Overal doorzettingsmacht nodig voor minder thuiszitters

Alle samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten doorzettingsmacht hebben. Zo kan het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag worden gebracht, benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Op de vraag uit de Tweede Kamer hoe het komt dat er nog steeds veel kinderen thuiszitten zonder onderwijs, terwijl elk samenwerkingsverband een dekkend onderwijsaanbod zou moeten hebben en scholen zorgplicht hebben, antwoordt Slob dat kinderen soms thuiszitten doordat er nog geen overeenstemming is over een aanbod.

‘In sommige gevallen heeft een samenwerkingsverband langer tijd nodig om tot een passend aanbod te komen’, aldus de minister. Daarvoor bestaan volgens hem verschillende oorzaken, omdat de situatie van iedere thuiszitter uniek is en een eigen oplossing behoeft.

‘Vaak is deze oplossing niet alleen in het onderwijs gelegen, maar ook in de zorg. Mede vanwege de veelvoud aan partijen die betrokken zijn bij de thuiszitter, kan het veel tijd kosten om te komen tot een gedragen inschatting van de behoefte van de leerling en een besluit over (de financiering van) het aanbod’, zo licht Slob toe.

In dit kader benadrukt hij dat doorzettingsmacht van het samenwerkingsverband kan helpen, maar dat dit nog niet in alle regio’s is geregeld. ‘Daarom heeft dit kabinet zich de ambitie gesteld dat in alle samenwerkingsverbanden doorzettingsmacht geregeld wordt’, aldus Slob.

Lees meer…

Samenwerkingsverband zet lang niet altijd door

In bijna de helft van de gevallen neemt het samenwerkingsverband het zoeken naar een passende oplossing voor een kind niet over als de school geen passend zorgarrangement kan bieden. Dat meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

De vakbond van schoolleiders hield een enquête over passend onderwijs. Van de 400 schoolleiders die de vragenlijst invulden, geeft 70 procent aan dat de zorgplicht ingaat op het moment dat ouders op gesprek komen en hun kind aanmelden. Vorig jaar gaf 90 procent nog aan niet zomaar over te gaan tot inschrijving.

Het samenwerkingsverband (swv) weet twee op de drie kinderen te plaatsen, zo blijkt uit de enquête. Voor één op de drie wordt dus geen passende plek gevonden.

Ruim de helft van de schoolleiders geeft aan dat hun swv doorzettingsmacht heeft om een kind te plaatsen. In bijna de helft van de gevallen neemt het swv het zoeken naar een passende oplossing voor een kind niet over.

Thuiszitterspact

De enquête van de AVS stond in het teken van het Thuiszitterspact, dat in juni werd gesloten. Hierin werd afgesproken dat het aantal kinderen dat zonder onderwijs thuiszit fors omlaag moet.

Het Thuiszitterspact werd gesloten door de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van OCW, VWS en Veiligheid en Justitie. De AVS werd er niet bij betrokken.

Lees meer…

Passend onderwijs: iemand móet knoop doorhakken

In het nieuwe schooljaar moet elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs een bepaalde vorm van doorzettingsmacht hebben.

Dit betekent dat een persoon of commissie in staat moet zijn de knoop door te hakken als ouders, school en eventuele andere instanties het niet lukt passend onderwijs te realiseren voor een kind dat thuiszit.

Als dit over een jaar niet in alle samenwerkingsverbanden in orde is, volgen er mogelijk wettelijke maatregelen. Dat bleek in de Tweede Kamer tijdens een algemeen overleg over passend onderwijs.

Passend onderwijs 2020: geen thuiszitters meer

Tijdens dit overleg herhaalde staatssecretaris Sander Dekker van OCW de doelstelling dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden zonder passend onderwijsaanbod thuis mag zitten. Harde afspraken over een afname van het aantal thuiszitters op korte termijn wilde de staatssecretaris echter niet maken.

Er werd in de Kamer ook gesproken over het idee van een standaardniveau van basisondersteuning. Dekker zei dat hij dit voorlopig niet aan alle scholen wil opleggen, omdat het geen recht zou doen aan regionale verschillen.

Verder zei de staatssecretaris dat hij met besturen- en lerarenorganisaties in gesprek wil om te kijken hoe de werkdruk en bureaucratie kunnen worden verminderd.