Elk kind telt, ook van ouders zonder verblijfsvergunning

Gemeenten moeten zorgen voor continuïteit van het onderwijs aan kinderen van wie de ouders geen verblijfsvergunning hebben. Dat staat in een handreiking aan gemeenten van de Kinderombudsman.

De handreiking maakt deel uit van het adviesrapport Nederlandse kinderen ontkoppeld, dat over kinderen gaat die hier zijn geboren en de Nederlandse nationaliteit hebben, maar van wie de ouders geen verblijfsvergunning hebben.

Deze kinderen groeien vaak op in armoede, doordat het gezin geen (volledige) uitkering krijgt en ook geen toeslagen ontvangt die kunnen helpen bij het betalen van de huur of de zorgverzekering. Vaak hebben ze onderdak op een tijdelijke locatie en moeten ze geregeld verhuizen.

Continuïteit onderwijs

In het rapport wordt gemeenten geadviseerd het aantal verhuizingen van deze gezinnen te beperken en om ervoor te zorgen dat de kinderen op hun eigen school kunnen blijven. ‘Dan behouden ze hun eigen schoolomgeving met hun vrienden en vertrouwde docenten. De overgang naar een andere school zorgt ervoor dat de kinderen nog meer vastigheid verliezen, terwijl ze hun thuissituatie al zijn kwijtgeraakt.’

De Kinderombudsman wijst er ook op dat de verandering van school impact heeft op de continuïteit van het onderwijs. ‘Vaak weet de nieuwe school niet wat een leerling op voorgaande plekken al heeft geleerd en sluiten de verschillende onderwijsprogramma niet goed op elkaar aan.’

Lees meer…

‘Betrek school meer bij bestrijding armoedeproblematiek’

Versterk de rol van scholen bij de bestrijding van armoedeproblematiek zodat kinderen en jongeren in armoede de mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen. Dat is een van de adviezen van de Kinderombudsman in het rapport Alle kinderen kansrijk.

In het rapport staat dat er in Nederland 378.000 kinderen en jongeren in armoede opgroeien. Zij maken zich zorgen of er wel geld is voor eten of schoolspullen, voelen stress bij hun ouders, zijn zelf gespannen en kunnen zich moeilijker concentreren op school. Veel problemen die kinderen buitenshuis ervaren, zoals uitsluiting of problemen op school, hebben te maken met het gebrek aan zekerheid en stabiliteit thuis.

Scholen wordt geadviseerd om actief op zoek te gaan naar armoedeproblematiek bij kinderen en jongeren en om te kijken hoe die problematiek het kind of de jongere op school belemmert. Hierover zou de school op discrete wijze met de leerling en zijn of haar ouders het gesprek moeten aangaan.

‘Bekijk of en wat leerlingen nodig hebben aan extra ondersteuning op school en hoe ouders bij de schoolgang van hun kind betrokken kunnen zijn. Om dit te bereiken kan er bijvoorbeeld in samenwerking met de gemeente op school een aandachtsfunctionaris aangesteld worden voor armoedeproblematiek’, zo staat in het rapport.

Scholen krijgen ook het advies om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat schoolkosten geen belemmering zijn voor kinderen en jongeren om volledig mee te kunnen doen aan alle activiteiten op school. ‘Bied altijd en op een discrete manier een oplossing wanneer schoolkosten door ouders niet voldaan kunnen worden en werk hierin samen met de gemeente.’

Lees meer…

Minder kinderen uit arme gezinnen naar havo of vwo

Relatief weinig kinderen uit arme gezinnen zitten op havo of vwo. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de situatie in Den Haag.

In Den Haag volgt 21 procent van de kinderen van 12 tot 18 jaar uit gezinnen met risico op armoede onderwijs op havo/vwo-niveau, tegen 39 procent van de kinderen uit andere gezinnen. Van de kinderen met risico op armoede zit 36 procent op het vmbo, bij gezinnen zonder laag inkomen is dat 24 procent.

In 2014 groeiden bijna 21.000 kinderen in Den Haag op in een huishouden met een laag inkomen. In de Schilderswijk, Moerwijk en het Transvaalkwartier waren relatief veel arme gezinnen. In deze wijken had meer dan 30 procent van de huishoudens met minderjarige kinderen in 2014 een laag inkomen. In de wijken Westbroekpark en Duttendel en in de Vogelwijk was dat minder dan 4 procent.

Lees meer…

Scholen belangrijk om armoede te signaleren

Scholen zijn belangrijk voor het signaleren van armoede in gezinnen. Dat benadrukt de Sociaal-Economische Raad (SER), die het adviesrapport Opgroeien zonder armoede heeft uitgebracht.

Volgens de SER zijn leerkrachten vaak de eerste buitenstaanders die effecten van armoede bij kinderen opmerken. ‘Ook moeten scholen kinderen leren met geld om te gaan én de eigen bijdrage van ouders beheersbaar houden’, aldus de SER.

Opgroeien in armoede

De raad signaleert dat er ondanks de aantrekkende economie nog steeds veel arme kinderen zijn. Ongeveer één op de tien kinderen groeit op in armoede. Opmerkelijk is dat 60 procent van deze kinderen werkende ouders heeft.

De gevolgen van langdurige armoede voor kinderen zijn groot, benadrukt de SER. ‘Armoede kan heel direct leiden tot minder welbevinden en tot sociale uitsluiting. Ook kunnen kinderen door armoede slechter gaan presteren op school of probleemgedrag vertonen’, zo meldt de Sociaal-Economische Raad.

Lees meer…

Meer kinderen in gezinnen met bijstand

In 2015 woonden er in Nederland meer kinderen in gezinnen met een bijstandsuitkering dan een jaar eerder: 226.000 tegen 223.000. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het aantal bijstandsgezinnen met één of meer kinderen is ongeveer gelijk gebleven. Dit betekent volgens het CBS dat gezinnen met bijstand kinderrijker zijn geworden. Deze ontwikkeling is vooral toe te schrijven aan de toename van het aantal kinderen van Syrische of een andere niet-westerse herkomst.

Veel gezinnen met bijstand wonen in de stad

De gemeenten Rotterdam, Heerlen, Amsterdam, Groningen en Den Haag hadden eind 2015 de hoogste percentages kinderen in een bijstandsgezin binnen hun grenzen. Zo leefde 18 procent van alle kinderen in Rotterdam in een bijstandsgezin.

Lees meer…

Schoolreis te duur voor gezinnen met weinig geld

Eén op de zeven kinderen uit gezinnen met weinig geld, gaat niet mee op schoolreis. Dat blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2014 groeiden 421.000 minderjarige kinderen op in een huishouden met een laag inkomen. Dit komt neer op 12 procent.

Voor een paar met twee kinderen lag de lage-inkomensgrens in 2014 op 1920 euro per maand. Bij een inkomen daaronder spreekt CBS van risico op armoede.

Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen kunnen minder vaak meedoen aan activiteiten dan hun leeftijdsgenoten. Zo kunnen ze niet altijd mee op schoolreis (13 procent) en zitten ze minder vaak op sport of op muziekles (32 procent).

Lees meer…

Voor steeds meer ouders is schoolreis te duur

Het aantal aanvragen voor hulp aan kinderen die in Nederland opgroeien in armoede is het afgelopen jaar fors toegenomen. Het gaat onder meer om het betalen van een schoolreisje.

De Volkskrant maakte een rondgang bij organisaties die hulp bieden aan gezinnen met weinig geld. Het blijkt dat er gemiddeld in elke klas twee kinderen zitten uit een gezin dat van een minimuminkomen moet rondkomen. De Stichting Leergeld is een van de particuliere organisaties die met giften en sponsorgelden de kosten van activiteiten of middelen voor schoolgaande kinderen in armoede financieren.

Het aantal aanvragen bij deze stichting neemt sterk toe. De afdeling in Amersfoort kreeg er vorig jaar 870, terwijl het er in 2012 nog 399 waren. De toename heeft te maken met de groei van het aantal ‘nieuwe armen’, zoals mensen die door de economische crisis hun baan hebben verloren en zzp’ers met weinig betaalde opdrachten.

Arme gezinnen worden bovendien geconfronteerd met stijgende kosten, zegt directeur Gaby van den Biggelaar van de Stichting Leergeld. ‘Ouderbijdragen en contributies gaan omhoog. Het onderwijs gaat ervan uit dat alle ouders van leerlingen zich een laptop of iPad kunnen veroorloven.’

Van den Biggelaar wijst ook op de trend dat schoolreisjes naar steeds verder gelegen oorden gaan en daardoor duurder worden. Magazine School! heeft daar onlangs aandacht aan besteed met het artikel Mag het een onsje minder zijn?.