Schooladvies beïnvloed door opleiding ouders

Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen vaker een hoger schooladvies dan kinderen met dezelfde Cito-score van wie de ouders lager opgeleid zijn. Ze beginnen ook vaker op een hoger brugklasniveau en bereiken vaker een hoog onderwijsniveau, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De verschillen zijn vooral groot bij kinderen met een Cito-score tussen 537 en 544, die past bij een advies voor havo of havo/vwo. Ongeveer de helft van de kinderen van laag- en middelbaar opgeleide ouders met deze score kreeg minstens havo-advies. Van de kinderen uit hoogopgeleide gezinnen kregen bijna zeven op de tien dit advies.

Het CBS heeft niet onderzocht waarom kinderen met zelfde Cito-scores verschillende schooladviezen krijgen.

Lees meer…

Ook in Duitsland groeit verzet tegen overmatig toetsen

In Duitsland is net als in Nederland kritiek op de vele toetsen die scholen moeten afnemen.

Van 13 tot 22 mei nemen Duitse basisscholen de VerA-test af. VerA staat voor ‘VergleichsArbeiten’. Deze test is als het ware de Duitse variant van de Cito-toets.

Verscheidene onderwijsvakbonden in Duitsland vinden de VerA-test overbodig. De toets zou slechts een stressvolle belasting voor de leerlingen zijn. De Bildungsgewerkschaft (GEW), het Grundschulverband (GSV), het Verband Bildung und Erziehung en het Bayerischer Lehrer- und Lehrerinnenverband spreken zelfs van de ‘testeritis’, een nationale toetsziekte waarvan de leerlingen de dupe worden.

De onderwijsbonden hebben een gezamenlijk manifest tegen de ‘testeritis’ opgesteld.

Dekker ontkent scholen af te rekenen op Citotoets

Basisscholen worden niet afgerekend op de Citotoetsresultaten. Daarmee reageert staatssecretaris Sander Dekker van OCW op een brandbrief van openbare schoolbesturen in Drenthe.

De openbare schoolbesturen, verenigd in Prisma Drenthe, vinden dat basisscholen te veel worden afgerekend op de resultaten van de Cito-eindtoets. Prisma Drenthe wil terug naar de basis: de Cito-eindtoets moet alleen worden gebruikt waarvoor die oorspronkelijk is bedacht, namelijk als hulpmiddel voor basisscholen om groep 8-leerlingen een goed advies voor vervolgonderwijs te geven.

Voorzitter Paul Moltmaker van Prisma Drenthe zegt bij RTV Drenthe dat de Citotoets is verworden tot een afrekeninstrument voor de Inspectie van het Onderwijs. Dat frustreert volgens hem de invoering van passend onderwijs.

‘Als de inspectie de score van de Citotoets als maat blijft nemen, om de kwaliteit van een school te beoordelen, demotiveert dat leerkrachten om zich in te zetten voor leerlingen die minder presteren dan het gemiddelde, maar die op hun eigen niveau wel goed zijn’, aldus Moltmaker. Prisma Drenthe is bang dat scholen zorgleerlingen gaan weren als de Citotoets het meetinstrument voor onderwijskwaliteit blijft.

Staatssecretaris Dekker laat in een reactie via RTV Drenthe weten dat basisscholen zich geen zorgen hoeven te maken dat ze worden afgerekend op de Citotoetsresultaten. Slechte leraren moeten zich wél zorgen maken, benadrukt hij.

Gemiddelde score Citotoets ietsiepietsie omlaag

De gemiddelde score op de Cito-eindtoets is dit jaar uitgekomen op 535,0. Dat is 0,1 punt lager dan vorig jaar, meldt het Cito. Vanaf volgend jaar wordt de Citotoets op een later moment afgenomen dan tot nu toe gebruikelijk was.

Eén leerling beantwoordde alle 200 opgaven op het gebied van taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden goed. Vier leerlingen maakten één fout. In totaal behaalden 7991 kinderen de hoogste standaardscore van 550. Zij maakten 19 of minder fouten.

Net als in voorgaande jaren halen jongens gemiddeld iets hogere standaardscores dan meisjes. Jongens scoorden gemiddeld 535,1, meisjes 534,9.

Later afnamemoment
Vanaf 2015 wordt de Citotoets op een later moment in het schooljaar afgenmoen dan tot nu toe gebruikelijk was. Voor 2015 zijn de data vastgelegd op 21, 22 en 23 april. Medio mei zullen de resultaten bekend worden.

Er is gekozen voor een later afnamemoment om de basisscholen beter gebruik te laten maken van de onderwijstijd. De algemene klacht was dat na de Citotoets het gevoel heerste dat het onderwijs in groep 8 niet meer optimaal was.

VOO relativeert hoge score op Cito-toets

Een hoge score op de Cito-toets hoeft niet per se het beste te zijn. ‘Het kan zijn dat je net met een punt hoger tot de havo wordt toegelaten, terwijl je als kind misschien in eerste instantie beter tot je recht komt op het vmbo-t’, zo heeft woordvoerder Michiel Jongewaard van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) benadrukt in de uitzending van RTL Nieuws.

RTL Nieuws besteedde maandag aandacht aan de Cito-eindtoets, die dinsdag op veel scholen is begonnen. De relativering van de VOO sluit aan bij het standpunt van VOS/ABB. Onlangs citeerde het Algemeen Dagblad woordvoerder Martin van den Bogaerdt van VOS/ABB. Hij zei dat leerlingen en ouders zich niet gek moeten laten maken door het commerciële circus dat om de Cito-toets is gebouwd.

Er zijn tegenwoordig veel commerciële aanbieders van citotrainingen. Zij spelen met succes in op de onterechte angst die onder een deel van de ouders leeft dat de citoscore allesbepalend zou zijn voor de verdere onderwijscarrière van hun kind. De Cito-toets is bedoeld als hulpmiddel voor het individuele advies van de basisschool voor vervolgonderwijs. Wel is het zo dat er scholen voor voortgezet onderwijs zijn die de citoscore gebruiken als toelatingscriterium, maar ook het schooladvies telt mee.

Het item van RTL Nieuws was een stuk evenwichtiger dan het nieuws over de lijst met gemiddelde citoscores per basisschool. De commerciële nieuwszender kwam daar in september vorig jaar mee naar buiten, naar eigen zeggen om ouders inzicht te geven in de kwaliteit van de basisscholen bij hen in de buurt. In werkelijkheid bleek het een ongenuanceerde ranglijst te zijn die ouders een vertroebeld beeld gaf.

‘Schuld voor stress rond Cito-toets ligt bij scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt in Trouw dat de stress rond de Cito-toets de schuld is van scholen voor voortgezet onderwijs.

Dekker noemt het in de zaterdageditie van Trouw ‘een slechte ontwikkeling dat er scholen voor voortgezet onderwijs zijn die zeggen: hier kom je alleen binnen met een citoscore van zus- en zoveel.’ De staatssecretaris vindt dat deze scholen hiermee moeten stoppen. Hij stelt ook dat er ten onrechte een spookbeeld is gecreëerd dat het basisonderwijs een afrekencultuur kent. ‘Dat is niet bevorderlijk’, aldus Dekker.

Tegelijkertijd benadrukt hij dat de toetscultuur, waarop in het onderwijs en de politiek toenemende mate kritiek is, noodzakelijk is. ‘Als je jaarlijks miljarden in het onderwijs investeert, hebben wij, maar ook de Tweede Kamer en ouder het recht om te weten: gaat het goed? Dat meet je alleen maar af aan wat leerlingen opsteken, aan wat ze geleerd hebben.’

De staatssecretaris zegt in Trouw ook dat er in het onderwijs ‘een enorme vrees’ is voor openheid. ‘Ik ben daar juist erg voor. Niet om scholen op af te rekenen. Ik ben niet voor die ranglijstjes.’ In september zei Dekker nog dat het goed vond dat RTL Nieuws met een ranglijst kwam op basis van de gemiddelde citoscores van de basisscholen.

Vervolgonderzoek onderwijskwaliteit Amsterdam

De Amsterdamse onderwijswethouder Pieter Hilhorst (PvdA) laat een vervolgonderzoek uitvoeren naar de effecten van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Dat meldt Het Parool.

