Wijzigingen van Regeling en beleidsregels fusietoets

De wijzigingen van de Regeling en beleidsregels fusietoets zijn bekend. De wijzigingen zijn met name voor schoolbesturen en scholen in regio’s met demografische krimp van belang. De toelichting hieronder is van adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB.

In juni was een debat in de Tweede Kamer over de aanpak van de leerlingendaling in het onderwijs. Dit debat volgde op maatregelen die staatssecretaris Sander Dekker van OCW had voorgesteld als uitwerking van zijn beleidsvisie uit 2013. Ook werd gesproken over de initiatiefnota van PvdA-Kamerlid Loes Ypma over samenwerkingsscholen. Een aantal zaken zal in wetsvoorstellen worden vervat, zoals versoepelingen voor de samenwerkingsschool en voor omzetting en verplaatsing van scholen.

De Kamer nam ook besluiten over de fusietoets in het onderwijs. Er was voor die besluiten geen wetswijziging nodig, maar ‘slechts’ een wijziging van de Regeling en beleidsregels. Die wijzigingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Ze treden op 11 september in werking. Hieronder staat aangegeven wat er verandert.

Mate van krimp
Aanvragen worden direct door de minister afgedaan, zonder tussenkomst van de Adviescommissie fusietoets in het onderwijs (CFTO), als:

  • scholen te maken hebben met een leerlingendaling van 15 procent of meer in een tijdvak van vijf jaar, of
  • bij dreigende opheffing van een school doordat het aantal leerlingen al voor het derde achtereenvolgende jaar onder de opheffingsnorm zit.

De gehele fusieprocedure dient dan standaard te zijn doorlopen. Ter verruiming van de bevoegdheid van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) mag die de CFTO om een advies vragen.

De kortere procedure, zonder tussenkomst van de CFTO, geldt niet als:

  • in het primair onderwijs door fusie een schoolbestuur ontstaat met in totaal meer dan 2500 leerlingen, of
  • in het voortgezet onderwijs door fusie een schoolbestuur ontstaat met in totaal meer dan 5000 leerlingen.

Ook bij een krimp die lager uitvalt dan 15 procent in 5 jaar tijd, kan dit als rechtvaardigingsgrond bij de adviescommissie worden aangevoerd. De CFTO zal dan inhoudelijk kijken in welke mate de krimp meespeelt.

Voedingsgebied voortgezet onderwijs
In de praktijk bleek dat de definitie van het voedingsgebied bij bestuurlijke en institutionele fusies in het voortgezet onderwijs niet goed werkbaar was. Er is voor gekozen om niet alle gemeenten waar één of meer leerlingen woonachtig zijn mee te tellen, maar alleen die gemeente of gemeenten waar 10 procent of meer van de leerlingen woont.

Marktaandeel primair onderwijs
In artikel 10 van de regeling staat wanneer sprake is van een significante belemmering van de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod bij een bestuurlijke fusie. Dat wil zeggen: wanneer de marktpositie door de fusie te groot wordt in vergelijking met de overige spelers in dezelfde markt.

Artikel 10 is aangescherpt: er wordt nu gesteld dat het moet gaan om een marktaandeel van 50 procent van het totale onderwijsaanbod in de gemeente of gemeenten waar de bij de fusie betrokken besturen scholen in stand houden. Het doel van deze wijziging is te waarborgen dat het marktaandeel steeds op eenzelfde wijze wordt berekend.

In sterk verstedelijkte gebieden wordt niet uitgegaan van 50 procent, maar van 35 procent marktaandeel. In de regeling is aangegeven waar te vinden is welke gebieden dit zijn.

Begripsuitleg
Een scholenfusie tussen twee scholen van een verschillend bestuur zal in de zin van de regeling niet meer als een bestuurlijke fusie worden behandeld. Wettelijk blijft dat nog wel het geval, maar voor de regeling niet. Het is afdoende een aanvraag voor de institutionele fusie in te dienen. Dit geldt dus ook voor de vorming van een samenwerkingsschool.

De vorming van een samenwerkingsschool zal niet vallen onder een bestuurlijke fusie in de zin van de regeling. De wetgever heeft bepaald dat de fusietoets nooit nodig is voor de vorming van een samenwerkingsschool. Daarom zal zal in het wetsvoorstel over de versoepeling van de vorming van een samenwerkingsschool worden meegenomen dat de toetsdrempel van 500 leerlingen bij een institutionele fusie niet van toepassing is bij de vorming van een samenwerkingsschool.

Als een school van bestuur A wordt overgedragen aan bestuur B (zonder met een school van bestuur B te fuseren) en bestuur blijft zelfstandig bestaan, dan hoeven voor de toetsdrempel niet alle andere scholen van bestuur A meegeteld te worden. Slechts de scholen van bestuur B en de overgedragen school vormen het getal voor de toetsdrempel.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Uiterlijk in februari uitspraak over norm in fusietoets

Uiterlijk in februari komt de Raad van State met een uitspraak in het beroep dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft aangetekend tegen een oordeel van de rechtbank in Leeuwarden over de fusietoets. De zaak gaat over de 50 procentnorm.

Dekker is in april jongstleden door de rechtbank in Leeuwarden op de vingers getikt, omdat hij ten onrechte geen goedkeuring had gegeven aan een fusie in Dokkum. De Vereniging voor Christelijk Speciaal Onderwijs De Twine en de Stichting Christelijk Basisonderwijs (CBO) Dongeradeel hadden aangegeven te willen fuseren.

De reden voor de geplande fusie was dat als gevolg van een lager verwijzingspercentage na de invoering van passend onderwijs per 1 augustus jongstleden de sbo-school in Dokkum te klein zou worden om voort te kunnen bestaan. De sbo-leerlingen zouden dan naar Groningen of Leeuwarden moeten.

In 2012 werd de voorgenomen fusie afgewezen, omdat die zou leiden tot een marktaandeel van 67 procent. De Commissie Fusietoets in het Onderwijs (CFTO) gaat uit van een maximaal marktaandeel van 50 procent, omdat daarboven sprake zou zijn van een ‘significante belemmering van de variatie van het onderwijsaanbod’.

De rechtbank in Leeuwarden oordeelde echter dat een marktaandeel van meer dan 50 procent alléén geen grond kan zijn om een fusie af te wijzen. CBO Dongeradeel heeft zonder de fusie al een marktaandeel van 63 procent.

Staatssecretaris Dekker heeft op grond hiervan in strijd met het advies van de CFTO alsnog goedkeuring gegeven aan de fusie. CBO Dongeradeel en De Twine hopen de bestuurlijke fusie per augustus 2015 rond te hebben.

Dekker laat het hier echter niet bij. Hij is bij de Raad van State in beroep gegaan om helderheid te krijgen over de status van de 50 procentnorm. Naar verwachting zal aan het einde van dit jaar of uiterlijk in februari 2015 de uitspraak van de Raad van State volgen.

Helpdesk: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Krimpadvies aan Tweede Kamer: snel maatregelen nemen!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) dringen in een gezamenlijke brief aan de vaste commissie voor OCW van de Tweede Kamer aan op wijzigingen in wet- en regelgeving om samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden te bevorderen.

De Tweede Kamer debatteert maandag over voorstellen die staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft gedaan om in krimpgebieden goed onderwijs te kunnen waarborgen. VOS/ABB en VOO wijzen er in de brief aan de Tweede Kamer op dat de praktijk waarmee de scholen in krimpgebieden te kampen hebben, uitwijst dat de politiek achter de (krimp)feiten aanloopt.

VOS/ABB en VOO noemen met name drie punten waarop de huidige wet- en regelgeving in het belang van een gelijkwaardige samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs (snel) dient te worden aangepast. Als eerste punt wordt de afschaffing van de fusietoets voor het funderend onderwijs genoemd. De praktijk wijst uit dat de fusietoets, die is voortgekomen uit ongewenste schaalvergroting in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs, noodzakelijke samenwerking in krimpgebieden alleen maar in de weg zit.

Als tweede punt noemt VOS/ABB ruimere mogelijkheden voor het delen van onderwijsvoorzieningen en symbiose op bepaalde onderdelen van het onderwijs. De huidige wettelijke beperkingen op dit gebied werken tegendraads in de uitvoering van de zorgplicht voor goed onderwijs voor alle kinderen. Dit klemt des te meer in krimpgebieden.

Het derde punt in de brief aan de Tweede Kamer betreft een verruiming van de doelstellingsvereiste van openbaar schoolbestuur om ook kinderopvang te mogen organiseren. Nu mogen schoolbesturen voor bijzonder onderwijs dat wel, maar openbare schoolbesturen niet. Dit zorgt voor een achterstelde positie van het openbaar onderwijs bij het realiseren van integrale kindcentra (IKC’s), die vooral ook in krimpgebieden brede voorzieningen voor alle kinderen kunnen waarborgen.

De brief van VOS/ABB en VOO gaat ook in op het gezamenlijke toekomstperspectief dat is gebaseerd op het concept School!, dat boven de denominaties uitstijgt. Daarbij wordt opgemerkt dat in de praktijk al volgens dit concept op uitgebreide schaal wordt samengewerkt tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar dat de besturenorganisaties voor bijzonder onderwijs desondanks vast willen houden aan het duale onderwijsbestel en hun respectievelijke zuilen.

VOS/ABB en VOO vragen de Tweede Kamer om voor een gezonde toekomst van het funderend onderwijs dat past bij de 21ste eeuw serieus en op constructieve wijze grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs tegen het licht te houden.

Download de brief aan de Tweede Kamer

Eerder heeft beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB een advies over de samenwerkingsschool aan PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma gestuurd.

Lees ook het artikel over krimp en samenwerking in het zomernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Krimp: beleidsmakers lopen achter de feiten aan

De voorstellen om in het kader van demografische krimp de wetgeving voor het onderwijs te versoepelen komen te laat. Dat schrijft beleidsmedewerker en adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in reactie op de initiatiefnota van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma over krimp en samenwerkingsscholen.

Ypma komt net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW met ‘goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’, aldus Bloemers. Hij schrijft ook, ‘een resumé van die goede punten is echter niet opsommingswaardig’.

De praktijk is namelijk al verder, zo benadrukt hij. ‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend.’

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert hij, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert de politiek om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Lees de initiatiefnota van Ypma

Lees de reactie van Bloemers

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Fusietoets voor funderend onderwijs helemaal loslaten

Het lijkt erop dat voorzitter Fons van Wieringen van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) met zijn uitspraak over schaalvergroting in een vorig tijdperk is blijven steken.

‘De directe aanleiding voor de Wet fusietoets is een rem te zetten op voortgaande schaalvergroting’, zegt Van Wieringen in het kader van het jaarverslag van de CFTO. Hij meldt ook dat ‘het onderwijs nog sterk in de schaalvergrotende modus staat’.

Wat Van Wieringen zich niet goed lijkt te realiseren, is dat de fusietoets voor het funderend onderwijs samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen in de weg kan zitten. Dat is hinderlijk, zeker in gebieden met demografische krimp.

Daarbij komt dat de fusietoets een reactie is op de ongebreidelde schaalvergroting in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. In het primair en voortgezet onderwijs is de menselijke maat, zoals dat heet, nooit uit zicht geraakt. VOS/ABB wil dan ook dat de fusietoets voor het primair en voortgezet onderwijs volledig wordt losgelaten.

Zover durven staatssecretaris Sander Dekker van OCW en de Tweede Kamer nog niet te gaan. Wel zien steeds meer politici in dat de fusietoets samenwerking in de weg zit. Wat dat betreft is interessant wat Dekker in februari in de Tweede Kamer zei: ‘Ik sluit niet uit dat bij de evaluatie in 2015 wordt geconcludeerd dat de fusietoets te veel knelt.’

Een motie die fusies onder de 2500 leerlingen in het primair onderwijs en fusies onder de 5000 leerlingen in het voortgezet onderwijs vrijstelt van de fusietoets, is al door de Tweede Kamer aangenomen. VOS/ABB vindt dat deze grenzen helemaal moeten worden geschrapt, zoals in oktober jongstleden is aangegeven in een brief aan de Tweede Kamer.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Vrijstelling fusietoets: positie MR versterkt

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW versterkt de positie van de medezeggenschapsraad bij scholenfusies waarbij geen fusietoets meer nodig is. Die vrijstelling van de toets wil hij geven voor fusies in krimpgebieden met een sterke leerlingendaling, mits er minder dan 20 vo-scholen of minder dan 30 po-scholen bij zijn betrokken.

In de toelichting die Dekker deze week aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, legt hij uit waarom hij voor de vrijstelling uitgaat van het aantal betrokken scholen en niet van een aantal leerlingen: omdat juist het aantal scholen in een regio bepalend is voor de mate van keuzevrijheid voor ouders en leerlingen. ‘Fusies tussen schoolbesturen bieden juist de mogelijkheid om met een goed vestigingsbeleid het onderwijsaanbod in de regio beter te spreiden’, aldus Dekker.

Ook wijst hij erop dat grote schoolbesturen het onderwijs vaak kleinschalig organiseren in meerdere scholen. ‘Een groot schoolbestuur betekent dus niet per se dat het onderwijs te grootschalig wordt.’ Dekker meldt daarnaast dat scholen in gebieden met krimp kwetsbaar zijn. ‘Een grotere omvang en kritische massa van een schoolbestuur biedt dan een meer solide basis. Dit geeft schoolbesturen de kans om de krimpsituatie op te vangen’, aldus Dekker.

Bij schoolbesturen met meer dan 20 vo-scholen vreest Dekker wel dat er een extra managementlaag zal worden gevormd. Dat vindt hij voor ‘de menselijke maat’ niet wenselijk en daarom gaat dan de regeling van de fusietoets weer gelden, net als bij een fusie van 30 of meer basisscholen. Er moet dan advies worden gevraagd aan de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Medezeggenschapsraden in gebieden met een forse leerlingendaling krijgen het recht om zelf de CFTO om advies te vragen, óók bij fusies met minder dan 20 vo- of minder dan 30 po-scholen. Daarnaast heeft de MR altijd instemmingsrecht bij een fusie.

Mergelland en jong Leren
In zijn brief licht Dekker ook toe waarom hij de bestuurlijke fusie tussen Stichting Katholiek Onderwijs Mergelland en de Stichting jong Leren in Zuid-Limburg heeft goedgekeurd. VOS/ABB is als adviserende organisatie nauw bij deze fusie betrokken.

Het betrof de uitbreiding van een samenwerkingsbestuur, die naar de letter van de wet niet is toegestaan. In het regeerakkoord is echter bepaald dat de fusietoets samenwerking in krimpgebieden niet in de weg mag staan. Dekker wil de wet op dit punt dan ook aanpassen. Daarop vooruitlopend heeft hij de fusie in Zuid-Limburg goedgekeurd.

Tot slot kondigt Dekker in zijn brief aan de mogelijkheden voor het Regionaal Plan Onderwijs uit te breiden. Dit moet ook mogelijk worden voor niet-aansluitende gemeenten. Reden is dat er zich soms situaties voordoen waarin het gewenst is dat een school een nevenvestiging start buiten het eigen RPO-gebied.

Wanneer de voorgestelde wijzigingen ingaan, is nog niet bekend. VOS/ABB houdt u op de hoogte.

De volledige brief van de staatssecretaris

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ook Tweede Kamer ziet dat fusietoets knelt

De fusietoets moet voor het primair en voortgezet onderwijs worden afgeschaft. Dat heeft onderwijswoordvoerder Paul van Meenen van D66 woensdag gezegd tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer. Zijn oproep sluit aan bij de wens van VOS/ABB.

Tijdens het algemeen overleg werd duidelijk dat niet alle partijen het met D66 eens zijn. CDA, VVD, ChristenUnie en SGP steunen een versoepeling van de fusietoets, maar PvdA, PVV en SP zien dat niet zitten. Wel leeft het algemene besef in de Kamer dat er in het licht van de dalende leerlingenaantallen wat moet veranderen.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil de fusietoets versoepelen om samenwerking in krimpgebieden te vergemakkelijken. Hij stelt voor dat schoolbesturen bij een leerlingendaling van 15 procent of meer over een periode van vijf jaar zonder advies van de Commissie Fusietoets Onderwijs mogen samengaan.

Voorwaarde is wel dat het fusiebestuur een maximumaantal scholen onder zich mag hebben. In het primair onderwijs is dat maximum 30 scholen, in het voortgezet onderwijs 20 scholen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker geeft uitleg over fusie in Zuid-Limburg

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft aan de Tweede Kamer uitleg gegeven over een bestuurlijke fusie in Zuid-Limburg. Hoewel die fusie niet voldoet aan de eisen die daarover in de wet staan, heeft Dekker er zijn goedkeuring aan gegeven.

Het gaat om de voorgenomen bestuurlijke fusie tussen Stichting Katholiek Onderwijs Mergelland en de Stichting jong Leren voor onder andere openbaar primair onderwijs. De Commissie Fusietoets (CFTO) oordeelde negatief over deze fusie, omdat die niet voldeed aan artikel 64c van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke fusie mag als een school met opheffing wordt bedreigd. Daarvan is in dit geval geen sprake.

De staatssecretaris laat weten dat inderdaad niet is voldaan aan artikel 64c WPO, maar dat hij desalniettemin tot een ander besluit is gekomen dan de CFTO. Duurzame kwaliteitsborging is voor hem belangrijker dan het tegengaan van schaalvergroting, het behoud van keuzevrijheid en het in stand houden van het duale onderwijsaanbod.

‘In betreffende regio zijn de gevolgen van demografische krimp in het basisonderwijs zeer sterk voelbaar. Dat brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van het onderwijsaanbod in zijn geheel in deze regio. De fusie had als belangrijkste motief om de kwaliteit duurzaam te kunnen borgen tegen deze achtergrond’, aldus Dekker.

De voorgenomen fusie had als bijzonder kenmerk dat die onderdeel was van een regionaal plan met als doel een optimale spreiding van het onderwijsaanbod over de regio met behoud van kwaliteit. ‘Juist een dergelijke regionale samenwerking, waarbij er een visie is op welke scholen in stand moeten blijven in plaats van dat er wordt afgewacht welke scholen moeten sluiten, zorgt voor het behoud van een verantwoord onderwijsaanbod en daarmee keuzevrijheid’, zo stelt de staatssecretaris.

In het Regeerakkoord staat dat in gebieden met demografische krimp alle vormen van samenwerking mogelijk moeten zijn. Denominatie noch fusietoets mag daarbij in de weg staan. De reden waarom de regering dit mogelijk wil maken, sluit volgens Dekker aan op een optimale spreiding van het onderwijsaanbod over de regio met behoud van de kwaliteit.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Veel minder fusietoetsen in funderend onderwijs

Het ziet ernaar uit dat er nog maar in zeer weinig gevallen in het primair en voortgezet onderwijs een fusietoets nodig zal zijn. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt voor dat er alleen nog een fusietoets nodig is als er bij het samengaan van besturen een organisatie ontstaat van 30 scholen of meer. Nu ligt die norm op 10 scholen. Het voorstel is goed nieuws voor schoolbesturen in krimpgebieden die met elkaar willen samengaan.

Het voorstel van de staatssecretaris volgt op een brief van VOS/ABB aan Dekker. In die brief dringt VOS/ABB erop aan om de fusietoets voor het funderend onderwijs af te schaffen. Zo ver gaat Dekker niet, maar het verhogen van de toetsnorm van 10 naar 30 scholen is een positieve ontwikkeling in de richting die VOS/ABB wil.

Het voorstel houdt in dat de Adviescommissie Fusietoets pas een oordeel over een voorgenomen besturenfusie mag geven als door die fusie een organisatie met 30 of meer scholen ontstaat. In de praktijk zal dit betekenen dat de commissie nog maar in weinig gevallen in actie komt. Dit zal de bestuurlijke samenwerking in met name krimpregio’s kunnen bespoedigen.

