Kamervragen na noodkreet Zeeuws-Vlaamse scholen

De VVD heeft Kamervragen gesteld na een brandbrief van vier scholen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen, die door krimp in nood komen. Ze geven aan dat ze wel moeten samenwerken om de onderwijskwaliteit in het gebied te kunnen waarborgen. Maar daar is geld voor nodig.

De Tweede Kamerleden Straus en Bosman van de VVD vragen staatssecretaris Dekker nu of hij ervan op de hoogte is dat de vo-scholen in Zeeuws-Vlaanderen door krimp in de problemen komen. Zij vinden dat de samenwerking tussen scholen in krimpregio’s moet worden bevorderd en vragen Dekker wat hij vindt van hun samenwerkingsplannen. ‘Bent u bereid met de besturen van deze scholen in overleg te gaan over een passende oplossing?’, aldus de Kamerleden. Zij stuurden hun Kamervragen in op 29 april.

Sluis, Hulst en Terneuzen
Aanleiding daarvoor was een artikel in de Provinciale Zeeuwse Courant over de brief die de vier scholen eerder deze maand stuurden aan de gemeenten Sluis, Hulst en Terneuzen. Het gaat om de openbare scholengemeenschap De Rede in Terneuzen, het algemeen bijzondere Zwin College in Oostburg, het protestants-christelijke Zeldenrust-Steelant College en de Stichting Katholiek Voortgezet onderwijs Hulst. Zij vragen in hun brandbreuf steun aan de gemeentebestuurders voor een pleidooi om extra geld. Ze geven aan dat ze zonder extra geld niet langer hetzelfde onderwijsaanbod kunnen blijven bieden aan de leerlingen in hun regio, en dat ze dat ‘een onacceptabel scenario’ vinden.

Het extra geld is nodig voor een andere organisatie, digitale hulpmiddelen bij de inrichting van schooloverstijgend onderwijs, vervoer van leerlingen en/of docenten tussen scholen, en het op niveau houden van passend onderwijs, ook voor leerplichtige nieuwkomers, wat een vergroot risico inhoudt op extra instroom in het LWOO (leerwegondersteund onderwijs).

 

 

Besturen in geldnood: continuïteit onderwijs voorop

'Ik voel me verantwoordelijk voor de continuïteit van het onderwijs aan leerlingen, niet voor de continuïteit van een bestuur waar sprake is geweest van onvoldoende financieel beheer.' Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing.

Aanleiding voor de vragen was het bericht dat een toenemend aantal schoolbesturen onder financieel toezicht van de Inspectie van het Onderwijs wordt gesteld. Dekker legt uit dat de problemen veelal het gevolg zijn van een te trage reactie van het schoolbestuur op dalende leerlingenaantallen en daardoor dalende inkomsten. 'De uitgebleven aanpassingen hebben (…) in vrijwel alle gevallen te maken met personele kosten, die ruim 80% van de uitgaven van een gemiddeld schoolbestuur uitmaken', aldus de staatssecretaris.

Op de vraag hoe er wordt omgegaan met schoolbesturen die niet meer kunnen voldoen aan hun betalings- en onderwijsverplichtingen, antwoordt Dekker dat hij zich verantwoordelijk voelt voor de continuïteit van het onderwijs, maar niet voor de continuïteit van het bestuur. Hij benadrukt dat schoolbesturen zelf verantwoordelijk blijven voor hun financiële gezondheid. In dit kader steunt hij initiatieven van het primair en voortgezet onderwijs zelf om de financiën van schoolbesturen op orde te houden of te brengen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl