De Tweede Kamer steunt in grote meerderheid de volledige heropening van het voortgezet onderwijs. Een motie van de SP tegen het loslaten van de 1,5 metermaatregel is verworpen. 

De motie van SP-Kamerlid Peter Kwint was grotendeels ingegeven door bezwaren van de vakbonden tegen de volledige heropening van het voortgezet onderwijs. De bonden stuurden hierover een brief naar de Kamer. Voorzitter Daniëlle Woestenberg noemde het  onlangs ‘onacceptabel’ dat de middelbare scholen vanaf 7 juni open moeten. Bestuurder Henrik de Moel van de Algemene Onderwijsbond noemde dat ‘praktisch onmogelijk’ vanwege de coronatesten die leerlingen en personeelsleden twee keer per week bij zichzelf zouden moeten gaan afnemen,

SP’er Kwint riep in zijn motie op de 1,5 metermaatregel tussen leerlingen onderling te behouden tot het moment waarop alle leraren tegen corona zijn gevaccineerd. Maar daar ging de overgrote meerderheid van de Kamer niet in mee. De regeringspartijen VVD, CDA, D66, ChristenUnie en ook de meeste oppositiepartijen verwierpen de motie. Er kwam alleen steun van Volt en DENK.

Paul van Meenen van regeringsfractie D66, die dus niet achter de motie van SP tegen het loslaten van de 1,5 metermaatregel ging staan en ook nadrukkelijk niet de verplichte volledige heropening wilde tegenhouden, deed met een andere motie een tevergeefse poging om enigszins tegemoet te komen aan kritische geluiden uit het onderwijs en vakbondskringen.

Hij drong erop aan demissionair onderwijsminister Arie Slob met het onderwijsveld in gesprek te laten gaan om draagvlak te creëren voor de verplichte volledige heropening van het voortgezet onderwijs. Slob gaf aan dat hij altijd al in gesprek met alle partijen in het onderwijs en dat de motie dus nergens op sloeg. Ook Van Meenen zag zijn motie sneuvelen.

Heropening mág per 31 mei, móet per 7 juni

Het kabinet heeft op zaterdag 22 mei na overleg over een corona-advies van het Outbreak Management Team (OMT) besloten dat de middelbare per 31 mei weer volledig open mógen en dat ze vanaf 7 juni weer volledig op locatie les móeten geven.

De leerlingen hoeven dan onderling niet meer anderhalve meter afstand te bewaren. Leerlingen en personeelsleden en personeelsleden onderling moeten echter wel voldoende afstand van elkaar houden om besmetting met het coronavirus te voorkomen.

In een brief aan de Tweede Kamer legt gezondheidsminister Hugo de Jonge uit hoe het volgens het kabinet in zijn werk moet gaan. In de brief staat ook duidelijk vermeld dat de Inspectie van het Onderwijs zal controleren of de scholen zich eraan houden.