Functiemix: vooral basisonderwijs blijft nog achter

Het aandeel leraren in het basisonderwijs in salarisschaal LB is vorig jaar licht gestegen naar 26,7 procent.  Daarmee is de doelstelling van 40 procent nog steeds niet gehaald, meldt de website functiemix.nl van het ministerie van OCW.

Tot 2009 werden vrijwel alle leraren in het basisonderwijs in schaal LA uitbetaald. Sindsdien is het aandeel leraren in deze salarisschaal afgenomen tot 72,9 procent in oktober 2017. Tegelijkertijd nam het percentage LB toe tot 26,7 procent.

In het speciaal basisonderwijs werden tot 2009 bijna alle leraren in schaal LB uitbetaald. Dat aandeel is afgenomen tot 86,0 procent in oktober 2017. Het aandeel leraren in schaal LC nam toe tot 13,3 procent in oktober 2017.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs is een duidelijk regionaal verschil te zien. In oktober 2017 zat het grootste deel van de leraren in het voortgezet onderwijs in de Randstad in salarisschaal LC, terwijl het grootste deel van de leraren buiten de Randstad in LB zat.

De doelstelling LD voor 2014 voor de Randstad (29 procent) en niet-Randstad (27 procent) is bijna gehaald. Ook de doelstelling LC voor de niet-Randstad (27 procent) gaat in de goede richting, maar de doelstelling LC voor de Randstad (55 procent) is nog niet gehaald.

Lees meer…

‘Massaal onderbetaald’

De Telegraaf meldt op basis van de cijfers dat leraren in het basisonderwijs massaal worden onderbetaald en dat schoolbesturen de afspraken over de functiemix, waarvoor de rijksoverheid extra geld heeft uitgetrokken, niet nakomen.

De PO-Raad meldt in reactie op de berichtgeving in de media dat het achterblijven van lerarensalarissen in het primair onderwijs niet te wijten is aan onwil van schoolbesturen. ‘Al het geld dat de overheid beschikbaar heeft gesteld voor de functiemix is hier ook aan besteed’, aldus de sectororganisatie.

Lees meer…

Waarom functiemix?

VOS/ABB wijst erop dat de functiemix, anders dan in de media wordt gesuggereerd, niet als enige doel heeft om hogere salarissen te realiseren, maar ook om meer carrièreperspectief voor werknemers in het onderwijs mogelijk te maken en doorstroom naar een hogere schaal te vergemakkelijken. Daarbij horen meer taken en verantwoordelijkheden.

‘Dat de doelstellingen van de functiemix niet gehaald zijn, betekent niet dat leraren worden onderbetaald, maar dat personeel onvoldoende gebruik heeft gemaakt van aangeboden carrièreperspectieven of dat schoolbesturen die onvoldoende aanbieden. Een combinatie hiervan is natuurlijk ook mogelijk’, zegt juridisch adviseur Christiaan Rooseboom van de Onderwijsjuristen van VOS/ABB.

Regeling personele bekostiging 2018-2019

De Regeling personele bekostiging voor het schooljaar 2018-2019 is bekendgemaakt. Hieronder staat puntsgewijs wat van belang is om te weten.

  • Kleine ophoging van de reguliere lumpsum met 0,191 procent in verband met de oploop van de functiemix. Dit betreft zowel de gemiddelde personeelslast van de leraren als het basisbedrag in het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB). De oploop in het functiemixbudget loopt nog door tot en met 2020. Dit geldt voor alle sectoren van het primair onderwijs.
  • Flinke ophoging van de kleine scholentoeslag. Dit is gedaan in het artikel van het PAB en niet in de specifieke artikelen over de kleinescholentoeslag die niet tot het PAB behoren. Besturen dienen hiermee rekening te houden in hun allocatiemodel, omdat de PAB-middelen vaak bovenschools worden gebracht. De bedragen in het PAB over de kleinescholentoeslag zijn 326 procent van het oude bedrag in het schooljaar 2017-2018. Dit geldt alleen voor het basisonderwijs.
  • De middelen voor de werkdrukvermindering zijn ook toegevoegd aan het PAB. Het bedrag per leerling is, zoals eerder aangekondigd, verhoogd met 155,55 euro.
  • De uitbetaling van de prestatieboxmiddelen vindt altijd plaats in twee delen. Om budgettechnische redenen is dit gewijzigd. In het schooljaar 2017-2018 betrof dit 33,6 procent in november en 66,4 procent in maart. In het schooljaar 2018-2019 zal dat 44,7 procent respectievelijk 55,3 procent zijn.

De toepassing van de referentiesystematiek zorgt nog voor een aanpassing in september 2018. Dan zal er een kabinetsbijdrage komen op basis van de ontwikkeling van de lonen en werkgeverslasten in de marktsector. Het kabinet stelt dit medio juni vast in het voorjaarsoverleg.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Rekentool functiemix verdwijnt

Op 15 januari 2018 verdwijnt de Rekentool functiemix voortgezet onderwijs, meldt de VO-raad.

Deze rekentool werd in 2014 gelanceerd als hulpmiddel voor scholen die voorzagen dat ze niet konden voldoen aan de streefpercentages. De tool was bedoeld om afspraken met medezeggenschapsraden of vakbonden te maken. De VO-raad meldt  dat de data waarmee de tool rekent, uit 2012 stammen en dus verouderd zijn.

Lees meer…

Gpl verhoogd: download aangepast rekeninstrument

In het voortgezet onderwijs zijn de gpl- en ondersteuningsbedragen met terugwerkende kracht per 1 januari 2017 met 2,63 procent verhoogd. In onze online Toolbox is het rekeninstrument aangepast dat hier betrekking op heeft.

De gpl-bedragen (gemiddelde personeelslast) zijn aangepast aan de hand van de referentiesystematiek. Dit houdt in dat de ontwikkeling van werkgeverslasten en contractlonen in de marktsector worden bekeken en dat aan de hand daarvan een correctie in de bekostiging plaatsvindt.

Dit resulteerde in een kabinetsbijdrage, die bij Voorjaarsnota 2017 is vastgesteld. Deze kabinetsbijdrage bestaat uit een compensatie voor contractloonontwikkeling voor primaire arbeidsvoorwaarden en de premiekostenontwikkeling en overige sociale werkgeverslasten.

Voor alle personeelscategorieën geldt een meerjarige doorwerking. Hierdoor wijzigen deze bedragen niet ten opzichte van de nieuwe bedragen voor 2017. Wel geldt dat er, zoals elk jaar, een kleine ophoging van de bekostiging is ter financiering van de functiemix. Deze wordt verwerkt in de nieuwe gpl per 1 januari 2018.

Rekeninstrument downloaden

In onze online Toolbox is in de map voortgezet onderwijs het rekeninstrument voor de meerjarenbegroting aangepast. Let op: alleen als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u het instrument downloaden:

U kunt ook de regeling voor de gpl-bedragen downloaden, zoals die in Staatscourant is gepubliceerd. Dit document is uiteraard ook voor niet-leden beschikbaar.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

LD-functie moet ook haalbaar zijn voor vmbo-docent

De bevordering naar een LD-functie is zeldzaam voor docenten in het vmbo. In het adviesrapport Op zoek naar LD-functies in het vmbo staan aanbevelingen om daar verandering in te brengen. Het rapport is opgesteld in opdracht van het ministerie van OCW, de VO-raad en de Algemene Onderwijsbond.

Op basis van de bevindingen in het vmbo komen de opstellers van het rapport tot vier aanbevelingen:

  1. Houd de functiemix in de lucht en stel concrete doelen voor vmbo-docenten (met een minimumaantal lesuren in het vmbo). Geef de functiemix tijd om binnen het vmbo succesvol te worden.
  2. Richt de functie-eisen voor LD-functies voor vmbo-docenten vooral op vaardigheden en bekwaamheid in plaats van op opleiding, taken en bevoegdheid.
  3. Wijs potentiële docenten op de mogelijkheden van doorstroom naar hogere schalen in het
    vmbo, moedig hen aan te solliciteren en ondersteun hen bij de sollicitatieprocedure.
  4. Zorg voor nieuwe officiële afspraken in het kader van de functiemix, waardoor betrokkenen (met name de medezeggenschapsraad) iets in handen hebben om te zorgen dat er ook in de toekomst doorstroom naar hogere functieschalen plaats kan vinden.

Download het adviesrapport.

Bekostiging personeel en bedragen ondersteuning

De Regeling bekostiging personeel primair onderwijs 2016–2017 is gepubliceerd. Dat geldt ook voor de Vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs 2016–2017.

In de Regeling bekostiging personeel primair onderwijs 2016–2017 zijn eerdere afspraken verwerkt uit onder andere het Convenant LeerKracht, het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA), het Bestuursakkoord en het Herfstakkoord.

Prijsaanpassingen

De opgenomen prijsaanpassingen betreffen de verwerking van enerzijds de resterende kabinetsbijdrage die is afgesproken in de Loonruimteovereenkomst publieke sector 2015–2016 en anderzijds het resterende functiemixbudget voor de laatste vijf maanden van 2016. Voor de eerste zeven maanden van 2016 was dit al verwerkt in de regeling voor het schooljaar 2015-2016, die in oktober 2015 is gepubliceerd.

Dit behelst nog niet de additionele dekking van het kabinet ter compensatie van de ophoging van de pensioenpremie. Dat zal pas na het voorjaarsoverleg van het kabinet medio mei of in juni bekend worden. Op basis daarvan zal de Regeling bekostiging 2016-2017 in september worden aangepast.

Ten opzichte van de actuele vastgestelde bedragen voor het schooljaar 2015-2016 komt de aanpassing per 1 augustus 2016 voor de leraren op 0,228 procent en voor het onderwijsondersteunend personeel en voor de schoolleiding op 0,141 procent. De aanpassing van alle bedragen personeels- en arbeidsmarktbeleid bedraagt 0,228 procent.

De genormeerde gemiddelde personeelslasten (GPL’s) worden dan:

  • GPL leraar: € 60.918,93
  • GPL schoolleiding: € 77.670,70

Ondersteuningsbedragen

In de voor 2016–2017 vastgestelde bedragen voor zware ondersteuning in het primair en voortgezet onderwijs is € 11,12 meegenomen voor hoogbegaafde leerlingen. Dit bedrag zal oplopen tot circa € 12 in 2018–2019. Daarmee zal het volledige budget van € 29 miljoen zijn ingezet.

Vervangingsfonds en Participatiefonds

De opslag voor het Vervangingsfonds (Vf) is per 1 augustus 2016 ongewijzigd vastgesteld op 4,026 procent van de loonkosten. Ook de opslag voor het Participatiefonds (Pf) is ongewijzigd vastgesteld, en wel op 1,00 procent van de loonkosten.

De opslagen en percentages in de bekostiging worden normatief vastgesteld en komen daarom niet altijd overeen met de exacte kosten die individuele schoolbesturen op onderdelen moeten maken. Hiermee dient rekening te worden gehouden in de bedrijfsvoering!

Prestatiebox

Ook is het betaalritme wederom gewijzigd ten aanzien van de betaling van de prestatieboxmiddelen. Dit was 28,2 procent in november en 71,8 procent in maart, maar is nu gewijzigd om zogenoemde budgettechnische redenen.

Artikel 38 geeft nu aan dat dit 32,3 procent in november 2016 zal zijn en de resterende 67,7 procent in maart 2017. Het bedrag per leerling ter zake de prestatiebox is voor schooljaar 2016-2017 € 128,79. Hierin is de ophoging met € 11,64 voor cultuureducatie opgenomen.

Verder is dit bedrag zo hoog (vergeleken met de € 81,32 per leerling in schooljaar 2015-2016) doordat de middelen uit het Herfstakkoord en Bestuursakkoord met name in de prestatiebox zijn verwerkt en niet in de GPL.

Zie ook de VOS/ABB-analyse van de Onderwijsbegroting 2016.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Extra ondersteuning functiemix primair onderwijs

Schoolbesturen in het primair onderwijs kunnen extra ondersteuning krijgen bij het versterken van hun personeelsbeleid met de functiemix als instrument.

De sociale partners en het ministerie van OCW zetten geven aan dat ze verder willen inzetten op professionaliseren van het personeelsbeleid met het gebruik van  de functiemix als instrument hierbij.

Schoolbestuurders kunnen een eerste stap zetten door 10 vragen te beantwoorden. Het traject bestaat verder uit individuele maatwerkbegeleiding voor scholen. Daarnaast zijn er regionale bijeenkomsten voor schoolbestuurders en andere betrokkenen.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Leraren van scholen in arme wijken willen ander werk

Het feit dat in de Randstad relatief veel leraren het onderwijs verlaten, heeft te maken met het grote aantal leerlingen uit ‘armoedeprobleemaccumulatiegebieden’. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker in antwoord op vragen van zelfstandig Tweede Kamerlid Norbert Klein.

De vragen van Klein volgden op onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), waaruit blijkt dat leraren in het voortgezet onderwijs in de Randstad zich voor hun keuze om al of niet bij hun werkgever te blijven nauwelijks laten beïnvloeden door de hoogte van hun salaris.

Vanaf 2009 kregen scholen in de Randstad extra geld om meer leraren in een hogere salarisschaal te plaatsen. Het betrof een totale additionele bekostiging van 290 miljoen euro over de periode 2009-2014. Deze versterking van de Functiemix heeft er niet voor kunnen zorgen dat de uitval van leraren in de Randstad minder werd.

Dekker stelt in zijn antwoorden op de Kamervragen onder andere dat een significante voorspeller voor uitval uit het beroep het percentage leerlingen uit ‘armoedeprobleemaccumulatiegebieden’ is. ‘Hoe hoger dit percentage ligt, hoe hoger de uitval. Dit aandeel ligt ruim twee keer zo hoog in de Randstad als daarbuiten (…).’

De staatssecretaris denkt dat met een extra subsidie voor de zogenoemde knelpuntenregio’s in de Randstad het tekort aan leraren in die gebieden kan worden tegengegaan.

Meer salaris niet bepalend om leraar te blijven

Leraren in het voortgezet onderwijs laten zich voor hun keuze om al of niet bij hun werkgever te blijven nauwelijks beïnvloeden door de hoogte van hun salaris. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

Vanaf 2009 kregen scholen in de Randstad extra geld om meer leraren in een hogere salarisschaal te plaatsen. Het betrof een totale additionele bekostiging van 290 miljoen euro over de periode 2009-2014. Deze versterking van de Functiemix in de Randstad heeft ertoe geleid dat in 2014 bijna 20 procentpunt meer leraren in een hogere salarisschaal zijn geplaatst dan op scholen buiten de Randstad.

Eenmaal in de hogere salarisschaal, kregen de leraren uitzicht op een 17 procent hogere beloning (7200 euro bruto op jaarbasis). Doel van deze beleidsmaatregel was om de beloningsachterstand ten opzichte van banen buiten het onderwijs te verkleinen en (toekomstige) lerarentekorten in de Randstad te bestrijden.

Het CPB heeft onderzoek gedaan naar de effecten van deze hogere beloning op de kans om leraar te blijven. Het blijkt dat dat effect er niet is. ‘We hebben de uittreedkans van leraren in de Randstad vergeleken met die van leraren buiten de Randstad. Elk jaar treedt ongeveer 7 procent van de leraren uit het lerarenberoep, zowel binnen als buiten de Randstad. Dit percentage is na de invoering van de hogere beloning voor de leraren in de Randstad niet veranderd ten opzichte van leraren buiten de Randstad’, aldus het CPB.

De hogere beloning heeft er volgens de onderzoekers wel voor gezorgd dat een iets groter deel van de leraren in de Randstad blijft werken en niet kiest om elders een baan als leraar te aanvaarden.

Lees meer…

Doelstellingen functiemix deels gehaald

De doelstellingen van de functiemix in het primair en voortgezet onderwijs zijn niet volledig gehaald. Dat blijkt uit een Kamerbrief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Adviseur Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB legt uit dat het de schoolbesturen niet kan worden verweten dat de doelstellingen niet volledig zijn gehaald.

In die brief staat dat in het basisonderwijs het aandeel LB-functies is gestegen van 1,4 procent in 2008 naar 24,3 procent in oktober 2014. De doelstelling was 40 procent. Volgens Dekker zou dat percentage nog kunnen stijgen, omdat het budget voor de functiemix nog loopt tot aan 2020.

In het speciaal (basis)onderwijs is het aandeel LC-functies in de periode 2008-2014 gestegen van 2,2 procent naar 11,3 procent. Hier ligt de realisatie dicht bij de streefpercentages.

Het aandeel leraren in de schalen LC en LD is in de genoemde periode gestegen van respectievelijk 18,6 en 16,9 procent naar 29,8 en 27,1 procent. Hiermee zijn de doelstellingen in het voortgezet onderwijs deels gerealiseerd.

Het gaat om de eindmeting op basis van de voorlopige cijfers per 1 oktober 2014. De definitieve cijfers van alle onderwijssectoren worden in het najaar gepubliceerd.

Te weinig geld
Adviseur Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB stelt de brief van Dekker in een relativerend kader.

‘In de bekostiging voor de functiemix is geld beschikbaar gesteld tot aan 2020. Daar zit een oploop in. Nu blijkt dat die oploop op macroniveau lager is dan de daadwerkelijke kosten voor de verwezenlijking van de functiemix. Geconstateerd wordt dat in het basisonderwijs met de convenantsmiddelen 24,3 procent is gehaald en dat er geen geld was om 40 procent te verwezenlijken’, aldus Bloemers.

Hij merkt op dat de besturen die in de richting van die 40 procent zitten, de kosten deels ‘uit eigen zak’ hebben betaald. ‘De oploop loopt gewoon door en dus blijft het geld er komen om de doelstelling van 40 procent te verwezenlijken, maar dat gaat dus langzamer dan destijds was beoogd.’

De conclusie is dat schoolbesturen die de doelstellingen niet haalden, dit niet geheel kan worden verweten. ‘Het geld ervoor was simpelweg niet toereikend’, aldus Bloemers.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Rekeninstrument voor functiemixpercentage

Een online rekeninstrument voor het voortgezet onderwijs geeft scholen inzicht in welk functiemixpercentage realiseerbaar is.

Het realiseerbare functiemixpercentage is mede afhankelijk van de huidige personele samenstelling en het toegekende functiemixbudget.

Als de school de vastgestelde groeipercentages niet kan realiseren, kan zij de gegevens uit het rekenmodel gebruiken voor een maatwerkafspraak. Die komt tot stand in overleg met de personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (P(G)MR) of de vakbonden.

Scholen kunnen met gebruikmaking van hun brin-nummer het rekeninstrument downloaden.

Lees meer…

Maatwerk mogelijk voor functiemix

Voor het Convenant LeerKracht in het voortgezet onderwijs blijven de vastgestelde functiemixpercentages het uitgangspunt, maar voor individuele scholen met aantoonbare tekorten kunnen op brin-niveau maatwerkafspraken worden gemaakt. Dat hebben het ministerie van OCW, de VO-raad en de vakbonden met elkaar afgesproken.

Bij de maatwerkafspraken op brin-niveau wordt bekeken in hoeverre scholen kunnen voldoen aan de functiemixdoelstellingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige personele samenstelling en het toegekende functiemixbudget.

Er is een rekenmodel ontwikkeld, waarmee een school kan zien welk functiemixpercentage realiseerbaar is. Als de school de groeipercentages niet kan realiseren, dienen deze gegevens als uitgangspunt voor maatwerkafspraken. Die komen tot stand in overleg met de medezeggenschapsraad of de vakbonden.

Het rekenmodel is in de praktijk getoetst. Er komt een handleiding bij. Het model met bijbehorende instructie en achtergrondinformatie komt naar verwachting medio april beschikbaar.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Check hoe u ervoor staat met de functiemix

Op www.hetkaninhetonderwijs.nl is de Functiemixtool voor het basisonderwijs beschikbaar.

Dit instrument is ontworpen door het ministerie van OCW, de PO-Raad en de onderwijsvakbonden. Het helpt schoolbestuurders, managers en leraren inzicht te krijgen in hoe hun school ervoor staat met betrekking tot de functiemix.

Ook geeft de functiemixtool tips over vervolgstappen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Primair onderwijs loopt achter met functiemix

In 2014 worden in het primair onderwijs de streefcijfers voor de functiemix waarschijnlijk niet gehaald. Dit komt doordat er knelpunten blijven bestaan waar de meeste scholen nog geen antwoord op hebben. Vooral de uitwerking van de Wet op de beroepen in het onderwijs (BIO) blijkt een probleem. Dat blijkt uit een rapportage die is gemaakt in opdracht van het Arbeidsmarktplatform PO.

Minder dan de helft van de schoolleiders en -bestuurders verwacht de einddoelstellingen voor de functiemix in 2014 te halen. Dit heeft te maken met geldgebrek, de vele parttimers en onvoldoende gekwalificeerd personeel. Uit de rapportage blijkt ook dat het actief werken met bekwaamheidsdossiers, zoals voorgeschreven in de Wet BIO, nog geen gemeengoed is.

Schoolleiders en -bestuurders zijn het wel over eens dat de functiemix leidt tot meer functiedifferentiatie, de onderwijskwaliteit verbetert, professionalisering stimuleert en het personeelsbeleid versterkt.