Het onderzoek dat Hilhorst heeft aangekondigd, volgt op een kritisch onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). De conclusie van dat recente onderzoek is dat de KBA averechts werkt, omdat de citoscores bij Amsterdamse zwakke scholen 1,7 punt lager liggen dan bij vergelijkbare scholen elders.

Hilhorst bestrijdt die conclusie, omdat onderwijs volgens hem meer is dan alleen taal, rekenen en studievaardigheden waarop de Cito-toets is gebaseerd. Bovendien is het aantal zwakke en zeer wakke basisscholen in Amsterdam sinds de KBA fors afgenomen van 35 in 2008 tot vier op dit moment. Dat lijkt te rechtvaardigen dat de KBA wel een positief effect heeft.

Lees ook het commentaar van directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB.

Ook CPB stapt in val die Cito-toets heet

De recente conclusie van het Centraal Planbureau (CPB) dat de kwaliteitsaanpak in het Amsterdamse basisonderwijs niet werkt, toont wederom aan dat het weinig zin heeft om de gemiddelde scores op de Cito-toets in onderzoeken te gebruiken.

Het was de toenmalige onderwijswethouder Lodewijk Asscher die in 2008 de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) lanceerde. Aanleiding daarvoor was dat er destijds in Amsterdam 35 zwakke en zeer zwakke basisscholen waren. Van die scholen kozen 24 ervoor om zich bij het project aan te sluiten. Inmiddels zijn er volgens de Inspectie van het Onderwijs nog maar vier zwakke basisscholen in Amsterdam. Het lijkt dus logisch te concluderen dat de aanpak werkt.

Het CPB denkt daar anders over, zo bleek onlangs, omdat de gemiddelde score op de Cito-toets in Amsterdam sinds 2008 met 1,7 punt is gedaald ten opzichte van vergelijkbare scholen elders. Dit laat zien dat er op basis van gemiddelde scores op de Cito-toets andere conclusies kunnen worden getrokken dan wanneer wordt gekeken naar inspectierapporten. Het verschil zit hem in het feit dat de inspectie naar meer aspecten kijkt die van belang zijn voor goed onderwijs dan alleen taal, rekenen en studievaardigheden, waarop de Cito-toets is gebaseerd.

Ik geef Pieter Hilhorst, de Amsterdamse onderwijswethouder, groot gelijk. Hij leverde in Het Parool kritiek op het CPB-rapport. Hij vergeleek het onderzoek met een methode om medicijnen te testen. Een meetmethode op basis van gemiddelde scores werkt om de resultaten van natuurwetenschappelijke processen te meten. Bij het vaststellen van onderwijskwaliteit komt meer kijken dan alleen cijfertjes. Het is dan ook goed dat Hilhorst nu als antwoord op het CPB-rapport met een eigen kwaliteitsonderzoek komt.

Het CPB-onderzoek is helaas wéér een voorbeeld van verwarring die over onderwijskwaliteit kan ontstaan. In september vorig jaar zagen we al hoe ernstig het misging toen RTL Nieuws zijn kwaliteitslijst publiceerde. De nieuwszender had de gemiddelde citoscores gebruikt en die wat laten oppimpen door cijfertjesprofessor Jaap Dronkers. De lijst rammelde aan alle kanten en Dronkers gaf dat zelf naderhand toe. Nu zien we het CPB dezelfde fout maken. Opmerkelijk, want van een gerenommeerd bureau als het CPB had ik meer verwacht dan van een commerciële tv-zender.

Ten slotte: het CPB-onderzoek is bovendien een nieuw geval van het oneigenlijke gebruik van gemiddelde citoscores. De Cito-toets is bedoeld als ondersteuning voor de basisschool voor een waardevol advies voor vervolgonderwijs aan de individuele leerling uit groep 8. We zien steeds, ook nu weer, dat de gemiddelde citoscores worden gebruikt om de kwaliteit van scholen te meten. Daar is de Cito-toets nooit voor bedoeld!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Niet Cito-toets, maar schooladvies weer leidend

‘De Cito is voor ons een onbruikbaar instrument geworden.’ Dat heeft rector Rob Fens van de openbare Wolfert van Borselen scholengroep in Rotterdam tegen de Algemene Onderwijsbond (AOb) gezegd.

Groep 8-leerlingen maken de centrale eindtoets vanaf 2015 niet meer in februari, maar rond 20 april. De gedachte hierachter is dat de onderwijstijd in groep 8 van de basisschool dan meer kan worden benut. Nadeel voor het voortgezet onderwijs is dat de resultaten van de toets pas rond 10 mei bekend worden.

Rector Fens van de Wolfert van Borselen scholengemeenschap legt uit dat hierdoor de Citotoets voor hem een onbruikbaar instrument wordt. Hij vertelt direct ook wat de oplossing van het probleem is: ‘Wij moeten vóór 1 mei formatieplannen maken, de uitslagen liggen er nu pas op 10 mei. We hebben besloten om dan maar het leerlingvolgsysteem te gebruiken als toets.’

Het nadeel daarvan kan zijn dat leerlingen van hun school een hoger dan wel lager advies voor vervolgonderwijs krijgen dan de Cito-toets aangeeft. De realiteit laat zien dat 10 procent van de leerlingen uit gezinnen met hoge inkomens een hoger schooladvies krijgen, terwijl dat bij 6 procent van de kinderen uit gezinnen met weinig geld net andersom is.

Toetsbesluit PO: parlement om advies gevraagd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil advies van de Eerste en Tweede Kamer over het ontwerp van het Toetsbesluit PO. Dit besluit moet een nadere uitwerking worden van de Wet Eindtoetsing PO, die in december door de Eerste Kamer is goedgekeurd.

In de brief bij het ontwerp van het Toetsbesluit PO gaat Dekker in op diverse moties en amendementen die in het kader van het Toetsbesluit PO zijn ingediend. Zo meldt hij dat het voor scholen mogelijk is om in plaats van de centrale eindtoets te kiezen voor een andere eindtoets. Voorwaarde is wel dat de alternatieve toets is toegelaten door de minister van OCW.

‘Uitgangspunt daarbij is en blijft dat er voor andere (potentiële) aanbieders van eindtoetsen een reële en gelijkwaardige mogelijkheid bestaat om een alternatief te ontwikkelen en aan te bieden aan scholen’, aldus Dekker. Hij voegt daaraan toe dat hiermee de keuzevrijheid van de scholen en hun besturen is gediend. Het amendement dat hierop betrekking heeft, was ingediend door ChristenUnie en CDA.

De staatssecretaris gaat ook in op een motie waarin staat dat het schooladvies leidend wordt bij de toelating tot het voortgezet onderwijs. ‘Het advies behorend bij het resultaat van de eindtoets dient als tweede objectief gegeven (second opinion)’, aldus Dekker, die hiermee aangeeft dat deze motie van de PvdA en D66 is uitgevoerd.

In de brief van de staatssecretaris gaat het ook over het afnamemoment van de centrale eindtoets. Daar had de VVD in de Eerste Kamer een motie over ingediend. De centrale eindtoets zal zo veel als mogelijk direct aan het begin van de in de wet genoemde periode 15 april–15 mei worden afgenomen. ‘Het resultaat daarvan is dat de eerstkomende jaren de eindtoets rond 20 april wordt afgenomen’, schrijft Dekker.

De toetsen worden dan zo snel mogelijk verwerkt, zodat de resultaten rond 10 mei kunnen worden verwacht. ‘Dit geeft naar verwachting ook het voortgezet onderwijs nog voldoende tijd om ook de leerlingen met een bijgesteld advies tijdig te plaatsen voor het begin van het nieuwe schooljaar’, zo staat in de brief.

Het ontwerp van het Toetsbesluit PO ligt nu als zogenoemde voorhang voor advies bij de Eerste en Tweede Kamer. Daarna gaat het naar de Raad van State.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kassa over commerciële trainingen eindtoets

Het consumentenprogramma Kassa gaat zaterdagavond in op de commercialisering van de centrale eindtoets in groep 8 van de basisschool. VOS/ABB was uitgenodigd om hier in de uitzending een toelichting op te geven, maar de redactie heeft dit aanbod (helaas) ingetrokken.

VOS/ABB wilde in de uitzending zeggen dat ouders zich niet gek moeten laten maken door de centrale eindtoets in groep 8. Commerciële aanbieders van trainingsprogramma’s voor kinderen springen in een gat in de markt. Daar is op zich niets mis mee, maar VOS/ABB geeft het advies om altijd heel goed na te denken voordat dergelijke programma’s worden aangeschaft. Het risico bestaat dat leerlingen er extra stress door krijgen en dat is nergens voor nodig. Bovendien wijst VOS/ABB erop dat er forse kosten mee zijn gemoeid (vaak meer dan 100 euro per leerling).

De centrale eindtoets dient als een second opinion. Het is een check om te zien of het individuele advies van de school voor vervolgonderwijs juist is. Door de aandacht die onder andere de media op het belang van de toets hebben gelegd, lijkt het echter alsof de eindtoets een soort eindexamen is geworden waarvoor leerlingen kunnen zakken. VOS/ABB vindt dit een slechte ontwikkeling.

De redactie zei aanvankelijk graag deze toelichting van VOS/ABB te willen hebben, maar vindt het bij nader inzien voldoende om alleen commerciële aanbieders, waaronder Squla en LOI, in de studio aan het woord te laten. In een vooraf opgenomen filmpje zal Jeroen Claassen van onderwijsadviesbureau Markant zijn oordeel geven over vier citotrainingen, waarna hem wordt gevraagd voor welke training hij zou kiezen.

De uitzending van Kassa van de VARA is zaterdag van 19.05 tot 20.00 uur op Nederland 1.

Meer indicatoren om onderwijskwaliteit te meten

Onderwijs is méér dan taal en rekenen. Dat bevestigt staatssecretaris Sander Dekker in zijn schriftelijke reactie op moties uit de Tweede Kamer om meer aandacht te hebben voor de toegevoegde waarde van de school en nuttige criteria om kwaliteit te meten.

Kamerlid Paul van Meenen van D66 en zijn collega Loes Ypma van de PvdA hadden tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting een motie ingediend tegen de doelstelling van het kabinet om de gemiddelde citoscore te verhogen naar 537. Zij pleitten voor een doelstelling op basis van toegevoegde waarde van het onderwijs.

Ook in een andere motie stond dat de verhoging van de cito-eindscore te schrappen als beleidsdoelstelling en om met ‘nuttige criteria’ te komen om de kwaliteit van het onderwijs te meten. Deze motie werd ingediend door Jesse Klaver van GroenLinks, samen met Michel Rog van het CDA, Jasper van Dijk van de SP, Joël Voordewind van de ChristenUnie en Roelof Bisschop van de SGP.

In zijn reactie op de moties laat de staatssecretaris weten dat hij een uitgebreidere set van indicatoren zal samenstellen ‘die recht doet aan de veelzijdige kwaliteit van het onderwijs’. Hiervan zullen volgens hem indicatoren van de eindopbrengsten van leerlingen en van de toegevoegde waarde van scholen deel uitmaken. Hij onderzoekt ook of een beleidsdoelstelling op basis van toegevoegde waarde van scholen mogelijk is.

In de toelichting op zijn reactie bevestigt hij dat de kwaliteit van het basisonderwijs meer is ‘dan de opbrengsten wat betreft de gebieden taal en rekenen’.

De staatssecretaris gaat in zijn antwoorden niet in op het onderdeel van de moties waarin van hem wordt geëist de doelstelling te schrappen om de gemiddelde citoscore te verhogen naar 537.

Commerciële trainingen Citotoets: ‘diep triest’

Schoolleiders wijzen met klem alle (internet-)aanbieders af die commercieel lesmateriaal aanbieden voor kinderen om te oefenen voor de Citotoets. Dat meldt dagblad Metro, dat onder anderen voorzitter Ton Duif van de Algemene Vereniging van Schoolleiders citeert.

‘Het is te triest voor woorden, de hele commerciële big business die de Citotoets is geworden. Diep triest, want het gaat over de ruggen van 11- en 12-jarige kinderen’, zo citeert Metro voorzitter Duif van AVS.

Het is volgens hem de vraag of oefenen sowieso betere resultaten geeft. ‘Zelfs als intensief oefenen resulteert in een hogere citoscore is het de vraag wat dat waard is. De Citotoets is bedoeld ter ondersteuning van het schooladvies. De school kijkt naar het hele kind, of hij/zij voldoende (sociale) vaardigheden en zelfstandigheid heeft voor een specifieke voortgezet onderwijsschool’, aldus Duif.

Commerciële aanbieders
LOI begon als een van de grootste online cursusaanbieders in december met een cursus voor de Citotoets. In Metro laat een woordvoerder van LOI weten dat daar veel belangstelling voor is, maar uit concurrentieoverweging noemt LOI geen aantallen. De citocursus van LOI kost ongeveer 25 euro per maand of 100 euro per jaar.

Squla is een andere commerciële aanbieder van oefenprogramma’s die onder andere op de Citotoets voorbereiden. RTL Ventures, de investeringsmaatschappij van RTL Nederland, heeft een aandeel van 20,3 procent in Squla.

Commerciële nieuwskeuze?
VOS/ABB bracht in september de commerciële banden tussen Squla en RTL Nederland in verband met de lijst met citoscores die RTL Nieuws publiceerde. Rondom de nieuwsuitzendingen van RTL4 zijn geregeld reclames van Squla te zien.

De suggestie dat RTL Nieuws met de citoscorelijst zijn nieuwskeuze mede baseert op commerciële belangen werd door adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein in opvallend felle bewoordingen ontkend.

Actiegroep hekelt ‘allesbepalende Cito-eindtoets’

Een actiegroep van een orthopedagoog en basisschooldirecteuren wil dat de ‘allesbepalende Cito-eindtoets’ wordt afgeschaft. Dat schrijven ze in Trouw.

De leden van de actiegroep ‘Op weg naar geweldig onderwijs’ vinden het een slechte zaak dat de Cito-eindtoets voor de Inspectie van het Onderwijs een ijkpunt is geworden. ‘Scholen die te laag op de eindtoetsen scoren, worden afgerekend door de inspectie en vervolgens door de media en de rest van Nederland’, zo schrijven ze.

‘De Citotoets beoordeelt uitsluitend cognitieve vaardigheden. De politiek en inspectie focussen vooral op taal en rekenen. Creativiteit, technisch inzicht en sportief talent ontbraken altijd al in de Citotoets. In het onderwijs zou echter ieder talent moeten tellen. Diversiteit van talenten is in onze samenleving immers hard nodig’, zo vervolgen ze.

De actiegroep ‘Op weg naar geweldig onderwijs’ bestaat uit orthopedagoog/WSNS-functionaris Riet Brok van de openbare school voor speciaal basisonderwijs De Boemerang in Apeldoorn en basisschooldirecteuren uit onder andere die Gelderse stad en omgeving en de Noordoostpolder.

De Onderwijsraad uitte eerder vergelijkbare kritiek.

RTL krijgt ook gemiddelde scores 2012-2013

Het ministerie van OCW stelt aan RTL Nieuws ook de gemiddelde eindtoetsscores per basisschool beschikbaar van het schooljaar 2012-2013. De commerciële nieuwszender had daarom gevraagd op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Eerder publiceerde RTL Nieuws al een lijst met gemiddelde eindtoetsscores, waarmee de zender naar eigen zeggen de kwaliteit van de scholen in beeld wilde brengen, maar daar jammerlijk in faalde.

De zogenaamde kwaliteitslijst was gebaseerd op de gemiddelde eindtoetsscores in de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012. De RTL-lijst werd in september bekendgemaakt. Dat er veel viel op was aan te merken, bleek onder meer uit de reactie van professor Jaap Dronkers van Maastricht University. Hij was door RTL Nieuws ingevlogen om een en ander in een statistisch verantwoorde context te zetten.

Dronkers erkende dat hij ‘creatieve oplossingen’ had moeten bedenken. ‘Ik heb daarbij de afweging gemaakt dat suboptimaal vastgestelde toegevoegde waarde beter is dan een publicatie van alleen ruwe scores. En dat laatste was gebeurd, als niemand RTL had willen helpen bij de berekening’, aldus de Maastrichtse professor.

Viking
Uit de woorden van bestuursvoorzitter Luc van Heeren van de Stichting Acis voor openbaar primair onderwijs in de Hoeksche Waard werd duidelijk hoe slecht het onderzoek van RTL Nieuws in elkaar zat. Hij gaf op Radio Rijnmond een toelichting op de slechte beoordeling van obs De Viking in Zuid-Beijerland: ‘De Viking is een kleine school met maar twaalf leerlingen. Twee leerlingen hebben de Cito-toets gemaakt. De eindscore is dus slechts gebaseerd op twee toetsen. Statistisch geeft dat geen goed gemiddelde.’

Het lijkt erop dat de kritiek van Van Heeren is gehoord. In het Wob-besluit van staatssecretaris Sander Dekker van OCW staat dat niet meer de gemiddelde eindscores worden gegeven van scholen waar vier of minder leerlingen de eindtoets hebben gemaakt. Dat besluit heeft mede te maken met de mogelijkheid om de toetsscores bij zulke kleine aantallen te herleiden tot bepaalde leerlingen.

Bijna hilarisch was de 10 waarmee openbare basisschool de Twilling in het Friese dorp Stiens uit de RTL Nieuws-bus kwam. Deze school werkt helemaal niet met een eindtoets, maar met een leerlingvolgsysteem. In de Volkskrant zei bestuursvoorzitter Nanne Koopmans van Onderwijsgroep Fier ‘dat we wel de beste willen zijn, maar dan moet die hoed ons wel passen’.

Geleerd?
VOS/ABB is benieuwd of RTL Nieuws weer een lijst wil publiceren, en of de commerciële zender geleerd heeft van zijn vele fouten in de lijst die in september online werd gezet. Het is bovendien zeer de vraag of wéér een lijst wel toegevoegde waarde heeft, nu het onderwijs zelf onlangs de website www.scholenopdekaart.nl heeft gelanceerd. Met de informatie op die website kan iedereen zich een oordeel vormen over de kwaliteit van de basisscholen. Essentieel is dat de context hier wordt geboden.

Het ministerie heeft alle schoolbesturen voor primair onderwijs een brief gestuurd over het besluit om RTL Nieuws de gemiddelde eindtoetsscore te leveren. U kunt ook het Wob-besluit downloaden.

Lees ook het artikel Leugens, grove leugens en statistiek uit het novembernummer van magazine School!.

Dekker hekelt trage samenwerkingsverbanden

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft stevige taal geuit naar samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die te traag handelen. Hij heeft met die swv’s ‘nog wel een appeltje te schillen’. Dekker zei dit donderdag in het Tweede Kamerdebat over de onderwijsbegroting voor 2014.

In het debat kwamen onder andere de vorderingen met passend onderwijs aan de orde. Op 1 augustus 2014 krijgen alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs zorgplicht. De besturen van die scholen worden dan verantwoordelijk voor een passende plaats voor elke leerling. Als die plaats niet op de school kan worden geboden waar de leerling is aangemeld, moeten er in het samenwerkingsverband voor worden gezorgd dat de betreffende leerling elders terecht kan.

Voor de invoering van passend onderwijs moeten samenwerkingsverbanden nieuwe stijl worden opgericht. Uiterlijk op 1 november (de dag waarop dit bericht is gepubliceerd) had dit moeten zijn gebeurd. Het gaat om 76 swv’s in het primair onderwijs en 74 in het voortgezet onderwijs. De realiteit is echter dat nog niet de helft hiervan de deadline heeft gehaald. Daarnaast klinken er in het onderwijs steeds meer kritische geluiden dat de scholen nog lang niet klaar zijn voor passend onderwijs.

