Animo voor flexibele schooltijden groeit

Onder ouders stijgt de animo voor scholen met flexibele onderwijstijden. Basisscholen die dit aanbieden, groeien en hebben vaak wachtlijsten. Dat melden diverse regionale dagbladen vandaag.

Het gaat om de scholen die meedoen aan het experiment met flexibele schoolvakanties. Deze scholen zijn vijftig weken per jaar open en de leerlingen mogen er – net als in het bedrijfsleven – vakantie opnemen wanneer hun ouders dat willen. Ze krijgen dan ook individueel les. In deze scholen zijn op dit moment nog honderden leerlingen aan het werk, terwijl de andere scholen inmiddels allemaal gesloten zijn voor de zomervakantie.

Meer mogelijkheden
Dagblad De Gelderlander citeert John Gelderloos, bestuurder van de Vereniging Ikook (Ieder Kind Optimale OntwikkelKansen), die zegt dat ook reguliere basisscholen die niet aan het experiment meedoen, meer variatie kunnen aanbrengen in het vakantierooster, maar dat nauwelijks doen. Wettelijk liggen alleen de zomer- en kerstvakantie en één week van de meivakantie vast. De overige weken kunnen scholen in overleg met de ouders bepalen, maar dat gebeurt haast niet. Gelderloos pleit ervoor dat scholen deze speelruimte meer benutten om ouders tegemoet te komen.

Het ministerie van Onderwijs heeft recent het experiment met flexibele schooltijden met vier jaar verlengd. Op de deelnemende scholen worden de leerresultaten gemonitord. Tot nu toe gaven de uitkomsten daarvan geen aanleiding om iets aan de werkwijze op de experimenteerscholen te veranderen.

Enorme groei
VOS/ABB heeft vorig jaar zomer al een kijkje genomen in een van de scholen die experimenteren met flexibele schooltijden: de openbare Sterrenschool Apeldoorn. Hier verdriedubbelde het aantal leerlingen sinds de invoering van deze werkwijze. In magazine School! van september 2015 (pagina 18-20) vertelt directeur Hans van der Most hoe hij het onderwijs heeft ingericht en waarom hij heeft gekozen voor flexibele schooltijden: ‘Hier in de regio doen veel ouders seizoenswerk, bijvoorbeeld in de horeca of op campings. Hen komt die zes weken verplichte zomervakantie heel slecht uit. Flexibele schooltijden zijn hierop een eigentijds antwoord.’ Lees hier het hele artikel.

 

Nader onderzoek naar effect flexibele onderwijstijden

Het is nog onvoldoende duidelijk wat de effecten van flexibele onderwijstijden zijn, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. Hij wil daarom dat het experiment met flexibele schooltijden wordt voortgezet.

Het experiment met flexibele tijden begon in 2011. Het heeft volgens Dekker  onvoldoende aanknopingspunten opgeleverd om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.  ‘Aan de ene kant zien we flexibele onderwijstijden kansen bieden, aan de andere kant zijn er risico’s’, waarbij Dekker met name doelt op risico’s die de onderwijskwaliteit raken.

Internationaal literatuuronderzoek naar flexibele onderwijstijden heeft volgens hem buitengewoon weinig informatie opgeleverd. ‘Er is slechts één studie die een effect hiervan laat zien. Hoewel dit effect positief is, is de beschikbare kennis dus nog te beperkt om op basis daarvan conclusies te trekken’, aldus de staatssecretaris.

Gemengd beeld van flexibele onderwijstijden

Uit draagvlakonderzoek onder scholen, leraren en ouders komt volgens hem geen eenduidig beeld naar voren. ‘Onder alle bevraagde partijen zijn positieve, negatieve en neutrale meningen.’ De gesprekken die OCW heeft gevoerd met onderwijs- en kinderopvangorganisaties en de vakbonden leveren volgens Dekker eveneens een gemengd beeld op.

De staatssecretaris stelt daarom voor het experiment te verlengen tot de zomer van 2018 en nader onderzoek te doen naar flexibele onderwijstijden.

Invoering flexibele tijden vergt stevige randvoorwaarden

De Inspectie van het Onderwijs heeft het Eindrapport Experiment Flexibele Onderwijstijden 2011-2014 gepubliceerd. Dit rapport uit september 2014 gaat over een onderzoek op elf basisscholen naar de effecten van flexibele schooltijden op de kwaliteit van het onderwijs.

Voor conclusies over het effect van flexibilisering van onderwijstijd op de kwaliteit van het onderwijs is het volgens de inspectie nog te vroeg. ‘Daarvoor waren de betrokken scholen in dit experiment te divers en te gering in aantal’, schrijft hoofdinspecteur Arnold Jonk in het voorwoord.

