‘Verkleinen van klassen weinig effectief’

Het substantieel verkleinen van de klassen kan tot betere leerprestaties leiden, maar het is effectiever en efficiënter om andere maatregelen te nemen. Dat schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

Dekker wijst er in zijn reactie op dat het pas effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs als de klassen met zeven leerlingen worden verkleind. Dat is volgens hem te duur. Bovendien zijn er dan meer leerkrachten nodig en die zijn niet te vinden.

Het is volgens hem beter om maatregelen te nemen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de heterogeniteit van groepen of de hoeveelheid zorgleerlingen in de klas. Ook kan het volgens hem goed zijn om te kijken naar de gehanteerde onderwijsmethodiek, zoals klassikaal versus geïndividualiseerd onderwijs.

Hij noemt tevens het (didactisch) repertoire van de docent, bijvoorbeeld ten aanzien van klassenmanagement, en de eventuele inzet van klassenassistenten.

Lees meer…

Gemiddelde groepsgrootte nagenoeg stabiel

De gemiddelde groepsgrootte in het basis- respectievelijk voortgezet onderwijs is dit jaar nagenoeg gelijkgebleven. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker schrijft dat de gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs tot 2013 toenam en dat er sindsdien sprake is van een stabilisering. ‘In 2013, 2014 en 2015 was de gemiddelde groepsgrootte 23,3 leerlingen. Dit jaar heeft een basisschoolgroep gemiddeld 23,4 leerlingen. Hiermee is dit gemiddelde vier jaar op rij nagenoeg stabiel’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst er verder op dat de gemiddelde groepsgrootten in de onderbouw en bovenbouw van het basisonderwijs meer fluctueren dan het totale gemiddelde. ‘Sinds 2013 ligt het gemiddelde in de bovenbouw ongeveer 1 leerling hoger dan het totale gemiddelde. Het gemiddelde in de onderbouw ligt ongeveer 1 leerling lager dan het totale gemiddelde.’

Voortgezet onderwijs

De gemiddelde groepsgrootte in het voortgezet onderwijs is niet in één cijfer te vangen, omdat de omvang van de groepen per vak sterk kunnen verschillen. Toch ziet Dekker dat ook de omvang van de groepen in het voortgezet onderwijs een stabiel beeld laat zien.

‘De gemiddelde groepsgrootte is ten opzichte van voorgaande schooljaren min of meer gelijk gebleven. Groepen met meer dan 30 leerlingen in één lokaal komen wel voor, maar het algemene beeld is dat dit niet bijzonder vaak het geval is’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

Gemiddelde groepsgrootte nauwelijks gestegen

De gemiddelde groepsomvang in het basis- en voortgezet onderwijs is nauwelijks gestegen ten opzichte van het afgelopen schooljaar. In het speciaal onderwijs nam de gemiddelde groepsgrootte af. Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

De gemiddelde groepsomvang in het basisonderwijs is dit schooljaar 25,7 leerlingen, terwijl dat vorig jaar 25,6 leerlingen was. In het voortgezet onderwijs telt de gemiddelde klas nu 26,3 leerlingen, terwijl het er vorig jaar gemiddeld 26 waren. In het speciaal onderwijs is een daling te zien van gemiddeld 12,9 naar 12,7 leerlingen.

Uit het AOb-onderzoek blijkt dat leraren in het basisonderwijs het liefst klassen van 22 à 23 leerlingen hebben. Dat is dus wat minder dan het huidige gemiddelde. Zogenoemde oversized klassen met meer dan 30 leerlingen komen met 19 procent het vaakst voor in basisscholen met meer dan 500 leerlingen.