Onder andere de SP en D66 in de Tweede Kamer willen dat passend onderwijs niet op 1 augustus 2014, maar gefaseerd of met een jaar uitstel wordt ingevoerd. Dekker liet in het debat weten dat hij daar niets voor voelt, omdat daarmee een verkeerd signaal zou worden afgegeven aan de swv’s die ‘achterover leunen’. Bovendien zou het niet fair zijn tegenover de regio’s waar al wel swv’s voortvarend aan de slag zijn.

Toetsen
In het debat kwam ook de kleutertoets aan bod, waar een deel van de Tweede Kamer ernstige bezwaren tegen heeft. Zo benadrukte de SGP dat kleuterleerkrachten zelf professioneel genoeg zijn om de ontwikkelingen van hun leerlingen te monitoren. Dekker blijft echter meerwaarde zien in de kleutertoets, omdat die volgens hem een goede, want objectieve indicator is. Hij weersprak dat de toets stress bij kleuters zou veroorzaken: ‘Ze zitten echt niet in rijen achter elkaar te zweten op de opgaven’.

De gemiddelde citoscore per school als beleidsinstrument voor onderwijskwaliteit kon in het debat rekenen op veel kritiek. VOS/ABB heeft hierover eerder al bij de Tweede Kamer  en de staatssecretaris aan de bel getrokken. Dekker zei dat de gemiddelde citoscore nu het enige objectieve instrumentarium is waarover hij beschikt. Hij zegde toe de gemiddelde citoscore per school niet meer te zullen gebruiken zodra er een beter alternatief voor is.

Ook de tussentijdse diagnostische toets in het voortgezet onderwijs werd besproken. Veel scholen hebben bezwaren tegen het wetsvoorstel voor die volgens hen overbodige toets. VOS/ABB en collega-organisaties hebben die bezwaren verwoord in een brief aan de Kamer en Dekker. De staatssecretaris zei dat dit onderwerp later zal worden besproken bij de behandeling van het wetsvoorstel.

Kleinescholentoeslag en fusietoets
Bij de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs kwam het omzetten van de kleinescholentoeslag in een bonus op samenwerking aan de orde. Met name de christelijke partijen willen dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan, omdat anders volgens hen veel kleine dorpsscholen zullen verdwijnen.

Dekker herhaalde zijn standpunt dat de kleinescholentoeslag samenwerking tussen verschillende kleine scholen in de weg zit en dat er daarom een ander systeem moet komen. Hij benadrukte dat het budget dat nu voor de kleinescholentoeslag beschikbaar is, blijft bestaan. Wat betreft de fusietoets zei hij dat die moeten worden aangepast, omdat dit instrument tegen schaalvergroting de broodnodige samenwerking in krimpgebieden kan belemmeren. Met dit punt sluit Dekker naadloos aan op de politieke lobby van VOS/ABB.

De staatssecretaris toonde zich op aandringen van de PvdA bereid om naar een initiatief uit Zeeland te kijken om ouders het bestuur van kleine dorpsscholen te laten overnemen, met het doel om die samen te voegen in clusters van schooltjes verspreid over krimpregio’s in het land. Dit initiatief komt uit het dorp Kats op Noord-Beveland, waar onlangs de openbare Prinses Margrietschool is gesloten.

Instemmingsrecht en kwaliteit
Bij het onderwerp ‘medezeggenschap’ kwam de mogelijkheid van instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting van onderwijsbesturen aan bod. Een deel van de Tweede Kamer wil dat -met name de SP- maar staatssecretaris Dekker ziet hier niets in. Hij is het ermee eens dat ouders en leerkrachten een stevige stem moeten hebben in het beleid van de schoolorganisatie, maar vindt dat instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting te ver gaat.

Hoewel er nog meer onderwerpen aan bod kwamen, is het laatste onderwerp dat in dit artikel wordt belicht het beleid om de kwaliteit van leraren te verbeteren. Dekker staat positief tegenover het initiatief van de VVD om in de bovenbouw van het vwo alleen nog maar academische geschoolde leraren voor de klas te laten staan. Maar hij tekende hierbij wel aan dat dit onder de huidige omstandigheden ‘irreëel’ is.

Over het Lerarenregister zei de staatssecretaris dat als leraren daar in de toekomst uit worden ‘geknikkerd’, zij wat hem betreft niet meer voor de klas mogen staan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl