Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Onderzoek naar herverdeeleffecten achterstandsgeld

Onderwijsminister Arie Slob heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven te onderzoeken hoe groot de herverdeeleffecten zijn van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Dat meldt hij aan de Tweede Kamer.

Deze zomer bleek uit onderzoek dat er grote (negatieve) herverdeeleffecten kunnen optreden als er te weinig gegevens bekend zijn over de leerlingen of over hun ouders, bijvoorbeeld doordat zij niet in de Basisregistratie Personen voorkomen. Met name scholen met veel vluchtelingenkinderen hebben hiermee te maken.

Slob onderkent dit probleem en benadrukt dat hij ‘iedere school met grote achterstandsproblematiek’ in staat wil stellen ‘de onderwijskansen van de leerlingen te vergroten’. Dat is voor hem reden om het CBS opdracht te geven ‘dit knelpunt nader te onderzoeken, om te bezien hoe dit technisch opgelost kan worden’.

Hij belooft de Tweede Kamer te zorgen voor een ‘passende oplossing’ voordat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd.

Lees meer…

Te laag schooladvies als kind uit arm gezin komt

Het schooladvies van groep 8’ers uit gezinnen met weinig geld wordt vaker naar boven bijgesteld dan dat van leerlingen van wie de ouders een hoog inkomen hebben, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS verdeelde voor het onderzoek naar de verschillen tussen het aantal aangepaste schooladviezen de gezinnen in vijf inkomensgroepen. In de hoogste inkomensgroep werd in het schooljaar 2016-2017 bij 6,2 procent van de groep 8-leerlingen het schooladvies na de eindtoets naar boven bijgesteld, terwijl dat in de laagste inkomensgroep 9,1 procent was.

Het CBS vermeldt dat dit onderzoek slechts aangeeft dat er wat betreft het bijstellen van de schooladviezen verschillen zijn tussen inkomensgroepen, maar dat het niet een verklaring of oorzaak van die verschillen geeft. Er spelen volgens het CBS waarschijnlijk meer factoren een rol dan alleen de hoogte van de gezinsinkomens.

Het schooladvies voor vervolgonderwijs na de basisschool kan naar boven worden bijgesteld op basis van de score op de eindtoets in groep 8. De eindtoets functioneert als een second opinion. Als de score op de eindtoets hoger is dan wat de school adviseert, kan dat advies naar boven worden bijgesteld.

Lees meer…

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Achterstandsgeld anders verdeeld: Groningen in de plus

De nieuwe manier waarop het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden wordt verdeeld, zorgt ervoor dat gemeenten in Groningen er geld bij krijgen, meldt het Dagblad van het Noorden (DvhN).

Het kabinet heeft voor een andere verdeelsleutel gekozen ‘waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben’, zo meldde het ministerie van OCW in april. In het nieuwe systeem gaat minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Onderwijsminister Slob zei er in april dit over: ‘Ik wil dat ieder kind in Nederland, ongeacht in welke omgeving het opgroeit, de kans krijgt om zijn gaven en talenten tot bloei te laten komen. Alles overwegende lukt dat het beste als we het geld hiervoor op deze manier verdelen.’

Nieuwe indicator CBS

De nieuwe verdeelsleutel op basis van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt erop dat er meer onderwijsachterstandsgeld naar kleine(re) gemeenten en plattelandsgebieden gaat. Dat is te merken in de provincie Groningen, zo meldt het DvhN.

‘De stad Groningen is met ruim 1,4 miljoen euro extra de koploper’, zo staat in de noordelijke krant. Ook andere Groningse gemeenten krijgen volgens de krant meer onderwijsachterstandsgeld: ‘Oldambt krijgt er ruim een miljoen euro bij, Veendam bijna acht ton en Stadskanaal bijna zeven ton. Midden-Groningen krijgt ruim 1,3 miljoen extra.’

Oost-Groningen

Bestuursvoorzitter Jaap Hansen van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen (SOOOG) zegt in de krant te hopen dat de gemeentebesturen het extra geld ook daadwerkelijk gaan inzetten voor het kind. ‘En niet voor een verfbeurt, nieuwe kozijnen of tapijt. Dit geld moet echt naar de kinderen gaan.’

Hij pleit ervoor het in te zetten voor extra peuteropvang. ‘Alle peuters in de leeftijd van twee, drie jaar moeten eigenlijk vier ochtenden in de week naar de opvang. Er is weliswaar overal peuteropvang, maar de frequentie kan omhoog. We laten nu aan de onderkant nog te veel liggen, waardoor we dat aan de bovenkant op hogere leeftijd moeten repareren. Voor peuters is het belangrijk dat ze op jonge leeftijd met uitdagingen te maken krijgen en lerend spelen. Maar gemeenten moeten dan wel kwaliteitseisen stellen en resultaatgericht gaan werken’, aldus Hansen in het DvhN.

Bijna overal meer banen, maar niet in onderwijs

Het aantal banen in het onderwijs is in het vierde kwartaal met 2.000 gedaald ten opzichte van het kwartaal ervoor, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Daarmee is het onderwijs een uitzondering, want in de meeste sectoren nam het aantal banen juist (sterk) toe. Volgens het CBS was er sinds het vierde kwartaal zelfs sprake van een ‘gespannen arbeidsmarkt’.  Dat is voor het eerst sinds de hoogconjunctuur in de jaren 2007 en 2008. In een gespannen arbeidsmarkt is de vraag naar arbeid bovengemiddeld en het beschikbare aanbod van arbeid relatief laag.

De sterkte stijging van het aantal banen deed zich voor bij de uitzendbureaus (24.000 banen erbij), in de sector ‘handel, vervoer en horeca’ (+14.000) en de zorg (+11.000). Het onderwijs is met een daling van 2000 banen samen met de landbouw en visserij en de industrie hekkensluiter.

Lees meer…

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…

 

Werkloosheid daalt, maar niet in onderwijs

In het onderwijs lag de werkloosheid vorige maand op vrijwel hetzelfde niveau als in oktober 2015. Dat blijkt uit de jongste Nieuwsflits Arbeidsmarkt van uitkeringsinstantie UWV.

Het totale aantal lopende WW-uitkeringen laat vanaf april dit jaar een daling zien. Het UWV telde eind vorige maand circa 420.000 lopende WW-uitkeringen. Dat waren er ongeveer 5000 minder (-1,1 procent) dan in september.

Vanuit de bouwnijverheid (-5,5 procent) en het onderwijs (-4,0 procent) daalde het aantal WW-uitkeringen het sterkst in oktober vergeleken met september. In het onderwijs bedroeg het aantal lopende WW-uitkeringen in oktober 17.412.

Werkloosheid past in jaarlijkse trend

De afname in het onderwijs in oktober heeft te maken met de jaarlijkse trend die optreedt na de zomervakantie. Als het aantal lopende WW-uitkeringen wordt vergeleken met oktober 2015, dan blijkt er nauwelijks een verschil te zijn.

Hogere loonkosten maken onderwijs duurder

De totale uitgaven van onderwijsinstellingen die de overheid bekostigt zijn in de periode 2004-2014 toegenomen met 3,6 miljard tot 33,4 miljard euro, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Deze toename komt volgens het CBS vooral door de groei van het aantal studenten, maar ook door hogere loon- en materiële kosten.

De toegenomen uitgaven per ‘onderwijsvolgende’, zoals het CBS schrijft, verhoogden de totale onderwijskosten met 445 miljoen euro, waarvan 411 miljoen als gevolg van gestegen loonkosten. De overige 34 miljoen betreft materiële kosten.

Lees meer…

CBS signaleert dat werkloosheid afneemt

De werkloosheid daalt licht, ook in het onderwijs. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het is voor het eerst dit jaar dat de werkloosheid is afgenomen doordat er meer mensen aan het werk zijn. In maart daalde het aantal werklozen ook, maar toen was de oorzaak dat mensen zich terugtrokken van de arbeidsmarkt. De werkloosheid is in mei gedaald met 14.000 personen en kwam uit op 8,6 procent van de beroepsbevolking, meldt het CBS.

Ook in het onderwijs is minder werkloosheid. In mei is het aantal werkloosheidsuitkeringen in het onderwijs met circa 200 ofwel met 1,3 procent gedaald ten opzichte van april (afname van circa 14.300 naar 14.100). Vergeleken met mei 2013 ligt het aantal werkloosheidsuitkeringen nu echter 17,2 procent hoger (een stijging van circa 12.000 naar 14.100).

Lees meer…

Jongeren vooral met smartphone online

De smartphone is onder scholieren verreweg het meest gebruikte apparaat voor mobiel internet buitenshuis. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 hadden bijna alle jongeren in Nederland thuis internettoegang. Daarnaast internetten veel jongeren van 12 tot 18 jaar ook buitenshuis, waarbij ze vooral een smartphone op zak hebben en veel minder vaak een tablet of laptop.

Jongeren gebruiken het internet vooral voor gamen, het bekijken van filmpjes of het luisteren naar muziek. Daarnaast is ongeveer 90 procent van hen veel actief op sociale netwerken, zoals Facebook.

Lees meer…

Grote gemeenten groeien, platteland blijft krimpen

In 2013 is de bevolking van Nederland met 50.000 inwoners gegroeid. Op 3000 na kwam die groei terecht in de grootste dertig gemeenten doordat daar veel kinderen zijn geboren. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Sinds 2009 is de bevolkingsgroei meer geconcentreerd in de grote gemeenten. Tussen 2009 en 2014 groeide de bevolking met 344.000 inwoners. Bijna driekwart daarvan vond plaats in de dertig gemeenten die per 1 januari 2014 100.000 of meer inwoners tellen.

Dit duidt er volgens het CBS op dat het proces van verstedelijking doorgaat. In de grootste dertig gemeenten wonen per 1 januari jongstleden 6,0 miljoen inwoners. Vijf jaar geleden was dat nog 5,7 miljoen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht nam het aantal inwoners in 2013 toe met 23.000.

De grote gemeenten groeiden doordat er veel kinderen zijn geboren. In de rest van Nederland nam het aantal geboortes af. Dit betekent voor het onderwijs dat vooral in de grote steden groei te verwachten is en dat de krimp op het platteland doorgaat.

Lees meer…

Werkloosheid in onderwijs daalt met 2,9 procent

De werkloosheid in het onderwijs is vorige maand afgenomen. In februari zaten 15.000 mensen uit het onderwijs in de WW – in maart daalde dat tot 14.600. Dat is een afname van 2,9 procent. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS signaleert over de gehele linie een daling van de werkloosheid in maart met 7000 mensen ten opzichte van februari. De daling werd niet veroorzaakt doordat meer mensen betaald werk kregen, maar doordat mensen zich terugtrokken van de arbeidsmarkt. Het aantal mensen met betaald werk nam in maart opnieuw af.

In maart keerde het UWV 454.000 werkloosheidsuitkeringen uit. Dat waren er 6000 duizend minder dan in februari, maar 74.000 meer meer dan in maart 2013.

Vergeleken met maart 2013 is de werkloosheid in het onderwijs nu 18,3 procent hoger. Toen hadden 12.300 mensen uit het onderwijs een WW-uitkering en nu dus 14.600 – een verschil van 2300.

Meer ouderschapsverlof, minder kinderopvang

Ouders nemen voor hun kinderen meer verlof op, ook als ze daar geen vergoeding van hun werkgever voor krijgen. Deze toename valt samen met een afname van het gebruik van kinderopvang.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat vorig jaar ruim 182 duizend Nederlanders ouderschapsverlof opnamen. In 2011 waren dat er nog 160 duizend. Vooral vrouwen nemen ouderschapsverlof op, maar ook steeds meer mannen doen dat.

Ouders met kinderen tot 8 jaar kunnen voor maximaal 26 weken ouderschapsverlof opnemen. Het ligt aan hun werkgever of ze (gedeeltelijk) worden doorbetaald.

De toename van het aantal ouders dat ouderschapsverlof neemt, valt samen met het dalende aantal kinderen dat naar de kinderopvang gaat. Het aantal aanvragen voor kinderopvangtoeslag is vorig jaar met 18 procent gedaald, zo blijkt uit recente cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ruim 4 procent stelletjes in het onderwijs

Het onderwijs is een sector met net iets meer romantiek dan het landelijk gemiddelde: ruim 4 procent van de werknemers vormt een stel.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt in het kader van Valentijnsdag dat er op 14 februari vorig jaar 296.000 werknemers waren van wie de partner in hetzelfde bedrijf werkte.  Daarmee waren er dus 148.000 stellen van werknemers, wat neerkomt op 4 procent.

Sectoren die hoog scoren zijn de landbouw, de financiële sector en de zakelijke dienstverlening. Ook in de onroerendgoedsector en in het openbaar bestuur komen verhoudingsgewijs veel stellen voor. Het onderwijs scoort met ruim 4 procent net iets boven het landelijke gemiddelde.

Sectoren waar liefde en romantiek op de werkvloer slechts weinig voorkomen, zijn de energievoorziening, de delfstoffenwinning en afvalverwerkingsbedrijven.

Minder geboorten, dus straks minder leerlingen

De demografische krimp wordt versterkt doordat er vorig jaar in Nederland minder kinderen zijn geboren. Maar de immigratie van met name Polen is toegenomen. Dat kan de daling van het aantal leerlingen tegengaan.

In 2013 werden 171.000 kinderen geboren. Dat waren er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 5000 minder dan in 2012. De daling van het aantal geboorten in Nederland begon in 2010 en zet dus door.

De afname van het aantal geboorten hangt volgens het CBS niet samen met een daling van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd, maar lijkt samen te hangen met de economische conjunctuur. Deze leidt tot uitstel en soms afstel van het krijgen van kinderen.

Immigratie gestegen
In 2013 kwamen 162.000 immigranten naar Nederland – 4000 meer dan in 2012. Het aantal emigranten bleef gelijk met 144.000.

De grootste groep immigranten komt uit uit Polen: bijna 10.000. Ook uit Griekenland, Italië, Portugal en Spanje hield de immigratie aan. Dat heeft te maken met de slechte economische situatie en geringe werkgelegenheid in die landen.

Uit de cijfers van het CBS wordt niet duidelijk hoeveel kinderen uit bovenstaande landen naar Nederland zijn gekomen.

Lees meer…

Iets minder werkloosheid in onderwijs

De werkloosheid in het onderwijs is in december licht gedaald, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In december nam het aantal mensen uit het onderwijs met een werkloosheidsuitkering vergeleken met november met 200 af naar 15.300 (daling van 1,3 procent). De werkloosheid in het onderwijs daalt vanaf augustus al.

Vergeleken met december 2012 ligt het aantal werklozen in het onderwijs echter nog aanmerkelijk hoger. Toen lag dat aantal op 12.400 (stijging met 23 procent).

De algehele werkloosheid in Nederland is in december gestegen. Er waren toen 19.000 mensen meer met een ww-uitkering dan in november.

Minder werkloosheid in onderwijs

De werkloosheid in het onderwijs is de afgelopen maand met circa 700 mensen gedaald naar ongeveer 16.500. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ondanks deze daling ligt het aantal werklozen nog fors hoger dan in oktober vorig jaar. Toen waren 13.800 mensen werkloos, ruim 19 procent minder dan vorige maand.

Wel is de werkloosheid afgelopen maand met 4,1 procent sterker gedaald dan in oktober vorig jaar. Toen waren er in het onderwijs 300 mensen minder werkloos, wat overeenkwam met een daling van 2,2 procent.

Ook in september nam de werkloosheid in het onderwijs af. Dat gebeurt overigens altijd in die maand in verband met het begin van het schooljaar.