PO-Raad wil meer geld voor achterstandsleerlingen

Er moet meer geld naar onderwijs aan achterstandsleerlingen. Daarvoor pleit voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt RTL Nieuws.

Het budget voor onderwijs aan achterstandsleerlingen gaat de komende jaren omlaag. Dat komt doordat het aantal ouders met een laag opleidingsniveau afneemt. In 2011 waren er 186.000 achterstandsleerlingen, vorig jaar waren dat er 134.000 en de komende jaren zal dat aantal verder afnemen.

Meer achterstandsleerlingen

Den Besten zegt bij RTL Nieuws dat het opleidingsniveau van de ouders geen goede graadmeter is. Ze wijst op kinderen uit Midden- en Oost-Europese landen, van wie de ouders niet laag zijn opgeleid. Deze kinderen hebben ook een achterstand, omdat ze vaak nog geen Nederlands spreken als ze hier naar school gaan.

Er zijn volgens Den Besten nog meer bepalende factoren: ‘Het gaat niet alleen om de scholing van ouders. Daar is de wetenschap al lang over uit: het gaat ook om inkomensniveau, etniciteit, welke taal wordt er thuis gesproken, waar groei je op, hoe is jouw wijk? Al die factoren horen bij een goed achterstandenbeleid.’

PO-Raad wil andere criteria achterstandsleerling

De criteria die bepalen of een kind een achterstandsleerling is, moeten worden aangepast. Aanleiding voor dit pleidooi van de PO-Raad is het feit dat schoolbesturen veel geld toeleggen op het onderwijs aan vluchtelingenkinderen.

De PO-Raad meldt op basis van een peiling onder basisscholen met asielzoekersleerlingen dat tweederde van de scholen geld toelegt op het onderwijs aan deze groep kinderen. Gemiddeld gaat het om 850 euro per leerling per jaar.

Bijna alle scholen geven aan dat twee jaar extra geld nodig is om goed onderwijs voor vluchtelingenkinderen te organiseren, maar staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt één jaar voldoende. De Tweede Kamer nam weliswaar motie aan om scholen twee jaar extra geld te geven, maar die motie heeft Dekker naast zich neergelegd.

Nu vaak geen achterstandsleerling

De staatssecretaris stelt dat scholen via het onderwijsachterstandenbeleid al geld krijgen om onderwijs voor vluchtelingenkinderen van te betalen ná het eerste jaar. De PO-Raad wijst erop dat alleen kinderen van wie de ouders minder dan twee jaar voortgezet onderwijs hebben gevolgd, worden gezien als achterstandsleerlingen. De helft van de vluchtelingenkinderen behoort hier niet toe.

Daarom pleit de PO-Raad voor nieuwe criteria op basis waarvan bepaald wordt of een leerling een potentiële achterstandsleerling is die extra ondersteuning nodig heeft.

Dekker houdt voet bij stuk

Staatssecretaris Dekker laat in reactie op de oproep van de PO-Raad weten dat hij niet bereid is meer geld te investeren in goed onderwijs voor asielzoekerskinderen, meldt nieuwssite NU.nl.

Minder achterstandsleerlingen, maar niet overal

In het primair onderwijs is het aantal achterstandsleerlingen verder afgenomen. Dat staat in het rapport Kinderen in tel 2014 van het Verwey-Jonker Instituut.

Waren er in 2000 nog ruim 447 duizend achterstandsleerlingen, in 2012 waren dit er bijna 174 duizend. Dat is ruim 11 procent van het aantal 4- t/m 12-jarige leerlingen. Het gaat hierbij om kinderen met een leerlinggewicht hoger dan 0.

De gestage daling doet zich in het hele land voor, behalve in de provincie Groningen. Daar was in 2011 een lichte stijging te zien van het aantal achterstandsleerlingen, maar in 2012 nam dat aantal weer af. De provincies Friesland, Drenthe en Utrecht hebben het minste aantal achterstandsleerlingen. Zuid-Holland blijft aan kop.

In 2012 hadden 107 gemeenten een percentage achterstandsleerlingen dat hoger lag dan het landelijke gemiddelde. Rotterdam blijft bovenaan staan, gevolgd door de buurgemeenten Schiedam en Vlaardingen. Opvallend is dat er in de gemeente Vlaardingen een forse stijging was van het aandeel achterstandsleerlingen was van ruim 22 procent in 2010 tot bijna 25 procent in 2011.

Andere gemeenten met veel achterstandsleerlingen zijn Amsterdam, Den Haag, Staphorst, Pekela, Reimerswaal, Kerkrade en Roermond.