Protestmars van stakende leraren door Amsterdam

Op woensdag 14 maart wordt in het primair onderwijs de tweede regionale estafettestaking gehouden om aandacht te vragen voor het lerarentekort en de werkdruk die als hoog wordt ervaren. Stakende leraren zullen dan in Amsterdam een protestmars houden.

Het wordt een ‘sobere mars’ van het Waterlooplein naar het Museumplein, meldt CNV Onderwijs dat samen met de andere onderwijsvakbonden en de PO-Raad in PO-Front zit. De protestmars moet onderstrepen ‘dat het nog steeds code rood is in het primair onderwijs’ en dat daardoor de kwaliteit van het onderwijs ‘zwaar onder druk’ staat.

De tweede regionale estafettestaking op 14 maart is in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Op 14 februari werd er gestaakt in het primair onderwijs in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.

Lees meer…

Noordelijke stakers geven estafettestokje door

Op een stakingsbijeenkomst in Groningen is het estafettestokje voor de volgende regionale staking in primair onderwijs overgedragen aan Utrecht, Noord-Holland en Flevoland.

Op de eerste regionale staking in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe kwamen circa 6000 stakers naar een protestbijeenkomst in de Suikerfabriek in Groningen. Daar werd het estafettestokje overgedragen: de volgende regiostaking in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland is gepland voor 14 maart.

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden, verenigd in PO-Front, eisen van het kabinet 1,4 miljard euro extra voor werkdrukvermindering en hogere salarissen in het primair onderwijs. Het kabinet stelt de helft daarvan beschikbaar. Onderwijsminister Arie Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat het daarbij blijft.

Werkdrukakkoord

Slob heeft onlangs met de partners in PO-Front een akkoord over vermindering van de werkdruk afgesloten. In het Werkdrukakkoord is afgesproken dat extra geld voor vermindering van werkdruk eerder beschikbaar wordt gesteld. Ondanks het akkoord gaan de stakingen in het primair onderwijs door.

Regiostakingen: geen actieve controle op onderwijstijd

De Inspectie van het Onderwijs zal niet actief nagaan of de wettelijke onderwijstijd door de komende regionale estafettestakingen in het primair onderwijs in het geding is. Daarmee stelt de inspectie zich hetzelfde op als tijdens de eerdere stakingen.

‘De lijn van de inspectie is niet veranderd’, zo laat een woordvoerder desgevraagd aan VOS/ABB weten naar aanleiding van deze eerdere tweets van de inspectie:

De inspectie wijst erop dat gedurende acht schooljaren basisschoolleerlingen ten minste 7520 uren onderwijs moeten krijgen: in de eerste vier schooljaren ten minste 3520 uren en in de laatste vier schooljaren ten minste 3760 uren. ‘De verloren uren door een korte staking zal de gemiddelde school prima kunnen invullen op andere momenten gedurende de schooljaren’, zo herhaalt de woordvoerder de inhoud van bovenstaande tweets uit november vorig jaar.

Hij voegt hieraan toe dat als de inspectie signalen krijgt dat scholen te weinig onderwijstijd hebben geprogrammeerd, dat wordt nagerekend. ‘Mochten er inderdaad te weinig uren geprogrammeerd staan, dan vragen we de school hoe de gemiste tijd gecompenseerd gaat worden. Als we reden hebben om aan te nemen dat dat niet goed komt, geven we een schriftelijke herstelopdracht.’

Lees meer over onderwijstijd

Op 14 maart tweede regionale estafettestaking

Op woensdag 14 maart wordt er gestaakt in het primair onderwijs in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland, meldt PO-Front.

Het wordt de tweede regionale estafettestaking voor meer geld voor hogere salarissen en minder werkdruk in het primair onderwijs. Op 14 februari wordt er gestaakt in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.

Vorig jaar waren er drie landelijke stakingen: op 27 juni, 5 oktober en 12 december.

In PO-Front werkt de PO-Raad samen met de onderwijsvakbonden. De stakingen zijn bedoeld om van het kabinet het dubbele te krijgen van de eerder toegezegde 700 miljoen euro extra voor het primair onderwijs.

Onderwijsminister Arie Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat het bij 700 miljoen blijft.