ouderlijk gezag, kan de school volstaan met informatievoorziening aan die ene ouder. In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:377b BW) is namelijk bepaald dat de ouder met gezag, de ouder zonder gezag moet informeren over belangrijke zaken die het kind aangaan, waaronder de voortgang van het kind op school.
De school mag er in beginsel op vertrouwen dat de ouders elkaar informeren over de voortgang van de leerling. Indien dit niet gebeurt, kan de ouder zonder gezag zelf om informatie omtrent de voortgang van zijn of haar kind verzoeken. De school dient deze informatie vervolgens te verstrekken. Deze verplichting voor de school vloeit voort uit artikel 1:377c BW, dat bepaalt dat derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, de ouder zonder gezag hierover moeten informeren als die ouder daarom vraagt.

De informatie hoeft niet verstrekt te worden als het gaat om informatie die ook niet aan de met het gezag belaste ouder gegeven zou worden of als het belang van het kind zich verzet tegen het verschaffen van informatie.

Informatie over voortgang van leerling

Indien de ouder zonder gezag daarom verzoekt, moet de school dus informatie verstrekken over de voortgang van het kind. De ouder zonder gezag heeft recht op informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen. Uit uitspraken van klachtencommissies blijkt dat hierbij gedacht kan worden aan informatie over de cognitieve en/of sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, zoals leerprestaties (schoolrapport) of medische kwesties. De school is niet verplicht om een rapportgesprek te voeren met de ouder die niet met het gezag is belast. De school kan dan volstaan met het toezenden van het rapport en een eventuele toelichting.1

Vraagt een ouder zonder gezag informatie op bij de school, dan dient de school de met het gezag belaste ouder hierover te informeren.

Nieuwe partner

Als een van de ouders een nieuwe partner heeft, mag de school niet zonder meer de informatie over de voortgang van het kind aan de nieuwe partner verstrekken. Daar is in beginsel toestemming van de andere ouder (met gezag) voor nodig. De nieuwe partner is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens2 immers een derde en de school mag zonder instemming van beide ouders met gezag geen informatie over de leerling verstrekken aan derden.
Als beide ouders gezag hebben, mag een van de ouders dus in beginsel ook niet zonder toestemming van de andere ouder een nieuwe partner meenemen naar een oudergesprek. Mochten beide ouders instemmen met de aanwezigheid van de nieuwe partner bij een oudergesprek, dan kan school ook zelf besluiten deze nieuwe partner niet toe te laten tot het oudergesprek. De school heeft immers slechts de verplichting om ouders van leerlingen te informeren over de voortgang van de leerling en hoeft hierover niet in gesprek te gaan met derden.

De situatie ligt echter anders wanneer de nieuwe ouder gezien moet worden als de verzorger (of voogd) van het kind. Onder de definitie van ouder in de WPO en de WVO worden ook personen begrepen die als verzorger aangemerkt worden. Nieuwe partners van ouders die tevens verzorger zijn in de zin van de WPO en WVO, hebben ook recht op informatie over de voortgang van het kind en mogen dus deelnemen aan ouderavonden (mits de leerling de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt). De school hoeft hier geen instemming van de andere ouder voor te vragen.

Conclusie

Als het gaat om gescheiden ouders, is het voor de school dus van groot belang om te weten of beide ouders nog met het gezag zijn belast. Dit gegeven bepaalt immers sterk hoe de school zich in eerste instantie naar hen dient op te stellen. Het is voor de school van belang dat die zich zo neutraal mogelijk opstelt ten aanzien van gescheiden ouders en daarin consequent handelt. Het belang van het kind hoort voorop te staan.
Wij raden scholen aan om voor de omgang met gescheiden ouders een protocol op te stellen. Hiermee kunnen scholen op grond van eigen beleid dat anticipeert op mogelijke incidenten zo veel mogelijk problemen met gescheiden ouders voorkomen.

1 LKC Onderwijs, 26 augustus 2016, 107306
2 De Wet bescherming persoonsgegevens wordt per 1 mei 2018 vervangen oor de Algemene verordening gegevensbescherming.

Deze toelichting is tot stand gekomen in samenwerking met de juridische helpdesks van ISBO, VBS, Verus, VGS en de Onderwijsjuristen van VOS/ABB. Voornoemde profielorganisaties werken met elkaar samen om ervaringen met elkaar uit te wisselen en kennis met elkaar te delen om de kwaliteit en eenduidigheid van adviezen te waarborgen. Deze bijdrage is de derde in een reeks en is verzorgd door de Onderwijsjuristen van VOS/ABB.

Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl