Compensatie voor scholen die te weinig geld kregen

Basisscholen die te weinig achterstandsgeld kregen, kunnen rekenen op compensatie. Het gaat om bedragen van enkele honderden tot meer dan 10.000 euro per school.

De compensatie heeft te maken met de nieuwe CBS-indicator voor het bepalen van het onderwijsachterstandenbudget. Een aantal scholen kreeg als gevolg van een technische wijziging in die indicator te weinig geld. Scholen die te veel geld kregen, mogen dat houden.

Op een lijst van het ministerie van OCW staat per school en bestuur vermeld hoeveel compensatie er wordt toegekend.

Grote herverdeling van budget leerplusarrangement

Scholen voor voortgezet onderwijs moeten er rekening mee houden dat het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden (leerplusarrangement) op een heel andere manier wordt verdeeld. Dat blijkt uit een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek gedaan naar een andere systematiek voor de verdeling van het geld uit het leerplusarrangement. Nu wordt nog gekeken naar het aandeel leerlingen per school dat woont in armoedeprobleemcumulatiegebieden (apc-gebieden). Dat zijn viercijferige postcodegebieden waar het gemiddelde inkomen laag is en waar veel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond wonen.

Doordat in de indicator ‘niet-westerse migratieachtergrond’ bepalend is, krijgen scholen in steden met veel niet-westerse allochtonen (bijvoorbeeld Turken en Marokkanen) gemiddeld meer onderwijsachterstandengeld dan scholen in niet-stedelijke gebieden met maar weinig bewoners met een niet-westerse migratieachtergrond.

Slob: ‘Aanzienlijke herverdelingseffecten’

In het primair onderwijs wordt nu al gewerkt met een nieuwe door het CBS ontwikkelde indicator. Die brengt volgens de minister ‘de doelgroep beter in kaart’, waardoor ‘de middelen daar terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn’.

Slob wil nu ook dat er een dergelijke indicator komt voor het voortgezet onderwijs. Dat gaat niet van vandaag op morgen, relativeert hij, maar de nieuwe indicator zal leiden tot ‘aanzienlijke herverdelingseffecten’. Hij verwacht zelfs dat de herverdeling meer impact zal hebben op het voortgezet onderwijs dan eerder op het primair onderwijs.

Lees meer…

Waar zijn grootste risico’s op onderwijsachterstanden?

Het ministerie van OCW en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben online kaarten gemaakt waarop tot op wijkniveau te zien is waar de grootste risico’s zijn op onderwijsachterstanden. 

De online kaarten zijn gemaakt in het kader van de nieuwe verdeling van het onderwijsachterstandengeld over de gemeenten. Voor die verdeling gebruikt het ministerie van OCW een nieuwe indicator die is ontwikkeld door het CBS. Het doel daarvan is dat het geld evenwichtiger wordt verdeeld.

Met behulp van de nieuwe indicator kunnen onderwijsscores worden berekend per peuter (2,5 tot 4 jaar) en basisschoolleerling. De onderwijsscores bij elkaar opgeteld vormen de achterstandsscores per gemeente. Deze scores drukken de verwachte achterstandsproblematiek per gemeente uit. Op basis daarvan verdeelt OCW het onderwijsachterstandenbudget.

Om het toegekende geld zo doelgericht mogelijk in te kunnen zetten, is het voor gemeenten van belang om te weten waar het risico op onderwijsachterstanden het grootst is. Dat kunnen ze tot op wijkniveau zien op de online kaarten die nu voor iedereen beschikbaar zijn.

Voor alle asielzoekerskinderen achterstandsgeld

Asielzoekerskinderen tellen altijd mee voor het onderwijsachterstandenbudget. Door dit besluit van onderwijsminister Arie Slob worden basisscholen met veel asielzoekersleerlingen minder hard geraakt door de komende herverdeling van dit geld op basis van de CBS-indicator.

Ongeveer 25 scholen met veel asielzoekersleerlingen zouden er door de herverdeling van het onderwijsachterstandengeld meer dan 100.000 euro op achteruitgaan. Dat heeft te maken met de nieuwe verdeling van het geld op basis van een indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze indicator houdt rekening met het opleidingsniveau van de ouders. Dat leidt tot problemen, omdat van veel ouders die als asielzoekers in Nederland zijn het opleidingsniveau niet bekend is.

‘Daarom heb ik besloten om alle leerlingen die bij het CBS bekend zijn als asielzoeker automatisch een onderwijsscore toe te kennen in de doelgroep van 15 procent. Hierdoor tellen asielzoekersleerlingen (…) altijd mee in de onderwijsachterstandenbekostiging voor scholen’, zo staat in een brief van minister Slob aan de Tweede Kamer.

De minister voegt hieraan toe dat ondanks deze maatregel nog steeds herverdeeleffecten blijven bestaan voor scholen met asielzoekerskinderen. Die negatieve effecten zullen echter minder groot zijn dan gevreesd.

Lees meer…

Onderzoek naar herverdeeleffecten achterstandsgeld

Onderwijsminister Arie Slob heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven te onderzoeken hoe groot de herverdeeleffecten zijn van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Dat meldt hij aan de Tweede Kamer.

Deze zomer bleek uit onderzoek dat er grote (negatieve) herverdeeleffecten kunnen optreden als er te weinig gegevens bekend zijn over de leerlingen of over hun ouders, bijvoorbeeld doordat zij niet in de Basisregistratie Personen voorkomen. Met name scholen met veel vluchtelingenkinderen hebben hiermee te maken.

Slob onderkent dit probleem en benadrukt dat hij ‘iedere school met grote achterstandsproblematiek’ in staat wil stellen ‘de onderwijskansen van de leerlingen te vergroten’. Dat is voor hem reden om het CBS opdracht te geven ‘dit knelpunt nader te onderzoeken, om te bezien hoe dit technisch opgelost kan worden’.

Hij belooft de Tweede Kamer te zorgen voor een ‘passende oplossing’ voordat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd.

Lees meer…

Hoe moet achterstandsgeld worden herverdeeld?

Onderwijsminister Arie Slob noemt in een brief aan de Tweede Kamer vijf varianten voor de herverdeling van achterstandsgeld. Wij willen graag van u weten welke variant uw voorkeur heeft, zodat we uw input kunnen delen met de politiek. U kunt uw reactie mailen aan politiek adviseur Ronald Bloemers.

Op grond van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ‘moet de verdeling van het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid toekomstbestendig worden gemaakt’, zo meldt Slob in zijn brief. Hij wijst erop dat de huidige verdeelsystematiek leidt tot ongelijkheid tussen gemeenten die min of meer met dezelfde onderwijsachterstandenproblematiek te maken hebben.

‘Bovendien baseren we ons op een verouderde indicator, waardoor de verdeling van het geld voor onderwijsachterstanden niet past bij de kinderen die ook daadwerkelijk een risico hebben op een achterstand. Nu werken we voor gemeenten met gegevens uit 2009. Met de nieuwe indicator is er elk jaar een actuele basis voor de verdeling
van de middelen’, aldus de minister.

Varianten

De vijf varianten voor een nieuwe verdeling van het achterstandsgeld komen kortweg hierop neer:

  • Variant A: Sterke focus op grootste risico’s
    Het uitgangspunt bij deze variant is dat gemeenten en scholen met veel en zware achterstandsproblematiek meer geld krijgen. Alleen kinderen met een zeer groot risico op een onderwijsachterstand tellen mee. Door de toepassing van een drempel maakt het voor het budget per kind uit waar een kind woont. De verdeling van het geld is zeer gericht.
  • Variant B: Focus op grootste risico’s
    In vergelijking met variant A is de doelgroep uitgebreid. In deze variant wordt dezelfde drempel voor gemeenten en scholen gehanteerd als in variant A, maar deze telt door de uitbreiding van de doelgroep verhoudingsgewijs minder zwaar mee.
  • Variant C: Verbreden van de doelgroep
    Ten opzichte van eerdere varianten en de huidige situatie wordt in deze variant de doelgroep licht verbreed, binnen het bestaande budget. Daarnaast wordt er geen onderscheid tussen gemeenten gemaakt: er is geen drempel voor gemeenten opgenomen en er wordt geen deelbudget gehanteerd. Voor scholen wordt er net als in de overige varianten wel een drempel gehanteerd. Doordat de doelgroep groter is, komen er meer scholen boven de drempel uit, waardoor het geld meer verspreid worden dan in variant A en B.
  • Variant D: Extra aandacht voor problematiek grootste gemeenten
    Bij deze variant zullen de vier grootste gemeenten een apart deelbudget ontvangen. In deze variant is gekozen voor een deelbudget voor de G4, omdat de herverdeeleffecten daar het grootst zullen zijn. Bij scholen wordt in deze variant een hogere drempel gehanteerd dan in variant C.
  • Variant E: Lichte risico’s tellen ook mee
    In deze variant ontvangen scholen en gemeenten ook geld voor relatief lichtere
    achterstandenproblematiek, in vergelijking met zowel de huidige situatie als
    bovenstaande varianten. Hierdoor raakt het budget meer versnipperd.

De varianten worden uitgebreid toegelicht in de brief van Slob.

Wat vindt u?

Beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB wil graag van u weten welke variant uw voorkeur heeft en waarom dat zo is. U kunt uw reactie mailen naar rbloemers@vosabb.nl.

VOS/ABB wil uw mening gebruiken om input te leveren aan het ministerie van OCW en de politiek.

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…