Initiatief tegen ‘plofklassen’ strandt in Tweede Kamer

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt geen maximumgrens aan het aantal leerlingen per klas. Dat zei hij woensdag in de Tweede Kamer in het debat over het burgerinitiatief Stop de overvolle klassen van de vakbond Leraren in Actie.

Dekker wees er in het debat op dat de grootte van de klas niet per definitie invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs. Hij noemde die veronderstelling ‘een karikatuur’. Hij benadrukte dat de politiek in Den Haag niet van bovenaf met een maximumnorm moet komen. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt hem op dit punt.

PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma zei dat ze klassen met meer dan 30 leerlingen ‘moeilijk uit te leggen’ vindt, maar ze zei ook dat als scholen daar een goede reden voor hebben ze voor grote klassen mogen kiezen. Karin Straus van de VVD zei dat het beter is om te investeren in de kwaliteit van leraren dan in kleine klassen.

D66’er Paul van Meenen merkte op dat het bij het bestrijden van ‘plofklassen’ niet alleen gaat om extra geld, maar ook om minder regels en betere medezeggenschap voor ouders en leraren. Norbert Klein van 50PLUS maakte zich in het debat vooral druk om de oudere leraren. De werkdruk wordt voor hen te hoog en daarom moet er volgens Klein in het onderwijs een goed seniorenbeleid komen.

Maatwerk op schoolniveau
De PO-Raad noemt het burgerinitiatief ‘sympathiek’, maar vindt het een taak van scholen en niet van de overheid om te besluiten over de grootte van klassen. ‘Groepsgrootte is immers maatwerk op schoolniveau’, aldus de sectororganisatie. VOS/ABB is het hiermee eens.

Ook de VO-raad vindt het verstandig dat de beoordeling van de optimale groepsgrootte aan de scholen wordt gelaten en niet sectoraal wordt opgelegd.

‘Moeten we niet willen’
De Algemene Onderwijsbond (AOb) is weliswaar voor kleinere klassen, maar wil ook geen maximum. ‘Als we 23 als maximum zouden eisen en leerling 24 meldt zich, dan moet een school de groep dus gaan splitsen, bijvoorbeeld tot twee keer twaalf. Met het risico dat een school financieel in de problemen komt. Dat moeten we niet willen’, meldt bestuurslid Liesbeth Verheggen op de website van de AOb.

Klassengrootte: teldatum cruciaal

In de discussie over de klassengrootte is de teldatum cruciaal. Die teldatum kan verklaren waarom de onderwijsvakbond AOb en het ministerie van OCW tot zulke verschillende conclusies komen over de gemiddelde klassengrootte.

Dat zegt een van de leden van VOS/ABB, directeur Mieke Duvalois van obs De Nijenoord in Wageningen. Zij wijst erop dat met name groep 1, een instroomgroep, op 1 oktober veel minder leerlingen telt dan bijvoorbeeld op 1 juni.

De AOb meldde vorige week dat er veel klassen zijn met meer dan 28 leerlingen. Op scholen met 200 tot 500 leerlingen zou 40 procent van de klassen groter zijn dan 28 leerlingen, en een op de vijf leerkrachten op grote scholen zou zelfs voor een groep met meer dan 30 leerlingen staan. Staatssecretaris Dekker reageerde daarop door te wijzen op representatief onderzoek, waaruit blijkt dat de gemiddelde klas in Nederland 23,3 leerlingen telt.

Mieke Duvalois wijst erop dat groep 1 op 1 oktober vaak nog maar 15 kinderen heeft, terwijl dat er aan het eind van het schooljaar rond de 30 zijn, omdat het een instroomgroep is. Als er geteld wordt op 1 oktober, zoals het ministerie gewoonlijk doet, halen deze groepen het gemiddelde dus aanzienlijk naar beneden.

Deze discussie is een reactie op het burgerinitiatief tegen overvolle klassen van Leraren in Actie (LIA). Deze organisatie heeft vorige week bijna 47.000 handtekeningen aangeboden aan de Tweede Kamer met de oproep de klassen kleiner te maken.

 

Burgerinitiatief ‘Stop de overvolle klassen’

De vakbond Leraren in Actie (LiA) heeft een burgerinitiatief gelanceerd om het maximumaantal leerlingen per klas in het reguliere onderwijs omlaag te brengen naar 28.

LiA signaleert dat er steeds meer grote klassen zijn met soms wel 36 leerlingen. Dat is volgens deze vakbond een ondoenlijk aantal.

Het maximale aantal leerlingen in het reguliere primair en voortgezet onderwijs zou met ingang van het volgende schooljaar 28 per klas moeten bedragen. Het maximumaantal zou in de jaren daarna moeten worden afgebouwd naar 24 leerlingen per klas.

Om dit te bewerkstelligen, heeft LiA het burgerinitiatief Stop de overvolle klassen gelanceerd. Een dergelijk initiatief moet door de Tweede Kamer in behandeling worden genomen als minimaal 40.000 mensen het ondersteunen.

Klassen nauwelijks gegroeid
Het burgerinitiatief volgt op een recent onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb), waaruit blijkt dat het gemiddelde aantal leerlingen per klas in het reguliere onderwijs nauwelijks is toegenomen, terwijl in het speciaal onderwijs de gemiddelde groepsgrootte licht is gedaald.

Het gaat volgens LiA echter niet om de gemiddelde klassenomvang, maar om de uitschieters.