Onderwijs scoort gemiddeld met zzp’ers

Van de mensen die in de periode 2008-2010 als zzp’er in het onderwijs gingen werken, was na vijf jaar 42 procent nog steeds zelfstandige zonder personeel. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens van de Belastingdienst.

Het onderwijs scoort hiermee gemiddeld, net zoals de handel en de horeca. Sectoren waar de meeste zzp’ers als zodanig actief bleven, zijn de landbouw, de bouw en de industrie. De gezondheidszorg en het openbaar bestuur zijn de sectoren met de minste zzp’ers die na vijf jaar nog aan het werk waren als zelfstandige zonder personeel.

Lees meer…

 

 

 

Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Onderzoek naar herverdeeleffecten achterstandsgeld

Onderwijsminister Arie Slob heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven te onderzoeken hoe groot de herverdeeleffecten zijn van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Dat meldt hij aan de Tweede Kamer.

Deze zomer bleek uit onderzoek dat er grote (negatieve) herverdeeleffecten kunnen optreden als er te weinig gegevens bekend zijn over de leerlingen of over hun ouders, bijvoorbeeld doordat zij niet in de Basisregistratie Personen voorkomen. Met name scholen met veel vluchtelingenkinderen hebben hiermee te maken.

Slob onderkent dit probleem en benadrukt dat hij ‘iedere school met grote achterstandsproblematiek’ in staat wil stellen ‘de onderwijskansen van de leerlingen te vergroten’. Dat is voor hem reden om het CBS opdracht te geven ‘dit knelpunt nader te onderzoeken, om te bezien hoe dit technisch opgelost kan worden’.

Hij belooft de Tweede Kamer te zorgen voor een ‘passende oplossing’ voordat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd.

Lees meer…

Te laag schooladvies als kind uit arm gezin komt

Het schooladvies van groep 8’ers uit gezinnen met weinig geld wordt vaker naar boven bijgesteld dan dat van leerlingen van wie de ouders een hoog inkomen hebben, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS verdeelde voor het onderzoek naar de verschillen tussen het aantal aangepaste schooladviezen de gezinnen in vijf inkomensgroepen. In de hoogste inkomensgroep werd in het schooljaar 2016-2017 bij 6,2 procent van de groep 8-leerlingen het schooladvies na de eindtoets naar boven bijgesteld, terwijl dat in de laagste inkomensgroep 9,1 procent was.

Het CBS vermeldt dat dit onderzoek slechts aangeeft dat er wat betreft het bijstellen van de schooladviezen verschillen zijn tussen inkomensgroepen, maar dat het niet een verklaring of oorzaak van die verschillen geeft. Er spelen volgens het CBS waarschijnlijk meer factoren een rol dan alleen de hoogte van de gezinsinkomens.

Het schooladvies voor vervolgonderwijs na de basisschool kan naar boven worden bijgesteld op basis van de score op de eindtoets in groep 8. De eindtoets functioneert als een second opinion. Als de score op de eindtoets hoger is dan wat de school adviseert, kan dat advies naar boven worden bijgesteld.

Lees meer…

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Gestage groei overwerk in onderwijs

In het onderwijs wordt veel overgewerkt, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de Enquête Beroepsbevolking 2017. Bijna de helft (45 procent) van de docenten en onderwijsassistenten werkt geregeld over en het aantal uren overwerk groeit.

De beroepsgroep waarin het meest wordt overgewerkt is die van de managers (56 procent), daarna volgt het onderwijs. Voor dit onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soms, regelmatig of niet overwerken. Bij de managers en de mensen met een pedagogisch beroep gaat het om regelmatig overwerk. Het minste overwerk wordt gemeld in dienstverlenende beroepsgroepen,zoals de horeca en schoonmaaksector. Een derde van alle werknemers maakt nooit meer uren dan contractueel is vastgelegd.

Steeds langer overwerken

Werknemers die regelmatig overwerken, deden dat in 2017 gemiddeld 6 uur per week. Bij soms overwerken gaat het om 3 overuren per week. ‘Gemiddeld genomen ligt het aantal uren overwerk al jaren min of meer gelijk, behalve bij de beroepsgroepen zorg en onderwijs. Daar zien we een gestage groei van het overwerk’, zegt Tanja Traag van het CBS in een toelichting voor de NOS.

Meer over de Enquête Beroepsbevolking

 

 

 

 

Achterstandsgeld anders verdeeld: Groningen in de plus

De nieuwe manier waarop het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden wordt verdeeld, zorgt ervoor dat gemeenten in Groningen er geld bij krijgen, meldt het Dagblad van het Noorden (DvhN).

Het kabinet heeft voor een andere verdeelsleutel gekozen ‘waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben’, zo meldde het ministerie van OCW in april. In het nieuwe systeem gaat minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Onderwijsminister Slob zei er in april dit over: ‘Ik wil dat ieder kind in Nederland, ongeacht in welke omgeving het opgroeit, de kans krijgt om zijn gaven en talenten tot bloei te laten komen. Alles overwegende lukt dat het beste als we het geld hiervoor op deze manier verdelen.’

Nieuwe indicator CBS

De nieuwe verdeelsleutel op basis van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt erop dat er meer onderwijsachterstandsgeld naar kleine(re) gemeenten en plattelandsgebieden gaat. Dat is te merken in de provincie Groningen, zo meldt het DvhN.

‘De stad Groningen is met ruim 1,4 miljoen euro extra de koploper’, zo staat in de noordelijke krant. Ook andere Groningse gemeenten krijgen volgens de krant meer onderwijsachterstandsgeld: ‘Oldambt krijgt er ruim een miljoen euro bij, Veendam bijna acht ton en Stadskanaal bijna zeven ton. Midden-Groningen krijgt ruim 1,3 miljoen extra.’

Oost-Groningen

Bestuursvoorzitter Jaap Hansen van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen (SOOOG) zegt in de krant te hopen dat de gemeentebesturen het extra geld ook daadwerkelijk gaan inzetten voor het kind. ‘En niet voor een verfbeurt, nieuwe kozijnen of tapijt. Dit geld moet echt naar de kinderen gaan.’

Hij pleit ervoor het in te zetten voor extra peuteropvang. ‘Alle peuters in de leeftijd van twee, drie jaar moeten eigenlijk vier ochtenden in de week naar de opvang. Er is weliswaar overal peuteropvang, maar de frequentie kan omhoog. We laten nu aan de onderkant nog te veel liggen, waardoor we dat aan de bovenkant op hogere leeftijd moeten repareren. Voor peuters is het belangrijk dat ze op jonge leeftijd met uitdagingen te maken krijgen en lerend spelen. Maar gemeenten moeten dan wel kwaliteitseisen stellen en resultaatgericht gaan werken’, aldus Hansen in het DvhN.

Mensen in onderwijs blijven lang bij zelfde werkgever

Het onderwijs is een van de sectoren waar mensen lang bij dezelfde werkgever blijven, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bijna 45 procent van de mensen die in het onderwijs werken, zit al tien jaar of langer bij dezelfde werkgever, terwijl bijna 21 procent er vijf tot tien jaar bij zit. Alleen in de industrie en bij de overheid en in het openbaar bestuur is de zogenoemde baanduur langer dan in het onderwijs.

Sectoren waarin mensen maar kort bij dezelfde werknemer blijven, zijn de cultuur, de landbouw en de horeca.

Lees meer…

Bijna overal meer banen, maar niet in onderwijs

Het aantal banen in het onderwijs is in het vierde kwartaal met 2.000 gedaald ten opzichte van het kwartaal ervoor, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Daarmee is het onderwijs een uitzondering, want in de meeste sectoren nam het aantal banen juist (sterk) toe. Volgens het CBS was er sinds het vierde kwartaal zelfs sprake van een ‘gespannen arbeidsmarkt’.  Dat is voor het eerst sinds de hoogconjunctuur in de jaren 2007 en 2008. In een gespannen arbeidsmarkt is de vraag naar arbeid bovengemiddeld en het beschikbare aanbod van arbeid relatief laag.

De sterkte stijging van het aantal banen deed zich voor bij de uitzendbureaus (24.000 banen erbij), in de sector ‘handel, vervoer en horeca’ (+14.000) en de zorg (+11.000). Het onderwijs is met een daling van 2000 banen samen met de landbouw en visserij en de industrie hekkensluiter.

Lees meer…

Vrouwen melden zich vaker ziek dan mannen

Vrouwen melden zich vaker ziek dan mannen. Dat geldt voor alle leeftijdsgroepen, maar in de leeftijd van 25 tot 35 jaar is het ziekteverzuim onder vrouwen zelfs twee keer zo hoog als onder mannen.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). Daaruit blijkt ook dat de ziekteverzuimpercentages stijgen met het oplopen van de leeftijd van werknemers. Onder 15- tot 25-jarigen is het verzuimcijfer het laagst. Ook is in die leeftijdsgroep het sekseverschil gering, net als onder 55- tot 65-jarigen.

Het opvallendst is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar. Dat vrouwen zich in die leeftijdscategorie vaker ziek melden, is deels terug te voeren op ziekte tijdens de zwangerschap en na het bevallingsverlof, meldt het CBS. Gemiddeld ligt het verzuimpercentage voor vrouwen van die leeftijd op 4,3 en van even oude mannen op 2,2.

Duur ziekteverzuim

Het ziekteverzuimpercentage is met 6 het hoogst bij de 55- tot 65-jarige werknemers, maar in die categorie is weinig verschil tussen mannen en vrouwen. Ook de duur van het ziekteverzuim loopt op met de leeftijd. De jongeren zijn meestal maar 1 tot 5 werkdagen ziek thuis, terwijl de ouderen vaak 5 tot 10 dagen of zelfs 20 dagen of meer verzuimen.

Het CBS heeft eerder uitgezocht waar de zieke werknemers het meeste last van hebben. Oudere werknemers hebben vaker te maken met rug-, nek- en gewrichtsklachten en hart- en vaatziekten, terwijl jongeren vaker last hebben van astma en migraine.

In dit onderzoek van het CBS is niet gekeken naar specifieke sectoren. Het onderwijs heeft een relatief hoog ziekteverzuim (4,9 procent in 2016) en er werken veel vrouwen in deze sector, maar het CBS legt hier dus geen verband tussen.

Bekijk de grafieken op de website van het CBS

Zomerpiek in WW-uitkeringen onderwijs vlakt af

Het Centraal Bureau voor de Statistiek signaleert een afvlakking van de zomerse piek in het aantal WW-uitkeringen in het basisonderwijs.

Elk jaar gaat in augustus het aantal werkloosheidsuitkeringen in het basisonderwijs omhoog. Dat heeft te maken met tijdelijke contracten die in juli aflopen.

Ook deze zomer was er een piek. In augustus lag het aantal WW-uitkeringen in het onderwijs 10,9 procent hoger dan in juli. De piek vlakt echter wel steeds verder af, meldt het CBS.

Een oorzaak daarvan noemen de statistici niet, maar het afvlakken van de piek kan erop duiden dat minder mensen in het basisonderwijs een tijdelijk contract hebben dat aan het begin van de zomervakantie afloopt.

Lees meer…

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…

 

Herverdeling achterstandsgeld door nieuwe indicatoren

Een nieuwe regeling met andere indicatoren voor het bepalen van onderwijsachterstanden zal leiden tot een herverdeling van het geld dat daarvoor beschikbaar is. Hoe die herverdeling over de scholen en gemeenten eruit gaat zien, hangt af van nog te maken keuzes van het ministerie van OCW, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil dat onderwijsachterstanden beter in kaart worden gebracht. Daarnaast wil hij door gebruik te maken van centraal geregistreerde data de administratieve lasten van de scholen verminderen. In de huidige regeling stellen scholen zelf het gewicht van de leerlingen vast door bij ouders na te vragen wat het opleidingsniveau is. Dit levert de scholen veel administratie op.

Op verzoek van Dekker heeft het CBS een aantal inidicatoren bepaald op basis waarvan onderwijsachterstanden het beste kunnen worden bepaald. Deze indicatoren kunnen worden bepaald op basis van centraal geregistreerde data:

  • opleidingsniveau van de moeder en de vader;
  • gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school;
  • het land van herkomst van de ouders;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • of het gezin in de schuldsanering zit.

Het CBS heeft op basis van deze indicatoren een vergelijking gemaakt met de huidige onderwijsachterstandenregeling. Uit de analyses van het CBS blijkt dat er herverdeeleffecten zullen optreden. ‘Er zijn zowel scholen als gemeenten die volgens de nieuwe berekening relatief hoog scoren en in de huidige regeling een relatief lage positie hebben en vice versa’, zo meldt het CBS.

Hoe groot deze effecten precies zijn, kan volgens het CBS pas worden bepaald nadat duidelijk is geworden hoe het ministerie van OCW het onderwijsachterstandenbeleid gaat herzien.

Lees meer…

Noorden heeft grootste aandeel vmbo’ers

In het noorden van Nederland kiezen relatief veel leerlingen voor het vmbo. In de provincies Utrecht en Noord-Holland is het aandeel vmbo’ers het kleinst. Dat staat in de Landelijke jeugdmonitor 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2015-2016 ging ongeveer 60 procent van de derdeklassers in Friesland en Drenthe naar het vmbo. Ook in Flevoland ging het om een dergelijk aandeel. Hierna volgen Groningen en Overijssel met 58 procent. In de provincies Noord-Holland en Utrecht was het aandeel vmbo’ers het kleinst met respectievelijk 51 en 47 procent.

Als op gemeentelijk niveau wordt gekeken, dan hebben Bellingwedde en Pekela in de provincie Groningen en de gemeente en Urk met ongeveer 73 procent het grootste aandeel derdeklassers op het vmbo, Dit aandeel is beduidend kleiner in de gemeenten Oegstgeest, Bloemendaal en Heemstede, waar drie op de tien derdeklassers een vmbo-opleiding volgden. In deze laatste drie gemeenten wonen relatief veel hoogopgeleide ouders. Hun kinderen zitten vaak op havo of vwo.

Binnen het vmbo is de theoretische leerweg de meest gekozen opleiding. De gemengde leerweg wordt het minst gevolgd.

Werkloosheid daalt, maar niet in onderwijs

In het onderwijs lag de werkloosheid vorige maand op vrijwel hetzelfde niveau als in oktober 2015. Dat blijkt uit de jongste Nieuwsflits Arbeidsmarkt van uitkeringsinstantie UWV.

Het totale aantal lopende WW-uitkeringen laat vanaf april dit jaar een daling zien. Het UWV telde eind vorige maand circa 420.000 lopende WW-uitkeringen. Dat waren er ongeveer 5000 minder (-1,1 procent) dan in september.

Vanuit de bouwnijverheid (-5,5 procent) en het onderwijs (-4,0 procent) daalde het aantal WW-uitkeringen het sterkst in oktober vergeleken met september. In het onderwijs bedroeg het aantal lopende WW-uitkeringen in oktober 17.412.

Werkloosheid past in jaarlijkse trend

De afname in het onderwijs in oktober heeft te maken met de jaarlijkse trend die optreedt na de zomervakantie. Als het aantal lopende WW-uitkeringen wordt vergeleken met oktober 2015, dan blijkt er nauwelijks een verschil te zijn.

Voortijdige schooluitval flink gedaald

Het aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen. In tien jaar tijd is hun aantal afgenomen van 10,8 procent naar 5,4 procent. Jongens met een niet-westerse achtergrond stoppen het vaakst voortijdig met hun opleiding.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag. Het gaat voornamelijk om uitval uit het middelbaar beroepsonderwijs (21.000 jongeren). Ook in het voortgezet onderwijs zijn in het schooljaar 2014/15 ruim 5000 leerlingen zonder startkwalificatie van school gegaan (0,5 procent). Dit is een flinke daling sinds 2004/05, toen hun aantal nog rond de 2 procent lag. In de periode daarna is de overheid begonnen met de aanpak ‘Aanval op de uitval’.

Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs gaat het vooral om vmbo-leerlingen die van school gaan. Ook jongeren met een vmbo-diploma die niet verder leren, worden geteld als voortijdig schoolverlater, omdat het vmbo-diploma niet wordt gezien als een startkwalificatie. Jongeren moeten minimaal een opleiding hebben op mbo-2-niveau. Jongeren die na het behalen van een havo- of vwo-diploma stoppen met leren, hebben wel een startkwalificatie en worden dus niet beschouwd als voortijdig schoolverlaters.

Jongens gaan vaker voortijdig van school dan meisjes en dat geldt met name voor jongens met een niet-westerse achtergrond. De voortijdige schooluitval is het hoogst in de grote steden in Noord- en Zuid-Holland, en het laagst in Friesland, Drenthe en Overijssel.

Meer informatie

Meer WW-uitkeringen in onderwijs

Het aantal WW-uitkeringen in het onderwijs is met 3 procent gestegen. Daarmee is het onderwijs een uitzondering, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS meldt dat in juni voor de derde maand op rij het aantal lopende WW-uitkeringen afnam. Uitkeringsinstantie UWV telde er eind juni ruim 438.000. Dat was ten opzichte van mei een afname met 9000 duizend (-2 procent).

Het aantal uitkeringen nam relatief het sterkst af in seizoengevoelige sectoren, zoals de bouwnijverheid (-10 procent), de landbouw (-9 procent) en bij uitzendbedrijven (-9 procent).

In het onderwijs echter was sprake van een toename met 3 procent. Het is opmerkelijk dat er al in juni een toename te zien was. Meestal neemt het aantal WW-uitkeringen in het onderwijs pas in de zomervakantie toe. Het is uit de informatie van het CBS niet op te maken of de toename mogelijk verband houdt met de Wet werk en zekerheid (WWZ) die op 1 juli van kracht werd.

Lees meer…

Hogere loonkosten maken onderwijs duurder

De totale uitgaven van onderwijsinstellingen die de overheid bekostigt zijn in de periode 2004-2014 toegenomen met 3,6 miljard tot 33,4 miljard euro, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Deze toename komt volgens het CBS vooral door de groei van het aantal studenten, maar ook door hogere loon- en materiële kosten.

De toegenomen uitgaven per ‘onderwijsvolgende’, zoals het CBS schrijft, verhoogden de totale onderwijskosten met 445 miljoen euro, waarvan 411 miljoen als gevolg van gestegen loonkosten. De overige 34 miljoen betreft materiële kosten.

Lees meer…

Meer werkloosheidsuitkeringen in onderwijs

Het aantal werkloosheidsuitkeringen in het onderwijs is in december toegenomen in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat de werkloosheid in het laatste kwartaal van 2015 met gemiddeld 7000 per maand is gedaald. De twee maanden daarvoor stokte de daling van de werkloosheid nog.

In december waren 588.000 mensen werkloos. Dat komt neer op 6,6 procent van de beroepsbevolking. Het aantal werkenden nam in de afgelopen drie maanden licht toe met gemiddeld 3000 per maand.

December 2015 telde 446.000 WW-uitkeringen, 1,1 procent meer dan december 2014. Onder andere in het onderwijs nam het aantal uitkeringen toe.

Lees meer…

Adoptiekinderen uit China doen het goed op school

Uit China geadopteerde kinderen doen het op school beter dan niet-geadopteerde kinderen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS meldt ook dat de prestaties van adoptiekinderen uit Zuid-Korea vergelijkbaar zijn met die van niet-geadopteerde kinderen. Kinderen uit andere landen zitten gemiddeld op een lager onderwijsniveau. Het CBS keek voor de vergelijking naar leerlingen van 15 jaar.

Dat geadopteerde kinderen uit China het zo goed doen, kan volgens het CBS te maken hebben met de zogenoemde éénkindpolitiek van de Volksrepubliek. Ouders die een tweede kind kregen, boden hun jongen of meisje niet uit armoede ter adoptie aan, maar omdat ze van de Chinese autoriteiten geen tweede kind mochten hebben.

‘Deze kinderen hebben daarom misschien voor de geboorte gunstigere leefomstandigheden gehad dan andere adoptiekinderen, wat mogelijk zou kunnen bijdragen aan de hogere onderwijsprestaties’, aldus het CBS.

Ook Zuid-Koreaanse adoptiekinderen doen het goed op school, maar kinderen die uit andere landen geadopteerd werden, bijvoorbeeld uit Colombia, hebben volgens het CBS gemiddeld een lager onderwijsniveau dan niet-geadopteerde kinderen.

CBS heeft gratis lesmateriaal voor basisonderwijs

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) biedt vier gratis lessen aan voor de bovenbouw van het basisonderwijs.

Leerlingen leren verschillende grafiektypen herkennen. Een les met meer verdieping gaat over de weergave van grafieken en hoe deze de lezer kan beïnvloeden.

Lees meer…

Ondanks veel lesuren heeft Nederland efficiënt onderwijs

Het onderwijs in Nederland is efficiënter dan dat in andere landen binnen en buiten Europa. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van het eigen scientific paper Kan het onderwijs in Nederland efficiënter? 

Uit de vergelijking door het CBS van de efficiëntie van het onderwijs in 33 landen blijkt dat landen met een hoge efficiëntiescore doorgaans relatief weinig verplichte lesuren kennen.

Nederland wijkt daarvan af: bij ons hebben leerlingen internationaal gezien veel verplichte lesuren. Toch is de efficiency van het Nederlandse onderwijs hoog, meldt het CBS, doordat Nederlandse leerlingen hoog scoren op de internationale PISA-toets.

Lees meer…

CBS signaleert dat werkloosheid afneemt

De werkloosheid daalt licht, ook in het onderwijs. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het is voor het eerst dit jaar dat de werkloosheid is afgenomen doordat er meer mensen aan het werk zijn. In maart daalde het aantal werklozen ook, maar toen was de oorzaak dat mensen zich terugtrokken van de arbeidsmarkt. De werkloosheid is in mei gedaald met 14.000 personen en kwam uit op 8,6 procent van de beroepsbevolking, meldt het CBS.

Ook in het onderwijs is minder werkloosheid. In mei is het aantal werkloosheidsuitkeringen in het onderwijs met circa 200 ofwel met 1,3 procent gedaald ten opzichte van april (afname van circa 14.300 naar 14.100). Vergeleken met mei 2013 ligt het aantal werkloosheidsuitkeringen nu echter 17,2 procent hoger (een stijging van circa 12.000 naar 14.100).

Lees meer…

Jongeren vooral met smartphone online

De smartphone is onder scholieren verreweg het meest gebruikte apparaat voor mobiel internet buitenshuis. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 hadden bijna alle jongeren in Nederland thuis internettoegang. Daarnaast internetten veel jongeren van 12 tot 18 jaar ook buitenshuis, waarbij ze vooral een smartphone op zak hebben en veel minder vaak een tablet of laptop.

Jongeren gebruiken het internet vooral voor gamen, het bekijken van filmpjes of het luisteren naar muziek. Daarnaast is ongeveer 90 procent van hen veel actief op sociale netwerken, zoals Facebook.

Lees meer…

Grote gemeenten groeien, platteland blijft krimpen

In 2013 is de bevolking van Nederland met 50.000 inwoners gegroeid. Op 3000 na kwam die groei terecht in de grootste dertig gemeenten doordat daar veel kinderen zijn geboren. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Sinds 2009 is de bevolkingsgroei meer geconcentreerd in de grote gemeenten. Tussen 2009 en 2014 groeide de bevolking met 344.000 inwoners. Bijna driekwart daarvan vond plaats in de dertig gemeenten die per 1 januari 2014 100.000 of meer inwoners tellen.

Dit duidt er volgens het CBS op dat het proces van verstedelijking doorgaat. In de grootste dertig gemeenten wonen per 1 januari jongstleden 6,0 miljoen inwoners. Vijf jaar geleden was dat nog 5,7 miljoen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht nam het aantal inwoners in 2013 toe met 23.000.

De grote gemeenten groeiden doordat er veel kinderen zijn geboren. In de rest van Nederland nam het aantal geboortes af. Dit betekent voor het onderwijs dat vooral in de grote steden groei te verwachten is en dat de krimp op het platteland doorgaat.

Lees meer…