De kern van het voorstel is een wijziging van de artikelen 4 en 19 van de Regeling fusietoets. Let op: de voorgestelde wijzigingen treden pas in werking zodra die in de Staatscourant zijn gepubliceerd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdes@vosabb.nl

Pragmatische stap naar verlaten duale bestel

Een aanstaande bestuursfusie in Zuid-Limburg laat zien dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW onderwijskwaliteit belangrijker vindt dan behoud van het duale bestel. Dat is een goede ontwikkeling, zeker voor regio’s waar het onderwijs de gevolgen van demografische krimp voelt.

De staatssecretaris gaf afgelopen mei in basisschool Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk, waar openbaar en protestants-christelijk onderwijs met elkaar samenwerken, zijn visie op de aanpak van de gevolgen van krimp. Hij benadrukte toen dat in de specifieke aanpak per regio samenwerking tussen verschillende schoolbesturen centraal moet staan.

Dat samenwerking niet vrijblijvend is, bleek uit zijn plan om de kleinescholentoeslag af te bouwen, omdat die wordt gezien als obstakel dat samenwerking in de weg zit. In plaats daarvan moet er een financiële prikkel komen om scholen tot elkaar te brengen.

Gelijkwaardige positie
Dekker beantwoordde in zijn beleidsvisie in positieve zin een aantal verzoeken van VOS/ABB om de bestuurlijke positie van het openbaar onderwijs gelijk te stellen aan die van het bijzonder onderwijs. Die gelijkwaardigheid is nodig voor een adequate aanpak van de krimpproblematiek.

De versoepeling van de fusietoets was een ander positief element uit de krimpvisie van Dekker. Van onze leden vernemen wij geregeld dat de fusietoets samenwerking in de regio tegenwerkt. Het voorstel van de staatssecretaris om in het primair onderwijs de grens voor de fusietoets te verhogen van 10 naar 30 scholen en in het voortgezet onderwijs de grens op 20 scholen te leggen, is een goede ontwikkeling.

Nú in actie komen!
Voordat de plannen van Dekker kunnen worden uitgevoerd, moet eerst de wet worden gewijzigd. De datum 1 augustus 2016 is uitgangspunt voor inwerkingtreding van wijzigingsvoorstellen. Het democratische proces in een rechtsstaat als de onze heeft tijd nodig. De krimpproblematiek vraag echter nú om actie en niet pas over een paar jaar, want dan is het voor veel kleine scholen al te laat.

De staatssecretaris ziet dat ook. Daarom is hij amper een maand na de openbaarmaking van zijn krimpvisie al wetsoverstijgend in actie gekomen. In Zuid-Limburg is een bestuurlijke fusie aanstaande tussen een samenwerkingsbestuur met openbare en bijzonder-neutrale scholen enerzijds en een katholiek schoolbestuur anderzijds. Het betreft opnieuw de vorming van een samenwerkingsbestuur.

Wettelijke eisen
Hiervoor dient eerst te worden voldaan aan de eisen van de vorming van een samenwerkingsbestuur, waarna de fusietoets volgt. Voorwaarde voor goedkeuring is dat met de fusie de opheffing van één of meer scholen wordt voorkomen. Alleen in dat geval biedt de wet ruimte om bijzonder en openbaar onderwijs onder één bestuurlijk dak te brengen.

In de Zuid-Limburgse casus is niet voldaan aan die belangrijke eis: de fusie zelf redt geen scholen die met opheffing worden bedreigd. De Commissie Fusietoets oordeelde dan ook negatief. De staatssecretaris gaf toch zijn goedkeuring voor de fusie, omdat hij het noodzakelijk vindt om nú actie te ondernemen. Hij stelt in zijn besluit:

Duurzame kwaliteitsborging is het belangrijkste motief voor de fusie en dat belang weegt voor mij zwaarder dan het algemene belang van het tegengaan van schaalvergroting, het behoud van keuzevrijheid en het in stand houden van het duale onderwijsaanbod met de scheiding tussen openbaar en bijzonder onderwijs.

VOS/ABB is blij met dit besluit, en wel om twee redenen. Ten eerste laat de staatsecretaris zien dat hij de urgentie van de krimpaanpak erkent en daarnaar wil handelen. Zijn beleidsvisie heeft hij als uitgangspunt genomen en naast de specifieke omstandigheden van het geval gelegd. Via een belangenafweging, zonder de wet (geheel) los te laten, heeft hij de situatie bekeken en daarover een zorgvuldig oordeel geveld. Hij heeft een handvat gevonden voor de aanpak van krimp en geeft dat mee aan het onderwijsveld.

Ten tweede is het positief dat Dekker het uitgangspunt van kwaliteitsborging boven het duale bestel plaatst. Dit punt sluit aan bij de visie van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs, dat we naar het concept ‘school’ moeten streven. Dit concept stijgt boven de denominaties uit.

Verlaten duale bestel
De krimpvisie van Dekker, de visie van het kabinet op artikel 23 van de Grondwet (onder andere richtingvrij plannen) en de beslissing tot goedkeuring van de Zuid-Limburgse besturenfusie geven een eenduidig beeld: dit kabinet is de weg opgegaan naar het verlaten van het duale bestel.

Het is schoolbesturen aan te raden het besluit van Dekker erop na te slaan om te bezien of zij dit kunnen gebruiken voor aanstaande fusies die eerst kansloos leken vanwege de wettelijke bepalingen. De visie van de staatssecretaris en het daarop gebaseerde besluit over de fusie in Zuid-Limburg bieden de mogelijkheid om krimp denominatie-overstijgend en daarmee slagvaardig aan te pakken.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Brief over voortvarende krimpaanpak naar Dekker

VOS/ABB geeft in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan op welke punten de positie van het openbaar onderwijs moet worden versterkt. De brief staat in het teken van het wegnemen van wettelijke belemmeringen om op een voortvarende wijze de negatieve gevolgen van demografische krimp op te kunnen vangen. Samenwerking staat daarbij centraal.

De brief gaat onder andere over het feit dat openbare schoolbesturen volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsscholen in stand kunnen houden, terwijl besturen voor bijzonder onderwijs die mogelijkheid wel hebben. Deze ongelijkheid staat een goede samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de weg. VOS/ABB stelt voor om de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs zo aan te passen, dat samenwerkingsscholen ook onder openbare besturen kunnen vallen.

Besturen voor openbaar onderwijs kunnen in de huidige situatie ook geen kindvoorzieningen in stand houden, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs. Ook aan deze achtergestelde positie van het openbaar onderwijs dient een einde te worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de instandhouding van bijzonder neutrale scholen: die mogen nu niet onder een openbaar schoolbestuur vallen, terwijl de identiteit van het algemeen bijzonder onderwijs overeenkomt met die van het openbaar onderwijs.

Op het gebied van indirecte samenwerking tussen het openbaar en bijzonder onderwijs is een versoepeling van de huidige wet- en regelgeving gewenst. Dan gaat het bijvoorbeeld over het verplaatsen van een school, het delen van voorzieningen en de wijziging van of de uitbreiding met een richting. De huidige strakke regelgeving beperkt de bewegingsruimte van de schoolbesturen.

Ten slotte gaat de brief aan staatssecretaris Dekker in op de fusietoets, die met name in het primair onderwijs als beklemmend wordt ervaren. De fusietoets belemmert een gedegen aanpak van de krimpproblematiek. Een versoepeling is meer dan gewenst, benadrukt VOS/ABB.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kabinet neemt advies fusietoets over

Het kabinet is het met de Onderwijsraad eens dat schaalvergroting in het onderwijs de menselijke maat onder druk zet. ‘Leerlingen, ouders en docenten voelen zich niet altijd meer gezien en gehoord. Dit kan het draagvlak en de keuzevrijheid aantasten. Het kabinet wil daarom een fusietoets’, zo meldt de website www.regering.nl.

‘De inzet’, aldus het kabinet, ‘is dat onderwijsinstellingen een mogelijke fusie zelf zorgvuldig afwegen. Besturen moet zich vooraf en achteraf verantwoorden aan de direct betrokkenen. Ouders, studenten en personeel krijgen een sterkere rol bij het interne toezicht. Ook komt er een professioneel statuut om de positie van docenten te versterken.’

Volgens de planning van het kabinet moet de fusietoets over één tot twee jaar een feit zijn. ‘Criteria zijn onder meer het marktaandeel en monopolievorming of de variëteit van het aanbod in de regio’, aldus de website van de regering.

VOS/ABB liet vrijdag direct nadat het advies van de Onderwijsraad was uitgekomen, al weten dat een fusietoets in het onderwijs volstrekt overbodig is. Zie voor de reactie van VOS/ABB het commentaar van directeur Theo Hooghiemstra: ‘Onderwijsraad slaat de plank mis’. Het commentaar staat ook in de rechterkolom van dit bericht, evenals het nieuwsbericht met meer informatie over het advies van de Onderwijsraad.

In Dagblad Trouw van 29 november reageerde Leo van Beek op het voorstel. Hij is, voorzitter van het College van Bestuur van Quadraam Gelderse Onderwijsgroep, lid van VOS/ABB.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk van de SP roept het kabinet op om alle fusies in het onderwijs stop te zetten tot de fusietoets is ontwikkeld. Dat kan nog twee jaar duren en volgens de SP zijn er op dit moment 26 fusies gaande. Van Dijk vindt ook dat de grenzen die het kabinet noemt voor de maximale omvang van schoolbesturen, omlaag kunnen. Lees hier zijn reactie.

Onderwijsraad pleit voor fusietoets in onderwijs

Volgens de Onderwijsraad is verscheidenheid van voorzieningen en besturen een belangrijk kenmerk van het Nederlandse onderwijs. ‘Ouders, leerlingen en studenten hechten aan deze keuzemogelijkheid’, zo staat in het advies De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs. ‘Fusies en schaalvergroting brengen risico’s met zich mee als het gaat om keuzevrijheid en maatschappelijk draagvlak’. De Onderwijsraad vindt dat de overheid hiervoor te weinig aandacht heeft gehad, en tegelijkertijd nauwelijks instrumenten in handen heeft om deze risico’s te voorkomen of te repareren.  Een fusietoets voor omvangrijke fusies – met elementen als een toetsingsdrempel, een toets op variëteit en een fusie-effectrapportage waarin de fusie afgewogen wordt tegen alternatieven – moet daar verandering in brengen, vindt de Onderwijsraad.

Toetsingsdrempel
Niet alle fusies hoeven te worden getoetst. De raad stelt voor om een toetsingsdrempel te koppelen aan het totaal aantal deelnemers dat onderwijs volgt aan de instellingen die willen fuseren. Deze drempel varieert per sector: de raad denkt aan een orde van grootte van 2.500 voor het basisonderwijs, 5.000 voor het voortgezet onderwijs; 10.000 in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en 20.000 in het hoger onderwijs.

Om de fusie goed te keuren, wordt de eis gesteld dat er voldoende bestuurlijke variëteit blijft wanneer twee besturen in één regio willen fuseren. Hoe groot dat gebied is, verschilt per sector. Voor het basisonderwijs is er sprake van een kleiner relevant geografisch gebied dan voor het voortgezet onderwijs of mbo. Voor het hoger beroepsonderwijs bepalen de landsgrenzen de regio.

Voor de uitvoering van de fusietoets pleit de Onderwijsraad voor de inrichting van een Onderwijskamer bij de NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit). ‘Op die manier staat de fusietoets op enige afstand van de politiek, maar hoeft er geen nieuwe instantie voor opgericht te worden’.  De minister van Onderwijs moet bepalen welke criteria in de fusietoets worden gehanteerd. Het gaat dan om bijvoorbeeld de hoogte van de toetsingsdrempel en de  inhoudelijke criteteria waarop een fusie wordt beoordeeld.

Het advies De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs, een samenvatting en het persbericht staan op http://www.onderwijsraad.nl/

VOS/ABB-directeur Theo Hooghiemstra heeft een commentaar op deze kwestie geschreven (zie rechterkolom).