4,5 miljoen euro voor vernieuwing curriculum

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt tot mei volgend jaar 4,5 miljoen euro beschikbaar voor vernieuwing van het curriculum in het primair en voortgezet onderwijs.

Het geld is bedoeld om teams van leraren en schoolleiders vrij te stellen voor de uitwerking van een nieuw curriculum, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer. Daarnaast zal Dekker geld beschikbaar stellen voor de werkorganisatie en de benodigde inzet van het nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling SLO.

De coördinatiegroep voor curriculumontwikkeling zal mede op basis van de ervaringen die in de komende periode worden opgedaan in beeld brengen wat er na het voorjaar van 2018 nodig is om tot een geactualiseerd curriculum te komen.

Download plan van aanpak curriculumontwikkeling

Download inphographic over curriculumontwikkeling

Hoog tijd voor nieuw curriculum

Leerlingen en hun ouders vinden dat het hoog tijd is om het landelijk curriculum aan te pakken, ze willen meer verbinding tussen vakken en de keuzeruimte moet groter zijn dan nu het geval is. Dit concludeert de Regiegroep Onderwijs2032 in een advies dat aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW is overhandigd.

Uit het advies blijkt verder dat leerlingen en ouders naast vakinhoudelijke kennisoverdracht meer aandacht willen voor vakoverstijgende vaardigheden, burgerschap en digitale geletterdheid.

De Regiegroep Onderwijs2032 ziet voldoende mogelijkheden om met alle betrokken partijen een volgende stap te zetten naar vernieuwde kerndoelen. De huidige kerndoelen zijn 10 jaar oud en sluiten niet altijd meer goed aan op eigentijdse lessen.

Volgens de regiegroep spelen lerarenteams een cruciale rol in het vernieuwingsproces.

Lees meer…

Leraren op de bres voor Onderwijs2032

Twee leraren van openbare vo-scholen maken zich op de opiniepagina van Trouw sterk voor het advies Ons Onderwijs2032

Het gaat om geschiedenisdocent Japser Rijpma van het openbare Hyperion Lyceum in Amsterdam, die in 2014 Leraar van het Jaar was, en Alderik Visser die eveneens geschiedenis geeft, maar dan op het openbare Thorbecke VO in Rotterdam.

‘Onderwijs2032 prachtige kans’

Zij beseffen dat het advies Ons Onderwijs 2032 niet perfect is is, maar ze zien het vooral als ‘een prachtige kans voor de beroepsgroep om verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van het onderwijs’.

De twee leraren beschouwen het advies als ‘een oproep om stil te staan bij wát onderwijs zou moeten zijn, hoe we onze leerlingen leren onderdeel te zijn van de samenleving van nu en hen zelf de toekomst vorm te laten geven’.

Leraren moeten daar volgens Rijpma en Visser verantwoordelijkheid voor nemen. ‘Het is daarom dat wij hen oproepen om deze kans niet te laten schieten’, zo schrijven ze in Trouw.

Rosenmöller baalt van vertragingstactiek lerarenclubs

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad is ervan geschrokken dat er vertraging optreedt bij het onderwijsvernieuwingsproject Onderwijs2032.

‘Dat was even schrikken afgelopen week. Een brief van de Onderwijscoöperatie waarin als donderslag bij heldere hemel wordt gevraagd om een tussenfase in het proces om tot herziening van het curriculum te komen. Een tussenfase om de achterban te consulteren. Een tussenfase die ongeveer net zo lang duurt als de commissie-Schnabel bezig is geweest, namelijk tot het eind van het jaar’, aldus Rosenmöller in zijn weeklog.

De Onderwijscoöperatie stond aanvankelijk pal achter het project Onderwijs2032, dat is bedoeld om vanuit het onderwijs zelf met ideeën te komen voor modernisering en kwaliteitsverbetering. Voorzitter Joost Kentson van de Onderwijscoöperatie werd echter tot de orde geroepen door lerarenorganisaties die stevig op de rem trappen.

Voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb) liet vorige week weten onaangenaam verrast te zijn door de steun die werd uitgesproken in een brief die was ondertekend door Kentson. ‘Wij waren niet zo gelukkig met de publicatie van een gezamenlijke brief waar de voorzitter zijn handtekening onder heeft gezet’, aldus Verheggen in NRC.

Beter Onderwijs Nederland (BON) had zich al eerder van Onderwijs2032 gedistantieerd.

Lees meer…

Onenigheid in Onderwijscoöperatie over Onderwijs2032

Lerarenorganisaties hebben hun steun aan het vernieuwingsproject Onderwijs2032 ingetrokken, meldt NRC.

De krant schrijft dat lerarenorganisaties, waaronder de Algemene Onderwijsbond (AOb) en Beter Onderwijs Nederland (BON), die met elkaar de Onderwijscoöperatie vormen, het niet eens zijn met hun voorzitter Joost Kentson. Hij had zijn steun betuigd aan Ons Onderwijs 2032, maar dat viel kennelijk niet goed.

‘Wij waren niet zo gelukkig met de publicatie van een gezamenlijke brief waar de voorzitter zijn handtekening onder heeft gezet’, zo citeert NRC voorzitter Liesbeth Verheggen van de AOb. BON had zich er al eerder van gedistantieerd. De Onderwijscoöperatie gaat nu aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW melden dat de lerarenorganisaties eerst hun achterban vragen of er wel draagvlak is voor Onderwijs2032.

Kritiek uit Kamer
PVV’er Harm Beertema ziet Onderwijs2032 ook niet zitten. Hij had een motie ingediend om het project te staken, maar die motie kreeg geen meerderheid. Eerder zei CDA-Kamerlid Michel Rog dat Onderwijs2032 elitaire trekjes heeft en neigt naar ‘didactische nieuwlichterij’.

‘Toekomstgericht onderwijs vereist nieuwe koers’

Voorzitter Paul Schnabel van het Platform Onderwijs2032 heeft zaterdag in het Stanislas College in Delft het eindadvies van dit platform aangeboden aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De centrale vraag waarop het platform antwoorden heeft geformuleerd is welke kennis en vaardigheden leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan nodig hebben om in 2032 goed aan hun volwassen en werkende leven te beginnen.

Toekomstgericht onderwijs moet in de ogen van het platform aan de volgende kenmerken voldoen.

  1. Leerlingen doen kennis en vaardigheden op door creatief en nieuwsgierig te zijn.
  2. Leerlingen vormen hun persoonlijkheid.
  3. Leerlingen leren om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook leren ze over grenzen heen te kijken.
  4. Leerlingen leren de kansen van de digitale wereld te benutten.
  5. Leerlingen krijgen betekenisvol onderwijs op maat.

Deze kenmerken vragen volgens het platform om een nieuwe koers in het onderwijs: ‘Het is belangrijk dat leerlingen een vaste basis van kennis en vaardigheden opdoen. Die kunnen ze verdiepen en verbreden op basis van hun eigen mogelijkheden en interesses.’

Toekomstgericht onderwijs gaat niet alleen om vakinhoudelijke onderwerpen, het stelt ook actuele maatschappelijke vraagstukken en vragen van leerlingen centraal.  ‘Het is belangrijk dat leerlingen leren om te denken en te werken over de grenzen van vakken heen. Ze ervaren meer samenhang tussen verschillende vakken.  Ook werken ze op school aan hun persoonlijke ontwikkeling’, zo schrijf het platform.

Lees meer…

Geen revolutie, maar evolutie
Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet hoe hij tegen het advies aankijkt. Daarbij hanteert de volgende uitgangspunten:

  • Geen revolutie maar evolutie: niet hele onderwijs op de schop.
  • Regie en eigenaarschap: meer vertrouwen in leraren en scholen.
  • Richting en ruimte: duidelijk omschrijven wat leerling moet kennen en kunnen.
  • Pluriformiteit en diversiteit: leerlingen en ouders kiezen school en onderwijs die het beste bij hen passen.
  • Realistisch tijdpad: succesvolle vernieuwing van curriculum vergt meer dan één kabinetsperiode.

Lees meer…