Nederlandse scholen hebben grote klassen

In Nederland zijn de gemiddelde omvang van de klassen en het gemiddelde aantal leerlingen per leraar aanmerkelijk groter dan het gemiddelde in de Europese Unie. Dat blijkt uit de publicatie Education at a glance 2017 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

De gemiddelde klas in het basisonderwijs in Nederland telt 23 leerlingen, terwijl het gemiddelde in de 22 landen die zowel lid zijn van de Europese Unie als de OESO 20 leerlingen bedraagt. In Luxemburg zijn de klassen met gemiddeld 15 leerlingen het kleinst, in Groot-Brittannië met gemiddeld 27 leerlingen het grootst.

Als wordt gekeken naar het aantal leerlingen per onderwijsgevende, dan zit het Nederlandse basisonderwijs met 17 ook boven het Europese gemiddelde (15). Ook hier scoort Luxemburg met 11 leerlingen per leerkracht het beste, samen met Polen en Hongarije. In Frankrijk en Tsjechië is het gemiddelde aantal leerlingen per leerkracht met 19 het hoogst.

In het voortgezet onderwijs is het gemiddelde aantal leerlingen per leraar met 17 het hoogste als wordt gekeken naar de 22 lidstaten van zowel de EU als de OESO. In Oostenrijk heeft een leraar in het voortgezet onderwijs gemiddeld maar 9 leerlingen in de klas. In EU-landen België, Luxemburg, Polen en Portugal ligt dit op gemiddeld 10.

In EAG wordt het salaris van leraren vergeleken met werknemers met een gelijk opleidingsniveau (‘relatieve salaris van leraren’). De OESO concludeert dat de salarissen van leraren in Nederland in alle fases van hun carrière weliswaar boven het OESO-gemiddelde liggen, maar dat het salaris op alle niveaus achterblijft bij werknemers met een gelijk opleidingsniveau.

Lerarensalarissen en lesuren

De OESO signaleert verder dat Nederlandse leraren relatief weinig verdienen vergeleken met mensen in andere beroepsgrepen die een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben. Dat verschil is in Nederland groter dan in andere landen. Maar de lerarensalarissen in basis- en voortgezet onderwijs in Nederland zijn aanzienlijk hoger dan het OESO-gemiddelde.

Het aantal lesuren dat leraren in Nederland lesgeven is ook een stuk hoger dan het OESO-gemiddelde. In het Nederlandse basisonderwijs ligt het aantal lesuren op 930, terwijl het OESO-gemiddelde 794 lesuren bedraagt. De 750 lesuren in het Nederlandse voortgezet onderwijs ligt 100 uren hoger dan het gemiddelde van de OESO-lidstaten.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn