Bijna overal meer banen, maar niet in onderwijs

Het aantal banen in het onderwijs is in het vierde kwartaal met 2.000 gedaald ten opzichte van het kwartaal ervoor, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Daarmee is het onderwijs een uitzondering, want in de meeste sectoren nam het aantal banen juist (sterk) toe. Volgens het CBS was er sinds het vierde kwartaal zelfs sprake van een ‘gespannen arbeidsmarkt’.  Dat is voor het eerst sinds de hoogconjunctuur in de jaren 2007 en 2008. In een gespannen arbeidsmarkt is de vraag naar arbeid bovengemiddeld en het beschikbare aanbod van arbeid relatief laag.

De sterkte stijging van het aantal banen deed zich voor bij de uitzendbureaus (24.000 banen erbij), in de sector ‘handel, vervoer en horeca’ (+14.000) en de zorg (+11.000). Het onderwijs is met een daling van 2000 banen samen met de landbouw en visserij en de industrie hekkensluiter.

Lees meer…

Onderwijs heeft minder banen, maar meer vacatures

Het aantal banen in het onderwijs is in het eerste kwartaal van dit jaar met circa 1000 afgenomen ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het aantal vacatures in het onderwijs echter nam in het eerste kwartaal van dit jaar toe tot 4600. In het laatste kwartaal van vorig jaar waren het er 4100.

Als naar de gehele arbeidsmarkt wordt gekeken, waren er in het eerste kwartaal van 2016 circa 24.000 werklozen minder dan het kwartaal daarvoor. Het werkloosheidspercentage daalde daarmee van 6,7 naar 6,5 procent.

Lees meer…

 

Fors minder onderwijsbanen in krimpgebieden

In regio’s met demografische krimp is het aantal banen in het onderwijs van 2008 tot 2014 met 11,8 procent afgenomen. Dat is een aanmerkelijk sterkere afname dan het Nederlandse gemiddelde van 3,2 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de bedrijfstakken waar het aantal banen over heel Nederland terugliep, was de daling in de krimpgebieden naar verhouding sterker dan gemiddeld. Het onderwijs is de sector met verhoudingsgewijs het grootste verschil.

De sterke afname van het aantal banen in het onderwijs in krimpgebieden hangt volgens het CBS samen met het afnemende aantal kinderen in de basisschoolleeftijd. De komende jaren zal vooral het voortgezet onderwijs in krimpgebieden te maken krijgen met een forse daling van het aantal leerlingen.

Ondanks het afnemende aantal banen in het onderwijs, verwacht uitkeringsinstantie UWV dat er de komende jaren ook in krimpgebieden personeelstekorten ontstaan. Dat heeft te maken met de vergrijzing – veel oudere leraren gaan de komende jaren met pensioen – en het relatief geringe aantal jongeren dat voor een baan in het onderwijs kiest.

Als voorbeelden van regio’s met een sterke bevolkingskrimp noemt het CBS Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.

Ondanks krimp verwacht UWV personeelstekorten

De werkgelegenheid in het onderwijs blijft de komende jaren krimpen. Tot 2020 gaat het om een krimp van 7000 voltijdbanen. Ondanks deze krimp moet het onderwijs rekening houden met een groeiend tekort aan personeel. Dit staat in de Sectorbeschrijving Onderwijs van uitkeringsinstantie UWV.

Het UWV meldt dat na een periode van groei de werkgelegenheid in het onderwijs tussen 2009 en 2013 flink terugliep door dalende leerlingenaantallen en door een moeilijke financiële positie van sommige onderwijsinstellingen.

Het primair onderwijs zag het aantal voltijdbanen met 15.000 afnemen, terwijl in het voortgezet onderwijs en het mbo samen het aantal voltijdbanen met 8000 daalde. Door de krimp werden veel (tijdelijke) contracten van onderwijspersoneel stopgezet en liep met name in het primair onderwijs het aantal WW-uitkeringen sterk op.

Minder leerlingen
Tussen 2015 en 2020 verwacht het UWV een verdere krimp van de werkgelegenheid. In het primair onderwijs gaat het om een afname van 2700 voltijdbanen, in het voortgezet onderwijs verdwijnen 4000 voltijdbanen. De daling is het gevolg van verder afnemende leerlingenaantallen, eerst in het primair onderwijs en later ook in het voortgezet onderwijs.

Ondanks de dalende werkgelegenheid zijn er in het onderwijs relatief veel vacatures. Tot 2017 zal de vacaturemarkt naar verwachting met 7 procent groeien. Het personeelsbestand in het onderwijs is sterk vergrijsd, waardoor veel ouder onderwijspersoneel de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Substantiële lerarentekorten
Het primair onderwijs verwacht in 2017 al substantiële lerarentekorten. De uitstroom van ouder personeel wordt er niet gecompenseerd door de instroom, onder andere doordat het aantal afgestudeerde pabo-studenten terugloopt. In 2020 loopt het tekort vermoedelijk op tot 4000 voltijdbanen. Vooral in de grote steden wordt meer vraag naar onderwijskrachten verwacht.

Het voortgezet onderwijs kent nu al tekorten aan docenten exacte vakken, Nederlands en Engels. Dit biedt volgens het UWV goede kansen voor afgestudeerden van lerarenopleidingen.

Meer banen in het onderwijs

In het derde kwartaal waren er in het onderwijs 7000 banen meer dan in het tweede kwartaal, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek

De groei van het aantal banen in het onderwijs was minder groot dan bij de uitzendbureaus en in de sector ‘handel, vervoer en horeca’, maar groter dan in de zakelijke dienstverlening, cultuur en recreatie en landbouw en visserij.

De zorg is de grootste daler. Daar nam het aantal banen in het derde kwartaal met 7000 af. Ook in de financiële dienstverlening en de bouw daalde het aantal banen.

Als wordt gekeken naar het aantal vacatures, dan scoort het onderwijs magertjes. In het tweede kwartaal waren er in het onderwijs 4000 en in het derde kwartaal 3800 vacatures. De sectoren met de meeste vacatures zijn de handel, de zakelijke dienstverlening en de zorg.

Dekker: 150 miljoen uit NOA levert duizenden banen op

De 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord voor het aantrekken en behouden van jonge leraren heeft in het primair en voortgezet onderwijs in totaal circa 4400 extra fte opgeleverd. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Het bedrag van 150 miljoen euro is eind 2013 na expliciete goedkeuring door de Tweede Kamer aan de lumpsum van de schoolbesturen toegevoegd. ‘Hierdoor, en vanwege het feit dat scholen het grootste deel van hun reguliere budget inzetten voor personele kosten, is in de verantwoording niet traceerbaar welke specifieke uitgaven samenhangen met deze extra middelen’, aldus Dekker.

Op verzoek van hem hebben de PO-Raad en de VO-raad een deel van hun leden gevraagd hoe zij het extra geld hebben ingezet. ‘Uit het onderzoek van de VO-raad blijkt dat een groot deel van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs de middelen uit het NOA en Begrotingsafspraken 2014 (deels) heeft ingezet voor het aannemen en behouden van bijna 1800 fte aan jonge docenten. De PO-Raad concludeert dat de incidentele middelen hebben geleid tot ruim 2600 meer fte. Hiervan kon overigens niet bepaald worden welk deel aan jonge leerkrachten ten goede is gekomen’, schrijft de staatssecretaris.

AOb mobiliseert MR’s in zoektocht naar geld voor banen

De Algemene Onderwijsbond (AOb) roept medezeggenschapsraden op aan hun schoolbesturen te vragen waaraan die het geld voor extra banen hebben besteed.

De investering werd door het kabinet gekoppeld aan 3000 extra banen voor docenten, maar tegelijkertijd werd afgesproken dat de 150 miljoen euro zou worden toegevoegd aan de lumpsumfinanciering. Dat betekent dat de schoolbesturen kunnen bepalen wat zij met het geld doen, zo benadrukte staatssecretaris Sander Dekker van OCW onlangs in de Tweede Kamer.

Hij zei toen ook ervan overtuigd te zijn dat het geld door de schoolbesturen goed is besteed. Hij wees erop dat er meer dan 8000 scholen zijn en dat het dus niet zo is dat met de investering van 150 miljoen euro er op alle scholen extra docenten kunnen zijn aangesteld.

Waar is het geld gebleven?
De AOb neemt hier geen genoegen mee. Daarom roept de bond de medezeggenschapsraden op ‘na te gaan waar het geld is gebleven’. Om de MR’s op gang te helpen, heeft de bond een interactieve kaart gemaakt, waarop staat hoeveel extra geld elk schoolbestuur voor werkgelegenheid heeft gekregen.

Lees meer…

Onderwijs blijft achter met aantal vacatures

Terwijl het totale aantal vacatures toeneemt, blijft de werkgelegenheid in het onderwijs achter. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het herstel op de arbeidsmarkt zet volgens het CBS in het eerste kwartaal van 2015 door, al is het in lager tempo. Het aantal banen nam per saldo toe met circa 6000 tot 9,8 miljoen, waar in het laatste kwartaal 2014 nog ongeveer 40.000 banen erbij kwamen. De werkloosheid zakte vergeleken met het vorige kwartaal met circa 2000 naar 635.000 mensen, oftewel 7,1 procent van de beroepsbevolking. Vooral jongeren vonden meer werk. De langdurige werkloosheid onder vooral 45-plussers is iets toegenomen.

Als wordt gekeken naar het onderwijs, dan valt op dat het aantal vacatures gering is. Het onderwijs is zelfs de sector met de minste vacatures: 7 per duizend banen. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2014 nam het aantal banen in het onderwijs in het eerste kwartaal van dit jaar af met ongeveer 300.

Stage in buitenland vergroot kansen vmbo’ers

Vmbo’ers moeten de kans krijgen in het buitenland een stage te volgen. Dat vergroot hun kansen op de internationale arbeidsmarkt, zegt D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen.

Spitsnieuws.nl meldt dat uit onderzoek van Stageplaza blijkt dat maar 2,7 procent van de vmbo’ers een buitenlandse stage volgt, terwijl 12 procent dat graag zou willen.

Van Meenen zei dinsdag in de Tweede Kamer dat vmbo’ers moeten worden aangemoedigd tot het volgen van een stage in het buitenland, omdat de arbeidsmarkt steeds internationaler wordt. ‘Onze vakmensen moeten we daar zo goed mogelijk op voorbereiden. Dat kan, bijvoorbeeld via uitwisselingen met gastgezinnen’, zo citeert Spitsnieuws hem.

Lees meer…

Minder werkgelegenheid, vooral in primair onderwijs

In het primair en voortgezet onderwijs zijn er ten opzichte van vorig schooljaar ongeveer 2800 voltijdsbanen minder. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van OCW. De PO-Raad stelt dat het om verouderde gegevens gaat.

Vooral in het basisonderwijs neemt het personeelsbestand af. Het gaat om een afname van 2400 fulltimebanen vergeleken met vorig schooljaar. Dat komt overeen met een daling van 2,5 procent. Het leerlingenaantal nam af met 1,4 procent.

In het voortgezet onderwijs was er een daling te zien van 400 fulltimebanen, vooral bij directie en docenten. Dat is een afname van 0,5 procent. Het aantal leerlingen daarentegen nam met 1,1 procent toe.

Extra geld
De PO-Raad stelt dat het gaat om verouderde gegevens. ‘In de berichten worden de cijfers van 1 oktober 2013 vergeleken met die van 1 oktober 2012. Dit betekent in feite dat is uitgegaan van de formatieplannen die schoolbesturen voor 1 mei 2013 moesten vaststellen’, aldus de sectororganisatie.

Het extra geld voor het onderwijs op grond van het Nationaal Onderwijsakkoord en het Herfstakkoord is bedoeld om de negatieve werkgelegenheidseffecten teniet te doen. ‘Wat de werkelijke personele gevolgen zijn van alle maatregelen, wordt in oktober en het jaar erop pas zichtbaar’, zo meldt de PO-Raad.