Gemengde klas criterium voor toelating tot Nederland

Syrische vluchtelingen die vanuit Turkije naar Nederland willen, komen ons land niet in als ze per se willen dat hun kinderen onderwijs krijgen in gescheiden klassen voor jongens en meisjes. Dat meldt de Volkskrant, die zich baseert op wat Paul van Musscher zegt. Hij is bij de politie de landelijk portefeuillehouder vreemdelingenzaken en migratiecriminaliteit.

Het criterium van de gemengde klassen en andere eisen die betrekking hebben op diversiteit en de gelijkheid van man en vrouw zijn volgens Musscher bepalend voor de toelating van Syrische vluchtelingen die op basis van de zogenoemde Turkije-deal naar Nederland willen.

‘Als jij zegt: mijn kinderen gaan koste wat kost niet in gemengde klassen of er wordt niet samen gezwommen, dan gaat er een streep door je dossier en kom je Nederland niet in’, zo citeert de krant de politiechef.

Lees meer…

Hengelose leerlingen positief over seksuele diversiteit

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW complimenteert mede namens onderwijsminister Arie Slob de leerlingen van groep 8 van de openbare Anninksschool in Hengelo voor de positieve manier waarop zij met het thema seksuele diversiteit bezig zijn.

De complimenten volgen op kritische vragen van Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA. Zij stelde die vragen naar aanleiding van een artikel in de Twentse krant Tubantia. Deze krant meldde dat de directeur van de school het geen goed idee vond om twee jongens in de eindmusical van groep 8 een stelletje te laten spelen. Dat zou bezwaarlijk kunnen zijn voor een meisje van ouders die tot de Jehovah’s Getuigen behoren.

‘Ik weet hoe mensen van dit geloof hierover denken. Je mag wel homo zijn, maar je mag het niet praktiseren. Ik achtte dus de kans zeer groot dat het bewuste meisje niet meer mee zou mogen doen met de musical, als we dit er in zouden laten. En mijn uitgangspunt is dat álle kinderen bij dit afscheid van school moeten zijn’, zo citeerde Tubantia de directeur van de Anninksschool.

Van den Hul plaatste de keuze van de directeur in een homofoob kader. Van de minister wilde ze onder andere horen dat ook kinderen van Jehovah’s Getuigen moeten worden voorbereid ‘op de Nederlandse samenleving waarin wèl mensen voorkomen die homoseksualiteit praktiseren en dat ook hun goed recht is’.

Respect en diversiteit

De minister benadrukt in haar antwoorden dat alle leerlingen op school les moeten krijgen over het respectvol omgaan met diversiteit, waaronder ook seksuele en genderdiversiteit. ‘Daarnaast is de school verantwoordelijk voor een sociaal veilig en inclusief klimaat, voor alle leerlingen, ongeacht seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie en ongeacht geloof’, aldus Van Engelshoven.

Op de vraag van Van den Hul wat de minister in deze zaak gaat ondernemen, antwoordt Van Engelshoven dat het hier gaat om ‘een debat dat in de school moet worden gevoerd’. Uit contact met de schooldirecteur blijkt volgens haar dat dit debat volop en op een positieve manier wordt gevoerd.

Om dit te illustreren, wijst de minister erop dat zowel de leerlingen van de musicalklas als de directeur in roze shirts naar school zijn gekomen, dat er gesprekken zijn geweest met ouders en dat de school met homobelangenorganisatie COC in gesprek is over het ontwikkelen van een protocol voor dit soort situaties.

Van Engelshoven spreekt nadrukkelijk haar complimenten uit voor de wijze waarop de leerlingen van groep 8 van de Anninksschool met het thema ‘seksuele diversiteit’ omgaan.

Lees meer…

Goed burgerschapsonderwijs met aandacht voor diversiteit

Goed burgerschapsonderwijs vereist actieve aandacht voor diversiteit van levensbeschouwingen en culturen. Dat staat in een gezamenlijke bijdrage van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) aan de internetconsultatie over het wetsvoorstel voor beter burgerschapsonderwijs.

VOS/ABB en VOO vinden ook dat het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind expliciet moet worden benoemd. ‘Het is namelijk essentieel dat kinderen hun eigen rechten en plichten kennen en dat dit verdrag ook binnen het onderwijs wordt nageleefd’, zo staat in de gezamenlijke bijdrage aan de internetconsultatie.

Ook zou er in de scholen meer aandacht moeten zijn voor democratie als een way of living. Het gaat dus meer dan alleen om kennisnemen van democratische waarden. ‘De school zou een democratische samenleving moeten zijn, waar kinderen actief participeren en meebeslissen.’

Een ander punt uit de gezamenlijke bijdrage is dat burgerschap zowel op micro- als macroniveau van groot belang is. ‘Ontwikkelingen zoals globalisering en digitalisering zorgen er immers voor dat de wereld vandaag de dag voor iedereen heel dichtbij is.’ VOS/ABB en VOO zien in dit kader ‘treden’ van burgerschap van gezin, school en buurt naar de woonplaats, Nederland, Europa en de wereld.

Lees de gezamenlijke bijdrage

VOS/ABB ondertekent RespectPact

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB heeft donderdag in Den Haag het RespectPact ondertekend. Dit is een nationale alliantie van publieke, semi-publieke en private organisaties die zich samen inzetten voor een respectvolle samenleving.

Het RespectPact is een initiatief van de Respect Education Foundation, waarmee VOS/ABB sinds 2013 samenwerkt. Het pact moet ervoor zorgen dat we in Nederland met significant meer compassie en respect met elkaar omgaan.

Burgerschapskalender

Dat begint in het onderwijs. Daarom gaat de Respect Education Foundation werken met zogenoemde Raden van Actie, die bestaan uit afvaardigingen van kinderen en jongeren uit het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Een raad van docenten kan ook input leveren.

Projecten van de verschillende RespectPact-partners met betrekking tot respect komen in een portfolio. Scholen kunnen met behulp van dit aanbod een eigen burgerschapskalender ontwikkelen. Het portfolio zal centraal staan in de nationale Week van Respect (dit jaar van 5 tot en met 11 november).

Kernwaarden openbaar onderwijs

VOS/ABB vindt het RespectPact van belang, omdat het mede op basis van de kernwaarden van het openbaar onderwijs kan bijdragen aan een in alle opzichten gezonde samenleving die is gebouwd op diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect.

Het RespectPact is mede-ondertekend door onder andere Verus, ProDemos, Nieuw Wij,Talud, SIRE, Diversion en Maatschappelijke Alliantie Nederland. Het pact wordt de komende maanden verder uitgewerkt.

‘Godsdienstleraar kan moslimleerling beter overtuigen’

Een juf op een openbare basisschool kan een islamitische leerling minder goed overtuigen dan een godsdienstleraar op een islamitische school, stelt Marietje Beemsterboer in NRC. Zij deed als promovenda aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de religieuze identiteit van islamitische basisscholen in de maatschappelijke context waarin deze scholen zich bevinden.

Beemsterboer interviewde voor haar onderzoek directeuren, leraren en godsdienstleerkrachten van negentien islamitische basisscholen. Haar conclusie is dat islamitisch onderwijs de integratie van moslims kan bevorderen.

‘Door de geborgen omgeving kunnen moeilijke onderwerpen worden besproken. Als een boodschap met veel tact en respect voor de islamitische achtergrond wordt gebracht, is de kans groter dat een leerling zich ervoor openstelt. Hij of zij komt dan niet in een loyaliteitsconflict met de thuissituatie’, zo citeert NRC haar.

Homoseksualiteit

Als voorbeeld noemt ze homoseksualiteit. ‘Op een openbare basisschool zal de juf vertellen dat je verliefd kunt zijn op zowel mannen als vrouwen. Kinderen uit een islamitisch gezin denken dan: ‘Mijn juf weet dat misschien niet, maar die boodschap geldt niet voor mij.’

Op een islamitische basisschool wordt het onderwerp niet behandeld door de juf, maar door een godsdienstleerkracht. ‘Die wordt door leerlingen en ouders vertrouwd. Als díe vertelt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, en dat je niets te maken hebt met het privéleven van een ander, dan is de kans groter dat de boodschap aankomt’, aldus Beemsterboer.

Lees meer…

Waar begin je? Gratis tool over seksuele diversiteit

Onderwijsteams die het thema seksuele diversiteit met meer gemak willen benaderen, kunnen daarvoor de nieuwe gratis tool Waar begin je? gebruiken.

Het maatschappelijk debat over seksuele diversiteit kan soms fel zijn. Dit komt ook de klas in. Leraren kunnen het lastig vinden om hierop in te gaan. De tool Waar begin je? kan onderwijsteams hierbij helpen.

De tool wordt gratis ter beschikking gesteld door de Stichting School & Veiligheid.

Lees meer…

Leerlingen denken positiever over homo’s

In Nederland denken leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs steeds positiever over homo’s, lesbiennes en biseksuelen, maar het is voor een deel van de Nederlandse jongeren die niet heteroseksueel zijn nog steeds onmogelijk om op school uit de kast te komen. Dat blijkt uit het rapport Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Leerlingen in het voortgezet onderwijs schatten op basis van de situatie op hun school in of het mogelijk is om daar te vertellen dat ze niet heteroseksueel zijn. Eén op de vijf geeft aan dit tegen niemand te kunnen zeggen. Ruim de helft geeft aan dat dat wel kan.

Zoenen

Net als Nederlandse volwassenen denken scholieren negatiever over twee zoenende jongens of twee zoenende meisjes dan over een jongen en een meisje die zoenen. Een beperkt deel geeft aan dat lesbische, homoseksuele of biseksuele jongeren niet hun vrienden mogen zijn.

Lees meer…

Tweede Kamer eist aandacht voor seksuele diversiteit

Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat er ‘passende maatregelen’ moeten volgen als blijkt dat een school geen aandacht heeft voor seksuele diversiteit.

De Kamer nam hiertoe een motie aan van SP’er Jasper van Dijk. De regeringsfractie van VVD, CDA en ChristenUnie stemden tegen, net als DENK, de SGP en Forum voor Democratie. Voorstemmers waren coalitiegenoot D66 en de oppositiefracties van PVV, SP, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en 50PLUS, die samen een meerderheid vormen.

De aanleiding voor Van Dijk om de motie in te dienen, was de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat 14 procent van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs zich niet houdt aan de aangescherpte eisen met betrekking tot seksuele diversiteit.

Het wordt uit de motie niet duidelijk wat met ‘passende maatregelen’ wordt bedoeld.

Ouders vinden burgerschapsvorming belangrijk

De meeste ouders in Nederland en Vlaanderen vinden levensbeschouwing, burgerschapsvorming en diversiteit belangrijke thema’s die op school aan bod moeten komen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en de Vlaamse ouderkoepel KOOGO.

Uit de reacties van ouders in Vlaanderen blijkt dat zij aandacht voor levensbeschouwing, burgerschapsvorming en diversiteit belangrijk vinden voor de ontwikkeling van hun kinderen tot mondige burgers. Ook zien ze de school als een plaats van ontmoeting waar hun kinderen leren omgaan met verschillen en waar ze in contact komen met verschillende visies en opvattingen.

Het onderzoek is vrijdag in Helmond gepresenteerd tijdens een expertmeeting over het openbaar onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Deze bijeenkomst werd georganiseerd door VOS/ABB en de Vlaamse zuserorganisatie OVSG.

U kunt het Nederlandse deel en het Vlaamse deel van het onderzoek downloaden.

Kernwaarden en neutraliteit

De expertmeeting werd geopend door directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Patriek Delbaere van OVSG. Zij gaven een duopresentatie over de kernwaarden van het openbaar onderwijs in Nederland en de beginselverklaring van neutraliteit in Vlaanderen. Ze legden daarbij een link met burgerschapsvorming en levensbeschouwelijke onderwijs en gingen in op verschillen tussen Nederland en Vlaanderen.

Onderzoeker Goedroen Juchtmans van Katholieke Universiteit Leuven gaf een lezing over levensbeschouwelijke diversiteit in de klas.

Workshops

In het tweede deel van de expertmeeting waren er verschillende workshops:

Kalender met themadagen seksuele diversiteit

Gay & School presenteert de Aan de slag kalender voor het basisonderwijs. Daarop staan themadagen waarop in de klas aandacht kan worden besteed aan seksuele diversiteit.

‘Voor een kind bestaat seksuele diversiteit bijvoorbeeld uit het feit dat alle kinderen in de klas een andere thuissituatie hebben, soms ook met twee moeders of juist geen moeder’, aldus Gay & School, dat onderdeel is van School & Veiligheid.

‘Ook verschillen de kinderen in de dingen die ze leuk vinden om te doen (voetbal, ballet, vloggen) en in de kleren waarin ze zich prettig voelen. Niet alle jongens en niet alle meisjes vinden hetzelfde leuk. Op wie je verliefd wordt en hoe je je voelt en gedraagt als jongen/meisje: het speelt bij ieder kind in de klas.’

Gay & School wijst erop dat in de jaarplanning van het basisonderwijs themadagen staan waarbij deze onderwerpen goed aansluiten. ‘Denk aan Valentijnsdag, de Week van de Lentekriebels, Moederdag en de Nationale Voorleesdagen.’ De kalender speelt daarop in.

Lees meer…

 

Publicatie ‘Seks op school’ over seksuele integriteit

De nieuwe publicatie Seks op school laat zien voor welke uitdagingen scholen staan als het gaat om de seksuele integriteit van leerlingen en medewerkers.

De publicatie van de stichting School en Veiligheid biedt scholen handvatten om zich niet alleen reactief op te stellen als het gaat om seksueel gedrag, maar ook proactief werk te maken van respect voor seksualiteit en seksuele diversiteit. De nieuwe publicatie is voor schoolleiders, beleidsmakers en leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

Lees meer…

Download Seks op school

 

Op 27 november kunt u bij VOS/ABB in Woerden een workshop over seksuele diversiteit bijwonen. Deze workshop voor leden van VOS/ABB wordt verzorgd door directeur Peter Dankmeijer van Edudivers. Deelname is gratis. 

Máxima praat met leerlingen over seksuele diversiteit

Koningin Máxima heeft woensdagochtend een bezoek gebracht aan het interconfessionele Hofstad Lyceum in Den Haag. Ze sprak daar met leerlingen over seksuele diversiteit.

De koningin kwam specifiek voor de Gender & Sexuality Alliance (GSA) van de Haagse school, meldt de Rijksvoorlichtingsdienst.

GSA’s zijn groepen scholieren die vinden dat iedereen op school de vrijheid heeft te kunnen zijn wie die is, zonder zich daarvoor te hoeven schamen of te verantwoorden. Het gaat hierbij vooral om de acceptatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele, trans- en interseksuele leerlingen.

De leerlingen gaven korte presentaties over hun activiteiten, zoals het organiseren van acties tegen pesten, het geven van voorlichting en hoe leerlingen voor elkaar kunnen opkomen. Máxima sprak ook met de rector, docenten en andere leerlingen.

Stop met termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’

Een groep onderzoekers van de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam pleit er in een opiniestuk in de Volkskrant voor de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer te gebruiken.

Scholen met meer dan 50 procent leerlingen met een niet-westerse achtergrond worden aangeduid als ‘zwart’ en scholen met voornamelijk leerlingen met een etnisch Nederlandse of een andere westerse achtergrond als ‘wit’. Volgens de Amsterdamse onderzoekers is Nederland het enige land in Europa waar scholen op deze manier worden getypeerd. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Slovenië is dat, zo stellen zij, ‘ondenkbaar of zelfs schandalig’.

Dat de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer zouden mogen worden gebruikt, heeft volgens de onderzoekers te maken met de hiërarchische connotaties die deze termen zouden hebben. ‘In ons onderwijsstelsel worden witte scholen veelal geassocieerd met onderwijs van een goede kwaliteit en met hogere onderwijsprestaties, terwijl zwarte scholen vaak gezien worden als ‘probleemscholen’ die gekenmerkt zouden worden door onderwijs van een mindere kwaliteit, een problematische leerlingpopulatie, veel uitval van leerkrachten en slechte toetsresultaten’, zo schrijven ze in de krant.

De labels ‘wit’ en ‘zwart’ zouden bovendien geen rekening houden met de realiteit in etnisch diverse scholen. ‘De etnische groepen die hier worden aangeduid als zwart – zoals Nederlandse Turken, Marokkanen, Syriërs, Iraniërs, Egyptenaren, Surinamers en Nederlanders van Caribische herkomst – delen geen gemeenschappelijke historische, religieuze, culturele en/of etnische achtergrond en identificeren zich voor een groot deel niet als ‘zwart’. Het is een label dat lang niet altijd zelf is gekozen door de groepen om wie het gaat. Hetzelfde geldt voor het label ‘wit’.’

Lees meer…

Een van de onderzoekers van de UvA wier naam onder het opiniestuk staat, is Hülya Kosar-Altinyelken. Zij pleitte in december vorig jaar in de lokale Amsterdamse krant Het Parool al voor het afschaffen van de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’. 

Lees meer…

JOVD-voorzitter wil af van vrijheid van onderwijs

‘Die zogenaamde vrijheid van onderwijs werkt vrijheidsbeperkend’, zegt voorzitter Matthijs van de Burgwal van de JOVD.

Nu de verzuiling verleden tijd is, is het volgens Van de Burgwal nodig om een einde te maken aan ‘geloofsgebonden onderwijs op kosten van onze neutrale staat’.

Hij benadrukt dat de huidige maatschappij niet meer ‘statisch en verdeeld’ is, zoals in de tijd van de verzuiling, maar ‘dynamisch en divers’. Daar horen volgens hem scholen bij die de diversiteit weerspiegelen.

‘Het op kosten van de staat onderwijzen in slechts één geloofsovertuiging, past hier niet bij. Alle grote religies, atheïsme en humanisme verdienen immers een plek in ons onderwijs’, aldus de voorzitter van de jongerenafdeling van de VVD.

Volgens hem hoort in de school niet de levensovertuiging van ouders centraal te staan, maar de ontwikkeling van het kind.

Lees meer…

Leraren hebben moeite met extreme opmerkingen

Zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs zeggen leraren moeite te hebben met extreme opmerkingen in de klas. Ze hebben onvoldoende handvatten om met gevoelige burgerschapskwesties om te gaan. Dat staat in een vandaag gepubliceerd onderzoek van Diversion, bureau voor maatschappelijke innovatie.

Het gaat om de verkenning Dialoog als burgerschapsinstrument. Daarvoor maakte de organisatie een rondgang langs docenten, studenten en lerarenopleiders. Het blijkt dat niet alleen tieners, maar ook basisschoolkinderen soms extreme opmerkingen maken naar aanleiding van actuele kwesties zoals de vluchtelingencrisis en de aanslagen in Parijs. Leraren weten niet goed hoe ze daarmee om moeten gaan. Ze geven aan dat het schoolbeleid hierover vaak nog in de kinderschoenen staat, aldus het Diversion-rapport.

Vooral jonge leraren (in opleiding) vinden het moeilijk om precaire onderwerpen te bespreken. In het primair onderwijs speelt de emotionele ontwikkeling van hun leerlingen mee: zijn de kinderen er aan toe om te praten over maatschappelijke thema’s als seksuele diversiteit of de aanslagen in Parijs? Veel leerkrachten laten het initiatief om hierover te praten aan de leerlingen zelf over.

Makkelijker in heterogene klassen
Het rapport wijst op een opvallend verschil tussen homogene en heterogene scholen. In heterogene klassen met leerlingen van verschillende afkomst vinden leraren dat burgerschapskwesties makkelijker bespreekbaar zijn.  ‘Op scholen met voornamelijk autochtone leerlingen moeten docenten veel moeite doen om hun leerlingen te overtuigen van het belang van discussie over integratie-gerelateerde onderwerpen. Op scholen met overwegend allochtone leerlingen lopen docenten juist aan tegen radicale meningen van leerlingen’, zo staat in het rapport.

Burgerschap is verplicht
Scholen moeten sinds 2006 verplicht aandacht schenken aan burgerschap in het curriculum en worden op dit punt beoordeeld door de inspectie. Diversion biedt hiervoor methodes en trainingen aan. De verkenning Dialoog als burgerschapsinstrument is te downloaden.

Dagblad AD doet vandaag verslag van de aanpak van openbare basisschool Overvecht in Utrecht. Hier krijgen de kinderen al vanaf groep 1 regelmatig een lesje filosoferen. Zo leren ze van jongsaf aan dat ze van mening mogen verschillen en ze leren gevoelige onderwerpen te bespreken.

 

 

 

Ontmoeting als middel tegen radicalisering

Ontmoeting in de scholen is een voorwaarde om radicalisering van jongeren tegen te gaan. Dat stelt coördinator Khalid Benhaddou van het Vlaamse Onderwijsnetwerk islamexperten.

‘Als jongeren elkaar niet kunnen ontmoeten en niet met elkaars verschillen, levensbeschouwing en cultuur leren omgaan, kan je moeilijk verwachten dat ze straks in de samenleving voor elkaar vallen’, zo zei Benhaddou in een lezing voor leraren in Vlaanderen. Hij hield die lezing in februari, dus vóór de aanslagen in Brussel.

Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie

Hij zei ook dat moslimjongeren de islam wel kennen, maar nauwelijks de basiswaarden van de democratische samenleving. ‘Ik ben er geen voorstander van om de levensbeschouwelijke vakken af te schaffen en te herleiden tot een soort eenheidsworst. Wel moeten we komen tot een nieuw platform waar leerlingen kunnen kennismaken met basiswaarden als vrije meningsuiting en vrijheid van religie’, aldus Benhaddou.

Khalid Benhaddou is sinds oktober 2015 coördinator van het Vlaamse Onderwijsnetwerk islamexperten. In opdracht van de Vlaamse minister Hilde Crevits van Onderwijs geeft hij met een groep vrijwillige islamexperts in scholen uitleg over de islam en over radicalisering. Daarbij ligt de nadruk op het belang om jongeren op te voeden tot mondige burgers die meewerken aan een verdraagzame samenleving.

Benhaddou is imam van de Al-Fathmoskee in Gent en voorzitter van het Platform van Vlaamse Imams en islamleerkracht.

Bussemaker schrikt dat pabo steeds witter wordt

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs is geschrokken van de berichten dat de pabo steeds witter wordt. Er zijn dit schooljaar veel minder allochtone studenten aan een opleiding tot leraar basisonderwijs begonnen dan vorig jaar. Toen waren het er nog 456, nu nog maar 174. 

Strengere eisen
Minister Jet Bussemaker zegt vandaag in een interview op de website van de Algemene Onderwijsbond (AOb) dat ze schrikt van deze cijfers. Ze denkt dat de aangescherpte eisen voor toelating tot de pabo de allochtone jongeren afschrikken. Pabo-studenten moeten tegenwoordig bepaalde eindexamenvakken in hun pakket hebben of anders toelatingstoetsen doen. Bussemaker wil echter geen overhaaste conclusies trekken en de regels niet direct weer versoepelen. ‘Het is de bedoeling dat er door die strengere eisen minder studenten uitvallen in het eerste jaar. Na de zomer weten we pas of dat gelukt is’.

Is het een probleem? 
Op de vraag of ze het een probleem vindt dat er minder allochtonen voor de pabo kiezen, antwoordt Bussemaker volgens de AOb bevestigend. ‘Ja, het is van maatschappelijk belang dat zij ook leraar in het basisonderwijs worden. Ik vind diversiteit sowieso belangrijk. Er zouden bijvoorbeeld ook meer mannen voor de pabo moeten kiezen.’

Pabo minder in trek
De pabo trok dit jaar overigens in het algemeen veel minder studenten: geen 5700 eerstejaars zoals in 2014, maar slechts 3900. Opvallend is daarbij dat allochtonen twee keer zo vaak wegblijven als autochtonen en dat geldt met name voor de mbo’ers onder hen. Dit jaar kwamen er nog maar 49 studenten van het mbo naar de pabo, vorig jaar waren het er nog 258.

Andere studiekeuzes
Waar ze zijn gebleven, wordt ook duidelijk uit de cijfers. De hbo-studie verpleegkundige bijvoorbeeld trok 33 procent meer allochtonen dan vorig jaar.  Ook de ict-opleidingen kregen meer allochtone studenten binnen. Het totale aandeel allochtonen in het hoger beroepsonderwijs is niet veranderd: dat is nog steeds 15 procent. Ze maken alleen andere studiekeuzes.

Lees hier het interview van de AOb met minister Bussemaker 

Lees hier het persbericht van het Hoger Onderwijs Persbureau

Bussemaker hamert op belang mensenrechteneducatie

Mensenrechten zijn een belangrijk uitgangspunt om met jongeren te praten over hun rol in de samenleving. Dat heeft minister Jet Bussemaker van OCW donderdag gezegd tijdens de opening van de International Human Rights Education Conference in Middelburg.

Ze benadrukte dat jonge mensen de kans moeten krijgen om op school, die ze de ‘mini-democratie bij uitstek’ noemde, te oefenen met wat het betekent om samen te leven in een open en vrije samenleving. ‘Juist omdat er in onze samenleving zulke grote verschillen zijn tussen hoe mensen leven, wat ze geloven en denken, en juist als we diversiteit willen koesteren, hebben we mensenrechten nodig als niet-onderhandelbaar fundament’, aldus Bussemaker.

Af en toe een lesje over mensenrechten is volgens de minister niet voldoende. ‘Net zoals onderwijs niet alleen over kennis moet gaan, maar ook over persoonlijke vorming, zo moeten burgerschap en mensenrechteneducatie niet alleen over de het reproduceren van theorie gaan. Maar ook de wereld zien door de ogen van een ander, en met andere ogen naar jezelf kijken’, vindt de minister van OCW.

Lees meer…

VOS/ABB heeft in samenwerking met educatieve uitgeverij Kwintessens de inspiratiebrief Voor elkaar! samengesteld. Hierin staan voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs tips om les te geven over de kinder- en mensenrechten.

Alle VOS/ABB-leden hebben de inspiratiebrief toegestuurd gekregen met het novembernummer van magazine Naar School!.

Stereotiep denken over man en vrouw drukt prestaties

Leerlingen voelen zich minder goed in hun vel op een school die traditioneel denkt over mannen en vrouwen. Daardoor presteren ze ook minder goed. Dat meldt de Vlaamse omroep VRT op basis van het Procrustes-project, een studie van de KU Leuven, de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.

Voor het onderzoek werden gedurende vier jaar ruim 6000 leerlingen en 1000 leraren in het Vlaamse voortgezet onderwijs gevolgd. Het effect van traditioneel denken over mannen en vrouwen blijkt het grootst bij jongens.

‘Vanaf het eerste jaar van het middelbaar onderwijs zien we de druk op jongens toenemen om te beantwoorden aan het stereotiepe macho-beeld’, vertelt onderzoekster Wendelien Vantieghem aan de VRT. Jongens die zich inzetten voor school worden volgens haar vaak uitgescholden voor mietje, want wie goed leert is niet stoer of cool.

