‘Gemeenten betalen voor renovatie schoolgebouwen’

Renovatie komt net als nieuwbouw onder verantwoordelijkheid van de gemeenten, maar schoolbesturen mogen ook zelf investeren in gebouwen. Bovendien moet elke gemeente voor minimaal de eerstkomende 16 jaar een plan op papier hebben voor haar schoolgebouwen. Dat willen de sectororganisatie PO-Raad en VO-raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Gertjan Nijpels, VVD-burgemeester van de gemeente Opmeer, zit in de onderwijscommissie van de VNG. Hij stelt dat het ministerie van OCW ‘geen aanstalten maakte om de wet te wijzigen’ en dat de VNG daarom met de PO-Raad en VO-raad zelf actie heeft ondernomen.

De gezamenlijke voorstellen moeten volgens vicevoorzitter Anko van Hoepen van de PO-Raad en zijn collega Hein van Asseldonk van de VO-raad voor duidelijkheid zorgen, zodat de gemeenten en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting niet meer tegenover elkaar staan. De voorstellen zijn bedoeld voor het ministerie van OCW.

Huisvestingsakkoord 2016

De VNG en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad sloten in december 2016 al een huisvestingsakkoord. Daarin benadrukten zij dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de kwaliteit van de huisvesting van scholen. Ook noteerden ze in het akkoord uit 2016 dat gemeenten en schoolbesturen samen verantwoordelijk moeten worden voor vervangende nieuwbouw of renovatie.

Download het nieuwe Huisvestingsvoorstel van de PO-Raad, VO-Raad en VNG

Schoolbesturen beslissen samen over gebouwenonderhoud

De Amersfoortse schoolbesturen gaan intensief met elkaar samenwerken op het gebied van gebouwenonderhoud. Zij krijgen het geld dat de gemeente daarvoor van het Rijk ontvangt en beslissen met elkaar waaraan ze dat geld besteden.

De Amersfoortse Courant schrijft dat in Amersfoort twee coöperaties van schoolbesturen voor respectievelijk primair en voortgezet onderwijs worden opgericht om samen te besluiten welke schoolgebouwen aan onderhoud toe zijn.

Twee geldstromen voor gebouwenonderhoud

De krant sprak onder anderen met rector Harko Boswijk van openbare scholengemeenschap ’t Atrium. Hij voerde namens het Amersfoortse onderwijs het overleg met de gemeente over de nieuwe werkwijze. Volgens hem is het inefficiënt dat er nu twee geldstromen zijn voor onderhoud, namelijk bij de gemeente en bij de schoolbesturen.

Onderwijswethouder Bertien Houwing (D66) is blij met de nieuwe werkwijze, omdat die volgens haar efficiënter is. ‘Nu komen beide geldstromen samen in een coöperatie, waardoor er geen dubbel werk wordt gedaan. En dus kan geld worden overgehouden’, aldus de wethouder.

Het is nog niet zeker of de nieuwe werkwijze in Amersfoort vanaf 1 januari realiteit zal zijn. Op 24 oktober spreekt de gemeenteraad erover. Op 21 november valt er een besluit.

Bredase model

De Amersfoortse werkwijze is niet nieuw. In Breda is al in 2008 de coöperatieve vereniging Building Breda voor het voortgezet onderwijs opgericht, in 2014 gevolgd door BreedSaam voor het primair onderwijs.

In deze coöperaties werken de schoolbesturen met elkaar samen op gebied van onderwijshuisvesting. Het geld daarvoor krijgen ze van de gemeente. Deze werkwijze staat bekend als het Bredase model.

In 2013 heeft VOS/ABB een artikel over het Bredase model gepubliceerd:

Scholenbouw in stroomversnelling dankzij doordecentralisatie