Kabinet schrapt fusietoets, MR’s krijgen instemmingsrecht

Het kabinet heeft besloten de fusietoets voor het basis- en voortgezet onderwijs af te schaffen. Wel moet de betrokken medezeggenschapsraden met een fusie instemmen. Ook moet er een rapport worden opgesteld waarin de keuze voor de fusie wordt onderbouwd.

Schoolbesturen die samenwerking met elkaar zochten voor fusies, liepen vaak tegen de fusietoets op. Daardoor zijn in de afgelopen jaren fusies uitgesteld of werd er gekozen voor minder intensieve samenwerking. Het kabinet wil daarvan af.

Het afschaffen van de fusietoets zal er volgens het kabinet niet toe leiden dat er automatisch meer grote scholen komen. ‘Vaak gaat het om bestuurlijke fusies en blijven leerlingen gewoon in hetzelfde gebouw met dezelfde leraren les krijgen. In sommige situaties is het juist zo dat grote besturen het mogelijk maken om kleine scholen overeind te houden’, zo licht het kabinet het besluit toe.

Het zal enige tijd duren voordat de fusietoets uit de wet is verdwenen. Tot die tijd vindt enkel nog een procedurele toetsing plaats. De Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) wordt opgeheven.

Lees meer…

Cursus ‘Help, we gaan fuseren!’

Fusies zijn gevoelige processen die ongeveer een jaar in beslag nemen. Hoe lopen deze processen? Wat is de rol van de medezeggenschapsraad? Wat zijn de do’s en don’ts? Deze cursus voor het primair onderwijs wordt op twee middagen (1 en 20 februari 2018) gegeven door Hans Teegelbeckers en Ronald Bloemers

De afgelopen jaren zijn er door de krimp veel fusiebewegingen geweest. Vooral in het primair onderwijs zet deze ontwikkeling zich door. VOS/ABB heeft de afgelopen jaren veel fusies begeleid en wil de kennis en ervaring op dit gebied graag met u delen.

In twee middagen nemen wij het gehele fusieproces met u door en behandelen alle mogelijke vragen. Hierbij komen de formele besluitvormingsmomenten voorbij, het te lopen proces en de planning, alle zaken die geregeld moeten worden (soms ook bij een notaris), de betrokkenheid van de gemeente en uiteindelijk de weg naar DUO.

Tevens bespreken we de formele zeggenschap van de medezeggenschapsraad en de berekening van de fusiefaciliteiten. Bovendien beschouwen we met u de rol van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Waar en wanneer?

De cursus wordt op 1 en 20 februari gegeven in het kantoor van VOS/ABB in Woerden.

Deze cursus richt zich specifiek op bestuurders, directeuren en stafmedewerkers in het primair onderwijs. Er kunnen 15 mensen aan deelnemen (alleen leden van VOS/ABB!). Deelname kost 150 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Help, we gaan fuseren!’. Vermeld in uw mail ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Schoolbesturen als eerste aan zet bij samenwerking

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt dat schoolbesturen die met elkaar willen samenwerken als eerste verantwoordelijk zijn voor een goede afweging van diverse samenwerkingsvormen. Dat schrijf hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Adviseur Ronald Bloemers heeft samen met zijn collega en beoogd directeur Hans Teegelbeckers namens VOS/ABB op basis van de visie van de vereniging en ervaringen in het onderwijsveld input geleverd voor het opstellen van de brief. Volgens hen laat de brief zien dat het kabinet tegen zogenoemde pseudofusies is, zoals personele unies en holdings.

Daarbij tekent Dekker duidelijk aan dat dergelijke koepelstichtingen geen aan het bevoegd gezag toebehorende taken en verantwoordelijkheden mogen uitoefenen.

Knellende wetgeving frustreert samenwerking

‘De reden van de pseudofusies wordt in deze brief helaas niet belicht’, aldus Bloemers, die had geadviseerd om dat wel in de brief te vermelden.

‘Juist de knellende wetgeving, zoals rond de fusietoets en de vorming van samenwerkingsscholen en -besturen, zorgt ervoor dat besturen niet fuseren en personele unies of holdings oprichten. Dat is wat wij uit het veld meekrijgen. Nu Dekker zich uitspreekt over een volgens het kabinet onwenselijk gevolg, was het benoemen van de oorzaak en het aanpakken daarvan wel zo doortastend geweest’, aldus Bloemers.

Volgens hem is de fusietoets een splijtzwam in het kabinet. ‘De PvdA wil een verzwaring, terwijl de VVD de fusietoets wil afschaffen. Er wordt nu in de brief gesteld dat schoolbesturen aan zet zijn en zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen. Pseudofusies, zoals personele unies en holdings, zijn dan naar mijn idee het gevolg.’

Fusietoets blijft moeilijk peilbaar instrument

Medio oktober was er een andere brief van Dekker over aanpassingen van de fusietoets. Bloemers: ‘Daarin staat dat de fusietoets onder bepaalde omstandigheden wordt versoepeld, maar het blijft een toets achteraf en daarmee een moeilijk peilbaar instrument. Na het fusieproces te hebben doorlopen, blijft het afwachten of de soms jarenlange inspanningen enig nut hebben gehad.’

Uit de brief die in oktober naar de Tweede Kamer werd gestuurd, blijkt ook dat er een extra verplichting komt. ‘Er zal een zorgplicht voor de menselijke maat komen. Deze plicht zal voor alle schoolbesturen gaan gelden, ook als er geen sprake is van fusie. De medezeggenschapsraad krijgt er een adviesbevoegdheid bij en de interne toezichthouder moet actief op de menselijke maat gaan toezien’, zo legt Bloemers uit.

Professioneel maar gratis…

Dit brengt volgens Bloemers extra taken en verantwoordelijkheden in de uitwerkings- en verslagsfeer met zich mee, terwijl daar geen geld voor is. ‘Ik heb bij het ministerie van OCW weer aandacht gevraagd voor het voortdurend uitbreiden van taken en verantwoordelijkheden, zonder dat schoolbesturen daarvoor middels bekostiging worden geoutilleerd. Dekker vindt kennelijk dat professioneel bestuur en toezicht gratis moeten zijn…’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Menselijke maat. Wat is dat eigenlijk?

Bij het ministerie van OCW snappen ze nog steeds niet wat er wordt bedoeld met de menselijke maat in het onderwijs. Het gaat niet om de omvang van de organisatie, maar om de manier waarop die is georganiseerd!

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben in een brief aan de Tweede Kamer over fusies in het onderwijs aangegeven dat de menselijke maat voldoende geborgd moet blijven. Daaraan verbinden ze kwantitatieve criteria. Een uitgebreide fusietoets blijft volgens hen noodzakelijk als er in het primair onderwijs een school met meer dan 500 leerlingen ontstaat. In het voortgezet onderwijs ligt die grens op 3000 leerlingen. Ze verbinden ook scherpe getalscriteria aan bestuurlijke fusies.

Persoon of formaat

Uit gesprekken die het ministerie van OCW met het onderwijsveld heeft gevoerd voorafgaand aan de publicatie van de brief (er is onder andere met VOS/ABB gesproken) kwam duidelijk naar voren dat de menselijke maat meer betrekking zou moeten hebben op de personen in de organisatie dan op het formaat ervan. Er ontstaat immers pas een probleem als de onjuiste persoon bestuurder wordt. Het maakt dan niet uit hoeveel scholen er onder een bestuur vallen.

Een voorbeeld dat in de gesprekken met het veld werd genoemd, is het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR), dat met het huidige bestuur niet als te groot wordt gezien. BOOR heeft 78 scholen onder zich, terwijl de fusietoets in het begin uitging van circa 10 scholen als maximum voor de menselijke maat.

Groot en menselijk

De menselijke maat zit hem dus niet zozeer in de omvang van de totale organisatie, maar in de wijze waarop de bedrijfsvoering is vormgegeven. Een bestuur van 10 scholen dat alles centralistisch regelt en van bovenaf oplegt, heeft geen menselijke maat. Daarentegen heeft een bestuur van 100 scholen dat veel decentraal heeft belegd, wel een menselijke maat. Dit komt bij het ministerie van OCW helaas nog steeds niet binnen.

Hans Teegelbeckers, senior-beleidsmedewerker VOS/ABB

Fusie van geringe omvang in vier weken goedgekeurd

Een fusie van geringe omvang zal binnen vier weken kunnen worden goedgekeurd. Dat melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer. 

In de brief staat dat de minister van OCW op basis van een lichtere toets toestemming zal verlenen aan een fusie van geringe omvang als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Met de fusie kan een breed en toegankelijk onderwijsaanbod in stand worden gehouden.
  • De procedure voor medezeggenschap is zorgvuldig doorlopen en er is voldoende draagvlak onder interne en externe betrokkenen.
  • De menselijke maat in de instelling is voldoende geborgd binnen de aanvraag.

Een dergelijke procedure kan binnen vier weken zijn afgerond. De lichtere toets zal worden uitgevoerd door DUO. De verkorte procedure kan middels het aanpassen van de fusieregeling al op korte termijn ingaan.

Grote fusie

Als de omvang van de nieuwe organisatie na een fusie boven bepaalde grenzen komt of wanneer er signalen zijn dat er onvoldoende draagvlak voor de fusie is onder belanghebbenden, zal de minister de Adviescommissie fusietoets in het onderwijs inschakelen. Dat zal in ieder geval gebeuren in onderstaande situaties:

  • Als er door een fusie een school voor primair onderwijs ontstaat met meer dan 500 leerlingen. Voor het voortgezet onderwijs ligt die grens op 3000 leerlingen.
  • Als door een bestuurlijke fusie in het primair of voortgezet onderwijs het marktaandeel van het fusiebestuur meer dan 50 procent wordt of meer dan 35 procent in een zeer sterk stedelijke gemeente.
  • Als bij een bestuurlijke fusie meer dan 30 scholen voor primair onderwijs of meer dan 10 scholen voor voortgezet onderwijs betrokken zijn.

De adviescommissie zal dan moeten beoordelen of de noodzaak om te fuseren opweegt tegen de gevolgen van de fusie voor de betrokkenen.

Korte en lange termijn

Afgezien van de verkorte procedure die al op korte termijn kan worden ingevoerd, is er voor de voorgestelde wijzigingen een (tijdrovende) wetswijziging nodig. Dit betekent dat ze niet eerder dan 1 augustus 2019 van kracht zullen zijn.

Het gaat dan onder andere het opnemen van de zorgplicht voor menselijke maat in het onderwijs en de toevoeging hiervan aan het schoolplan en het bestuursverslag. Ook het regelen van een adviesbevoegdheid van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en de deelnemersraad ten aanzien van de algemene zorgplicht voor de menselijke maat en een voorgestelde aanpassing van de fusie-effectrapportage vereisen een wetswijzigingstraject.

Fusietoets belemmert samenwerking

De huidige fusietoets wordt in het onderwijs vaak gezien als een onnodige belemmering van noodzakelijke lokale of regionale samenwerking tussen verschillende onderwijsorganisaties. De bezwaren worden vooral gezien in plattelandsregio’s die te maken hebben met een sterke afname van het aantal leerlingen, waardoor de continuïteit van scholen in het gedrang komt.

 

Minister gaat fusietoets versnellen

Na alle kritiek op de fusietoets stelt minister Bussemaker vandaag voor de wet aan te passen. Voortaan moet voor fusies van beperkte omvang een snelle toets voldoende zijn. Daarnaast wil ze een algemene ‘zorgplicht menselijke maat’ invoeren voor alle schoolbesturen.

Dit schrijft de minister in een brief die ze vandaag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Aanleiding voor haar voorstel is de evaluatie van de Wet fusietoets en de stevige kritiek vanuit het onderwijsveld erop. ‘De fusietoets draagt niet altijd bij aan het behoud van (kleinschalig) onderwijs en heeft onbedoelde neveneffecten op het onderwijsaanbod’, concludeert Bussemaker nu. Vooral in krimpende regio’s voelen schoolbesturen zich door de fusietoets belemmerd om adequate maatregelen te nemen. Bussemaker erkent nu dat schaalvergroting op bestuurlijk niveau juist ‘een goede oplossing’ kan zijn om kleine scholen overeind te houden. In zulke gevallen is volgens Bussemaker voortaan een lichtere fusietoets voldoende.

Lichte fusietoets in 4 weken
De lichte fusietoets kan binnen vier weken rond zijn, als:
* door de fusie een breed en toegankelijk onderwijsaanbod in stand kan worden gehouden;
* de procedure voor medezeggenschap zorgvuldig is doorlopen en er voldoende draagvlak is onder interne en externe betrokkenen;
* de menselijke maat in de instelling voldoende geborgd is binnen de aanvraag.

Er blijft ook een zware inhoudelijke toets, die geldt voor scholenfusies waarbij meer dan 500 leerlingen in het po betrokken zijn en meer dan 3000 leerlingen in het vo; of waarbij het marktaandeel van de instelling(en) in po en vo boven de 50 procent komt of boven de 35 procent in zeer sterk stedelijke gemeenten. Verder geldt de zware toets altijd voor alle fusies in het mbo, omdat vrijwel alle besturen in deze sector nu al groot zijn.

Versterking medezeggenschap
De positie van de medezeggenschap wordt versterkt als het gaat om de invulling van de nieuw in te voeren zorgplicht menselijke maat. Medezeggenschapsraden (MR) in het po en vo krijgen een adviesbevoegdheid. Daarnaast heeft de MR in po en vo al instemmingsrecht ten aanzien van de fusie-effect-rapportage (fer) en daarmee direct toegang tot de besluitvorming rondom fusie. In het mbo krijgt de MR instemmingsrecht over de zorgplicht menselijke maat.

Lees hier de brief over de fusietoets in het onderwijs.

 

Dekker schuift aanpak krimp op lange baan

De organisatie van asielzoekersonderwijs krijgt prioriteit boven het programma leerlingendaling, meldt staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer. Dat is jammer, want de leerlingendaling in krimpgebieden heeft minimaal net zulke grote gevolgen voor het onderwijs als de komst van vluchtelingen.

Naast de noodzakelijke inzet voor de opvang van vluchtelingenkinderen hebben scholen absoluut ook steun nodig voor de langetermijngevolgen van de krimpproblematiek. De aanpak daarvan dreigt nu ‘on hold’ te worden gezet. Het openbaar onderwijs wordt hierdoor extra hard getroffen, omdat juist het openbaar onderwijs de meeste kleine scholen in krimpregio’s heeft.

Reeks aanpassingen noodzakelijk
Voor de aanpak van krimpproblemen is het nodig dat wet- en regelgeving wordt aangepast. Het betreft onder meer:

  • de fusietoets, waarvan minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker inmiddels zelf hebben toegegeven dat deze belemmerend werkt voor het funderend onderwijs. In de Evaluatie Wet fusietoets van november 2015 staat al dat de fusietoets samenwerking blokkeert en in de praktijk ‘ten onrechte een afschrikkende werking’ heeft.De bewindslieden schreven in november 2015 dat ze per 1 maart 2016 met conclusies zouden komen op basis waarvan de regels eventueel aangepast konden worden. Het is inmiddels mei en de conclusies zijn er niet.
  • De fusiecompensatieregeling, met name de voorwaarde dat bij een samenvoeging van twee scholen minimaal 50 procent van de leerlingen de fusie moet volgen.
  • Indiening wetsvoorstel tot vereenvoudiging van de vorming van een samenwerkingsschool en het wegnemen van ongelijkheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs met betrekking tot de samenwerkingsschool. Het openbaar onderwijs mag geen samenwerkingsschool in stand houden, het bijzonder onderwijs wel.
  • Indiening wetsvoorstel ‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ dat juist ziet op de aanpak van verschillende wettelijke belemmeringen. Er is al een internetconsultatie geweest, daarna bleef het stil.

Teleurstelling
In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft Dekker nu dat hij de voortgangsrapportage leerlingendaling die was aangekondigd voor de zomer van 2016 pas eind van het jaar zal sturen. Ook meldt hij dat de accountmanagers die bezig waren met de ondersteuning van schoolbesturen in krimpgebieden tijdelijk gaan ‘herprioriteren’ ten gunste van het asielzoekersonderwijs. ‘Dit heeft een herfasering tot gevolg voor het programma leerlingendaling’. Daarmee laat hij de schoolbesturen in krimpgebieden, en met name die met openbare scholen, in de kou staan.

VOS/ABB is teleurgesteld en roept de staatssecretaris op om dat te doen wat nodig is om het programma leerlingendaling zonder verdere vertraging door te laten gaan.

 

 

Wat vindt u van de fusietoets?

Het ministerie van OCW organiseert deze maand drie bijeenkomsten waarop bestuurders, schoolleiders, leraren en ouders input kunnen geven over de fusietoets in het primair en voortgezet onderwijs. Mede op basis van de uitkomsten van deze veldraadpleging wordt een besluit genomen over het vervolg van de fusietoets.

In de Tweede Kamer speelt momenteel een discussie over de toekomst van de fusietoets. Een recente evaluatie van de Wet fusietoets toonde aan dat deze toets scholen belemmert om tijdig en adequaat te reageren op krimpscenario’s. VOS/ABB hoort van veel leden dat die vinden dat de fusietoets per direct moet verdwijnen.

Een deel van de Tweede Kamer ziet die noodzaak niet. De PvdA vindt afschaffen te ver gaan. Met name de SP wil strikt vasthouden aan de fusietoets. De VVD wil dat de fusietoets niet meer van kracht is in gevallen van krimp.

De Tweede Kamer en minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben aangegeven eerst de resultaten van de veldraadpleging te willen afwachten, voordat ze een besluit nemen over de fusietoets.

De bijeenkomsten vinden plaats op:

  • maandag 18 januari in Eindhoven (van 15.00 tot 17.30 uur)
  • donderdag 21 januari in Utrecht (van 15.00 tot 17.30 uur)
  • vrijdag 22 januari in Zwolle (van 10.00 tot 12.30 uur)

U kunt zich voor een bijeenkomst aanmelden via secretariaatprimaironderwijs@minocw.nl. Vermeld daarbij uw naam, uw functie, de onderwijsinstelling waarvoor u werkt en uw contactgegevens. Geeft u ook aan naar welke bijeenkomst u wilt.

Tweede Kamer durft fusietoets niet los te laten

Het lijkt in de Tweede Kamer nog niet helemaal te zijn doorgedrongen hoe hoog de druk van demografische krimp is. Dat bleek maandag tijdens het notaoverleg over de gevolgen van krimp op het onderwijs. De noodzaak om snel te handelen wordt met name door de PvdA en de SP onvoldoende ingezien.

Tijdens dit overleg ging het onder andere over de fusietoets. VVD-Kamerlid Hayke Veldman zei in zijn inleiding dat die toets ‘een dikke onvoldoende’ krijgt. In de praktijk blijkt, zo ziet ook VOS/ABB, dat de fusietoets een ernstig obstakel vormt voor samenwerking in het primair en voortgezet onderwijs, terwijl de toets er in 2008 is gekomen om overmatige schaalvergroting in met name het middelbaar en hoger beroepsonderwijs tegen te gaan.

Bedreiging
Doordat de fusietoets een rem zet op samenwerking, is die toets in de praktijk een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van een in kwantitatieve en kwalitatieve zin voldoende aanbod van primair en voortgezet onderwijs, met name op het platteland waar de demografische krimp het sterkst is. Verschillende belangenorganisaties, waaronder VOS/ABB, hebben dat herhaaldelijk aangegeven. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW zien dit ook in, zo blijkt uit hun aanbiedingsbrief bij het eindrapport Evaluatie Wet fusietoets.

Tijdens het overleg gaven PvdA-Kamerlid Loes Ypma en haar collega Tjitske Siderius van de SP aan dat er nog wel kan worden gewacht met maatregelen om samenwerking in krimpgebieden te bevorderen. Ze benadrukten dat eerst goed moet worden geluisterd naar de mening van ouders en leraren. Naar verwachting worden in maart de resultaten verwacht van een veldraadpleging over de gevolgen van en maatregelen in verband met krimp.

Van onderaf
CDA-Kamerlid Michel Rog liet blijken dat hij hecht aan de fusietoets. Hij gaf te kennen voorstander te zijn van samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs, mits het initiatief van die samenwerking ‘van onderaf komt’. Het gaat er volgens hem om dat met name ouders zeggenschap hebben over de identiteit van de school.

VVD-Kamerlid Karin Straus benadrukte tijdens het overleg dat er nú moet worden gehandeld, zoals ook VOS/ABB heeft aangegeven, omdat het anders te laat zal zijn. Als de Kamer gaat zitten afwachten, zal in het volgende schooljaar in krimpgebieden een aantal scholen dicht moeten. Directe aanleiding voor het overleg was de initiatiefnota Krimp in het voortgezet onderwijs – van kramp naar kans van Straus.

Afschaffing
Paul van Meenen van D66 pleitte duidelijk voor afschaffing van de fusietoets in het funderend onderwijs. Het voorkomen van het ontstaan van te grote organisaties is in het primair en voortgezet onderwijs geen issue meer, zo benadrukte hij. Van Meenen wees erop dat de medezeggenschap in fusieprocessen al goed is geregeld.

Opmerkelijk was dat vanuit de staatkundig-gereformeerde hoek werd bepleit dat de alomtegenwoordigheid van het openbaar onderwijs moet worden gegarandeerd. SGP-Kamerlid Roelof Bisschop verwees daarbij naar artikel 23 van de Grondwet.

Urgentie
Staatssecretaris Dekker zei tijdens het overleg blij te zijn dat de urgentie van samenwerking inmiddels ook doordringt in het voortgezet onderwijs. Wat de fusietoets betreft, merkte hij op dat die aangepast zou kunnen worden. Het woord ‘afschaffen’ nam hij niet in de mond. Dekker wil, zoals hij eerder al had gezegd, de resultaten van de veldraadpleging over de fusietoets afwachten. Die resultaten worden in maart verwacht.

Over de menselijke maat, merkte de staatssecretaris op dat het daarbij niet zozeer gaat over de omvang van het schoolbestuur, maar over de omvang van de school. Dat is volgens hem in elk geval waar ouders naar kijken.

Instemmingsrecht
Dekker pleitte er met nadruk voor om ouders al in een vroeg stadium te betrekken bij fusieprocessen. Hij ziet in het kader van medezeggenschap in dergelijke processen een taak weggelegd voor de belangenorganisatie Ouders & Onderwijs. De staatssecretaris zegde op verzoek van D66 toe te willen kijken naar de mogelijkheid om medezeggenschapsraden instemmingsrecht te geven bij de voorgenomen sluiting van een school of vestiging.

De positie van het openbaar onderwijs in relatie tot samenwerkingsscholen stipte Dekker kort aan door te verwijzen naar het advies hierover van de Raad van State dat in de loop van 2016 wordt verwacht.

Moties
De Kamerleden vroegen aan het einde van het overleg via een aantal moties om concrete toezeggingen. Zo dienden Veldman (VVD) en Rog (CDA) een motie in om de fusietoets, met behoud van de invloed van medezeggenschap en ouders, zo aan te passen dat scholen die binnen vijf jaar met een leerlingendaling van 7,5 procent of meer worden geconfronteerd worden, niet langer toetsplichtig zijn.

In een andere motie vragen de Kamerleden Rog (CDA), Ypma (PvdA), Bisschop (SGP) en Siderius (SP) de regering advies te vragen bij de Onderwijsraad over de voor- en nadelen van het introduceren van een kleinescholentoeslag in het voortgezet onderwijs.

Bijzonder onderwijs hecht aan fusietoets

De profielorganisaties voor bijzonder primair en voortgezet onderwijs zijn positief over de fusietoets, dit in tegenstelling tot VOS/ABB die ervoor pleit de fusietoets af te schaffen.

In een brief van de profielorganisaties Verus, LVGS, VBS, ISBO en VGS aan de Tweede Kamer staat dat er zorgvuldig met de fusietoets moet worden omgegaan ‘vanuit het behoud van een pluriform onderwijsbestel, keuzemogelijkheden voor ouders en het tegengaan van onnodige monopolieposities’.

De voordelen van de fusietoets wegen volgens de profielorganisaties voor bijzonder onderwijs op tegen de nadelen. Tot de voordelen behoren volgens hen een kritische toetsing van voorgenomen fusies en een vergroting van draagvlak. Nadelen zijn een extra barrière in tijd en kosten, zo staat in hun brief.

De profielorganisaties roepen de Tweede Kamer op de veldraadpleging over de evaluatie van de Wet fusietoets en aanbevelingen van het Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) af te wachten en dan pas conclusies te trekken.

Opmerkelijk is dat de brief van de profielorganisaties volgt op een andere brief van het openbaar én bijzonder onderwijs in Alphen aan den Rijn en omgeving, waarin duidelijk wordt gesteld dat de fusietoets samenwerking in de weg zit.

Fusietoets afschaffen
VOS/ABB heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de fusietoets destijds in het leven is geroepen vanwege vermeende misstanden in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en dat het funderend onderwijs er alleen maar last van heeft. Daarom wil VOS/ABB dat de fusietoets verdwijnt of in elk geval zodanig wordt aangepast dat die samenwerking in met name krimpgebieden niet meer in de weg zit.

Fusietoets zit samenwerking in de weg

De Wet fusietoets blijkt in de praktijk van het primair onderwijs een belemmering om te komen tot logische bestuurlijke structuren, die de plaatselijke situatie in relatie tot krimpende leerlingaantallen vraagt. Dat staat in een brief die onder andere de Stichting Sopora voor openbaar primair onderwijs in Alphen aan den Rijn en drie omliggende gemeenten aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De brief is tot stand gekomen in samenwerking met de stichting SKBA voor katholiek basisonderwijs in Alphen aan den Rijn, de eveneens katholieke onderwijsstichting De Veenplas en de protestants-christelijke stichting De Woudse Venen.

Zij geven samen aan dat ze in Alphen aan de Rijn en omstreken in relatie tot leerlingendaling een traject vorm willen geven ‘dat zal leiden tot samenwerking in het licht van behoud van kwaliteit, toekomstbestendigheid en thuisnabijheid van primair onderwijs’. De Wet fusietoets zit die samenwerking echter in de weg.

Lees de brief.

Resultaten veldraadpleging fusietoets uiterlijk 1 maart

Het lukt niet om de resultaten van de veldraadpleging over de evaluatie van de Wet fusietoets eerder naar de Tweede Kamer te sturen. Dat staat in een brief van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De Kamer wilde de resultaten van de veldraadpleging eerder hebben, maar volgens Bussemaker en Dekker lukt dat niet omdat een zorgvuldig uitgevoerde raadpleging nu eenmaal tijd kost.

Ze schrijven de Kamer ‘zo snel als mogelijk’ te informeren over de resultaten. ‘Daarbij streven wij in ieder geval naar uiterlijk 1 maart 2016’, aldus Bussemaker en Dekker.

Fusietoets fnuikt samenwerking in krimpgebieden

De fusietoets is voor het primair en voortgezet onderwijs te vaak een belemmering voor fusies in situaties waarin sprake is van krimp. Ook leidt de toets tot veel bureaucratie en administratieve lasten. Dat staat in een brief die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW samen met het eindrapport Evaluatie Wet fusietoets aan de Eerste en Tweede Kamer hebben gestuurd. De bevindingen sluiten naadloos aan op wat VOS/ABB al jaren in de praktijk hoort van leden die met de fusietoets te maken hebben gekregen.

De Wet fusietoets, die in 2011 in werking trad, was een initiatief van de SP en de PvdA, die hiermee de menselijke maat in het onderwijs wilden bevorderen. Dat was destijds een reactie op de schaalvergroting in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. De praktijk wijst echter uit, zo bevestigen Bussemaker en Dekker, dat de fusietoets in overgrote mate feitelijk toepassing heeft gekregen in het funderend onderwijs.

De minister en staatssecretaris wijzen er in hun brief op dat juist in het funderend onderwijs de noodzaak tot samenwerking en fusie is gegroeid. Dat komt doordat het aantal leerlingen afneemt (krimp) en ook door de invoering van passend onderwijs. Er is meer behoefte ontstaan aan (bestuurlijke) fusies en samenwerking om te kunnen blijven voorzien in een breed en gevarieerd onderwijsaanbod. De wetsevaluatie bevestigt dit, zo staat in de brief aan de Kamer.

Afschrikkende werking
De fusietoets kan in de praktijk zelfs ten onrechte een afschrikkende werking hebben, schrijven de minister en de staatssecretaris op basis van het eindrapport. Daarbij wijzen ze op situaties die zich hebben voorgedaan, waarin een fusie een rechtvaardigingsgrond had, maar niet van de grond kwam als gevolg van de fusietoets. De onderzoekers die de evaluatie hebben uitgevoerd, adviseren daarom om de fusietoetsregels aan te passen.

Uit de evaluatie komt tevens naar voren dat de fusietoets tot veel bureaucratie en administratieve lasten leidt, wat in de praktijk ‘weerstand in het veld’ oproept. Bussemaker en Dekker willen samen met het onderwijs kijken hoe dat kan worden verminderd.

Ze gaan over de aanbevelingen uit de evaluatie in gesprek met ‘deskundigen, ouders en leerkrachten en andere betrokkenen uit het veld’ om te komen tot ‘een nadere uitwerking’. De minister en staatssecretaris verwachten op 1 maart 2016 op basis van die gesprekken conclusies naar de Eerste en Tweede Kamer te kunnen sturen.

Wel woorden, geen daden
Het is goed dat de pijnpunten van de fusietoets nu eindelijk expliciet door Bussemaker en Dekker zijn benoemd. VOS/ABB ervaart al jaren dat de toets een belemmering kan zijn om in krimpgebieden noodzakelijke samenwerking tot stand te brengen. Het afschrikkende karakter van de fusietoets en de bureaucratie en administratieve lasten die de toets met zich meebrengt, worden door veel leden van VOS/ABB herkend.

De datum van 1 maart 2016 waarop Bussemaker en Dekker met conclusies hopen te komen op basis waarvan de regels eventueel kunnen worden aangepast is minder gunstig. De krimp is immers nú en de wet werkt belemmerend. Een wijziging in de wet komt op deze wijze niet eerder dan 2017. De aanzet is goed, maar Bussemaker en Dekker eindigen hun brief helaas zonder krachtige conclusie en daaropvolgende daden.

Geen toets nodig bij uitbreiding samenwerkingsbestuur

Bij uitbreiding van een bestaand samenwerkingsbestuur hoeft niet te worden getoetst of scholen met opheffing worden bedreigd. Dat moet alleen als er door een fusie een samenwerkingsbestuur tot stand komt, zo staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Dekker maakte in juli bekend dat hij inging tegen een negatief advies van de CFTO. Die had twee fusies afgekeurd tussen het samenwerkingsbestuur van de Stichting Lek en IJssel en de Stichting Katholiek Primair Onderwijs Nieuwegein respectievelijk de Vereniging Samenwerkingsschool Jenaplan Onderwijs Woerden en omstreken. Het betrof in totaal zes bijzondere scholen.

De CFTO had die fusies afgekeurd, omdat niet werd voldaan aan de continuïteitsvoorwaarde, zoals die is verwoord in artikel 64c, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Daarin staat dat een samenwerkingsbestuur slechts tot stand mag komen als de fusie noodzakelijk is om de continuïteit van het onderwijs te handhaven. Met andere woorden: er moet worden aangetoond dat de school of scholen waar het om gaat, met opheffing wordt/worden bedreigd.

Dekker wijst erop dat het in het artikel nadrukkelijk gaat over het tot stand komen van een samenwerkingsbestuur. In het geval van de stichting Lek en IJssel ging het om een uitbreiding van een bestaand samenwerkingsbestuur. Dan geldt volgens hem de continuïteitsvoorwaarde niet.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wetswijzigingen op komst vanwege krimp

Staatssecretaris Dekker bereidt wetsvoorstellen voor om het onderwijsaanbod in krimpregio’s toekomstbestendig te maken.

In zijn recente voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer geeft hij aan dat er meer ruimte moet komen voor maatwerkoplossingen, zoals verplaatsing van een basisschool of het veranderen van de denominatie van een school. Ook moet het makkelijker worden om een samenwerkingsschool te vormen. De  in 2010 ingevoerde fusietoets, die nu vaak als een belemmering wordt ervaren bij de samenwerking in krimpregio’s, wil hij aanpassen.

VOS/ABB is positief over de aanpak van de staatssecretaris. Eerder heeft hij al een accountteam leerlingendaling ingesteld, dat goed werk verricht. De wetswijzigingen die hij nu voorstelt zijn van belang voor het onderwijs in krimpregio’s, maar het zou nog beter zijn als dit versneld wordt ingevoerd, want de krimp gaat snel – sneller dan een wetswijziging. Vooral basisscholen hebben bijna overal in het land al te kampen met dalende leerlingaantallen. Overal wordt al samenwerking gezocht, maar deze kan nog niet geformaliseerd worden vanwege de huidige wettelijke belemmeringen voor een samenwerkingsschool en een samenwerkingsbestuur.

Wat de fusietoets betreft pleit VOS/ABB ervoor deze niet alleen te versoepelen maar helemaal af te schaffen. Dat is nog een stapje verder dan het voorstel van VVD-Tweede Kamerlid Straus, die eind juni een initiatiefnota naar de Kamer stuurde met de titel ‘Krimp in het voortgezet onderwijs, van kramp naar kans’. Zij stelt daarin onder meer voor de fusietoets in krimpregio’s helemaal te laten vervallen. De staatssecretaris moet nog reageren op de iniatiefnota van Straus.

Openbaar onderwijs
De staatssecretaris meldt in zijn brief dat het openbaar onderwijs meer kleine scholen heeft en dat er daarom extra aandacht nodig is voor de positie van het openbaar onderwijs. VOS/ABB wijst erop dat veel voorgestelde wetswijzigingen vooral ruimtegevend zijn voor het bijzonder onderwijs, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid van een nevenvestiging van een andere denominatie en de richtingvrije planning. Het openbaar onderwijs kan er daardoor juist nadeel van ondervinden. De alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs, zoals dat staat in de Grondwet, mag niet in het geding komen.

De eerste wetsvoorstellen worden dit najaar nog verwacht, maar een heleboel aanpassingen zullen pas na 1 januari 2017 mogelijk zijn.

Weer fusie samenwerkingsbestuur goedgekeurd

Staatssecretaris Dekker heeft weer een bestuurlijke fusie van een samenwerkingsbestuur goedgekeurd die niet voldoet aan de strenge eisen in de Wet fusietoets in het onderwijs. In 2013 deed Dekker dat ook al een keer.

Bij de invoering van de Wet fusietoets in het onderwijs is er een strakke wettelijke eis neergelegd voor de vorming van een samenwerkingsbestuur. Dit is een bestuur met zowel openbare als bijzondere scholen onder zich en zo’n bestuur kan slechts tot stand komen door een fusie, maar dat mag alleen als daardoor een individuele school die met opheffing wordt bedreigd, gered wordt. Een dergelijke fusie moet goedgekeurd worden door de staatssecretaris en de Commissie fusietoets in het onderwijs (CFTO) geeft er eerst nog advies over.

Voor de tweede keer heeft de staatssecretaris nu een fusieaanvraag goedgekeurd, die niet voldeed aan bovenstaande eis, en waarover de CFTO dan ook negatief heeft geadviseerd. De staatssecretaris legt dat advies, net als in 2013, naast zich neer met dezelfde motivatie als toen. Het gaat hem om het waarborgen van een optimale spreiding van onderwijsaanbod in de regio, waarbij de diversiteit en identiteit van de scholen behouden dient te blijven. Zo blijft er keuzevrijheid voor ouders. Na de bewuste fusies vindt er geen vermenging plaats van openbaar en bijzonder onderwijs.

In 2013 ging het om een fusie in het primair onderwijs in Zuid-Limburg, nu gaat het om het samenwerkingsbestuur Stichting Lek en IJssel met 17 basisscholen, die wil fuseren met een eenpitter uit Woerden en een katholiek schoolbestuur uit Nieuwegein met 5 scholen. In beide gevallen is geen sprake van scholen die van de ondergang gered moesten worden.

Deze besluiten van Dekker maken duidelijk dat er wel degelijk mogelijkheden zijn voor de vorming van een samenwerkingsbestuur, ondanks de strenge Wet fusietoets. Wel is de vraag wat de rol van de CFTO nog is, die voorgenomen fusies toetst aan de wettelijke eisen.

Wijzigingen van Regeling en beleidsregels fusietoets

De wijzigingen van de Regeling en beleidsregels fusietoets zijn bekend. De wijzigingen zijn met name voor schoolbesturen en scholen in regio’s met demografische krimp van belang. De toelichting hieronder is van adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB.

In juni was een debat in de Tweede Kamer over de aanpak van de leerlingendaling in het onderwijs. Dit debat volgde op maatregelen die staatssecretaris Sander Dekker van OCW had voorgesteld als uitwerking van zijn beleidsvisie uit 2013. Ook werd gesproken over de initiatiefnota van PvdA-Kamerlid Loes Ypma over samenwerkingsscholen. Een aantal zaken zal in wetsvoorstellen worden vervat, zoals versoepelingen voor de samenwerkingsschool en voor omzetting en verplaatsing van scholen.

De Kamer nam ook besluiten over de fusietoets in het onderwijs. Er was voor die besluiten geen wetswijziging nodig, maar ‘slechts’ een wijziging van de Regeling en beleidsregels. Die wijzigingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Ze treden op 11 september in werking. Hieronder staat aangegeven wat er verandert.

Mate van krimp
Aanvragen worden direct door de minister afgedaan, zonder tussenkomst van de Adviescommissie fusietoets in het onderwijs (CFTO), als:

  • scholen te maken hebben met een leerlingendaling van 15 procent of meer in een tijdvak van vijf jaar, of
  • bij dreigende opheffing van een school doordat het aantal leerlingen al voor het derde achtereenvolgende jaar onder de opheffingsnorm zit.

De gehele fusieprocedure dient dan standaard te zijn doorlopen. Ter verruiming van de bevoegdheid van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) mag die de CFTO om een advies vragen.

De kortere procedure, zonder tussenkomst van de CFTO, geldt niet als:

  • in het primair onderwijs door fusie een schoolbestuur ontstaat met in totaal meer dan 2500 leerlingen, of
  • in het voortgezet onderwijs door fusie een schoolbestuur ontstaat met in totaal meer dan 5000 leerlingen.

Ook bij een krimp die lager uitvalt dan 15 procent in 5 jaar tijd, kan dit als rechtvaardigingsgrond bij de adviescommissie worden aangevoerd. De CFTO zal dan inhoudelijk kijken in welke mate de krimp meespeelt.

Voedingsgebied voortgezet onderwijs
In de praktijk bleek dat de definitie van het voedingsgebied bij bestuurlijke en institutionele fusies in het voortgezet onderwijs niet goed werkbaar was. Er is voor gekozen om niet alle gemeenten waar één of meer leerlingen woonachtig zijn mee te tellen, maar alleen die gemeente of gemeenten waar 10 procent of meer van de leerlingen woont.

Marktaandeel primair onderwijs
In artikel 10 van de regeling staat wanneer sprake is van een significante belemmering van de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod bij een bestuurlijke fusie. Dat wil zeggen: wanneer de marktpositie door de fusie te groot wordt in vergelijking met de overige spelers in dezelfde markt.

Artikel 10 is aangescherpt: er wordt nu gesteld dat het moet gaan om een marktaandeel van 50 procent van het totale onderwijsaanbod in de gemeente of gemeenten waar de bij de fusie betrokken besturen scholen in stand houden. Het doel van deze wijziging is te waarborgen dat het marktaandeel steeds op eenzelfde wijze wordt berekend.

In sterk verstedelijkte gebieden wordt niet uitgegaan van 50 procent, maar van 35 procent marktaandeel. In de regeling is aangegeven waar te vinden is welke gebieden dit zijn.

Begripsuitleg
Een scholenfusie tussen twee scholen van een verschillend bestuur zal in de zin van de regeling niet meer als een bestuurlijke fusie worden behandeld. Wettelijk blijft dat nog wel het geval, maar voor de regeling niet. Het is afdoende een aanvraag voor de institutionele fusie in te dienen. Dit geldt dus ook voor de vorming van een samenwerkingsschool.

De vorming van een samenwerkingsschool zal niet vallen onder een bestuurlijke fusie in de zin van de regeling. De wetgever heeft bepaald dat de fusietoets nooit nodig is voor de vorming van een samenwerkingsschool. Daarom zal zal in het wetsvoorstel over de versoepeling van de vorming van een samenwerkingsschool worden meegenomen dat de toetsdrempel van 500 leerlingen bij een institutionele fusie niet van toepassing is bij de vorming van een samenwerkingsschool.

Als een school van bestuur A wordt overgedragen aan bestuur B (zonder met een school van bestuur B te fuseren) en bestuur blijft zelfstandig bestaan, dan hoeven voor de toetsdrempel niet alle andere scholen van bestuur A meegeteld te worden. Slechts de scholen van bestuur B en de overgedragen school vormen het getal voor de toetsdrempel.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Uiterlijk in februari uitspraak over norm in fusietoets

Uiterlijk in februari komt de Raad van State met een uitspraak in het beroep dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft aangetekend tegen een oordeel van de rechtbank in Leeuwarden over de fusietoets. De zaak gaat over de 50 procentnorm.

Dekker is in april jongstleden door de rechtbank in Leeuwarden op de vingers getikt, omdat hij ten onrechte geen goedkeuring had gegeven aan een fusie in Dokkum. De Vereniging voor Christelijk Speciaal Onderwijs De Twine en de Stichting Christelijk Basisonderwijs (CBO) Dongeradeel hadden aangegeven te willen fuseren.

De reden voor de geplande fusie was dat als gevolg van een lager verwijzingspercentage na de invoering van passend onderwijs per 1 augustus jongstleden de sbo-school in Dokkum te klein zou worden om voort te kunnen bestaan. De sbo-leerlingen zouden dan naar Groningen of Leeuwarden moeten.

In 2012 werd de voorgenomen fusie afgewezen, omdat die zou leiden tot een marktaandeel van 67 procent. De Commissie Fusietoets in het Onderwijs (CFTO) gaat uit van een maximaal marktaandeel van 50 procent, omdat daarboven sprake zou zijn van een ‘significante belemmering van de variatie van het onderwijsaanbod’.

De rechtbank in Leeuwarden oordeelde echter dat een marktaandeel van meer dan 50 procent alléén geen grond kan zijn om een fusie af te wijzen. CBO Dongeradeel heeft zonder de fusie al een marktaandeel van 63 procent.

Staatssecretaris Dekker heeft op grond hiervan in strijd met het advies van de CFTO alsnog goedkeuring gegeven aan de fusie. CBO Dongeradeel en De Twine hopen de bestuurlijke fusie per augustus 2015 rond te hebben.

Dekker laat het hier echter niet bij. Hij is bij de Raad van State in beroep gegaan om helderheid te krijgen over de status van de 50 procentnorm. Naar verwachting zal aan het einde van dit jaar of uiterlijk in februari 2015 de uitspraak van de Raad van State volgen.

Helpdesk: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Krimpadvies aan Tweede Kamer: snel maatregelen nemen!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) dringen in een gezamenlijke brief aan de vaste commissie voor OCW van de Tweede Kamer aan op wijzigingen in wet- en regelgeving om samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden te bevorderen.

De Tweede Kamer debatteert maandag over voorstellen die staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft gedaan om in krimpgebieden goed onderwijs te kunnen waarborgen. VOS/ABB en VOO wijzen er in de brief aan de Tweede Kamer op dat de praktijk waarmee de scholen in krimpgebieden te kampen hebben, uitwijst dat de politiek achter de (krimp)feiten aanloopt.

VOS/ABB en VOO noemen met name drie punten waarop de huidige wet- en regelgeving in het belang van een gelijkwaardige samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs (snel) dient te worden aangepast. Als eerste punt wordt de afschaffing van de fusietoets voor het funderend onderwijs genoemd. De praktijk wijst uit dat de fusietoets, die is voortgekomen uit ongewenste schaalvergroting in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs, noodzakelijke samenwerking in krimpgebieden alleen maar in de weg zit.

Als tweede punt noemt VOS/ABB ruimere mogelijkheden voor het delen van onderwijsvoorzieningen en symbiose op bepaalde onderdelen van het onderwijs. De huidige wettelijke beperkingen op dit gebied werken tegendraads in de uitvoering van de zorgplicht voor goed onderwijs voor alle kinderen. Dit klemt des te meer in krimpgebieden.

Het derde punt in de brief aan de Tweede Kamer betreft een verruiming van de doelstellingsvereiste van openbaar schoolbestuur om ook kinderopvang te mogen organiseren. Nu mogen schoolbesturen voor bijzonder onderwijs dat wel, maar openbare schoolbesturen niet. Dit zorgt voor een achterstelde positie van het openbaar onderwijs bij het realiseren van integrale kindcentra (IKC’s), die vooral ook in krimpgebieden brede voorzieningen voor alle kinderen kunnen waarborgen.

De brief van VOS/ABB en VOO gaat ook in op het gezamenlijke toekomstperspectief dat is gebaseerd op het concept School!, dat boven de denominaties uitstijgt. Daarbij wordt opgemerkt dat in de praktijk al volgens dit concept op uitgebreide schaal wordt samengewerkt tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar dat de besturenorganisaties voor bijzonder onderwijs desondanks vast willen houden aan het duale onderwijsbestel en hun respectievelijke zuilen.

VOS/ABB en VOO vragen de Tweede Kamer om voor een gezonde toekomst van het funderend onderwijs dat past bij de 21ste eeuw serieus en op constructieve wijze grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs tegen het licht te houden.

Download de brief aan de Tweede Kamer

Eerder heeft beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB een advies over de samenwerkingsschool aan PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma gestuurd.

Lees ook het artikel over krimp en samenwerking in het zomernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Krimp: beleidsmakers lopen achter de feiten aan

De voorstellen om in het kader van demografische krimp de wetgeving voor het onderwijs te versoepelen komen te laat. Dat schrijft beleidsmedewerker en adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in reactie op de initiatiefnota van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma over krimp en samenwerkingsscholen.

Ypma komt net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW met ‘goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’, aldus Bloemers. Hij schrijft ook, ‘een resumé van die goede punten is echter niet opsommingswaardig’.

De praktijk is namelijk al verder, zo benadrukt hij. ‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend.’

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert hij, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert de politiek om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Lees de initiatiefnota van Ypma

Lees de reactie van Bloemers

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Fusietoets voor funderend onderwijs helemaal loslaten

Het lijkt erop dat voorzitter Fons van Wieringen van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) met zijn uitspraak over schaalvergroting in een vorig tijdperk is blijven steken.

‘De directe aanleiding voor de Wet fusietoets is een rem te zetten op voortgaande schaalvergroting’, zegt Van Wieringen in het kader van het jaarverslag van de CFTO. Hij meldt ook dat ‘het onderwijs nog sterk in de schaalvergrotende modus staat’.

Wat Van Wieringen zich niet goed lijkt te realiseren, is dat de fusietoets voor het funderend onderwijs samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen in de weg kan zitten. Dat is hinderlijk, zeker in gebieden met demografische krimp.

Daarbij komt dat de fusietoets een reactie is op de ongebreidelde schaalvergroting in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. In het primair en voortgezet onderwijs is de menselijke maat, zoals dat heet, nooit uit zicht geraakt. VOS/ABB wil dan ook dat de fusietoets voor het primair en voortgezet onderwijs volledig wordt losgelaten.

Zover durven staatssecretaris Sander Dekker van OCW en de Tweede Kamer nog niet te gaan. Wel zien steeds meer politici in dat de fusietoets samenwerking in de weg zit. Wat dat betreft is interessant wat Dekker in februari in de Tweede Kamer zei: ‘Ik sluit niet uit dat bij de evaluatie in 2015 wordt geconcludeerd dat de fusietoets te veel knelt.’

Een motie die fusies onder de 2500 leerlingen in het primair onderwijs en fusies onder de 5000 leerlingen in het voortgezet onderwijs vrijstelt van de fusietoets, is al door de Tweede Kamer aangenomen. VOS/ABB vindt dat deze grenzen helemaal moeten worden geschrapt, zoals in oktober jongstleden is aangegeven in een brief aan de Tweede Kamer.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Vrijstelling fusietoets: positie MR versterkt

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW versterkt de positie van de medezeggenschapsraad bij scholenfusies waarbij geen fusietoets meer nodig is. Die vrijstelling van de toets wil hij geven voor fusies in krimpgebieden met een sterke leerlingendaling, mits er minder dan 20 vo-scholen of minder dan 30 po-scholen bij zijn betrokken.

In de toelichting die Dekker deze week aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, legt hij uit waarom hij voor de vrijstelling uitgaat van het aantal betrokken scholen en niet van een aantal leerlingen: omdat juist het aantal scholen in een regio bepalend is voor de mate van keuzevrijheid voor ouders en leerlingen. ‘Fusies tussen schoolbesturen bieden juist de mogelijkheid om met een goed vestigingsbeleid het onderwijsaanbod in de regio beter te spreiden’, aldus Dekker.

Ook wijst hij erop dat grote schoolbesturen het onderwijs vaak kleinschalig organiseren in meerdere scholen. ‘Een groot schoolbestuur betekent dus niet per se dat het onderwijs te grootschalig wordt.’ Dekker meldt daarnaast dat scholen in gebieden met krimp kwetsbaar zijn. ‘Een grotere omvang en kritische massa van een schoolbestuur biedt dan een meer solide basis. Dit geeft schoolbesturen de kans om de krimpsituatie op te vangen’, aldus Dekker.

Bij schoolbesturen met meer dan 20 vo-scholen vreest Dekker wel dat er een extra managementlaag zal worden gevormd. Dat vindt hij voor ‘de menselijke maat’ niet wenselijk en daarom gaat dan de regeling van de fusietoets weer gelden, net als bij een fusie van 30 of meer basisscholen. Er moet dan advies worden gevraagd aan de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Medezeggenschapsraden in gebieden met een forse leerlingendaling krijgen het recht om zelf de CFTO om advies te vragen, óók bij fusies met minder dan 20 vo- of minder dan 30 po-scholen. Daarnaast heeft de MR altijd instemmingsrecht bij een fusie.

Mergelland en jong Leren
In zijn brief licht Dekker ook toe waarom hij de bestuurlijke fusie tussen Stichting Katholiek Onderwijs Mergelland en de Stichting jong Leren in Zuid-Limburg heeft goedgekeurd. VOS/ABB is als adviserende organisatie nauw bij deze fusie betrokken.

Het betrof de uitbreiding van een samenwerkingsbestuur, die naar de letter van de wet niet is toegestaan. In het regeerakkoord is echter bepaald dat de fusietoets samenwerking in krimpgebieden niet in de weg mag staan. Dekker wil de wet op dit punt dan ook aanpassen. Daarop vooruitlopend heeft hij de fusie in Zuid-Limburg goedgekeurd.

Tot slot kondigt Dekker in zijn brief aan de mogelijkheden voor het Regionaal Plan Onderwijs uit te breiden. Dit moet ook mogelijk worden voor niet-aansluitende gemeenten. Reden is dat er zich soms situaties voordoen waarin het gewenst is dat een school een nevenvestiging start buiten het eigen RPO-gebied.

Wanneer de voorgestelde wijzigingen ingaan, is nog niet bekend. VOS/ABB houdt u op de hoogte.

De volledige brief van de staatssecretaris

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ook Tweede Kamer ziet dat fusietoets knelt

De fusietoets moet voor het primair en voortgezet onderwijs worden afgeschaft. Dat heeft onderwijswoordvoerder Paul van Meenen van D66 woensdag gezegd tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer. Zijn oproep sluit aan bij de wens van VOS/ABB.

Tijdens het algemeen overleg werd duidelijk dat niet alle partijen het met D66 eens zijn. CDA, VVD, ChristenUnie en SGP steunen een versoepeling van de fusietoets, maar PvdA, PVV en SP zien dat niet zitten. Wel leeft het algemene besef in de Kamer dat er in het licht van de dalende leerlingenaantallen wat moet veranderen.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil de fusietoets versoepelen om samenwerking in krimpgebieden te vergemakkelijken. Hij stelt voor dat schoolbesturen bij een leerlingendaling van 15 procent of meer over een periode van vijf jaar zonder advies van de Commissie Fusietoets Onderwijs mogen samengaan.

Voorwaarde is wel dat het fusiebestuur een maximumaantal scholen onder zich mag hebben. In het primair onderwijs is dat maximum 30 scholen, in het voortgezet onderwijs 20 scholen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl