Aanvragen bekostiging asielkinderen t/m 2 mei

Schoolbesturen kunnen nog tot en met dinsdag 2 mei bijzondere bekostiging aanvragen voor het onderwijs aan asielzoekerskinderen in hun tweede verblijfsjaar in Nederland.

De Regeling bekostiging personeel PO 2016-2017 voorziet in een tweede jaar aanvullende bekostiging voor asielzoekerskinderen met ingang van het schooljaar 2016-2017. Aanvragen voor het eerste kwartaal van het schooljaar 2016-2017 moesten voor 24 december 2016 bij DUO binnen zijn, maar dat was voor veel scholen niet haalbaar. Daarom is de deadline met terugwerkende kracht verschoven naar 2 mei 2017.

De oorspronkelijk te laat binnengekomen aanvragen kunnen dus alsnog in behandeling worden genomen. Ook scholen die eind 2016 geen aanvraag meer hebben ingediend, omdat het daarvoor te laat zou zijn, kunnen dat alsnog doen. Het gaat hierbij om de eerste twee peildata: de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar en/of 1 november 2016. Voor de overige peildata is de regeling ongewijzigd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Aanvraag tweede jaar bekostiging asielkinderen

Scholen voor primair onderwijs kunnen tot 24 december een aanvraag indienen voor bijzondere bekostiging voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen die voor het tweede jaar in Nederland zijn.

Scholen kunnen onder bepaalde voorwaarden een toeslag krijgen. Deze toeslag is 3000 euro op jaarbasis voor vluchtelingenkinderen zonder een toegekend gewicht en 2400 euro voor vluchtelingenkinderen met een toegekend gewicht van 0,3.

Kinderen met het gewicht 1,2 tellen al mee bij de vaststelling van de bekostiging voor de bestrijding van onderwijsachterstanden. Daarom is er geen toeslag voor deze kinderen.

Op de website van LOWAN, dat onderwijs aan nieuwkomers ondersteunt, staat meer informatie. U kunt ook de regeling downloaden die ingaat op de bijzondere bekostiging voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen die voor het tweede jaar in Nederland zijn.

Ga naar het aanvraagformulier

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tweetalig vo uitkomst voor asielkinderen

Tweetalig voortgezet onderwijs kan een uitkomst zijn voor asielzoekerskinderen. Daarmee is wellicht te voorkomen dat ze op een te laag niveau uitkomen.

Volgens dagblad AD krijgt een op de drie asielkinderen in het voortgezet onderwijs les onder zijn niveau en dat komt door het taalprobleem. Op dit moment zitten nog veel vluchtelingenkinderen in internationale schakelklassen om de taal te leren. Zij stromen begin volgend jaar in op Nederlandse middelbare scholen. Als deze leerlingen in hun thuisland al Engels hebben geleerd, kunnen ze waarschijnlijk beter meekomen in tweetalig onderwijs, waar de helft van de lessen in het Engels wordt gegeven.

De krant citeert een directeur van internationale schakelklassen in Breda en Bergen op Zoom, waar leerlingen een beroepentest, IQ-test en niveautest afleggen voordat ze geplaatst worden. Ook mogen leerlingen soms eerst proefdraaien in het voortgezet onderwijs om het juiste niveau te vinden. Dit zijn allemaal mogelijkheden om te voorkomen dat het leervermogen van vluchtelingenkinderen wordt onderschat.

Vraag op tijd maatwerkbekostiging asielkinderen aan!

De deadline voor het aanvragen van maatwerkbekostiging voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen ligt op 31 juli aanstaande.

Als uw basisschool in het huidige schooljaar 2015-2016 aan meer dan vier asielzoekerskinderen tegelijkertijd onderwijs heeft gegeven, dan kunt u maatwerkbekostiging aanvragen. Het gaat specifiek om kinderen die minder dan een jaar in Nederland waren.

U kunt het aanvraagformulier en een toelichting downloaden. U kunt het ingevulde aanvraagformulier tot uiterlijk 31 juli 2016 mailen naar asielonderwijs@minocw.nl.

Het ministerie van OCW kan na beoordeling van de aanvraag tot maximaal 9000 euro per leerling per jaar aanvullende bekostiging verstrekken.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kabinet trekt 200 miljoen extra uit voor onderwijs

De coalitiepartners VVD en PvdA hebben overeenstemming bereikt over de besteding van een financiële meevaller. In totaal komt 1,2 miljard euro extra beschikbaar, waarvan 200 miljoen naar het onderwijs gaat.

De coalitiepartners verdelen het extra geld fifty-fifty. De PvdA kiest ervoor om van de 600 miljoen euro die te verdelen is, 200 miljoen te besteden aan het onderwijs.

Het extra geld is onder meer bestemd voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen en het wegwerken van achterstanden.

De financiële meevaller worden ook aan andere zaken besteed. Zo wordt een omstreden bezuiniging op de huurtoeslag teruggedraaid en gaat er meer geld naar de politie en naar defensie.

‘Kinderrechten voorop in asielprocedure’

De kinderrechten moeten leidend zijn in de asielprocedure en -opvang. Zo moet het onderwijs aan vluchtelingenkinderen beter worden georganiseerd. Dit benadrukt de Werkgroep Kind in azc.

In de Werkgroep Kind in azc zitten het VN-kinderfonds UNICEF, Defence for Children, VluchtelingenWerk Nederland, Kerk in Actie en War Child. Zij benadrukken dat álle kinderen, dus ook kinderen die naar Nederland zijn gevlucht, stabiliteit, continuïteit, veiligheid en structuur nodig hebben.

Kinderrechten: zó kan het ook

In het advies Zó kan het ook, dat aan de Tweede Kamer is aangeboden, staat dat de asielprocedure en -opvang op vijf punten kunnen worden verbeterd:

  • Opvang op één plek (niet steeds verhuizen)
  • Voldoende voorzieningen (onder andere onderwijs)
  • Voldoende informatie (toegang tot internet)
  • Voldoende ondersteuning bij integratie (ook voor ouders)
  • Snelle asielprocedure (ouders en kinderen niet in onzekerheid laten)

Extra geld onderwijs vluchtelingenkinderen moet blijven!

Tweede Kamerlid Rik Grasshof van GroenLinks gaat opnieuw een motie indienen om de aanvullende bekostiging voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen te continueren. Hij zoekt daarbij de steun van onder andere de fractie van regeringspartij PvdA.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW liet onlangs in een brief aan de Tweede Kamer weten dat er in het tweede jaar voor het primair onderwijs geen aanvullende bekostiging voor vluchtelingenkinderen meer is. Hij vindt dat niet nodig.

Hoewel een meerderheid in de Tweede Kamer voor een motie van Grashoff was om de aanvullende bekostiging voor onderwijs aan asielzoekerskinderen in het tweede jaar voort te zetten, besloot Dekker dat niet te doen. ‘Eén jaar aanvullende bekostiging is steeds voldoende geweest, er is geen aanleiding om dat nu uit te breiden naar twee jaar.’

Hij stelt in zijn brief dat de scholen voor een groot aantal asielzoekerskinderen in het tweede jaar reguliere bekostiging en achterstandsbekostiging ontvangen. ‘Als daar nog aanvullende bekostiging of maatwerkbekostiging bij komt, ontvangen scholen voor deze leerlingen door een samenloop van regelingen 16.000 euro per leerling’, schrijft Dekker.

Nieuwe motie onderwijs vluchtelingenkinderen

De staatssecretaris beweert in zijn brief bovendien dat er feitelijk in de Tweede Kamer geen meerderheid was voor de motie van Grashoff, omdat er bij de stemmingen een vergissing zou zijn gemaakt. De PvdA stemde voor, maar zou eigenlijk tegen zijn geweest.

Met de nieuwe motie die Grashoff via Twitter aankondigde moet de aanvullende bekostiging in het tweede jaar alsnog worden veiliggesteld. Hij zoekt daarbij expliciet de steun van de fractie van regeringspartij PvdA en oppositiepartij CDA.

Nog niet alle asielkinderen naar school

Nog niet alle leerplichtige vluchtelingenkinderen in Nederland volgen onderwijs. Op 1 maart ging 94 procent van de asielkinderen in opvangcentra naar school. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.  

Van de ongeveer 8100 asielkinderen in opvangcentra gingen er op 1 maart 7600 naar school. In de loop van maart werd er voor meer kinderen een onderwijsplek gevonden. Op dit moment zouden ongeveer 100 asielkinderen die in opvangcentra zitten geen onderwijs krijgen.

 

Scholen in nood door 12.000 asielkinderen

Sinds oktober zijn ruim 12000 vluchtelingenkinderen onder de 18 jaar in Nederland aangekomen. Ze zijn hier leerplichtig, maar het is niet duidelijk of ze inmiddels allemaal naar school gaan. Wel hebben zo’n 400 scholen inmiddels extra geld aangevraagd voor nieuwkomers en daar komen dagelijks nieuwe aanvragen bij. 

Dit meldt dagblad AD vandaag, die informatie heeft opgevraagd bij het ministerie van Onderwijs via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Opmerkelijk is dat het ministerie niet weet of elk leerplichtig asielkind inderdaad onderwijs krijgt. Dat blijkt uit een mailtje van Lowan Ondersteuning Onderwijs Nieuwkomers, in januari aan het ministerie: ‘Dat we geen zicht krijgen op aantallen, komt echt knullig over’.

Handen in het haar
Wel bekend is dat er inmiddels 77 basisscholen zijn die 10 of meer asielkinderen op school hebben, en bij opvangcentrum Heumensoord bij Nijmegen is in januari een school voor ruim 500 kinderen geopend. In het voortgezet onderwijs hebben 21 scholen meer dan 20 asielkinderen, 100 andere scholen hebben er minder dan 30, volgens het AD. Het dagblad zegt dat de scholen met de handen in het haar zitten over de financiële gevolgen van de opvang van asielzoekerskinderen.

Onder de radar
Vorige week trok de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) aan de bel omdat veel basisscholen minder dan vier asielleerlingen opvangen en daarvoor geen extra bekostiging krijgen. De extra bekostiging van maximaal 9000 euro per asielleerling gaat pas in als er vier of meer zijn. Hierdoor blijven veel asielkinderen onder de radar en het kost de scholen veel eigen geld.

Staatssecretaris Dekker reageerde direct op het artikel in het AD, met een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zegt dat op dit moment niet exact kan worden vastgesteld hoeveel asielzoekerskinderen onderwijs ontvangen. Voor 1 april wil hij nadere informatie beschikbaar hebben. Daarvoor wil hij verschillende gegevensbronnen koppelen, in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

 

 

 

Goed gebouw belangrijk voor onderwijs asielkinderen

Met de vluchtelingenopvang in Heumensoord kregen de Nijmeegse schoolbesturen er ineens honderden leerlingen bij. ‘Het belangrijkste is de huisvesting’, vertelt Toine Janssen, bestuurder van Conexus, in een artikel op Bouwstenen voor sociaal. In Trouw wijst Janssen op de problemen die de Wet werk en zekerheid met zich meebrengt bij het aantrekken van tijdelijk personeel. 

Het lijkt een bijna onmogelijke opgave om in korte tijd onderwijs te moeten bieden aan honderden extra leerlingen, terwijl het precieze aantal ook nog eens dagelijks fluctueert.

Toch is dat wel de inzet van Conexus, vertelt Janssen: ‘Op voorhand zijn al veel zaken in gang gezet, zoals extra personeel en meubilair. Het belangrijkste is de huisvesting. Wij zoeken een verlaten school die op korte termijn beschikbaar is en groot genoeg voor alle klassen. En geconcentreerd op één plek om een veilige en stabiele onderwijsomgeving te bieden aan de vluchtelingenkinderen.’

VOS/ABB’s partner op het gebied van onderwijshuisvesting, HEVO in Den Bosch, is met Conexus bezig om een oud vmbo-gebouw in Nijmegen gereed te maken voor onderwijs aan circa 600 asielzoekerskinderen. In het gebouw komen 20 groepen primair onderwijs en 16 groepen voortgezet onderwijs. De school zou op 4 januari open moeten gaan.

Lees meer…

WWZ
In de maandageditie van Trouw zegt Janssen dat de nieuwe Wet werk en zekerheid (WWZ) het vrijwel onmogelijk maakt om voldoende tijdelijk personeel aan te trekken. Er zijn tientallen leerkrachten nodig, maar het wordt door de rigide WWZ vrijwel onmogelijk die te vinden, stelt de bestuurder.

Janssen wil dat minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die geldt als de architect van de WWZ, ingrijpt. Als Asscher dat niet doet, zou het onderwijs aan asielkinderen uit Heumensoord in gevaar kunnen komen.

Leraren vinden dat onderwijs asielkinderen tekortschiet

Veel leraren denken dat hun school nog onvoldoende in staat is om vluchtelingenkinderen goed onderwijs te bieden. Dat blijkt uit een enquête van het kenniscentrum CAOP.

Leraren betwijfelen of zij voldoende tijd hebben voor de begeleiding van kinderen met specifieke leerproblemen en verschillende culturele achtergronden. Ze vinden het noodzakelijk dat er nieuwe goede lesprogramma’s komen.

Om leerachterstanden terug te dringen, is extra tijd nodig in het reguliere onderwijs zelf en aanvullende leeractiviteiten daarnaast. Het werken met meer onderwijsassistenten en docenten Nederlands als Tweede Taal noemen de leraren ook als oplossing. Meer dan de helft van de onderwijsgevenden heeft verder behoefte aan ondersteuning bij traumaverwerking.

Lees meer…

Teeven houdt poot stijf: kinderpardon ongewijzigd

Het kinderpardon blijft zoals het is. Dat heeft staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie woensdag aan de Tweede Kamer laten weten.

Kinderombudsman Marc Dullaert maakte onlangs de discussie los over het kinderpardon. Hij vergeleek deze regeling voor asielkinderen die (nog) geen permanente verblijfsvergunning hebben met een loterij. Hij noemde het ‘idioot’ dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, toch kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk staan.

Dullaert kreeg steun van ruim 300 burgemeesters, die zich sterk maken voor een permanente verblijfsvergunning voor gewortelde asielkinderen in hun gemeenten. De fracties van SP, GroenLinks, D66 en ChristenUnie schaarden zich ook achter Dullaert. Teeven echter houdt voet bij stuk: de criteria worden niet versoepeld, omdat volgens hem in het regeerakkoord duidelijke afspraken zijn gemaakt over het kinderpardon.

Kinderombudsman noemt kinderpardon ‘loterij’

Kinderombudsman Marc Dullaert vindt het ‘idioot’ dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, toch kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk staan. Op grond van dit bureaucratische regeltje spreekt hij van ‘een loterij’.

Dullaert benadrukt in verscheidene media dat het om asielkinderen gaat die hier vijf jaar of langer wonen en dus in Nederland zijn geworteld. Ze gaan naar school, zijn bijvoorbeeld lid van een sportclub en zijn in beeld van maatschappelijk werk. Het enige ‘manco’ is dat zij onder toezicht staan van hun gemeente in plaats van het Rijk. Dat laatste is een vereiste voor toestemming van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie om in Nederland te mogen blijven.

De Kinderombudsman stelt dat Teeven met twee maten meet. Het zou volgens Dullaert voor het besluit om in Nederland te mogen blijven niet mogen uitmaken of een asielkind onder toezicht van het Rijk of zijn of haar gemeente staat, omdat beide tot de overheid behoren. Hij stelt dat de regel die Teeven hanteert indruist tegen het internationale Verdrag inzake de rechten van het kind.

Vorige maand maakte Teeven bekend dat hij op basis van het kinderpardon aan 675 asielkinderen en 775 gezinsleden een verblijfsvergunning heeft gegeven. In totaal werden 3280 aanvragen ingediend, waarvan ruim de helft werd afgewezen. Dat gebeurde onder andere op grond van het feit dat kinderen voor wie aanvragen waren ingediend, niet onder toezicht van het Rijk maar van hun gemeente stonden.

Dullaert heeft de VVD-staatssecretaris enkele weken geleden om opheldering gevraagd, maar kreeg geen reactie van de staatssecretaris. Daarom is de Kinderombudsman naar de media gestapt, in de hoop dat de politiek deze kwestie oppakt. Het kinderpardon is op initiatief van coalitiepartner PvdA in het regeerakkoord gekomen.

Staatssecretaris Teeven heeft in een reactie laten weten dat hij niet van plan is om het kinderpardon te wijzigen. Wel wil hij ‘ruimhartig’ omgaan met schrijnende gevallen. Ook Diederik Samsom van coalitiepartner PvdA wil niet dat het kinderpardon wordt verruimd.

De ledenraad van coalitiepartner PvdA wil wel dat het kinderpardon wordt aangepast op de manier zoals de Kinderombudsman dat aangeeft.

Petitie voor eerlijk kinderpardon
Via de website van Defence for Children kunt u een petitie ondertekenen voor een eerlijk kinderpardon. Defence for Children benadrukt dat álle kinderen in Nederland gelijk zijn.