Loopbaanoriëntatie met focus op fulltime/parttime

Het vak Loopbaan- en Beroepenoriëntatie (LOB) in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zou meer aandacht kunnen hebben voor de mogelijkheden om fulltime of parttime te werken. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Werken aan de start.

In het rapport staat dat het lastig is om de voorkeuren voor deeltijdwerk van vrouwen en voltijdwerk van mannen te veranderen. ‘Deze voorkeuren blijken bovendien al op jonge leeftijd aanwezig te zijn bij vrouwen en mannen’, aldus het SCP.

Een aangrijpingspunt om jongeren hier meer bewust mee om te laten gaan, kan volgens het SCP in het onderwijs liggen. ‘Bij het vak Loopbaan- en Beroepenoriëntatie (LOB) in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (…) zou ook informatie kunnen worden gegeven over de arbeidsvoorwaarden in verschillende beroepen en sectoren, vooral over de mogelijkheden om in deeltijd of voltijd te werken (…).’

In deze lessen kunnen, zo stelt het SCP zich voor, ook de verwachtingen van jongeren over de toekomstige verdeling van arbeid en zorg met hun partner aan de orde komen. ‘Dat kan jongens ook stimuleren om na te denken over hun eventuele rol als vader’, zo staat in het rapport.

Lees meer…

Lerarenregister wordt wettelijk verplicht

Leraren krijgen met ingang van 2017 de wettelijke plicht om zich te registreren in het lerarenregister. Het wetsvoorstel daartoe is vandaag ingediend.

Het kabinet wil hiermee uitdrukking geven aan zijn waardering voor leraren, zo meldt de rijksoverheid. Staatssecretaris Dekker ziet het ook als een manier om het beroep sterker te maken. Het register regelt het recht op professionele ontwikkeling van de leraar.

Stok achter de deur
In zijn toelichting zegt de staatssecretaris: ‘Leraren werken in een omgeving waarin ontwikkeling en groei centraal staan. Maar voor hun eigen ontwikkeling is niet altijd ruimte. Het register is een stok achter de deur. Leraren krijgen zo meer ruimte voor eigen vorming en worden weer eigenaar van hun beroep – en de leerling krijgt de best opgeleide leraar voor de klas.’
Dekker werkt al sinds 2013 aan de voorbereidingen voor de invoering van het wettelijk verplichte lerarenregister. De Algemene Onderwijsbond had er in 2014 kritiek op: toenmalig voorzitter Walter Dresscher noemde het een ‘strafregister’ dat extra ontslaggrond zou opleveren. Sindsdien is de AOb van mening veranderd, want de huidige voorzitter Liesbeth Verheggen zegt vandaag dat het register het beroep juist beschermt.

Sinds 2012 al vrijwillig
In 2012 ging het register al van start op vrijwillige basis. De beroepsgroep bepaalt zelf de inrichting, de vormgeving en de uitvoering van het register. Leraren leggen via het register verantwoording  af aan hun collega’s over het onderhoud van hun bekwaamheid. Een register draagt bij aan de kwaliteit van het beroep doordat het leraren stimuleert hun vaardigheden op niveau te houden en te verbeteren.

Na- en bijscholing zichtbaar
In het Lerarenregister worden alleen bevoegde leraren opgenomen. Maar voor gediplomeerde leraren is het belangrijk om zich te blijven professionaliseren via na- en bijscholing. Dit kunnen ze zichtbaar maken in het lerarenregister. Elke vier jaar wordt een inschrijving opnieuw beoordeeld. De beroepsgroep bepaalt zelf de criteria voor herregistratie. Leraren die niet voldoen aan die criteria krijgen een aantekening bij hun vermelding in het lerarenregister. Deze leraren kunnen op termijn niet meer voor de klas staan totdat ze kunnen aantonen dat hun vaardigheden weer op orde zijn.  Leraren die (nog) niet bevoegd zijn, komen in het registervoorportaal te staan.

Zorgvuldige invoering
De Onderwijsraad en de Raad van State hebben in hun adviezen aandacht gevraagd voor een zorgvuldige en gefaseerde invoering van het lerarenregister. Om hieraan tegemoet te komen heeft het kabinet de invoeringsperiode verlengd met vier jaar.

Lerarenbeurs
Het kabinet ondersteunt leraren die een extra opleiding willen volgen of zich willen laten bijscholen. Leraren kunnen bijvoorbeeld aanspraak maken op de Lerarenbeurs. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker stellen voor deze beurs bijna € 50 miljoen beschikbaar. Ook kunnen leraren een bijdrage uit het LerarenOntwikkelFonds aanvragen tot een maximum van € 75.000. Met dit fonds worden leraren ondersteund in het realiseren van hun eigen initiatieven voor beter onderwijs. Het lerarenregister helpt leraren om deze kansen te grijpen.