Wettelijke plicht diagnostische toets geschrapt

Ook de Eerste Kamer is akkoord gegaan met het schrappen van de wettelijke bevoegdheid om een diagnostische toets te verplichten.

Het betreft een initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Roelof Bisschop van de SGP en Michel Rog van het CDA, waarmee de Tweede Kamer eerder al akkoord ging. Zij vinden dat een wettelijke verplichting tot het afnemen van een diagnostische toets ingaat tegen de pedagogisch-didactische vrijheid van scholen.

Het aangenomen voorstel sluit aan bij de eveneens aangenomen motie van voormalig PvdA-Kamerlid en huidig Verus-voorzitter Loes Ypma en oud-Kamerlid Karin Straus van de VVD. Hun motie benadrukte dat leraren en schoolleiders zelf bepalen of ze een diagnostische tussentijdse toets afnemen.

Wetsvoorstel diagnostische toets ingetrokken

Het wetsvoorstel voor de invoering in het voortgezet onderwijs van een leerlingvolgsysteem, een diagnostische tussentijdse toets en verplichte deelname aan internationaal vergelijkend onderzoek is ingetrokken. Dat staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

In het voorstel stond dat scholen zouden worden verplicht om in de onderbouw van het voortgezet onderwijs een leerlingvolgsysteem te gebruiken dat de vorderingen van de leerlingen moest meten in de vakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen.

Ook zou er aan het einde van de onderbouw bij alle leerlingen een diagnostische tussentijdse toets moeten worden afgenomen. Daarnaast zouden scholen wettelijk worden verplicht om informatie te verstrekken bij internationale onderzoeken.

In het regeerakkoord werd al aangekondigd dat dit wetsvoorstel zou worden ingetrokken. Dat is nu dus gebeurd.

Wetsvoorstel niet meer nodig

Slob benadrukt dat het wetsvoorstel niet meer nodig was, omdat inmiddels 92 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs een leerlingvolgsysteem heeft en 88 procent dat systeem voldoende tot goed gebruikt. ‘Een wettelijke verplichting op dit punt (en de daarmee gepaard gaande toename van de administratieve lasten) is niet langer nodig’, aldus de minister, die in zijn brief verder niet rept over de diagnostische toets.

De deelname van scholen aan internationale vergelijkingsonderzoeken kan volgens Slob ook op andere manieren worden gestimuleerd dan met een wettelijke verplichting.

Geen centrale diagnostische tussentijdse toets

De overheid gaat geen centrale, uniforme diagnostische tussentijdse toets (ddt) aanbieden aan scholen in het voortgezet onderwijs. De plannen daartoe lijken definitief van de baan, meldt Verus op basis van overleg in de Tweede Kamer.

Wat de oppositie betreft wordt de pilot met de dtt onmiddellijk gestopt. Volgens Tjitske Siderius van de SP is er geen draagvlak onder docenten en draagt de dtt bij aan een ongewenste toetscultuur.

Michel Rog van het CDA, die mede namens D66, ChristenUnie en SGP het woord voerde, zei dat de dtt leidt tot teaching to the test. Hij verwees verder onder meer naar een brief van onder andere VOS/ABB waarin werd opgeroepen te stoppen met de dtt.

Lees meer…

Pilot tussentijdse toets minder duur dan verwacht

De pilot met de diagnostische tussentijdse toets (DTT) is minder duur dan verwacht. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

De DTT staat bekend als ‘de toets van 8 miljoen’, omdat dit structurele bedrag per jaar werd genoemd in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel voor deze toets. Dit bedrag werd voor de pilot gereserveerd.

Dekker schrijft nu dat er niet 8 miljoen, maar 5 miljoen per jaar aan de pilot wordt besteed. ‘Dit is dus structureel lager dan het gereserveerde bedrag.’

‘Gezien de vernieuwing, de omvang en brede inzetbaarheid van de opgedane kennis, acht ik deze incidentele kosten gerechtvaardigd’, zo schrijft de staatssecretaris in antwoord op vragen uit de Kamer.

CDA ergert zich aan diagnostische toets

CDA’er Michel Rog ergert zich eraan dat er een pilot plaatsvindt met een diagnostische tussentijdse toets in het voortgezet onderwijs.

Duizenden leerlingen in het voortgezet onderwijs maken een diagnostische tussentijdse toets, waarmee aan het einde van de onderbouw wordt gemeten waar leerlingen staan met Nederlands, Engels en wiskunde.

CDA-Kamerlid Rog wijst erop dat de Tweede Kamer de toets heeft afgewezen. Hij vindt het daarom onbegrijpelijk dat er voor 8 miljoen euro een pilot plaatsvindt.

Minister Jet Bussemaker van OCW erkent dat is afgezien van een wettelijk verplichte toets, maar ze zegt ook dat met de VO-raad is afgesproken dat een pilot zou worden ontwikkeld. De minister wijst erop dat de tussentijdse toets de belangstelling heeft van veel scholen.

In reactie op dit nieuwsbericht twittert Rog dat ‘zo geld voor onderwijs naar glossy brochures en ontwikkeling van (een) toets zonder draagvlak’ gaat.

Tussentijdse toets versterkt opbrengstgericht werken

De diagnostische tussentijdse toets in het voortgezet onderwijs zal bijdragen aan een versterking van het opbrengstgericht werken. Dat verwachten schoolleiders en docenten, zo staat in de eerste Monitor pilot diagnostische tussentijdse toets.

De diagnostische tussentijdse toets (DTT) moet scholen voor voortgezet onderwijs de mogelijkheid bieden om in de schoolcarrière van de individuele leerling het onderwijsprogramma beter dan nu het geval is op hem of haar af te stemmen. Er loopt nu een pilot met de DTT. Deze pilot begon in september 2014 en duurt tot september 2017. De resultaten van de nulmeting zijn nu bekend.

Uit die meting blijkt onder andere dat schoolleiders en docenten verwachten dat de DTT bijdraagt aan de versterking van het opbrengstgericht werken binnen de school. ‘Zowel schoolleiders als docenten van pilotscholen geven aan dat het opbrengstgericht werken binnen hun school nog niet in de volle breedte geldt’, zo staat in het rapport Monitor pilot diagnostische tussentijdse toets – bevindingen 0-meting.

Kamer deelt kritiek op wetsvoorstel diagnostische toets

Vrijwel alle oppositiepartijen in de Tweede Kamer zijn kritisch over het wetsvoorstel Leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets voortgezet onderwijs.

Uit hun schriftelijke inbreng blijkt dat zij de kritiek en zorgen delen die VOS/ABB samen met 12 andere organisaties van ouders, leraren, schoolleiders en bestuurders in een brief verwoordde. De coalitiegenoten VVD en PvdA zijn echter positief, maar ook die hebben kritische vragen.

Het wetsvoorstel Leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets voortgezet onderwijs regelt dat scholen in het voortgezet onderwijs verplicht worden

  • een leerlingvolgsysteem naar keuze te gebruiken voor Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen;
  • halverwege de schoolloopbaan van leerlingen bij hen een diagnostische tussentijdse toets af te nemen op de genoemde vakken;
  • op basis van een steekproef deel te nemen aan internationaal vergelijkend onderzoek.

In vragen van de Vaste Kamercommissie voor OCW worden kritiekpunten geuit dit ook naar voren zijn gebracht in de gezamenlijke brief van VOS/ABB en andere afzenders. Zo is er kritiek op de ingreep in de professionele ruimte van docenten, terwijl juist vergroting van die ruimte gewenst is.

De meeste kritiek komt van oppositiepartijen en richt zich vooral op diagnostische tussentijdse toets en de verplichte deelname aan internationale onderzoeken. De voorgestelde wettelijke verplichting zou leiden tot overbodige regelgeving, het risico van teaching to the test en verschraling van het onderwijsaanbod.

School mag geen toetsfabriek worden!

VOS/ABB en andere onderwijs- en ook ouderorganisaties dringen er bij de Tweede Kamer op aan niet in te stemmen met het wetsvoorstel voor de verplichte diagnostische tussentijdse toets (dtt) in het voortgezet onderwijs. Bovendien zou de Kamer niet akkoord moeten gaan met de verplichting voor scholen om deel te nemen aan internationale vergelijkingsonderzoeken.

In een gezamenlijke brief aan de Vaste Kamercommissie voor OCW beargumenteren onder andere VOS/ABB, de Besturenraad en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) dat een verplichting van de diagnostische tussentijdse toets, zoals staatssecretaris Sander Dekker van OCW die wil, de professionaliteit van de docenten aantast.

Bovendien zou door deze voorgenomen verplichting de inrichtingsvrijheid van de scholen in het geding komen en het risico ontstaan dat leerlingen de school vooral als ‘toetsfabriek’ gaan zien.

Een verplichting voor scholen om deel te nemen aan internationale vergelijkingsonderzoeken zal volgens VOS/ABB en de overige afzenders alleen maar leiden tot ‘ranglijstdenken’, zonder dat dit de kwaliteit van het onderwijs bevordert.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl