Professor Jaap Dronkers overleden

Onderwijssocioloog Jaap Dronkers is woensdag op 71-jarige leeftijd overleden. Dat melden onder andere de Nederlandse Sociologische Vereniging en Maastricht University, waar hij emeritus hoogleraar was.

Jaap Dronkers was bekend van onder andere de ranglijsten van scholen. Die maakte hij eerst voor Trouw en later voor de Volkskrant. In die lijsten werden scholen beoordeeld. Ze kregen van Dronkers een rapportcijfer.

Later hielp hij RTL Nieuws met het maken van de omstreden lijst met citoscores per basisschool. Hij werkte daar naar eigen zeggen aan mee, omdat de commerciële nieuwszender anders het ruwe materiaal zou hebben gepubliceerd. Dronkers erkende dat hij met RTL Nieuws een ‘suboptimaal resultaat’ had afgeleverd.

Afscheid

In juni 2014, toen hij bijna 70 was, maakte hij in een afscheidsbrief bekend dat hij stopte met het maken van schoolcijferlijsten. Hij schreef toen dat hij nog steeds achter zijn omstreden werkwijze stond, omdat het opstellen van ranglijsten van scholen volgens hem een maatschappelijk belang diende, maar dat het hem te veel tijd kostte en stress opleverde.

Hij schreef toen ook dat in de wetenschap niemand was die hem zou opvolgen, omdat de jongere generaties zo druk met allerlei verplichtingen, zoals internationale publicaties, aanvragen van beurzen en het binnenhalen van opdrachten, ‘dat dit soort maatschappelijke dienstverlening voor hen feitelijk onmogelijk is geworden’.

Ook in de journalistiek werkten volgens hem geen mensen die zijn werk konden voortzetten. ‘Journalisten hebben door hun vooropleiding bijna nooit de vaardigheden om zelf dit soort berekeningen te maken.’

Jaap Dronkers wees bovendien op het grote afbreukrisico. ‘Het maken van dit soort lijsten geeft je veel vijanden en maar weinig vrienden.’

Cijfertjesprofessor Jaap Dronkers stopt met zijn lijstjes

Professor Jaap Dronkers van Maastricht University is bijna 70 en stopt daarom met het maken van schoolcijferlijsten. Dat heeft hij in een afscheidsbrief laten weten.

Hij zegt nog steeds achter zijn omstreden werkwijze te staan, omdat het opstellen van ranglijsten van scholen volgens hem een maatschappelijk belang dient. Het kost hem echter te veel tijd en het levert hem bovendien veel stress op, zo schrijft hij.

Er is niemand uit de wetenschap die hem opvolgt, zo staat in zijn brief. De jongere generaties zijn zo druk met allerlei verplichtingen, zoals internationale publicaties, aanvragen van beurzen en het binnenhalen van opdrachten, ‘dat dit soort maatschappelijke dienstverlening voor hen feitelijk onmogelijk is geworden’.

Dronkers wijst ook op het grote afbreekrisico. ‘Het maken van dit soort lijsten geeft je veel vijanden en maar weinig vrienden.’

Journalisten kunnen het niet
Ook in de journalistiek werken volgens hem geen mensen die zijn werk kunnen voortzetten. ‘Journalisten hebben door hun vooropleiding bijna nooit de vaardigheden om zelf dit soort berekeningen te maken.’

Toen hij RTL Nieuws hielp met het maken van de lijst met citoscores per basisschool, zei hij dit ook al. Hij verklaarde toen RTL Nieuws te hebben geholpen, omdat de commerciële nieuwszender anders het ruwe materiaal zou hebben gepubliceerd. Dronkers erkende toen ook dat hij een ‘suboptimaal resultaat’ had afgeleverd.

Dronkers is donderdag door De Ochtend op Radio 1 geïnterviewd over zijn afscheid.

Inspectie pareert kritiek van ‘wetenschapper’ Jaap Dronkers

De Inspectie van het Onderwijs is de laatste jaren niet softer geworden. Dat stelt hoofdinspecteur Primair Onderwijs en Expertisecentra Arnold Jonk in reactie op kritiek van de omstreden professor Jaap Dronkers.

In een bijdrage van Dronkers op de opiniewebsite Stuk Rood Vlees stelt Dronkers dat het aandeel zwakke en zeer zwakke scholen groter is dan de inspectie in het jongste Onderwijsverslag meldt. Hij vindt dat de inspectie ‘ondoorzichtig’ is in de vaststelling of een school (zeer) zwak is. Bovendien zou de inspectie te soft zijn.

De professor van Maastricht University – hij werkte mee aan de totstandkoming van de aan alle kanten rammelende en simplistische Cito-scorelijst van RTL Nieuws – vindt dat de inspectie moet worden onderworpen aan kwaliteitscontroles van wetenschappers. ‘Als buitenstaanders de inspectie en sectorraden niet scherp zouden houden, zouden zij er veel gemakkelijker een potje van maken en na enige tijd de transparantie overbodig verklaren’, aldus Dronkers.

Scholen verschillen van elkaar
Hoofdinspecteur Arnold Jonk reageert op dezelfde opiniewebsite. Hij stelt dat de inspectie voor het beoordelen van scholen een andere, want veel arbeidsintensievere methode gebruikt dan Dronkers. ‘Scholen verschillen in heel veel opzichten van elkaar, hebben verschillend beleid en verschillende omstandigheden. Dit uit zich ook in verschillende leerlingpopulaties, verschillen die je niet direct kunt aflezen uit de postcode of het percentage gewichtenleerlingen.’

Jonk vervolgt: ‘Het is daarom bijzonder dat Dronkers de uitkomsten van onze werkwijze vergelijkt met die van hemzelf, en verschillen denkt te moeten verklaren door fouten in het werk van de inspectie. Dit terwijl iedere wetenschapper en iedereen die werkzaam is in het onderwijs (methodo)logische gaten kan aanwijzen in de berekening van toegevoegde waarde zoals Dronkers die deed die groot genoeg zijn om er een vrachtwagen doorheen te rijden’.

De hoofdinspecteur spreekt tegen als zou de inspectie te soft zijn geworden, zoals Dronkers stelt. ‘Wat er wel is gebeurd, is dat de laatste jaren heel veel zwakke scholen zich verbeterden’, aldus Jonk.

Ook CPB stapt in val die Cito-toets heet

De recente conclusie van het Centraal Planbureau (CPB) dat de kwaliteitsaanpak in het Amsterdamse basisonderwijs niet werkt, toont wederom aan dat het weinig zin heeft om de gemiddelde scores op de Cito-toets in onderzoeken te gebruiken.

Het was de toenmalige onderwijswethouder Lodewijk Asscher die in 2008 de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) lanceerde. Aanleiding daarvoor was dat er destijds in Amsterdam 35 zwakke en zeer zwakke basisscholen waren. Van die scholen kozen 24 ervoor om zich bij het project aan te sluiten. Inmiddels zijn er volgens de Inspectie van het Onderwijs nog maar vier zwakke basisscholen in Amsterdam. Het lijkt dus logisch te concluderen dat de aanpak werkt.

Het CPB denkt daar anders over, zo bleek onlangs, omdat de gemiddelde score op de Cito-toets in Amsterdam sinds 2008 met 1,7 punt is gedaald ten opzichte van vergelijkbare scholen elders. Dit laat zien dat er op basis van gemiddelde scores op de Cito-toets andere conclusies kunnen worden getrokken dan wanneer wordt gekeken naar inspectierapporten. Het verschil zit hem in het feit dat de inspectie naar meer aspecten kijkt die van belang zijn voor goed onderwijs dan alleen taal, rekenen en studievaardigheden, waarop de Cito-toets is gebaseerd.

Ik geef Pieter Hilhorst, de Amsterdamse onderwijswethouder, groot gelijk. Hij leverde in Het Parool kritiek op het CPB-rapport. Hij vergeleek het onderzoek met een methode om medicijnen te testen. Een meetmethode op basis van gemiddelde scores werkt om de resultaten van natuurwetenschappelijke processen te meten. Bij het vaststellen van onderwijskwaliteit komt meer kijken dan alleen cijfertjes. Het is dan ook goed dat Hilhorst nu als antwoord op het CPB-rapport met een eigen kwaliteitsonderzoek komt.

Het CPB-onderzoek is helaas wéér een voorbeeld van verwarring die over onderwijskwaliteit kan ontstaan. In september vorig jaar zagen we al hoe ernstig het misging toen RTL Nieuws zijn kwaliteitslijst publiceerde. De nieuwszender had de gemiddelde citoscores gebruikt en die wat laten oppimpen door cijfertjesprofessor Jaap Dronkers. De lijst rammelde aan alle kanten en Dronkers gaf dat zelf naderhand toe. Nu zien we het CPB dezelfde fout maken. Opmerkelijk, want van een gerenommeerd bureau als het CPB had ik meer verwacht dan van een commerciële tv-zender.

Ten slotte: het CPB-onderzoek is bovendien een nieuw geval van het oneigenlijke gebruik van gemiddelde citoscores. De Cito-toets is bedoeld als ondersteuning voor de basisschool voor een waardevol advies voor vervolgonderwijs aan de individuele leerling uit groep 8. We zien steeds, ook nu weer, dat de gemiddelde citoscores worden gebruikt om de kwaliteit van scholen te meten. Daar is de Cito-toets nooit voor bedoeld!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Openbare scholen scoren hoog op Volkskrantlijst

De Volkskrant heeft zaterdag weer de jaarlijkse kwaliteitslijst van het voortgezet onderwijs gepubliceerd. Een aantal openbare vo-scholen scoort zeer hoog.

De Volkskrant maakt voor het opstellen van de prestatielijst gebruik van de Maastrichtse ‘cijfertjesprofessor’ Jaap Dronkers. Hij werd ook door RTL Nieuws ingehuurd in een poging om de nodige context aan de lijst met gemiddelde citoscores van basisscholen te geven. De realiteit is dat ook de lijst van de Volkskrant bij lange na geen volledig beeld geeft van de kwaliteit van scholen voor voortgezet onderwijs.

Een aantal openbare vo-scholen scoort zeer hoog. Zo krijgen de Mondia Scholengroep in Vlissingen, de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle en het Stedelijk Gymnasium in Arnhem elk een 10 van professor Dronkers.

Lees verder op de website van de Volkskrant.

Dronkers erkent dat Cito-scorelijst RTL Nieuws prut is

Professor Jaap Dronkers van Maastricht University stelt dat RTL Nieuws de ruwe Cito-scores had gepubliceerd als hij de commerciële nieuwszender niet had geholpen bij het interpreteren van die cijfers. Hij erkent dat hij daarvoor vanwege een gebrek aan goede gegevens ‘creatieve oplossingen’ heeft moeten bedenken voor een ‘suboptimaal’ resultaat.

Dronkers reageert op het politicologische blog Stuk Rood Vlees op kritiek van de Amsterdamse socioloog Thijs Bol en de Maastrichtse hoogleraar en lid van de Onderwijsraad Lex Borghans.

Zij vinden dat er ernstige tekortkomingen zitten aan de Cito-publicatie van RTL Nieuws. De gegevens die de commerciële nieuwszender publiceerde, geven volgens hen geen goed beeld van de kwaliteit van de scholen. De tekortkomingen zouden mede zijn toe te schrijven aan het werk dat Dronkers voor RTL deed.

Hij reageert hierop door onder meer te stellen dat hij inderdaad ‘creatieve oplossingen’ heeft moeten bedenken om het gebrek aan goede gegevens te compenseren. ‘Ik heb daarbij de afweging gemaakt dat suboptimaal vastgestelde toegevoegde waarde beter is dan een publicatie van alleen ruwe scores. En dat laatste was gebeurd, als niemand RTL had willen helpen bij de berekening’, aldus Dronkers.

Hij vervolgt: ‘Media (ongeacht schrijvend of op tv) hebben niet de capaciteit in huis om zonder hulp van buiten toegepaste waardes te berekenen. Ook hebben zij daarvoor niet de financiële middelen.’

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.