Ook meisjes voelen zich niet goed in hun vel als ze gedwongen worden om zich meisjesachtig te gedragen. Vooral meisjes die bijvoorbeeld graag voetballen of zich jongensachtig gedragen krijgen negatieve reacties. Toch worden ze minder zwaar afgestraft dan een jongen die bijvoorbeeld ballet wil gaan doen.

Volgens Vantieghem is het belangrijk dat scholen inzetten op een genderbeleid om typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag bespreekbaar te maken. Dat moet volgens de onderzoekster onderdeel zijn van het antipestbeleid van de school.

Kernwaarden openbaar onderwijs winnen aan belang

Burgerschap moet veel meer dan nu een prominente plaats in het onderwijs. Het gaat daarbij onder andere om sociale vaardigheden en kennis over en begrip van diverse culturen. Dat is een van de hoofdlijnen van het advies van het platform Onderwijs 2032.

‘Het onderwijs van de toekomst besteedt niet alleen aandacht aan de waarden van de Nederlandse samenleving en het voortbestaan van de rechtsstaat. Het brengt leerlingen ook sociale vaardigheden bij, evenals kennis van en begrip voor andere culturen. In het toekomstige onderwijs ligt de nadruk meer dan nu op leren deelnemen aan de democratische samenleving en respect voor elkaar hebben.’ Dit onderdeel van het voorlopige advies sluit naadloos aan op de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

In het hoofdlijnenadvies staat ook dat persoonlijke ontwikkeling van de leerling centraal uitgangspunt moet zijn van het onderwijs in de toekomst. Het platform beschouwt de school van de toekomst als een oefenplaats om persoonlijke kwaliteiten te ontwikkelen. ‘De school helpt ze te ontdekken wie ze zijn, wat ze belangrijk vinden en hoe ze zich tot anderen verhouden.’

Engels vanaf groep 1
Andere thema’s die in het advies aan bod komen, zijn onder andere taal- en rekenvaardigheid, digitale vaardigheden en onderwijs op maat. Zo wordt geadviseerd om al in groep 1 van de basisschool Engels te geven. ‘Op die leeftijd leren ze gemakkelijk een tweede taal. Bovendien gaat hun algemene taalvaardigheid er daardoor op vooruit. Basisscholen die op dit moment al in de onderbouw Engels geven, en dat zijn er steeds meer, hebben daar goede ervaringen mee.’

Het onderwijs moet ook inzetten op digitale vaardigheden, omdat leerlingen kennis moeten hebben van nieuwe technologieën en dienen te weten hoe ze die kunnen inzetten. ‘Het gaat daarbij om mediawijsheid en het vinden, verwerken en creëren van digitale informatie, maar ook om het kunnen toepassen van technologieën om antwoorden op vragen te krijgen.’

Het platform vindt verder dat leerlingen de vaste kern van kennis en vaardigheden op verschillende niveaus moeten kunnen afronden. ‘In het onderwijs van de toekomst is nadrukkelijk ruimte voor differentiatie en maatwerk.’

Download het advies op hoofdlijnen

VVD wil diversiteit loskoppelen van denominaties

De begrippen ‘diversiteit’ en ‘keuzevrijheid’ moeten anders gedefinieerd dan nu in de fusietoets centraal staat. Dat vindt VVD-Tweede Kamerlid Karin Straus.

In haar initiatiefnota Krimp in het voortgezet onderwijs – van kramp naar kans schrijft ze dat het haar uitgangspunt is dat er goed onderwijs moet zijn voor álle kinderen. Hiermee sluit zij aan bij de missie van VOS/ABB, die dit ook in krimpsituaties benadrukt vanuit de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Het VVD-Kamerlid stelt haar missie voor goed onderwijs voor álle kinderen in het kader van de toekomstbestendigheid van het onderwijs, juist ook in krimpgebieden. In dit verband pleit ze er onder andere voor om begrippen als ‘diversiteit’ en ‘keuzevrijheid’ anders te definiëren.

‘Ik zou willen voorkomen dat het behouden van bijvoorbeeld de denominatieve diversiteit tot gevolg heeft dat de keuzevrijheid voor ouders en leerlingen in termen van ‘een compleet onderwijsaanbod’ bedreigd wordt’, aldus Straus.

Zij vindt dat het behoud van denominatieve diversiteit ondergeschikt moet zijn aan de diversiteit van het aanbod. Het is belangrijker, zo stelt zij, dat er ‘op bereisbare afstand praktijkonderwijs én beroepsonderwijs én mavo én havo én vwo kan blijven worden gevolgd.’

Straus signaleert dat in de huidige situatie ‘noodzakelijke samenwerking tussen scholen’ niet of te laat tot stand komt. ‘Dit betekent dat scholen of schoolsoorten geheel uit sommige regio’s dreigen te verdwijnen en er voor leerlingen (te) grote reisafstanden dreigen te ontstaan.’ Dergelijke ‘doemscenario’s’ wil de VVD’ster voorkomen.

Heterogene klas doet het net zo goed als homogene

Heterogene klassen met allerlei soorten leerlingen gaan niet gepaard met lagere cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten. Dit blijkt uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut.

Over het algemeen wordt verondersteld dat het verzorgen van adaptief onderwijs lastig is. In verband hiermee kan worden verwacht dat een grotere diversiteit in de klas samengaat met lagere onderwijsopbrengsten. Op grond van analyses van gegevens uit het cohortonderzoek COOL5-18 blijkt dit echter niet zo te zijn.

De algemene uitkomst van het onderzoek is dat er maar weinig systematische effecten van de klassamenstelling op toetsscores worden gevonden. Hetzelfde geldt voor sociaal-emotionele variabelen. Voor zover er al significante effecten worden gevonden, zijn deze zeer klein.

De conclusie is dan ook dat het er voor de prestaties en overige onderwijsuitkomsten van de leerlingen nauwelijks toe doet of ze in een homogene of heterogene klas zitten. Op enkele punten werden juist positieve relaties gevonden tussen heterogeniteit en onderwijsuitkomsten.

Het onderzoek richtte zich op het basisonderwijs.

Lees meer…

Hoofdprijs voor lesmateriaal over seksuele diversiteit

Basisschooldocent Piet Karsten heeft de hoofdprijs gewonnen van de lesmaterialenwedstrijd over seksuele diversiteit. 

De jury viel volgens de jury op, omdat de benadering persoonlijk is, goed aansluit bij leerlingen van groep 8 en iedere week wordt herhaald. ‘Daardoor komt het onderwerp van homoseksualiteit op een vanzelfsprekende manier aan de orde’, aldus de jury.

De homoseksuele Karsten geeft les op de rooms-katholieke Jozefschool in het Noord-Hollandse dorp Venhuizen. De prijs is aan hem uitgereikt op Roze Zaterdag in Eindhoven door onderwijswethouder Jannie Visscher van die gemeente en haar collega Bianca van Kaathoven, die diversiteit in haar portefeuille heeft.

In het septembernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs komt een artikel over de lesmaterialenwedstrijd, die was georganiseerd door de Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit

Bussemaker wil aandacht seksuele diversiteit vasthouden

Minister Jet Bussemaker van OCW reageert verheugd op de uitkomsten van het rapport Anders in de klas van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In dat rapport over de aandacht in het onderwijs voor seksuele diversiteit staat onder andere dat lesbische, homoseksuele en biseksuele leerlingen en transgenders (lhbt) zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Het is blijkbaar effectief om al op de basisschoolleeftijd aandacht te hebben voor seksuele diversiteit’, aldus Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer. Wat betreft het voortgezet onderwijs merkt ze op dat ook daar niet-heteroseksuele leerlingen zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Leerlingen zijn aan het denken gezet, leraren zijn alerter geworden, en er is meer draagvlak op school’, schrijft de minister. Ze verwacht dat aandacht voor seksuele diversiteit op de lange termijn zijn vruchten blijft afwerpen, maar dan moeten scholen hier wel actief op blijven.

Inspectie onderzoekt voorlichting seksuele diversiteit

De Inspectie van het Onderwijs gaat volgend jaar onderzoek doen naar de invoering van de verplichte voorlichting op scholen over seksuele diversiteit. Dat heeft minister Jet Bussemaker van OCW toegezegd in het Kamerdebat over het emancipatiebeleid voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT).

Basis voor het onderzoek van de inspectie worden de resultaten van een aantal lopende onderzoeken, zoals een onderzoek naar de uitwerking van het nieuwe kerndoel in lesmateriaal en docentenhandleidingen en de veiligheidsmonitor over de positie van LHBT-leerlingen. Minister Bussemaker verwacht dat het onderzoek van de inspectie in de eerste helft van 2016 klaar zal zijn.

Sinds december 2012 is voorlichting over seksuele diversiteit opgenomen in de kerndoelen van het primair en voortgezet onderwijs. Het onderzoek van de inspectie was een uitdrukkelijke wens van homobelangenorganisatie COC en de Tweede Kamerfracties van D66 en VVD.