Onderzoek naar herverdeeleffecten achterstandsgeld

Onderwijsminister Arie Slob heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven te onderzoeken hoe groot de herverdeeleffecten zijn van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Dat meldt hij aan de Tweede Kamer.

Deze zomer bleek uit onderzoek dat er grote (negatieve) herverdeeleffecten kunnen optreden als er te weinig gegevens bekend zijn over de leerlingen of over hun ouders, bijvoorbeeld doordat zij niet in de Basisregistratie Personen voorkomen. Met name scholen met veel vluchtelingenkinderen hebben hiermee te maken.

Slob onderkent dit probleem en benadrukt dat hij ‘iedere school met grote achterstandsproblematiek’ in staat wil stellen ‘de onderwijskansen van de leerlingen te vergroten’. Dat is voor hem reden om het CBS opdracht te geven ‘dit knelpunt nader te onderzoeken, om te bezien hoe dit technisch opgelost kan worden’.

Hij belooft de Tweede Kamer te zorgen voor een ‘passende oplossing’ voordat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd.

Lees meer…

Nieuwe coalitie steunt korting op achterstandsgeld

De fracties van de partijen die zeer waarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen, willen niet dat de korting op het achterstandsgeld wordt stopgezet. Deze korting komt uit de koker van het huidige demissionaire kabinet. 

In een motie van Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks werd de regering gevraagd om niet bij voorbaat te bezuinigen op het achterstandenbeleid, ‘zolang nog onduidelijk is wat de grootte van de doelgroep volgens de verbeterde indicator is en hoeveel middelen er nodig zijn om de achterstanden bij deze kinderen weg te werken’.

De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – de partijen die hoogstwaarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen – alsmede de fracties van de PVV en Forum voor Democratie stemden tegen deze motie. Daarmee was er onvoldoende steun in de Kamer om de korting op het achterstandsgeld stop te zetten.

De motie van GroenLinks kan worden beschouwd als een test van die partij om te kijken of de nieuwe coalitiepartijen te vermurwen zijn om een ander beleid te voeren dan het demissionaire kabinet. De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie houden echter vast aan het staande beleid zolang er nog geen nieuw kabinet is.

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

Veel meer geld nodig voor gelijke kansen

In een brandbrief van onder andere de PO-Raad staat dat er veel meer geld moet naar het onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie (vve). De brief, die is gericht aan de Tweede Kamer, staat in het teken van gelijke kansen voor alle kinderen.

In de brandbrief slaan de afzenders alarm over een door het kabinet aangekondigde bezuiniging van 65 miljoen euro in 2018 op het budget voor schoolbesturen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. Ook trekken ze aan de bel over een voorgestelde herverdeling van het beschikbare geld. Door die herverdeling zouden met name grote gemeenten minder geld krijgen, terwijl kleinere gemeenten meer zouden krijgen.

De brandbrief gaat tevens in op een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit blijkt volgens de afzenders dat er een verdubbeling van het budget nodig is, omdat het aantal kinderen met een groot risico op achterstand meer dan twee keer zo groot zou zijn als waar het kabinet van uitgaat.

‘Wij willen alles op alles zetten om voor alle kinderen een goede start mogelijk te maken. Maar het kabinet dreigt af te breken wat in de voorscholen en het primair onderwijs is opgebouwd’, aldus de afzender van de brandbrief.

Download de brandbrief die mede is ondertekend door de VO-raad, belangenorganisatie Ouder & Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere gemeentelijke organisaties en organisaties in de kinderopvang.

Noodkreet van Amsterdamse achterstandsscholen

Er is niet genoeg geld en aandacht voor basisscholen in achterstandswijken. ‘Nog even en er zijn daar helemaal geen scholen meer’, aldus directeur Alex Bakker van basisschool De Kinderboom in Amsterdam-Noord. Hij wijst erop dat het probleem ook speelt in het Amsterdamse voortgezet onderwijs.

Bakker komt aan het woord in de lokale krant Het Parool. Hij is een van de vijf directeuren die oproepen tot actie. Ze hebben de steun van dertig andere Amsterdamse schooldirecteuren.

De problemen hebben volgens Bakker niets te maken met de kwaliteit van onderwijs, legt hij uit in Het Parool: ‘Het onderwijs is hier heel goed, maar veel ouders zijn arm, eten slecht en hebben geen werk. Die kinderen komen met een achterstand naar school. Er is toen ze klein waren, niet met regelmaat tegen hen gepraat of met hen gespeeld en ze kijken niet naar Sesamstraat. Dan kan het onderwijs nog zo goed zijn, maar die achterstand – bij taal en rekenen, maar ook in sociale vaardigheden – haal je niet zomaar in.’

Hij wil de beste leerkrachten ‘met gevoel voor dit soort onderwijs’. Daar is volgens hem extra geld voor nodig. Als de gemeente Amsterdam niets doet, vreest hij, zullen steeds meer ouders voor scholen kiezen die betere resultaten boeken. ‘Nog even en dan hebben veel Amsterdammertjes geen school meer om naartoe te gaan.’ Het probleem speelt volgens Bakker ook in het Amsterdamse voortgezet onderwijs.

Controle toekenning gewichtengeld

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigt een speciale controle aan van de toekenning van gewichten aan leerlingen en de verwerking van deze gegevens in het Basisregister Onderwijs (BRON).

Schoolbesturen die scholen met veel gewichtenleerlingen hebben, worden hiervoor actief benaderd. Besturen waarmee geen contact wordt gezocht, kunnen zich ook opgeven voor de controle wanneer zij één of meer scholen besturen die gewichtengeld ontvangt. Dekker wil er met de controle voor zorgen dat fouten bij het toekennen van gewichten worden hersteld en dat in het vervolg minder fouten worden gemaakt. Voorheen gebeurde controle van de gewichtenadministratie steekproefsgewijs door de Inspectie van het Onderwijs.

Uit de steekproeven bleek dat de foutmarge bij het toekennen van gewichten aan leerlingen met 27% groot is. Als de inspectie constateerde dat een schoolbestuur iets niet goed had gedaan, vorderde het Rijk dat geld onmiddellijk terug. Bij de speciale controle krijgen besturen eerst de kans om hun fouten te herstellen.

Als u vragen hebt over de aangekondigde controle kunt u dit document inzien of contact opnemen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

 

Achterstandsleerling wacht op plek in voorschool

Steeds minder kinderen met een achterstand kunnen als voorbereiding op de basisschool terecht op een voorschool. Dat meldt de NOS.

De MOgroep noemt het onacceptabel dat kinderen met een achterstand op wachtlijsten staan. De brancheorganisatie van onder andere de peuterspeelzalen wil dat er één peutervoorziening komt, die toegankelijk is voor alle kinderen.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad wil dat ook: 'Er beginnen nu toch weer meer kinderen met een achterstand aan de basisschool. Die achterstand halen ze moeilijk in. De voorschool moet toegankelijk zijn voor alle kinderen.'

De wachtlijsten bij peuterspeelzalen nemen toe doordat de kinderopvang steeds duurder wordt. Peuterspeelzalen zijn goedkoper, doordat ze vaak nog gesubsidieerd zijn.

Met betrokken ouders betere schoolresultaten

Het onderzoek over het primair en voortgezet onderwijs staat in het teken van het programma Beter Presteren, waarin de gemeente Rotterdam en de schoolbesturen in de stad met elkaar samenwerken. In de gratis krant Metro komt bovenschools manager Ercan Torun van basisschool Cosmicus aan het woord: 'Leerprestaties bij kinderen met betrokken ouders zijn inderdaad beter. Vooral bij de kleuters is dat duidelijk. Met ouders is afgesproken om dagelijks een kwartiertje voor te lezen en dan zie je vanaf groep 3 dat kinderen kilometers maken. De school moet goed onderwijs geven, maar de hulp van ouders kan daar erg aan bijdragen', aldus Torun.

Basisschool Cosmicus, die vooral Turkse leerlingen heeft, legt bij inschrijving in een samenwerkingsovereenkomst vast wat de school en de ouders van elkaar mogen verwachten. Zo leggen leerkrachten huisbezoeken af om de thuissituatie van kinderen te leren kennen en om een band met de ouders op te bouwen.

De krant citeert ook senior onderzoeker Frederik Smit van onderzoeksbureau ITS. Hij vindt de verbeteringen in Rotterdam een goede basis voor de toekomst. 'We weten dat kinderen het beter doen op school, als ouders en school samenwerken. Het doel is dan ook om uiteindelijk 100 procent ouderbetrokkenheid te behalen.'

U kunt het ITS-rapport downloaden van de website www.onderwijsbeleid010.nl.

Cito-toets ‘light’ voor toekomstige vmbo’ers

De minder moeilijke Cito-toets is bedoeld voor groep 8-leerlingen van wie de basisschoolleerkracht vermoedt dat ze naar het basis- of kaderberoepsgerichte vmbo gaan.

De toetsen zijn niet helemaal verschillend: een kwart van de opgaven komt in beide varianten. Leerlingen die de 'gemakkelijke' toets maken, kunnen ook een advies voor vmbo-t of havo krijgen, als blijkt dat ze veel opgaven goed hebben beantwoord. 

Het Cito verwacht dat 75 procent van de leerlingen in groep 8 de 'gewone' toets maken en 25 procent de minder moeilijke variant.

Klik hier voor een uitgebreider bericht op de website van het Cito.

Trends in beeld: achterstandenbeleid blijft nodig!

OCW verwijst in Trend in beeld 2012 onder het kopje ‘Bestrijden onderwijsachterstanden blijft nodig’ naar het rapport Equity and quality in education van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In dat rapport wordt de gewichtenregeling zoals die in het primair onderwijs geldt als good practice genoemd. Dat staat in schril contrast met de 200 miljoen euro die met name coalitieonderhandelaar VVD wil bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid, zoals voor de Tweede Kamerverkiezingen bleek uit de CPB-doorrekening van de verkiezingsprogramma’s.

Trend in beeld 2012 gaat ook in op de bezuinigingen, de hoge werkdruk die in het onderwijs wordt ervaren en het lerarentekort. De bezuinigingen worden gezien als het grootste zorg voor het behoud van de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs. Dit houdt verband met de omvang van de klassen die mede als gevolg van de bezuinigingen blijft toenemen.

Wat het lerarentekort betreft, meldt het rapport van OCW dat dit de komende jaren in verband met de vergrijzing toeneemt. Hoewel het aantal vacatures in het onderwijs de laatste tijd afneemt als gevolg van de economische crisis en het feit dat leraren langer doorwerken, zal er de komende jaren een grote vraag naar leraren ontstaan. Dit geldt vooral voor het voortgezet onderwijs.

Ondanks de vergrijzing heeft Nederland vergeleken met andere landen relatief veel jonge docenten in het voortgezet onderwijs. Eén op de acht vo-leraren is jonger dan 30 jaar. In Duitsland bijvoorbeeld is dat ongeveer één op de dertig en in Finland één op de twintig. Maar de cijfers wijzen ook uit dat Nederland inderdaad veel ‘grijze’ leraren heeft: 46 procent is ouder dan 50, terwijl het gemiddelde in de OESO-landen op 36 procent ligt.

Alleen nog met hbo-opleiding in de voorschool werken?

Tussen het opleidingsniveau van leerkrachten en onderwijssucces bestaat een spijkerhard verband, schrijft Truijens. Ze haalt in haar opiniestuk uit naar de huidige leidsters in de VVE-sector.

‘Met leidsters die het over ‘die meisje’ hebben, wordt het nooit wat’, aldus Truijens, die hiermee doelt op de gebrekkige taalvaardigheid van met name leidsters van allochtone afkomst. Wat vindt u? Wordt het nooit wat met de VVE-sector als het voor de leidsters niet vereist is dat ze een hbo-diploma hebben?

Mail uw reactie naar mvandenbogaerdt@vosabb.nl onder vermelding van ‘Hbo vereist voor VVE’. VOS/ABB wil uw reactie gebruiken voor berichtgeving op deze website. Als u niet met uw naam genoemd wilt worden, kunt u dat in uw mail aangeven.

CPB-rapport: waar gaan straks de klappen vallen?

VVD

  • Afschaffen gratis schoolboeken (300 miljoen)
  • Opheffen regeling impulsgebieden (200 miljoen)
  • Korten op zorgleerlingen (200 miljoen)

PvdA

  • Minder onderwijssubsidies (200 miljoen)
  • Afschaffen maatschappelijke stages (100 miljoen)
  • Vereenvoudigen bekostigingsmodellen (300 miljoen)
  • Kortere opleidingsduur vmbo/mbo (200 miljoen)

PVV

  • Korting op lumpsum door middel van klassenvergroting (1 miljard)
  • Afschaffen maatschappelijke stages (100 miljoen)

CDA

  • Verlaging van budgetten voor zittenblijvers (300 miljoen)
  • Opheffen regeling impulsgebieden (200 miljoen)

SP

  • Korting op lumpsum, vooral door middel van klassenvergroting (1 miljard)
  • Afschaffen gratis schoolboeken (200 miljoen)
  • Korting impulsmaatregelen en subsidies (200 miljoen)

D66

  • Afschaffen gratis schoolboeken (200 miljoen)
  • Fusies van scholen in krimpgebieden (200 miljoen)
  • Afschaffen maatschappelijke stages (100 miljoen)

GroenLinks

  • Afschaffen gratis schoolboeken (200 miljoen)
  • Subsidies sectorraden (PO-Raad en VO-raad) en pedagogische studiecentra (100 miljoen)

ChristenUnie

  • Grotere klassen primair onderwijs (200 miljoen)
  • Opheffen regeling impulsgebieden (200 miljoen)
  • Zittenblijven beperken (100 miljoen)
  • Vereenvoudigen bekostigingsmodellen (200 miljoen)
  • Minder onderwijssubsidies (100 miljoen)

SGP

  • Onderwijsachterstandenbeleid (500 miljoen)
  • Passend onderwijs (100 miljoen)
  • Geen verplichte begin- en eindtoetsen (100 miljoen)

DPK (Hero Brinkman)

  • Afschaffen gratis schoolboeken (200 miljoen)
  • Passend onderwijs (200 miljoen)

Het CPB-rapport 'Keuzes in kaart 2013-2017' kunt u downloaden uit de rechterkolom.

Bijlagen

Gewichtenregeling te moeilijk, dus maken scholen fouten

De sectororganisatie voor het primair onderwijs kwam in april al met het bericht dat de gewichtenregeling te ingewikkeld was. Aanleiding was de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de leerlinggewichten.

Naar schatting ontvingen de scholen in het schooljaar 2011-2012 ongeveer 50 miljoen euro te veel. Dit was voor minister Marja van Bijsterveldt van OCW reden een onderzoek in te stellen naar achterstandsgelden die ten onrechte aan basisscholen zijn uitgekeerd.

Inspecteur-generaal Annette Roeters zei in Trouw dat besturen die al eerder waren gewaarschuwd dat ze niet te veel achterstandsgeld moesten aanvragen, opnieuw de fout in zijn gegaan. Zij benadrukte in de krant dat door de handelwijze van deze besturen het vertrouwen tussen de overheid en het onderwijs is geschaad.

De PO-Raad zei in april verbaasd te zijn over de berichtgeving over mogelijke fraude. Volgens voorzitter Kete Kervezee van de sectororganisatie vullen ouders naar eer en geweten de verklaringen in waarin naar hun opleidingsniveau wordt gevraagd. Kennelijk gebeurt dit niet altijd zoals het hoort, maar de schoolbesturen kunnen dit volgens haar niet controleren.

Het echte probleem, zo zei Kervezee toen, zit hem in de gewichtenregeling zelf. Die is volgens haar te ingewikkeld. Het zou logischer en simpeler zijn, zo stelt de voorzitter van de PO-Raad, om gebruik te maken van de gemeentelijke basisadministratie.

Klik hier voor het bericht van de PO-Raad, waarmee de sectororganisatie er opnieuw op aandringt  de gewichtenregeling te vereenvoudigen.

Themabijeenkomst over gewichtenregeling

Onlangs ontstond naar aanleiding van opmerkingen in het Jaarverslag 2011 van de Inspectie van het Onderwijs ophef over de gewichtenregeling. Er blijken scholen te zijn die bij de aanvraag een te laag opleidingsniveau van de ouders aangeven en daardoor te veel subsidie ontvangen.

Dit was voor FORUM mede aanleiding de themabijeenkomst 'Gewichtenregeling onder de loep' te organiseren. De bijeenkomst is bedoeld voor schoolbestuurders en -managers, politici, wetenschappers, beleidsmakers en ouders.

De themabijeenkomst is op donderdag 14 juni van 10 tot 13 uur in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Deelname is gratis.

Klik hier voor meer informatie en de online aanmeldmogelijkheid.

Regeling impulsgebieden blijft, geen RDDF-plaatsingen

Er bleef lange tijd onzekerheid ontstaan over de toekomst van de regeling voor scholen in impulsgebieden. Dat zijn postcodegebieden met veel mensen met lage inkomens en/of uitkeringen. Als een hoofd- of nevenvestiging van een school in een genoemd postcodegebied staat, komt deze in aanmerking voor extra geld als er zogenoemde gewichtenleerlingen op zitten, van wie verwacht mag worden dat ze zonder extra ondersteuning leerachterstanden oplopen.

De impulsgebiedentoeslag is een structurele maatregel, die is opgenomen is in het Besluit bekostiging van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Het totale budget voor de impulsgebieden bedraagt circa 160 miljoen euro.

Het ministerie meldde eerder aan VOS/ABB dat er vóór 1 mei duidelijkheid zou zijn over de toekomst van de impulsregeling. Doordat het kabinet viel, werd die streefdatum niet gehaald. Vanwege de onzekerheid waren schoolbesturen genoodzaakt zich voor te bereiden op een eventuele ontslagronde. Veel personeelsleden zouden in het risicodragend deel van de formatie (RDDF) moeten worden geplaatst. Nu de regeling blijft bestaan, hoeft dat niet. Het besluit van het kabinet heeft te maken met de behoefte aan rust en zekerheid in het onderwijs.

Het ministerie meldt dat nog wel zal worden onderzocht of en zo ja hoe de impuls- en gewichtenregeling moeten worden aangepast, maar dat heeft in elk geval voor het komend schooljaar nog geen gevolgen. Mogelijk volgt uit het onderzoek dat de postcodegebieden niet meer zullen worden bepaald op grond van de postcode van de school, maar op die van de leerlingen. Veranderingen in de gewichtenregeling kunnen uiteraard ook gevolgen hebben voor de extra financiering, maar dus in elk geval nog niet voor het schooljaar 2012-2013.

Klik hier voor de bekendmaking in de Staatscourant.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderzoek naar te veel uitgekeerd achterstandsgeld

In het Onderwijsverslag 2011-2012 staat dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de zogenoemde leerlinggewichten. Naar schatting hebben de scholen in het afgelopen schooljaar ongeveer 50 miljoen euro te veel ontvangen, zo meldt de Inpsectie van het Onderwijs.

Trouw heeft dit nieuws woensdag op de voorpagina gebracht. In de krant staat dat volgens de inspectie scholen al of niet met opzet fouten maken en dat de overheid daardoor te veel achterstandsgeld uitkeert. De scholen kunnen extra geld krijgen als het opleidingsniveau van de ouders van de leerlingen laag is.

Het totale bedrag aan achterstandsgelden dat te veel wordt uitgekeerd, is sinds 2009 meer dan verdrievoudigd. Destijds ging het om 15 miljoen, het afgelopen schooljaar was het dus volgens de inspectie 50 miljoen euro.

Inspecteur-generaal Annette Roeters zegt in Trouw dat besturen die al eerder waren gewaarschuwd dat ze niet te veel achterstandsgeld moesten aanvragen, opnieuw de fout in zijn gegaan. Zij vindt dat door de handelwijze van deze besturen het vertrouwen tussen de overheid en het onderwijs is geschaad.

De PO-Raad zegt verbaasd te zijn over de berichtgeving over mogelijke fraude. Volgens voorzitter Kete Kervezee van de sectororganisatie vullen ouders naar eer en geweten de verklaringen in waarin naar hun opleidingsniveau wordt gevraagd. Kennelijk gebeurt dit niet altijd zoals het hoort, maar de schoolbesturen kunnen dit volgens haar niet controleren.

Het echte probleem zit hem volgens Kervezee in de gewichtenregeling zelf. Die is te ingewikkeld. Het zou logischer en simpeler zijn, zo stelt de voorzitter van de PO-Raad, om gebruik te maken van de gemeentelijke basisadministratie.

Plan voor Michelinsterren valt slecht

Het belangrijkste argument tegen het plan van de minister is dat het lastig is om excellentie te meten als daar geen landelijke afspraken over bestaan. Gevreesd wordt dat de Michelinsterren van Van Bijsterveldt alleen worden uitgedeeld op basis van de inspectiegegevens over taal en rekenen.

Uit de enquête van de Besturenraad blijkt ook dat schoolleiders bang zijn dat scholen hun onderwijsaanbod gaan afstemmen op het behalen van een ster, omdat zij daarmee naar verwachting meer leerlingen zullen trekken.

TOP-scholen
VOS/ABB heeft ook twijfels bij het plan van de minister. Het toekennen van sterren is in feite niet meer dan het plakken van een sticker. Het is beter om in gezamenlijkheid te streven naar meer kwaliteit, waarbij naar meer aspecten van het onderwijs wordt gekeken dan alleen taal en rekenen.

Daarom heeft VOS/ABB het project TOP-scholen gelanceerd. TOP staat voor Talentvol Openbaar Praktijkvoorbeeld. Als u voor een openbare of algemeen toegankelijke school werkt die op een bijzondere manier kwaliteit biedt, of zo’n school kent, kunt u dat melden bij VOS/ABB. 

TOP-scholen zullen worden belicht in magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs. De eerste TOP-school die daarin aan bod komt, is de openbare Mytyl-Tyltylschool Amsterdam. Deze school heeft een methode ontwikkeld voor een beter zelfbeeld van gehandicapte leerlingen.

Het aanmelden van TOP-scholen kan online via excellent@vosabb.nl.

Analyse begroting 2012: het kind van de rekening

Keizer wijst erop dat veel cijfers die voorheen altijd in de OCW-begroting stonden, nu worden gepresenteerd door het ministerie van Financiën. Dat leidt er volgens hem toe dat er achter de cijfers geen inhoudelijke onderbouwing zit. Er ontbreekt, zo stelt Keizer, ‘een consistente filosofie achter het onderwijsbeleid’.

In feite is alles in één woord samen te vatten: presteren. Daarmee laat het kabinet van VVD en CDA, gedoogd door de PVV, zien dat het een ‘rechtse’ begroting heeft opgesteld. In die rechtse begroting is volgens Keizer weinig aandacht voor leerlingen die minder getalenteerd zijn, moeite hebben om mee te komen, geen stimulerende thuissituatie hebben en/of uit een andere dan de Nederlandse cultuur komen.

OCW krimpt
Als naar de cijfers wordt gekeken, dan valt eerst op dat het aandeel van de OCW-begroting op de algehele rijksbegroting kleiner wordt. In 2011 nam OCW nog 18,1 procent van de begroting in beslag, in 2015 zal dat gedaald zijn tot 16,7 procent. Keizer laat zien dat het budget primair onderwijs meer achteruit gaat dan het totale aantal leerlingen. In het voortgezet onderwijs is de groei van het aantal leerlingen groter dan de groei van het budget.

De investeringen in beleidsterreinen die het onderwijs raken, zoals jeugdzorg en kinderopvang, nemen met forse percentages af. De jeugdzorg gaat er tot 2015 met 26,1 procent op achteruit, terwijl de kinderopvang tot dat jaar een financiële achteruitgang met 30 procent moet verwerken. Ook op het gemeentefonds, dat van belang is voor onderwijshuisvesting, wordt bezuinigd (-4,2 procent).

Londo cremeren
Verder gaat Keizer in op de materiële instandhouding. Hij merkt op dat het kabinet, terwijl de Tweede Kamer kritiekloos toekijkt, de Londo-bekostiging ‘cremeert’. Met de verhoging van het bedrag voor het Convenant LeerKracht tot 60 miljoen euro erkent het kabinet kennelijk dat de aanvankelijke berekeningen niet juist waren, ‘maar het lukt het ministerie maar niet om die erkenning over de lippen te krijgen, laat staan met een cijfermatige onderbouwing te komen’, aldus Keizer.

In het kader van het Convenant LeerKracht verwoordt hij dat het voor schoolbesturen nog knap moeilijk wordt te voldoen aan de vereiste groei van het aantal leerkrachten in hogere loonschalen. Er zijn op dit vlak volgens hem nog veel onbeantwoorde vragen.

Andere punten waar Keizer in zijn uitgebreide analyse op ingaat, zijn de dure BAPO-regeling, de verdere professionalisering van het onderwijspersoneel, de vermindering van de regeldruk, het onderwijsachterstandenbeleid, passend onderwijs en de zelfstandige bestuursorganen, zoals het Vervangings- en Participatiefonds.

U kunt de analyse die Bé Keizer voor VOS/ABB heeft geschreven, downloaden uit de rechterkolom van dit bericht. Daar vindt u ook de Miljoenennota.

Klik hier voor de website met de rijksbegroting (waarop u ook onder meer de Miljoenennota kunt vinden).

Klik hier voor de OCW-begroting 2012.

Bijlagen

Nauwelijks extra gewichtengeld naar platteland

Sinds 1985 ontvangen basisscholen extra geld als zij veel achterstandsleerlingen hebben. Tot 2006 werd dit zogenoemde gewichtengeld toegekend op basis van het opleidingsniveau en de afkomst van de ouders van leerlingen.

Omdat relatief weinig achterstandsgeld naar (plattelands)scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen ging, veranderde toenmalig minister Van der Hoeven de criteria. Sindsdien krijgen scholen het geld alleen op grond van het opleidingsniveau van de ouders. Volgens Van der Hoeven zou dat eerlijker zijn.

Uit onderzoek, dat bureau ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen met geld van NWO heeft uitgevoerd, blijkt nu dat de aanpassing er niet toe heeft geleid dat de plattelandsscholen met veel achterstandsleerlingen er duidelijk op vooruit zijn gegaan. Slechts 1 procent van deze scholen krijgt nu substantieel meer geld voor hun achterstandsleerlingen. Dat komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op het platteland is gestegen.

Het onderzoek wijst ook uit dat bijna 10 procent van de basisscholen sinds de beleidsaanpassing beduidend minder geld krijgt. Dit zijn vooral hindoeïstische en islamitische scholen in de grote steden. De leerlingen van deze scholen zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Tot 2006 kregen zij daarom het maximale bedrag uit de pot voor onderwijsachterstanden. Omdat een deel van de ouders van deze leerlingen niet laagopgeleid is, krijgen deze scholen in de nieuwe regeling minder geld.

De meeste leerlingen lijden daar echter niet direct onder, melden de onderzoekers, omdat het overgrote deel van deze scholen in de zogenoemde impulsgebieden ligt, waarvoor een compensatieregeling is getroffen.

Klik hier voor het gehele bericht op de website van NWO.

‘Kwaliteit onderwijsassistenten zaak van schoolbesturen’

Directe aanleiding voor de vragen van de Kamerleden Boris van der Ham van D66 en Jack Biskop van het CDA was het onderzoek naar de taalvaardigheid van onderwijsassistenten in Amsterdam. Daaruit bleek dat een aanmerkelijk deel van de assistenten het Nederlands onvoldoende beheerst.

De minister vindt het een goede zaak dat de gemeente Amsterdam en de schoolbesturen in die stad met elkaar taalnormen hebben vastgesteld waar onderwijsassistenten aan moeten voldoen. Ze benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen is, en niet die van de Inspectie van het Onderwijs, om toe te zien op de kwaliteit van individuele personeelsleden.

Van Bijsterveldt geeft in haar antwoorden ook een toelichting op het onderwijs aan toekomstige onderwijsassistenten: ‘Alle mbo-studenten die in 2010-2011 met een opleiding zijn begonnen, krijgen voortaan taal- en rekenonderwijs dat afgestemd is op de nieuwe referentieniveaus. Vanaf 2013-2014 zullen deze referentieniveaus centraal worden geëxamineerd. Dit geldt ook voor de opleidingen Onderwijsassistent.’

Zij spreekt de suggestie tegen als zouden de bezuinigingen van het kabinet de kwaliteit van de opleidingen onder de druk zetten. ‘De ombuigingen die in het onderwijs plaatsvinden worden gericht geherinvesteerd om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen’, aldus de minister.

Klik hier voor de antwoorden van minister Van Bijsterveldt.

Amsterdam: kwaliteit primair onderwijs neemt toe

Het aantal leerlingen in Amsterdam met een havo- of vwo-advies is gestegen, zo blijkt uit het rapport Resultaten Amsterdams Basisonderwijs 2011.  Van de Amsterdamse groep 8-leerlingen kreeg 54 procent dit jaar minimaal een havo-advies en 21,6 procent een vwo-advies. Het aantal leerlingen met een advies voor praktijkonderwijs of vmbo-leerwegondersteunend nam af.

De gemeente Amsterdam legt een verband tussen de betere prestaties een de samenwerking met de schoolbesturen in de hoofdstad om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt onder meer met de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. De ambities gelden hierbij nadrukkelijk voor alle basisscholen en dus niet alleen voor de zwakke scholen.

De Amsterdamse kwaliteitsaanpak is mede een initiatief van wethouder Lodewijk Asscher (PvdA).

Amsterdam: kwaliteit primair onderwijs neemt toe

Het aantal leerlingen in Amsterdam met een havo- of vwo-advies is gestegen, zo blijkt uit het rapport Resultaten Amsterdams Basisonderwijs 2011.  Van de Amsterdamse groep 8-leerlingen kreeg 54 procent dit jaar minimaal een havo-advies en 21,6 procent een vwo-advies. Het aantal leerlingen met een advies voor praktijkonderwijs of vmbo-leerwegondersteunend nam af.

De gemeente Amsterdam legt een verband tussen de betere prestaties een de samenwerking met de schoolbesturen in de hoofdstad om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt onder meer met de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. De ambities gelden hierbij nadrukkelijk voor alle basisscholen en dus niet alleen voor de zwakke scholen.

De Amsterdamse kwaliteitsaanpak is mede een initiatief van wethouder Lodewijk Asscher (PvdA).

Etnische diversiteit tast leerprestaties niet aan

Het SCP meldt dat de uitkomsten van het onderzoek laten zien dat etnische diversiteit slechts een beperkte invloed heeft op leerprestaties. Er is een negatief effect op de leesvaardigheid en op de score op de Cito-eindtoets. Maar de omvang van dit effect is slechts gering. Bovendien zijn is het maar voor een klein deel te herleiden tot de mate van etnische diversiteit. Bij rekenen en het taalonderdeel ‘woordenschat’ is het effect nog geringer of afwezig.

Als rekening wordt gehouden met de sociaal-economische context (het gemiddelde opleidingsniveau van de ouders van leerlingen) is er volgens de onderzoekers geen zelfstandig effect meer van etnische diversiteit op leerprestaties. De prestaties van leerlingen op etnisch diverse basisscholen liggen op het niveau dat past bij het gemiddeld lagere opleidingsniveau van ouders van de leerlingen op die scholen. Ook in het voortgezet onderwijs zagen de onderzoekers geen effect van etnische diversiteit op de leerprestaties.

Het onderzoek weerspreekt eerdere conclusies van onderwijssocioloog Jaap Dronkers, die op basis van gegevens uit het buitenland concludeerde dat het mengen van leerlingenpopulaties slecht is voor de leerprestaties. Eerder concludeerde ook het SCO Kohnstamm Instituut dat mengen van leerlingen veel minder effect heeft dan Dronkers suggereerde.

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat Dronkers als wetenschapper onzorgvuldig te werk is gegaan door alleen maar naar het buitenland en niet naar het Nederlandse onderwijs te kijken.

Klik hier voor het onderzoek ‘Gemengd leren’ op de website van het SCP.

Rotterdamse taaleis aan kinderopvang en peuterzalen

De eis dat organisaties pas recht hebben op subsidie van de gemeente Rotterdam als hun medewerkers voldoende de Nederlands taal beheersen, staat verwoord in het Programma Taaloffensief 2011-2014. Onderwijswethouder Hugo de Jonge heeft dit plan woensdag samen met zijn collega Korrie Louwes van Arbeidsmarkt en Participatie gepresenteerd.

De praktijk in Rotterdam wijst op dit moment uit dat niet alle medewerkers van peuterspeelzalen en kinderopvangorganisaties –veel van hen zijn vrouwen van allochtone afkomst- voldoende Nederlands spreken. Dit wordt in verband gebracht met het feit dat één op de drie kinderen in Rotterdam met een forse taalachterstand aan het basisonderwijs begint.

Veel van deze kinderen halen die achterstand niet meer in, waardoor ze onvoldoende blijven presteren. Dit vergroot op latere leeftijd de kans op werkloosheid, sociaal isolement en criminaliteit.

Oproep aan minister: integratie moet prioriteit behouden

Aanleiding voor de oproep is het besluit van de minister om in het onderwijs volop de nadruk te leggen rekenen en taal en geen prioriteit meer te geven aan initiatieven om segregatie tegen te gaan. Rekenen en taal zijn inderdaad cruciaal, maar goed onderwijs is veel méér dan alleen kennisoverdracht op cognitief gebied. ‘Om in de wereldwijde top te kunnen meedraaien, is de brede vorming van kinderen essentieel. Door op jonge leeftijd in aanraking te komen met kinderen of gezinnen van een andere cultuur, worden leerlingen voorbereid op een succesvol leven op internationaal niveau’, zo staat in de brief.

Nu de minister geen prioriteit meer geeft aan het tegengaan van segregatie, ontneemt zij kinderen de kans om zich als burger optimaal te ontwikkelen. Scholen met een gemengde leerlingenpopulatie, die een afspiegeling is van de samenstelling van de wijk waarin ze staan, bieden leerlingen een breed referentiekader en daarmee een optimale basis om later maatschappelijk goed te kunnen functioneren.

De minister moet daarom in woord en daad de overheidssteun voor initiatieven tot meer integratie in het onderwijs blijven benutten. Voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn oudergroepen die zich sterk maken om leerlingen van autochtone en allochtone afkomst met elkaar naar school te laten gaan. Ook veel gemeenten zijn zich bewust van de onwenselijkheid van gesegregeerde scholen en spannen zich daarom in voor een goed spreidingsbeleid, maar door het besluit van de minister lijkt de aandacht hiervoor op lokaal niveau helaas te verslappen.

De oproep van VOS/ABB, de Stichting Kleurrijke Scholen en het Kenniscentrum Gemengde Scholen wordt mede ondersteund door de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS).

De brief kunt u downloaden uit de rechterkolom van dit bericht.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

Bijlagen