Inventarisatieformulier duurzame inzetbaarheid

De Helpdesk van VOS/ABB heeft in het kader van duurzame inzetbaarheid een handig inventarisatieformulier gemaakt. Dit modelformulier staat in het besloten ledengedeelte van deze website. U dient als lid van VOS/ABB ingelogd zijn om het te kunnen downloaden.

In de CAO PO 2014-2015 is opgenomen dat in plaats van de BAPO-regeling per 1 oktober 2014 de regeling duurzame inzetbaarheid van kracht is (hoofdstuk 8A). Dit maakt het voor alle werknemers mogelijk om maximaal 40 klokuren op jaarbasis (parttimers naar rato) in te zetten voor de verschillende doeleinden voor duurzame inzetbaarheid.

Werknemers van 57 jaar en ouder kunnen aanspraak maken op een aanvullend budget van maximaal 130 klokuren (bovenop die 40 klokuren). Dit aanvullend budget kan worden ingezet voor duurzame inzetbaarheiddoeleinden, verlof of voor beide. Als het volledig aanvullend budget van 130 klokuren wordt ingezet voor verlof, mogen ook de 40 klokuren van het persoonlijk budget worden ingezet voor verlof. Als de 130 klokuren voor verlof worden ingezet, dan dient de werknemer daar een eigen bijdrage over te betalen.

Gezien de inroostering van de personeelsleden is het van belang dat u als werknemer aangeeft hoe u het persoonlijk budget en/of het aanvullend budget dit en volgend schooljaar 2015-2016 wilt gaan inzetten. U kunt daarvoor het inventarisatieformulier gebruiken.

Download Model inventarisatieformulier duurzame inzetbaarheid en overgangsregeling BAPO

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Handreiking persoonlijk budget aangepast

Het formulier voor de aanvraag voor het persoonlijk budget voor komend schooljaar 2014-2015 is aangepast. Dit formulier is opgesteld op basis van het onderhandelaarsakkoord voor de nieuwe CAO VO.

Een bepaling over het overgangsrecht voor personeelsleden van 57 jaar en ouder en de verlofinzet waarvoor zij kiezen is uit het formulier verwijderd. Deze bepaling was namelijk niet correct.

De overgangsregeling die in het leven is geroepen vanwege het verdwijnen van het BAPO-verlof is niet bedoeld om het verlof waarop de werknemer op grond van die overgangsregeling aansprak maakt, in te zetten op de wijze van de nieuwe regeling.

De overgangsregeling geeft aan dat nog maximaal 5 jaar gebruik gemaakt kan worden van het verlof tegen een gunstiger kortingspercentage, maar dan onder de voorwaarden van de huidige BAPO-regeling. Het verlof dat kan worden genoten op grond van de overgangsregeling, kan dus niet worden ingezet op de wijze waarop het op grond van de nieuwe regeling kan worden ingezet (maximaal 4 dagen inroosteren of opsparen voor latere afbouw).

Voor de voortzetting van het BAPO-verlof gelden gedurende 5 jaar de voorwaarden van de huidige BAPO-regeling.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u het aangepaste formulier downloaden.

Let op: de handreiking is aan VOS/ABB ter beschikking gesteld door de Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland, dat als basis een formulier heeft gebruikt van de Stichting Carmelcollege. U kunt de handreiking aanpassen aan de behoeften van uw eigen organisatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

CNV Onderwijs en Abvakabo verwerpen nieuwe cao

De leden van CNV Onderwijs en Abvakabo stemmen niet in met de nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs zolang er geen goede overgangsregeling komt voor het onderwijsondersteunend personeel.

De overgangsregeling zoals die nu in het cao-akkoord is vastgelegd, leidt er volgens de christelijke onderwijsbond toe dat vooral de lagerbetaalden een hoge eigen bijdrage leveren.

Vice-voorzitter Joany Krijt van CNV Onderwijs: ‘Vooral onderwijsondersteunend personeel van 61 jaar en ouder vindt de verhoging van de eigen bijdrage onevenredig, ook omdat deze groep zes leeftijdsdagen gaat missen.’ Volgens haar ligt de bal nu weer bij de werkgevers, verenigd in de VO-raad. ‘Zij moeten besluiten of ze de cao aanpassen of het akkoord zonder ons sluiten.’

De leden van de Algemene Onderwijsbond (AOb) en de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) hebben wel ingestemd met het akkoord, maar onder hen leven dezelfde bezwaren.

De bezwaren worden ook gezien door leden van de VO-raad. ‘Dit is voor het bestuur en de cao-delegatie van de VO-raad aanleiding geweest om deze regeling nog eens nader te beschouwen. Momenteel worden de leden van de VO-raad geraadpleegd om te bezien of een aanpassing van het akkoord op dit punt mogelijk is’, zo meldt de sectororganisatie van de werkgevers.

Cao-akkoord: minder werkdruk en 1,2% meer loon

In het onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs staat onder andere dat de nullijn verdwijnt.

De lonen in het voortgezet onderwijs worden structureel verhoogd met 1,2 procent vanaf augustus 2014. Als het kabinet meer dan 1,2 procent loonruimte biedt, dan zal dit volledig worden ingezet voor een verdere loonsverhoging. Het entreerecht, het bevorderen van leraren naar hogere salarisschalen, blijft voorlopig bestaan. De regeling vervalt weliswaar eind juli 2015, maar niet voor leraren die net zijn begonnen aan een opleiding.

In het akkoord staat verder dat elke docent één uur minder les kan geven. Dit maakt een lestaak van 23 uur per week mogelijk. Hiermee zou de werkdruk die veel leraren als hoog ervaren omlaag moeten.

Seniorenregeling
Een deel van het geld voor werkdrukverlaging komt vrij doordat de huidige BAPO wordt vervangen door een regeling waarin verschillende mogelijkheden voor alle medewerkers zijn opgenomen. Op basis van die regeling kunnen werknemers keuzes maken die bij hun levensfase en persoonlijke situatie passen.

In de nieuwe situatie krijgt iedere werknemer jaarlijks de beschikking over 50 klokuren die aangewend kunnen worden voor verlof, werkdrukvermindering of bepaalde doelbestedingen in geld. Voor werknemers die op 1 augustus 2014 de leeftijd van 52 jaar of ouder hebben bereikt (de BAPO-leeftijd), is een overgangsregeling opgenomen.

Starters
Voor jonge leraren is afgesproken, dat die bij hun eerste aanstelling voor minimaal 0,5 fte in dienst komen. Dat moet tegengaan dat starters veel kleine contractjes bij verschillende scholen hebben. De praktijk wijst namelijk uit dat dit tot onnodig hoge werkdruk kan leiden.

Er zijn ook afspraken gemaakt over de (verdere) professionalisering van docenten. Alle leraren krijgen een basisrecht op 83 uur en 600 euro voor nascholing. Ondersteuners krijgen 40 uur en 500 euro. Afgesproken is dat scholen 10 procent van het personeelsbudget gaan besteden aan professionalisering.

De vijf dagen minder zomervakantie als gevolg van de Wet onderwijstijd worden gecompenseerd met vijf dagen extra verlof met volledige bezoldiging.

Professioneel statuut
De sociale partners achten aandacht voor zeggenschap en medezeggenschap van groot belang voor goede verhoudingen binnen de schoolorganisatie. Daarom is afgesproken dat er een professioneel statuut komt dat aansluit bij de praktijk van het voortgezet onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

CNV-leden steunen Nationaal Onderwijsakkoord

De leden van CNV Onderwijs zijn akkoord gegaan met het Nationaal Onderwijsakkoord. In het primair onderwijs stemde 92 procent voor, terwijl in het voortgezet onderwijs 81 procent zijn steun uitsprak. 

Terwijl de meeste leden van CNV Onderwijs voor het akkoord zijn, staat de handtekening van de Algemene Onderwijsbond (AOb) er niet onder. De AOb liep als grootste onderwijsvakbond uit onvrede over de ingezette koers weg uit de onderhandelingen.

Hoewel de overgrote meerderheid van de leden van CNV Onderwijs het akkoord steunt, plaatst een aantal van hen ook kritische kanttekeningen. Die betreffen vooral de seniorenregeling. De Bapo wordt afgeschaft en nieuwe afspraken moeten nog worden uitonderhandeld. Kritische CNV-leden dringen aan op een fatsoenlijke regeling.

Voorzitter Helen van den Berg van CNV Onderwijs is blij met de steun voor het onderwijsakkoord, zo meldt ze op de website van haar organisatie: ‘Het is mooi dat een zeer grote meerderheid het akkoord steunt. Onze kaderleden hebben goed aangevoeld wat op de werkvloer leeft en dat heeft mij enorm geholpen.’

PO-Raad ook akkoord
Het algemeen bestuur van de PO-Raad heeft ook ingestemd met het Nationaal Onderwijsakkoord. De afspraken geven het primair onderwijs vooral iets meer financiële ruimte, constateert de PO-Raad. Leraren gaan vanaf 2015 jaarlijks weer meer verdienen.

De sectororganisatie merkt verder op dat het primair en voortgezet onderwijs samen 150 miljoen euro krijgen voor behoud van werkgelegenheid. De PO-Raad vindt het ook positief dat er aandacht is voor de aantrekkelijkheid van het onderwijsvak, de werkdruk van leerkrachten en de versterking van de bestuurlijke kwaliteit.

De komende tijd werkt de PO-Raad aan een sectoraal bestuursakkoord met het ministerie van OCW en aan een nieuwe cao met de vakorganisaties. Daarin zullen de afspraken van het Nationaal Onderwijsakkoord worden uitgewerkt.

Onderwijsakkoord: in 2014 tóch einde nullijn

De nullijn voor onderwijspersoneel wordt toch al in 2014 beëindigd. Dat is afgesproken in het Nationaal Onderwijsakkoord, dat donderdag wordt gepubliceerd. In de onderwijsbegroting die op Prinsjesdag bekend werd, staat nog dat de nullijn pas in 2015 wordt beëindigd.

CNV Onderwijs meldt op basis van het Nationaal Onderwijsakkoord dat personeel in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs er in 2014 salaris bij krijgt. Vanaf 2015 zou het hele onderwijs van de nullijn af zijn.

In de onderwijsbegroting voor 2014 en de jaren daarna staat echter dat de nullijn in 2014 gehandhaafd blijft, maar dat er mogelijkheden zijn om die te beëindigen. Er kan loonruimte worden vrijgespeeld door bijvoorbeeld het versoberen van secundaire arbeidsvoorwaarden. Het jaar daarna wordt de nullijn beëindigd, zo staat in de begroting: ‘Het kabinet (zal) in 2015 de loonbijstelling wel uitkeren, in lijn met de normale referentiesystematiek.’

Einde Bapo
In het Nationaal Onderwijsakkoord staat volgens CNV Onderwijs ook dat er een nieuwe seniorenregeling komt in combinatie met een overgangsregeling voor de huidige Bapo-regeling. Daarover moeten in de komende cao-onderhandelingen afspraken worden gemaakt. Pas wanneer die afspraken er zijn, verdwijnt de huidige Bapo-regeling.

Een andere belangrijke afspraak is dat in het voortgezet onderwijs de minimale onderwijstijd in de onderbouw van 1040 uur wordt vervangen door een eenduidige onderwijstijdnorm van 1000 uur, met uitzondering van het examenjaar. De gedachte is hierachter is dat het afschaffen van de schotten per schooljaar tot meer flexibiliteit en minder werkdruk leidt.

689 miljoen
Andere afspraken uit het Nationaal Onderwijsakkoord waren al min of meer bekend. Zo moeten er 3000 extra banen voor jonge leraren komen. Ook komt er meer tijd en geld voor scholing van personeel. Nu het akkoord er is, zegt het kabinet 689 miljoen euro in het onderwijs te investeren. Dit klinkt mooier dan het is: het geld is voor een groot deel een verschuiving van onderwijsbudgetten.

Het Nationaal Onderwijsakkoord wordt donderdag 19 september gepresenteerd. VOS/ABB zal de volledige tekst dan zo snel mogelijk online zetten.

Zijn de werkgeverslasten te laag geraamd?

Voor de personele bekostiging krijgen scholen geld van het Rijk op basis van de landelijke gemiddelde personeelslast (GPL). De hoogte van de GPL wordt bekendgemaakt in de Regeling bekostiging personeel PO. In de GPL zitten alle loonkosten, dus ook de totale werkgeverslasten.

De ontwikkeling van de werkgeverslasten is aldoor ontleend aan de indexeringen van de GPL, zoals die in het overleg met het ministerie van OCW bekend werden gemaakt. Een algemene salarismaatregel die leidde tot een verhoging van een brutosalaris, betekende geen verhoging van de werkgeverslasten, maar een premieverhoging dus wel.

Het vertrekpunt van de indexering en de bepaling van de WG-lasten waren de gegevens van het meetjaar 2004-2005. Sindsdien hebben veel aanpassingen van de GPL plaatsgevonden en vaak meermalen per jaar.

Meer en meer twijfel
Nu blijkt dat er de laatste paar jaar meer en meer twijfel is of de raming van de werkgeverslasten de werkelijke stijging van deze lasten nog wel in voldoende mate volgt. Het meetjaar is inmiddels zes jaar geleden. De situatie van toen is niet meer te vergelijken met de huidige. Zo is het BAPO-gebruik toegenomen en werken leerkrachten langer door.

Werkgevers vragen zich dus terecht af of de raming van de WG-lasten de werkelijke stijging van de WG-lasten nog wel in voldoende mate volgt. Er zijn gegronde redenen om daaraan te twijfelen zoals blijkt uit het bijgevoegde artikel, geschreven door Bé Keizer.

Informatie: Geke Lexmond, 06-20516610, glexmond@vosabb.nl

Bijlagen

Voorziening BAPO en jubilea 2008 vs f

In de rechterkolom vindt u dit instrument: Voorziening BAPO en jubilea 2008 vs f.xls.

Zoals de naam al aangeeft kunt u daarmee de omvang van de voorziening BAPO en die voor de jubilea bepalen. Dit instrument bepaalt de omvang van de voorziening voor de balanspositie van 31 december 2008.

Op grond van reacties van gebruikers zijn in maart 2009 enkele aanpassingen gemaakt, waarmee deze versie e tot stand is gekomen. De aanpassingen worden in de toelichting in het instrument nader aangegeven.

Informatie: Reinier Goedhart: 06-30049660, rgoedhart@vosabb.nl of Bé Keizer, 06-22939674, bkeizer@vosabb.nl

Bijlagen

BAPO-model nader gespecificeerd

De twee aanpassingen zijn:

–    In het werkblad BAPO kunnen de BAPO-baten nu ook contant worden gemaakt;

–    In het werkblad jubilea zijn meer regels aangemaakt, waardoor meer personeelsleden kunnen worden opgevoerd.

Toelichting op de eerste aanpassing:

Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening BAPO doet het bestuur de best mogelijke schatting. De accountants zullen deze ‘beste schatting’ toetsen.

Vanuit de controlepraktijk wordt echter vaak aangegeven dat bij het bepalen van de toekomstige BAPO-baten ook een disconteringsvoet op basis van de marktrente moet worden meegenomen. De disconteringsvoet wordt gebruikt om de huidige waarde van inkomsten in de toekomst te bepalen. De nu gehanteerde disconteringsvoet (2,5%) is gebaseerd op informatie van het ministerie. Deze mogelijkheid is in het model ingebouwd.

Het hanteren van een disconteringsvoet bij het schatten van de BAPO-baten geeft een duidelijk ander berekeningsresultaat. Deze verandering heeft echter geen consequenties voor de vermogenspositie, aangezien deze berekening alleen moet worden opgenomen in de toelichting op de jaarrekening  (veelal bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen).

De hoogte van de voorziening BAPO moet namelijk op dezelfde wijze worden berekend, zoals u dat ook voor de jaarrekening 2007 heeft gedaan (bestendige gedragslijn).

Het bijgestelde instrument, versie e, staat in de mappen po en vo in de Toolbox 08-09.

Direct naar het instrument.

Informatie: Bé Keizer, 06-22939674, bkeizer@vosabb.nl of Reinier Goedhart, 06-30049660, rgoedhart@vosabb.nl