Bouwadviseurs willen af van normbedragen VNG

De kwaliteit van onderwijshuisvesting moet leidend zijn en niet de normbedragen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dat benadrukt het Platform Onderwijs Huisvesting, waarin verschillende bouwadviesbureaus zijn verenigd.

‘Normkosten zetten bestuurders op het verkeerde been en leiden niet tot kwaliteit’, stelt het platform, dat daarmee reageert op het advies van de VNG aan de gemeenten om de normbedragen voor nieuwbouw met 40 procent te verhogen.

Het bezwaar is volgens het platform dat gemeenten er ten onrechte van uit zouden kunnen gaan dat het marktconforme bedragen zijn voor de minimale kwaliteitseisen in het bouwbesluit.

‘Als brancheorganisatie hadden wij gehoopt dat de VNG zou besluiten de normkosten te verlaten vanuit de overweging om de kwaliteit van huisvesting voor nu en in de toekomst leidend te maken’, aldus het Platform Onderwijs Huisvesting.

Lees meer…

Kostenconfigurators renovatie, upgrading en nieuwbouw

VOS/ABB’s partner op het gebied van onderwijshuisvesting HEVO heeft twee geactualiseerde kostenconfigurators online gezet.

Om gemeenten en scholen sneller inzicht te geven in de investeringen voor renovatie en upgrading van schoolgebouwen, ontwikkelde HEVO de Kostenconfigurator voor Renovatie en Upgrading.

De update van de Nieuwbouwkostenconfiguratoren Primair Onderwijs 2018 en Voortgezet Onderwijs 2018 geeft inzicht in de benodigde investeringen voor de nieuwbouw van een school.

Scholenbouw duurder nu economie floreert

Bij de helft van de aanbestedingen voor scholenbouw in het primair en voortgezet onderwijs is 20 procent meer financiering nodig dan vooraf gebudgetteerd. Dat meldt platform Bouwstenen voor Sociaal op basis van een enquête onder gemeenten en scholen naar de recente aanbestedingspraktijk.

Uit de enquête blijkt dat in 9 procent van de gevallen het gereserveerde budget toereikend is. In alle andere gevallen kwam het aanbestedingsresultaat boven het budget uit. Bij de helft van de aanbestedingen bleek de overschrijding meer dan 20 procent. In enkele gevallen was de overschrijding 35 procent.

Opvallend is, zo meldt Bouwstenen voor sociaal, dat zowel de op VNG-normen gebaseerde budgetten als de budgetten die zijn gebaseerd op werkelijke kosten sterk worden overschreden. De sterke prijsstijging in de bouwsector heeft volgens het platform blijkbaar iedereen verrast.

Scholenbouw versoberen?

Bij vrijwel alle budgetoverschrijdingen wordt actief gezocht naar een oplossing, bijvoorbeeld in de vorm van bezuinigingen, een verhoging van het budget of een combinatie van beide.

Bij het zoeken naar extra budget wordt meer dan eens de school aangesproken. De gemeente houdt dan vast aan het eerder vastgestelde krediet. De keus is dan aan de school: bezuinigen of zorgen voor aanvullende financiering. Het kan er uiteindelijk toe leiden dat een aanbesteding mislukt en er een nieuw plan moet worden opgesteld.

VNG-norm omhoog?

De sterke verhoging van de bouwkosten frustreert de respondenten zichtbaar, meldt Bouwstenen voor sociaal. Om de gewenste kwaliteitsverbetering te realiseren vindt een aantal respondenten dat de VNG-norm omhoog moet met tenminste 25 tot 30 procent.

Eén van de respondenten adviseert om juist in tijden van hoogconjunctuur zo terughoudend mogelijk te zijn met investeringen, omdat anders  de bouwprijzen alleen maar verder worden opgedreven. In veel gevallen kan vervangende nieuwbouw of renovatie nog wel even wachten, aldus deze respondent.

 

Scholen willen bescherming tegen prutsende aannemers

Als het aan het Tweede lid Erik Ronnes van het CDA ligt, draaien schoolbesturen straks zelf op voor fouten van aannemers. Onder andere de PO-Raad en VO-raad willen dat voorkomen.

Ronnes wil dat met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen alleen consumenten worden beschermd tegen prutsende aannemers. Professionele opdrachtgevers, zoals schoolbesturen, zouden die bescherming niet nodig hebben.

Als de CDA’er (die ook toezichthouder is van de Stichting Optimus Primair Onderwijs in Cuijk) zijn zin krijgt, kunnen onder andere schoolbesturen aannemers niet aansprakelijk stellen voor gebreken als die ‘redelijkerwijs’ bij het bestuur bekend hadden moeten zijn.

De sectororganisaties wijzen er in hun brief op dat van schoolbesturen mag worden verwacht dat ze alles van onderwijs weten, maar niet dat ze ook op de hoogte zijn van allerlei bouwtechnische aspecten.

De PO-Raad en VO-raad en andere organisaties hebben hierover een brief naar de Tweede Kamer gestuurd.

Kabinet biedt zicht op meer scholenbouw

Het kabinet heeft via koning Willem-Alexander het onderwijs hoop gegeven op huisvestingsgebied. In de Troonrede zei hij dat investeringen in scholenbouw een oppepper kunnen geven aan de economie.

‘De regering zal – samen met pensioenfondsen, verzekeraars en banken – een Nederlandse investeringsinstelling oprichten. Het doel van deze instelling is grote beleggers te koppelen aan geschikte investeringsprojecten op terreinen als zorg, energie, schoolgebouwen en infrastructuur, om zo de economie te stimuleren’, zo staat in de Troonrede.

Het mag duidelijk zijn dat deze frase aansluit op de oproep die de brancheorganisatie Bouwend Nederland in augustus deed. Voorzitter Maxime Verhagen pleitte toen voor meer renovatie en nieuwbouw van scholen. Die activiteiten zouden de bouwsector uit de crisis kunnen trekken.

Verhagen baseerde zich op onderzoek van het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB), waaruit blijkt dat een schoolgebouw in de praktijk vaak 100 jaar wordt gebruikt. Volgens hem zijn de gebouwen daar niet op ontworpen. Hij wees er in augustus ook op dat uit hetzelfde onderzoek blijkt dat veel onderwijsgebouwen energieslurpers zijn.

Wat Verhagen in augustus zei, was in feite een herhaling van een pleidooi uit 2009 van VOS/ABB. Toen bleek al dat verscheidene gemeenten overwogen scholenbouwplannen naar voren te halen om de negatieve gevolgen van de crisis voor de bouwsector te verzachten en werkgelegenheid te creëren. VOS/ABB riep andere gemeenten toen op dat voorbeeld te volgen.

Het lijkt er op dat dit idee nu eindelijk door het kabinet wordt omarmd.

Wijziging modelverordening huisvesting geeft ruimte

De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) adviseert gemeenten om de wijzigingsverordening na het ‘op overeenstemming gerichte overleg’ (OOGO) met de schoolbesturen, vast te stellen voor 1 januari 2009. Hierdoor kunnen de aanvragen voor het programma 2010 worden beoordeeld op basis van het aangepaste model. De aanpassingen in de huisvestingsverordening zijn te downloaden via www.vng.nl.

 De uitgangspunten die geleid hebben tot de aanpassingen zijn:

1. Betere aansluiting bij de toenemende diversiteit in het onderwijs
Steeds meer scholen verlaten de klassikale vorm van onderwijsgeven. Het klaslokaal was echter nog steeds uitgangspunt in de verordening. Daarom is in de aangepaste model verordening huisvesting onderwijs het ruimtebehoeftemodel gemoderniseerd. Hierdoor is de ruimtebehoefte niet meer gekoppeld aan (speel)lokalen, maar is het aantal leerlingen direct gekoppeld aan het benodigd aantal vierkante meters (m2).Hierbij geldt de volgende formule: (200 + aantal leerlingen x 5,03) + (Schoolgewicht x 1,4). Het schoolgewicht wordt nu ook meegenomen in de berekening van de permanente ruimtebehoefte in plaats van alleen in de tijdelijke huisvesting.Schoolbesturen hebben door deze aanpassing in het ruimtebehoeftemodel meer vrijheid om aan de ruimte-invulling vorm te geven.  Om de ruimtebehoefte in m2 te kunnen bepalen, zal eerst ook de huidig beschikbare capaciteit van een gebouw bepaald moeten worden. Scholen met een ongunstige indeling van het gebouw (veelal bij oudere en/of monumentale scholen), kunnen hierbij de gemeente verzoeken om dit effect (éénmalig) te corrigeren.Deze wijziging heeft ook effect voor het niveau van inrichting van onderwijsleerpakketten en meubilair. Ook hierover moeten gemeente en schoolbestuur voorafgaand aan de wijziging van de huisvestingsverordening gezamenlijk vaststellen of de school voldoende ingericht is en zo ja, voor hoeveel eenheden OLP en meubilair.

 2. Wijziging bouwbesluit
In 2005 is het bouwbesluit 2003 gewijzigd. Hierbij is ook een aantal normen dat betrekking had op schoolgebouwen aangepast. Door dit besluit zijn gedetailleerde normeringen ingeruild voor basiseisen, die voor alle onderwijsinstellingen gelijk zijn (voorbeeld het realiseren van een speellokaal is niet meer wettelijk verplicht).  Naast helderheid voor het onderwijs, bied dit nieuwe besluit ook veel meer flexibiliteit.

 3. Vereenvoudiging regelgeving en vermindering regels/administratieve lasten

Veel gemeenten en onderwijsinstellingen ervaren dat regelgeving in de huisvestingsverordening een belemmering is voor lokaal beleid en dat dit tot teveel administratieve procedures leidt. Ook op dit punt is de verordening aangepast.