De inspectie maakt uit het experiment wel op dat er stevige randvoorwaarden nodig zijn voor een succesvolle invoering van flexibele schooltijden. Zo moet er een duidelijk door het bestuur goedgekeurd plan zijn, waarin naast de organisatorische zaken vooral ook het onderwijsinhoudelijke deel goed is beschreven.

Ook merkt de inspectie op dat voor een succesvolle invoering het team achter het concept moet staan en flexibel (individueel) onderwijs moet kunnen geven. Bovendien zijn een goede aansturing door de directeur en controle op de kwaliteit van het onderwijs essentieel.

Ontwerpbesluit flexibele onderwijstijd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft het Ontwerpbesluit experiment flexibele en virtuele onderwijstijd naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Het doel van dit experiment in het primair onderwijs is om inzicht te krijgen in de effecten van virtuele en flexibele onderwijstijden op de onderwijskwaliteit en de tevredenheid van de betrokkenen. Het gaat in dit experiment vooral om het beter laten aansluiten van de schooltijden op het werkritme van ouders.

Om dit experiment mogelijk te maken, wordt afgeweken van artikelen 8 en 15 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) met betrekking tot de centraal vastgestelde vakanties, de inrichting van schoolweek en het geven van onderwijs.

De effecten van het experiment zullen na drie jaar worden geëvalueerd. Op basis daarvan wordt besloten of een wetsvoorstel voorbereid zal worden om de mogelijkheden voor flexibele en virtuele onderwijstijd permanent te maken en sectorbreed in te voeren.

Het is de bedoeling dat het besluit tot het experiment op 1 augustus 2014 van kracht wordt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Meeste ouders positief over andere tijden

Ouders, leraren en leerlingen van basisscholen die meedoen aan een pilot met flexibele onderwijstijden, zijn daar over het algemeen tevreden over. Ook over het vijf-gelijke-dagenmodel is tevredenheid. Vooral leraren zien ook bezwaren, omdat gedurende de dag de werkdruk als hoog wordt ervaren en de pauzes wel erg kort zijn. Dit blijkt uit tussentijds onderzoek naar deze nog lopende experimenten. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de rapportages naar de Tweede Kamer gestuurd.

Scholen die meedoen aan de pilot met flexibele onderwijstijden, hebben hun tijden op verschillende manieren geflexibiliseerd: door het jaar, in de week en op de dag. De wijze waarop is geflexibiliseerd hangt af van de behoeften van ouders, de keuzes van de school en de praktische haalbaarheid.

De Inspectie van het Onderwijs concludeert dat bij de scholen die meedoen aan het experiment, de randvoorwaarden voor het onderwijs in orde zijn. Over de kwaliteit van het onderwijs kan nog niets worden gezegd, omdat het daar te vroeg voor is. Het experiment begon in augustus 2011, waarna in augustus 2012 nog een aantal scholen is aangehaakt. De pilot duurt tot 1 augustus 2014.

Meer dan 940 uur
Uit de monitor blijkt dat het de scholen lukt om voldoende onderwijstijd te realiseren. Sterker nog: er zijn aanwijzingen dat er eerder sprake is van meer onderwijstijd dan de verplichte 940 uur per jaar.

Voor 70 procent van de ouders was de pilot van belang om voor een van de deelnemende scholen te kiezen, omdat de tijden goed aansluiten bij het ritme van tweeverdieners en alleenstaande ouders met werk. Het aantal leerlingen op scholen met flexibele onderwijstijden neemt dan ook toe, terwijl de vraag naar kinderopvang afneemt. De stijgende trend staat ook haaks op het dalende aantal leerlingen als gevolg van demografische krimp.

Ook personeelsleden zijn overwegend tevreden, maar zij vinden dat de voordelen vooral voor de ouders zijn. Leerlingen geven aan dat zij vooral positief zijn over de periodes dat er minder kinderen in de school aanwezig zijn.

Vijf-gelijke-dagenmodel
De meeste ouders zijn ook over het vijf-gelijke-dagenmodel tevreden. Scholen die met dit model werken, hebben vijf gelijke schooldagen met een korte middagpauze. Leraren geven aan dat zij de extra uren na schooltijd goed kunnen benutten, maar ook dat de werkdruk op de dag hoog is en dat de middagpauze wel erg kort is.

De meeste scholen die met het vijf-gelijke-dagenmodel werken, beëindigen de schooldag al om twee uur ’s middags. Dit laat meer uren vrij voor de buitenschoolse opvang, maar daar wordt door de ouders niet extra gebruik van gemaakt. Uit de monitor blijkt evenmin dat het vijf-gelijke-dagenmodel ertoe leidt dat ouders meer gaan werken.

U kunt de monitors downloaden:

Monitor flexibele onderwijstijden

Monitor vijf-gelijke-dagenmodel

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl