Roep om flexibele schoolvakanties

Toerismestrateeg Isabel Mosk heeft de discussie over flexibele schooltijden aangezwengeld. Zij vindt de vaste lange zomervakantie van scholen niet meer van deze tijd en pleit voor flexibele vakantieperioden.

Volgens Mosk is het noodzakelijk om zo iets te doen aan de verkeersdrukte naar het zuiden met zijn ‘zwarte zaterdagen’, de topdrukte op Schiphol en het overtoerisme op steeds meer plekken. Ze vindt dat minister Slob ‘averechts bezig’ is door het experiment met flexibele schoolvakanties af te blazen. ‘Gelukkig heeft de Tweede Kamer hem teruggefloten. Scholen moeten wettelijk de ruimte krijgen het zo te organiseren dat het beter is voor iedereen’, aldus Mosk in dagblad De Telegraaf

Vaste schoolvakanties ‘vooroorlogs systeem’

Ook de PO-Raad is voorstander van het loslaten van de vaste schoolvakanties. Een woordvoerder noemde het op Radio 1 ‘een vooroorlogs systeem’. Mosk signaleert daarnaast dat het voor ouders kan lonen om tijdens schooltijd op vakantie te gaan, ook al krijgen ze daarvoor een boete van de leerplichtambtenaar die kan oplopen tot 600 euro. De ouders besparen soms wel duizenden euro’s op vliegtickets. Deze bewering is onderzocht door het radioprogramma EenVandaag in de rubriek Feit of fictie. Het blijkt een feit te zijn.

‘Flexibiliseren kan onder voorwaarden’

In het programma Spraakmakers op Radio 1 reageerde Monique Vogelzang, inspecteur-generaal bij de Inspectie van het Onderwijs: ‘Onderwijstijd flexibiliseren kan alleen onder bepaalde voorwaarden en we zien dat het niet overal lukt. Dat heeft met organisatie te maken. Er is ook extra personeel voor nodig, terwijl er een lerarentekort is.’ Toch vindt Vogelzang het goed om over flexibilisering na te denken, ‘maar we moeten wel blijven kijken naar de onderwijskwaliteit’.

Tweede Kamer voor flexibele schooltijden

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil een wettelijke basis voor flexibele schooltijden. Een motie daartoe van VVD, CDA en D66 is aangenomen.

In april werd bekend dat Slob had besloten een punt te zetten achter het experiment met flexibele schooltijden. Dit betekent dat alle scholen die aan het experiment begonnen, zich met ingang van het nieuwe schooljaar weer moeten houden aan de centraal vastgestelde vakanties en de vijfdaagse schoolweek.

De minister motiveerde zijn besluit door te wijzen op een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. Daaruit blijkt dat flexibele schooltijden te veel risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van het onderwijs. ‘Een school blijft een onderwijsinstelling en de onderwijskwaliteit staat voorop’, aldus de minister.

Wettelijke basis flexibele schooltijden

Het besluit van Slob leidde tot gefronste wenkbrauwen, vooral ook in de Tweede Kamer. Daarom kwamen VVD, CDA en D66 met een motie voor een wettelijke basis voor flexibele schooltijden. In de motie benadrukken zij dat het experiment op een aantal scholen goed is verlopen en dat ouders, leerlingen, docenten zeer tevreden waren.

Scholen zouden daarom moeten kunnen afwijken van de centraal vastgestelde vakanties en de schoolweek van vijf dagen, zo staat in de aangenomen motie.

‘Flexibele schooltijden te groot risico voor kwaliteit’

Het generiek invoeren van flexibele schooltijden zou te veel risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarom besloot minister Arie Slob het experiment met flexibele schooltijden in het basisonderwijs te staken, zo laat hij weten in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

In april werd bekend dat Slob had besloten een punt te zetten achter het experiment met flexibele schooltijden. Dit betekent dat alle scholen die aan het experiment begonnen, zich met ingang van het nieuwe schooljaar weer moeten houden aan de centraal vastgestelde vakanties en de vijfdaagse schoolweek.

Het besluit van Slob leidde tot gefronste wenkbrauwen, ook in de Tweede Kamer, omdat ouders en leerlingen over het algemeen tevreden zijn met flexibele schooltijden. De minister bevestigt dat dit het geval is, maar hij benadrukt dat uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat flexibele schooltijden te veel risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van het onderwijs.

Het is daarom volgens hem niet verantwoord de bepalingen uit het experiment generiek te wijzigen in de Wet op het primair onderwijs. ‘Hoe mooi dat resultaat ook is, een school blijft een onderwijsinstelling en de onderwijskwaliteit staat voorop’, aldus de minister.

Over het feit dat de scholen die aan het experiment begonnen met ingang van het nieuwe schooljaar zich weer moeten houden aan de regels, merkt Slob op dat deze scholen wisten dat ze meededen aan een experiment dat per definitie tijdelijk was.

Lees meer…

Slob staakt experiment flexibele schooltijden

Onderwijsminister Arie Slob zet een punt achter het experiment met flexibele schooltijden in het basisonderwijs. Alle scholen die aan dit experiment begonnen, moeten zich met ingang van het nieuwe schooljaar weer houden aan de centraal vastgestelde vakanties en de vijfdaagse schoolweek.

De reden om het experiment te staken, is gelegen in risico’s met betrekking tot de onderwijskwaliteit. De minister verwijst in een brief aan de Tweede Kamer naar bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs. Die signaleert ‘dat na acht jaar vijf van de oorspronkelijke twaalf scholen door kwaliteitsproblemen uit het experiment zijn gestapt’. Bovendien hebben twee andere scholen volgens de minister ‘ingrijpende maatregelen getroffen om de kwaliteitsproblemen het hoofd te bieden’.

‘Hoewel het om een beperkte groep scholen gaat, maakt het wel duidelijk dat er flinke risico’s verbonden zijn aan flexibilisering van onderwijstijd, die een ongeclausuleerde invoering onwenselijk maakt’, zo staat in zijn brief.

Motie tegen vierdaagse schoolweek

De minister onderbouwt zijn besluit om het experiment stop te zetten ook met ‘onze gezamenlijke opvatting dat afwijking van de onderwijstijd geen structurele situatie mag zijn’. Deze opvatting zegt hij te delen met PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul, Lisa Westerveld van GroenLinks en SP’er Peter Kwint.

Zij kwamen onlangs met een motie naar aanleiding van het besluit van sommige schoolbesturen om vanwege het lerarentekort tijdelijk een vierdaagse schoolweek in te voeren. Die ondermijnt volgens hen ‘de gelijke kansen voor kinderen’.

Bovendien legt een vierdaagse schoolweek ‘een onevenredige belasting bij ouders en hun omgeving’. Van den Hul, Westerveld en Kwint wezen er in hun motie ook op dat de vierdaagse schoolweek geen oplossing zou zijn voor de hoge werkdruk van leraren.

Animo voor flexibele schooltijden groeit

Onder ouders stijgt de animo voor scholen met flexibele onderwijstijden. Basisscholen die dit aanbieden, groeien en hebben vaak wachtlijsten. Dat melden diverse regionale dagbladen vandaag.

Het gaat om de scholen die meedoen aan het experiment met flexibele schoolvakanties. Deze scholen zijn vijftig weken per jaar open en de leerlingen mogen er – net als in het bedrijfsleven – vakantie opnemen wanneer hun ouders dat willen. Ze krijgen dan ook individueel les. In deze scholen zijn op dit moment nog honderden leerlingen aan het werk, terwijl de andere scholen inmiddels allemaal gesloten zijn voor de zomervakantie.

Meer mogelijkheden
Dagblad De Gelderlander citeert John Gelderloos, bestuurder van de Vereniging Ikook (Ieder Kind Optimale OntwikkelKansen), die zegt dat ook reguliere basisscholen die niet aan het experiment meedoen, meer variatie kunnen aanbrengen in het vakantierooster, maar dat nauwelijks doen. Wettelijk liggen alleen de zomer- en kerstvakantie en één week van de meivakantie vast. De overige weken kunnen scholen in overleg met de ouders bepalen, maar dat gebeurt haast niet. Gelderloos pleit ervoor dat scholen deze speelruimte meer benutten om ouders tegemoet te komen.

Het ministerie van Onderwijs heeft recent het experiment met flexibele schooltijden met vier jaar verlengd. Op de deelnemende scholen worden de leerresultaten gemonitord. Tot nu toe gaven de uitkomsten daarvan geen aanleiding om iets aan de werkwijze op de experimenteerscholen te veranderen.

Enorme groei
VOS/ABB heeft vorig jaar zomer al een kijkje genomen in een van de scholen die experimenteren met flexibele schooltijden: de openbare Sterrenschool Apeldoorn. Hier verdriedubbelde het aantal leerlingen sinds de invoering van deze werkwijze. In magazine School! van september 2015 (pagina 18-20) vertelt directeur Hans van der Most hoe hij het onderwijs heeft ingericht en waarom hij heeft gekozen voor flexibele schooltijden: ‘Hier in de regio doen veel ouders seizoenswerk, bijvoorbeeld in de horeca of op campings. Hen komt die zes weken verplichte zomervakantie heel slecht uit. Flexibele schooltijden zijn hierop een eigentijds antwoord.’ Lees hier het hele artikel.

 

Experiment flexibele schooltijden verlengd

Het experiment met flexibele schooltijden is met vier jaar verlengd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekendgemaakt.

Binnen dit experiment mogen scholen afwijken van de centraal vastgestelde vakanties en de vijfdaagse schoolweek. Ouders en leerlingen bepalen naar eigen inzicht, in overleg met de school, hun vrije dagen en vakantie.

De looptijd van het experiment was van 1 augustus 2011 tot en met 31 juli 2014. Vervolgens is op basis van de monitor bij het experiment bezien of het sectorbreed aanpassen van de regelgeving een optie is. De cruciale vraag hierbij was hoe de kwaliteit van het onderwijs geborgd kan worden en tegelijk aan de wensen van de betrokkenen tegemoet kan worden gekomen.

Effecten flexibele schooltijden

Het experiment gaf, ook in combinatie met aanvullend onderzoek, onvoldoende aanknopingspunten om een weloverwogen besluit te kunnen nemen. Om meer inzicht te krijgen in de effecten van flexibele schooltijden en de randvoorwaarden voor een succesvolle invoering ervan is besloten het experiment te verlengen met vier jaar en de experimentscholen nader te blijven volgen. In 2018 zal de Inspectie van het Onderwijs onderzoeken hoe de scholen zich verder hebben ontwikkeld.

Met deze verlenging van vier schooljaren wordt aangesloten bij de reguliere cyclus van de inspectie, die scholen eens in de vier jaar bezoekt. Hierdoor worden de deelnemende scholen volgens Dekker niet overmatig belast en kunnen zij dezelfde termijn doorlopen als andere scholen om aan de verbetering van hun onderwijs te werken. Naast het onderzoek van de inspectie zal gewerkt worden aan concretisering van de globale randvoorwaarden die het experiment tot nu toe heeft opgeleverd.

Uitloop tot 2019-2020

Omdat het niet wenselijk is dat er veel opeenvolgende aanpassingen in het rooster van de deelnemende scholen komen, konden zij na afloop van het experiment nog twee jaar afwijken van de regelgeving, tot een besluit was genomen over het vervolg. Deze uitloop van twee jaar blijft in stand, maar betreft nu niet de schooljaren 2014–2015 en 2015–2016, maar 2018–2019 en 2019–2020.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Nader onderzoek naar effect flexibele onderwijstijden

Het is nog onvoldoende duidelijk wat de effecten van flexibele onderwijstijden zijn, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. Hij wil daarom dat het experiment met flexibele schooltijden wordt voortgezet.

Het experiment met flexibele tijden begon in 2011. Het heeft volgens Dekker  onvoldoende aanknopingspunten opgeleverd om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.  ‘Aan de ene kant zien we flexibele onderwijstijden kansen bieden, aan de andere kant zijn er risico’s’, waarbij Dekker met name doelt op risico’s die de onderwijskwaliteit raken.

Internationaal literatuuronderzoek naar flexibele onderwijstijden heeft volgens hem buitengewoon weinig informatie opgeleverd. ‘Er is slechts één studie die een effect hiervan laat zien. Hoewel dit effect positief is, is de beschikbare kennis dus nog te beperkt om op basis daarvan conclusies te trekken’, aldus de staatssecretaris.

Gemengd beeld van flexibele onderwijstijden

Uit draagvlakonderzoek onder scholen, leraren en ouders komt volgens hem geen eenduidig beeld naar voren. ‘Onder alle bevraagde partijen zijn positieve, negatieve en neutrale meningen.’ De gesprekken die OCW heeft gevoerd met onderwijs- en kinderopvangorganisaties en de vakbonden leveren volgens Dekker eveneens een gemengd beeld op.

De staatssecretaris stelt daarom voor het experiment te verlengen tot de zomer van 2018 en nader onderzoek te doen naar flexibele onderwijstijden.

‘Flexibele schooltijden slechts marketing’

Het experiment van het ministerie van OCW met scholen die de hele dag en in de vakanties open blijven, is slechts gericht op marketing en niet op meer onderwijskwaliteit. Dat stelt directeur-bestuurder Bert Dekker van de Stichting Proominent voor openbaar primair onderwijs in Ede. Trouw laat hem aan het woord.

Proominent lanceerde in 2009 het plan voor de zogeheten Parapluschool. Deze school was de hele dag en vrijwel het hele jaar open, zodat ouders daar ook buiten de normale lesuren en in de vakanties met hun kind terecht konden.

Toenmalig bestuursvoorzitter Han Plas zei dat het beter voor de leerlingen zou zijn om niet meer in een keurslijf te zitten en het onderwijsprogramma verspreid over de dag aan te bieden. De Parapluschool deed mee aan het project van het ministerie van OCW om te experimenteren met flexibele schooltijden.

Geen toegevoegde waarde
Inmiddels is de Parapluschool in Ede gesloten. De huidige directeur-bestuurder Bert Dekker vertelt in Trouw dat het nieuwe concept geen toegevoegde waarde had. De ouders waren weliswaar positief, de leraren vonden het volgens hem leuk en de kinderen deden het goed, maar dat was volgens hem niet de inzet.

‘Het ging om de meerwaarde op het gebied van kwaliteit en leeropbrengsten’ en die was er volgens Dekker niet: ‘Het onderwijs was er gewoon niet op niveau, het was een rommeltje. Dat was later ook de conclusie van de inspectie: een zeer zwakke school’, zo citeert Trouw hem.

Volgens hem had OCW het experiment alleen moeten uitvoeren met ‘robuuste scholen, met een goed team van leerkrachten, waar het onderwijs staat als een huis’. Bovendien had het ministerie niet de suggestie mogen wekken dat flexibilisering van onderwijstijd tot kwaliteitsverbetering kon leiden.

‘Als je denkt dat je zo meer tijd voor individuele begeleiding krijgt, moet je geen flexibele scholen oprichten, maar kleinere klassen eisen’, aldus Dekker. ‘Dit is geen experiment van een onderwijsminister, maar van het ministerie van marketing.’

Sterrenschool Apeldoorn positief!
In het artikel in Trouw komt ook directeur Hans van der Most van de openbare Sterrenschool in Apeldoorn aan het woord. Hij is juist positief over het experiment met flexibele schooltijden. Het aantal leerlingen van deze basisschool van het schoolbestuur Leerplein055 is sinds het begin van de proef toegenomen van 58 naar 150.

‘Alle seinen staan op groen. Ons onderwijs is prima, onze leerkrachten werken hier met plezier, de ouders zijn positief en onze leerlingen doen het goed’, aldus Van der Most.

Inspectie tevreden over flexibele schooltijden

De Inspectie van het Onderwijs is tevreden over de manier waarop openbare basisschool De Wilgenhoek in Hank met flexibele schooltijden werkt.

Gezinnen met kinderen kunnen in bepaalde mate zelf bepalen hoe laat de schooldag begint en tot hoe lang hij duurt. ‘Als de leerlingen tussen negen en twaalf maar in de klas zitten voor de instructielessen en aan een minimaal aantal uren per week komen’, zegt directeur Nadia Verhoeff in het BN De Stem.

De Inspectie van het Onderwijs heeft laten weten dat uit onderzoek is gebleken dat het systeem van obs De Wilgenhoek na een aantal kleine aanpassingen aan de wet voldoet.

Ontwerpbesluit flexibele onderwijstijd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft het Ontwerpbesluit experiment flexibele en virtuele onderwijstijd naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Het doel van dit experiment in het primair onderwijs is om inzicht te krijgen in de effecten van virtuele en flexibele onderwijstijden op de onderwijskwaliteit en de tevredenheid van de betrokkenen. Het gaat in dit experiment vooral om het beter laten aansluiten van de schooltijden op het werkritme van ouders.

Om dit experiment mogelijk te maken, wordt afgeweken van artikelen 8 en 15 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) met betrekking tot de centraal vastgestelde vakanties, de inrichting van schoolweek en het geven van onderwijs.

De effecten van het experiment zullen na drie jaar worden geëvalueerd. Op basis daarvan wordt besloten of een wetsvoorstel voorbereid zal worden om de mogelijkheden voor flexibele en virtuele onderwijstijd permanent te maken en sectorbreed in te voeren.

Het is de bedoeling dat het besluit tot het experiment op 1 augustus 2014 van kracht wordt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Meeste ouders positief over andere tijden

Ouders, leraren en leerlingen van basisscholen die meedoen aan een pilot met flexibele onderwijstijden, zijn daar over het algemeen tevreden over. Ook over het vijf-gelijke-dagenmodel is tevredenheid. Vooral leraren zien ook bezwaren, omdat gedurende de dag de werkdruk als hoog wordt ervaren en de pauzes wel erg kort zijn. Dit blijkt uit tussentijds onderzoek naar deze nog lopende experimenten. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de rapportages naar de Tweede Kamer gestuurd.

Scholen die meedoen aan de pilot met flexibele onderwijstijden, hebben hun tijden op verschillende manieren geflexibiliseerd: door het jaar, in de week en op de dag. De wijze waarop is geflexibiliseerd hangt af van de behoeften van ouders, de keuzes van de school en de praktische haalbaarheid.

De Inspectie van het Onderwijs concludeert dat bij de scholen die meedoen aan het experiment, de randvoorwaarden voor het onderwijs in orde zijn. Over de kwaliteit van het onderwijs kan nog niets worden gezegd, omdat het daar te vroeg voor is. Het experiment begon in augustus 2011, waarna in augustus 2012 nog een aantal scholen is aangehaakt. De pilot duurt tot 1 augustus 2014.

Meer dan 940 uur
Uit de monitor blijkt dat het de scholen lukt om voldoende onderwijstijd te realiseren. Sterker nog: er zijn aanwijzingen dat er eerder sprake is van meer onderwijstijd dan de verplichte 940 uur per jaar.

Voor 70 procent van de ouders was de pilot van belang om voor een van de deelnemende scholen te kiezen, omdat de tijden goed aansluiten bij het ritme van tweeverdieners en alleenstaande ouders met werk. Het aantal leerlingen op scholen met flexibele onderwijstijden neemt dan ook toe, terwijl de vraag naar kinderopvang afneemt. De stijgende trend staat ook haaks op het dalende aantal leerlingen als gevolg van demografische krimp.

Ook personeelsleden zijn overwegend tevreden, maar zij vinden dat de voordelen vooral voor de ouders zijn. Leerlingen geven aan dat zij vooral positief zijn over de periodes dat er minder kinderen in de school aanwezig zijn.

Vijf-gelijke-dagenmodel
De meeste ouders zijn ook over het vijf-gelijke-dagenmodel tevreden. Scholen die met dit model werken, hebben vijf gelijke schooldagen met een korte middagpauze. Leraren geven aan dat zij de extra uren na schooltijd goed kunnen benutten, maar ook dat de werkdruk op de dag hoog is en dat de middagpauze wel erg kort is.

De meeste scholen die met het vijf-gelijke-dagenmodel werken, beëindigen de schooldag al om twee uur ’s middags. Dit laat meer uren vrij voor de buitenschoolse opvang, maar daar wordt door de ouders niet extra gebruik van gemaakt. Uit de monitor blijkt evenmin dat het vijf-gelijke-dagenmodel ertoe leidt dat ouders meer gaan werken.

U kunt de monitors downloaden:

Monitor flexibele onderwijstijden

Monitor vijf-gelijke-dagenmodel

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl