Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Subsidie doorstroomprogramma’s aanvragen tot 1 oktober

Voor het nieuwe schooljaar 2018-2019 ligt de deadline voor subsidieaanvragen voor de doorstroomprogramma’s vmbo-havo en vmbo-mbo op 1 oktober aanstaande.

Deze doorstroomprogramma’s zijn bedoeld om de overstap van vmbo naar havo of mbo te vergemakkelijken. De programma’s richten zich specifiek op het laatste vmbo-jaar en het eerste jaar van de vervolgopleiding.

Subsidieaanvragen kunt u vóór 1 oktober 2018 indienen via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Subsidie voor in de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 kunt u aanvragen vóór 1 oktober 2019.

Lees meer…

Meer nodig voor betere doorstroom vmbo-havo

Het wetsvoorstel Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo is een stap in de goede richting van een gelijke behandeling van leerlingen, maar er is meer nodig, stelt de Onderwijsraad.

Met het wetsvoorstel wordt de toegang tot de havo voor vmbo’ers wettelijk geregeld, zodat overal in het land dezelfde voorwaarden voor toelating gelden. Een schoolbestuur mag een leerling die aan de voorwaarden voldoet, dan niet meer weigeren als het de leerling niet geschikt acht.

De Onderwijsraad noemt dat een stap in de goede richting, maar benadrukt dat er meer nodig is. ‘Aanvullende maatregelen zijn nodig om de inhoudelijke aansluiting te verbeteren’, aldus de raad, die denkt aan het stimuleren van opstroomklassen en schakelprogramma’s en betere begeleiding van vmbo’ers die naar de havo willen.

Verder adviseert de Onderwijsraad aan om te werken met een overgangsperiode waarin de Inspectie van het Onderwijs de slaagpercentages van havo-leerlingen afkomstig uit het vmbo apart bijhoudt.

Lees meer…

Bètatechniek in voortgezet onderwijs groeit

Bètatechniek neemt in vmbo, havo en vwo een groeiende aandeel voor zijn rekening, blijkt uit de highlights uit de Techniekpact monitor 2018.

Het aandeel vmbo-leerlingen dat in het derde leerjaar van de basisberoeps- of kadergerichte opleiding koos voor een technisch profiel, nam de laatste jaren weliswaar af, maar dat aandeel groeide onder de gediplomeerde vmbo’ers in de gemengde en theoretische leerweg.

Dit aandeel nam bij vmbo-basisberoeps af van 30 procent in het schooljaar 2007-2008 tot 24 procent in 2017-2018. Bij vmbo-kader was in diezelfde periode een afname te zien van 26 tot 22 procent. De groei bij vmbo-gemengd en -theoretisch in de periode van 2006-2007 tot 2016-2017 bedroeg 37>40 procent respectievelijk 38>41 procent.

Het aandeel havo- en vwo-leerlingen met een N-profiel is van 2007-2008 tot 2017-2018 ook toegenomen. Bij de havo was die groei 34>42 procent en bij vwo 55>61 procent. Deze groei deed zich zowel onder jongens als onder meisjes voor.

In vmbo-t moet ook praktijk aan bod komen

In 2021 volgen alle leerlingen op het niveau van de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo ook praktijkgericht onderwijs. Het maakt daarbij niet uit of ze naar het mbo willen of naar de havo. Dat staat in een brief van de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer.

De ministers schrijven in hun brief dat het curriculum van de theoretische leerweg, afgezien van de versterkte inzet op loopbaanoriëntatie en –begeleiding, bij de invoering van de profielen in het vmbo geen actualisatie heeft ondergaan. ‘Dat maakt dat het programma sterk verouderd is en niet meer goed aansluit op behoeftes van jongeren en op het vervolgonderwijs’, aldus Van Engelshoven en Slob.

De theoretische leerweg mist volgens de ministers een vak waarin leerlingen op een praktische wijze gericht werken aan beroepsoriëntatie en beroepsbeelden. ‘Een groeiend aantal scholen heeft de afgelopen jaren hierop zelf actie genomen en aanvullende onderwijsprogramma’s of een andere aanpak ontwikkeld’, zo staat in de brief. Van Engelshoven en Slob willen dat alle vmbo-scholen dit overnemen.

De maatregel staat tevens in het licht van ‘het hardnekkige misverstand (…) dat de theoretische leerweg meer waard zou zijn dan de gemengde leerweg’.

Lees meer…

‘Complexe leerlingen verdienen meer ondersteuning’

De Onderwijsraad pleit in een advies over passend onderwijs voor verhoogde inzet op de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaanbod voor leerlingen met complexere ondersteuningsbehoeften.

De raad doelt bijvoorbeeld op leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. Een andere groep bestaat uit leerlingen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen in combinatie met een verstandelijke beperking. Het aanbod voor deze leerlingen is volgens de Onderwijsraad ‘nog steeds onvoldoende’.

Het advies aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob luidt om bij de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaabod voor complexe leerlingen gebruik te maken van expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

De raad voegt daaraan toe ervan uit te gaan dat de onderwijsministers de toezegging van voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW nakomen om met de betreffende onderwijsorganisaties om de tafel te gaan zitten en te bevorderen dat in álle samenwerkingsverbanden aanvullend aanbod tot stand komt.

Lees meer…

Meer meisjes kiezen techniek

Meer meisjes op havo en vwo kiezen voor een technische richting, maar in het vmbo is die trend nauwelijks waarneembaar, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het schooljaar 2006-2007 koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor Natuur en Techniek, waarbij wiskunde b, natuur- en scheikunde verplicht zijn. In 2017-2018 was dit toegenomen tot respectievelijk 10 en 28 procent.

De stijging werd volgens het CBS ingezet in het schooljaar 2007-2008, toen de vernieuwde tweede fase werd ingevoerd. Hierdoor werd het eenvoudiger om de profielen Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid te combineren in een vakkenpakket. Vooral onder meisjes in het vwo is dit dubbelprofiel populair.

Natuur en Techniek is nog steeds het populairst bij jongens. Ook zij kozen de afgelopen tien jaar vaker voor dit profiel, maar het verschil met de meisjes is kleiner geworden.

Weinig vmbo-meisjes kiezen techniek

Onder meisjes op het vmbo blijft Techniek de minst gekozen sector. In het schooljaar 2017-2018 koos 4 procent van de meisjes en 33 procent van de jongens in de leerjaren 3 en 4 van vmbo-b, vmbo-k en vmbo–g voor zo’n opleiding. Het percentage techniekmeisjes op het vmbo neemt nauwelijks toe.

Slob wil dat meer ouders voor vmbo kiezen

‘Het vmbo is niet een soort vergaarbak van kinderen die niet naar havo of vwo kunnen, en dus maar naar het vmbo moeten. Dit is geen restonderwijs. Het is geen bezigheidstherapie wat ze daar aan het doen zijn’, zegt onderwijsminister Arie Slob in het Algemeen Dagblad.

Het AD schrijft dat ouders volgens Slob moeten stoppen om hun kinderen naar de hoogste schoolniveaus te pushen. Hij waarschuwt dat dit bij leerlingen tot veel stress leidt. Bovendien wijst hij erop dat de roep om vakmensen steeds groter wordt. Hij noemt vmbo’ers ‘de gouden handjes die nodig zijn voor de toekomst’.

Het aantal vmbo’ers vertoont al lange tijd een dalende trend. Dat komt niet alleen door demografische krimp, maar ook doordat een steeds groter aandeel van de leerlingen naar havo of vwo gaat.

Lees meer…

Minder havisten gaan studeren sinds invoering leenstelsel

Sinds de invoering van het leenstelsel voor studenten in 2015 is de doorstroom van havo naar hbo licht gedaald, terwijl de doorstroom van vwo naar universiteit vrijwel gelijk bleef, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De doorstroom van havo naar hbo steeg van 2007 tot 2015, toen het oude stelsel van studiefinanciering nog bestond. De sterkste stijging deed zich voor 2013 en 2014. Na de invoering van het leenstelsel daalde de doorstroom van havo naar hbo. Meer jongeren kiezen sindsdien voor een tussenjaar of gaan werken.

Ook het percentage vwo’ers dat aan een universiteit ging studeren nam toe in de periode 2007–2015. De sterkste toename vond plaats in 2014. In tegenstelling tot de doorstroom van havo naar hbo nam de doorstroom van vwo naar universiteit nauwelijks af na de invoering van het leenstelsel.

Lees meer…

AD-bericht over daling aantal vmbo’ers geen nieuws

Het bericht in het Algemeen Dagblad over het afnemende aantal vmbo’ers is niet verrassend: in 2016 meldde Onderwijs in Cijfers al dat het aantal vmbo’ers in de loop der jaren fors zal afnemen.

De krant meldt op basis van een eigen analyse dat dit schooljaar ruim 2000 leerlingen minder in de derde klas van het vmbo terecht zijn gekomen dan het jaar ervoor. Het totale aantal scholieren dat in de derde klas zit, steeg iets. Die extra kinderen zitten vooral in havo- en vwo-klassen.

Dit past precies in de trend die Onderwijs in Cijfers in 2016 al meldde en waarover VOS/ABB destijds berichtte.

Lees meer…

 

 

Rekentoets telt vanaf dit schooljaar niet meer mee

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat de rekentoets dit schooljaar niet meer meetelt voor het vwo-eindexamen. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob vrijdag getwitterd. Kort daarna verscheen er een brief met toelichting.

Slob liet onlangs al weten dat zijn inzet was om de rekentoets niet meer mee te laten tellen voor het vwo-eindexamen. Dat zei hij in antwoord op Kamervragen van Rudmer Heerema van de VVD, Paul van Meenen van D66 en Lisa Westerveld van GroenLinks.

Zij benadrukten dat leerlingen, docenten en scholen snel moesten weten waar ze aan toe zijn. Die helderheid is er nu dus: de rekentoets telt niet meer mee. Dat was overigens al het geval voor de eindexamens havo en vmbo.

Rekentoets nog wel afgenomen

In de brief met toelichting van Slob staat dat de rekentoets nog wel wordt afgenomen. Leerlingen kunnen het cijfer dat zij behalen, gebruiken als het gunstig is voor het behalen van cum laude. Als het daar ongunstig voor is, telt het niet mee. Deze mogelijkheid geldt alleen dit schooljaar. In de toelichting staat ook dat het behaalde cijfer voor de rekentoets wordt vermeld op de cijferlijst.

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) reageert laaiend enthousiast op het nieuws:

Kindje van Dekker

De rekentoets werd in het schooljaar 2013-2014 ingevoerd. Toenmalig VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW dacht dat hiermee de rekenkwaliteiten in het voortgezet onderwijs konden worden verbeterd.

Er kwam echter veel kritiek op de toets, omdat die vooral een toets begrijpend lezen zou zijn en niet de rekenkwaliteiten van leerlingen zou meten. Dekker bleef eraan vasthouden, maar nu hij van het politieke onderwijstoneel is verdwenen sneuvelt de toets.

Het mag wel opmerkelijk worden genoemd dat de ministerraad met afschaffing heeft ingestemd, in die zin dat Dekker daar nu als minister van Rechtsbescherming deel van uitmaakt. Het positieve bericht van Slob over het definitieve einde van de rekentoets – live and direct getweet – staat in contrast met het enthousiasme dat Dekker er altijd over tentoonspreidde.

‘Havo’s niet bang voor opstromende vmbo’ers’

Onderwijsminister Arie Slob zegt geen signalen te hebben dat havo’s vmbo-leerlingen enkel weigeren omdat scholen door de Inspectie van het Onderwijs negatief kunnen worden afgerekend op uitval.

Slob reageert op Kamervragen van de SP’er Peter Kwint en zijn collega Lisa Westerveld van GroenLinks. Hun vragen volgden op het bericht van de NOS dat op de ene school de helft van de vmbo’ers doorgaat naar havo en op de andere school geen één.

De minister erkent dat er wel havo’s zijn ‘die de zorg uitspreken dat de komst van vmbo-leerlingen zal leiden tot mindere leerresultaten en daarmee tot een mindere beoordeling door de inspectie’. Hij voegt daar echter aan toe dat wanneer een school veel vmbo-leerlingen vanuit de gemengde of de theoretische leerweg laat opstromen naar havo 4, de Inspectie van het Onderwijs daar dan rekening mee kan houden.

Slob benadrukt dat ‘het bieden van kansen om te stapelen moet voorop staan, aansluitend bij de mogelijkheden en de ambities van de leerlingen’. Daarbij is volgens hem een goede onderwijskwaliteit inclusief adequate ondersteuning cruciaal.

Lees meer…

Nederland hoger opgeleid: meer havo en vwo

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ziet dat in Nederland sinds 1990 een groter aandeel van de bevolking hoger is opgeleid. Meer mensen hebben een havo- of vwo-diploma gehaald en het aantal mensen met een opleiding op hbo- of universitair niveau is verdubbeld. Een steeds kleiner deel van de bevolking heeft geen startkwalificatie.

Het SCP meldt in het rapport De sociale staat van Nederland ook dat meisjes/vrouwen het in het onderwijs beter zijn gaan doen dan jongens/mannen. In 1990 was 53 procent van de mensen met een diploma in het hoger onderwijs man en 47 procent vrouw, sinds de eeuwwisseling is die verhouding ongeveer 44 om 56 procent.

In het rapport staat verder dat Nederlanders met een migratieachtergrond nog altijd een onderwijsachterstand hebben, maar dat hun gemiddelde opleidingsniveau wel stijgt. Doordat ook het opleidingsniveau van autochtone Nederlanders omhoog gaat, blijft het verschil tussen autochtoon en allochtoon echter bestaan.

Een ander punt dat het SCP aanstipt, is dat de prestaties van de huidige generatie leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs slechter is voor met name wiskunde en rekenen dan vijftien tot twintig jaar geleden.

Lees meer…

Havo heeft meeste zittenblijvers

In 2016 bleef 9,9 procent van de havo-jongens in de derde klas of hoger zitten, tegen 7,7 procent van de meisjes. Het aandeel zittenblijvers op de havo is hoger dan op het vmbo en het vwo, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De afgelopen jaren werd de groep zittenblijvers in de havo naar verhouding kleiner. In 2011 deed nog 11,3 procent van de jongens en 9,3 procent van de meisjes in havo 3 tot en met 5 een jaar over. Het verschil tussen jongens en meisjes bleef vrijwel gelijk.

Doorstroom vmbo-havo verschilt sterk per school

Bij de ene school stroomt driekwart van de vmbo-leerlingen door naar havo, terwijl bij de andere school die doorstroom nul is. Dat blijkt uit een analyse van de NOS, die zich baseert op informatie van de website Scholen op de kaart. Minister Arie Slob zegt in reactie dat verreweg de meeste scholen zich houden aan de doorstroomcode.

De NOS meldt dat gemiddeld 16 procent van de vmbo’ers die de theoretische of de gemengde leerweg doen, doorstroomt naar havo. Ruim 80 procent gaat mbo doen. De rest volgt na het vmbo al dan niet tijdelijk geen onderwijs.

Recht op doorstroom

Het bericht van de NOS staat in het kader van het doorstroomrecht voor vmbo’ers. Vanaf het schooljaar 2019-2020 mogen scholen geen cijfereisen meer stellen. Wel moeten vmbo’ers dan minstens zeven vakken hebben gevolgd om te mogen doorstromen naar havo.

Minister Arie Slob laat in reactie op vragen van Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA weten dat 84 procent van de scholen zich aan de doorstroomcode houdt. Scholen die aanvullende eisen stellen, worden daar volgens de minister op aangesproken.

In het nummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat in december 2016 is verschenen, staat een artikel over de doorstroom van mavo naar havo.

Van mavo naar havo: het lukt alleen met extra inzet

 

Zonder startkwalificatie veel minder kans op werk

Wie geen startkwalificatie heeft, komt veel moeilijker aan werk dan wie wel een havo-, vwo- of mbo2-diploma heeft behaald. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS heeft vanaf 2003 tot en met 2016 de arbeidsdeelname vergeleken van jongeren zonder en jongeren met startkwalificatie. Het betreft specifiek de leeftijdscategorie 15-25 jaar.

Zonder startkwalificatie ligt de arbeidsdeelname in de loop er jaren rond de 50 procent, terwijl dat met startkwalificatie rond de 70 procent ligt.

Bekijk grafiek

Minder kinderen uit arme gezinnen naar havo of vwo

Relatief weinig kinderen uit arme gezinnen zitten op havo of vwo. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de situatie in Den Haag.

In Den Haag volgt 21 procent van de kinderen van 12 tot 18 jaar uit gezinnen met risico op armoede onderwijs op havo/vwo-niveau, tegen 39 procent van de kinderen uit andere gezinnen. Van de kinderen met risico op armoede zit 36 procent op het vmbo, bij gezinnen zonder laag inkomen is dat 24 procent.

In 2014 groeiden bijna 21.000 kinderen in Den Haag op in een huishouden met een laag inkomen. In de Schilderswijk, Moerwijk en het Transvaalkwartier waren relatief veel arme gezinnen. In deze wijken had meer dan 30 procent van de huishoudens met minderjarige kinderen in 2014 een laag inkomen. In de wijken Westbroekpark en Duttendel en in de Vogelwijk was dat minder dan 4 procent.

Lees meer…

Rekentoets telt nog steeds niet mee voor vmbo en havo

De resultaten van de rekentoets tellen ook in het schooljaar 2017-2018 niet mee voor het behalen van het vmbo- en havo-diploma. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

‘De resultaten die tot dusverre zijn behaald op de rekentoets geven mij nu nog onvoldoende basis om te kunnen beoordelen of het verantwoord is om het resultaat op de rekentoets te laten meetellen voor het behalen van het diploma in vmbo en havo’, zo staat in de brief.

Er staat ook in de brief dat samen met de Nederlandse Vereniging voor Wiskundeleraren wordt gewerkt aan een alternatief voor de rekentoets. Het ziet ernaar uit dat dit alternatief op zijn vroegst in 2018 gestalte kan krijgen.

Lees meer…

(Nog) geen verschraling voortgezet onderwijs door krimp

Het onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs is ten opzichte van vorig jaar niet verschraald. Dat is ook niet het geval voor de technische profielen in het vmbo. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp en dalende leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs.

Dekker ziet wel dat de afname van het aantal leerlingen ertoe leidt dat er in het voortgezet onderwijs kleinere afdelingen komen, met name in het technisch vmbo en in het vwo. ‘Omdat de leerlingendaling nog zeker een decennium aanhoudt, is dat een reden voor zorg’, aldus de staatssecretaris.

Hij dringt er bij alle betrokkenen op aan om op regionaal niveau samen te bepalen wat een adequaat onderwijsaanbod is en hoe ze dat op een toekomstbestendige manier kunnen organiseren.

Lees meer…

In het zomernummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over krimp in het voortgezet onderwijs.

Havo- en vwo-leerlingen oriënteren zich beter op studie

Havo- en vwo-leerlingen oriënteren zich meer en vaker op een vervolgstudie en hebben ook een betere kennis van de uiterste aanmelddatum dan mbo’ers. Dat staat in het onderzoeksrapport Studeer met een plan 2016.

De campagne Studeer met een plan had volgens de onderzoekers tussen april en juni vorig jaar een hoog bereik. Er stonden in die periode twee onderwerpen centraal in de campagne: aanmelden en financiën.

Opmerkelijk in de huidige tijden waarin jongeren social media gebruiken: radiospotjes bleken in de campagne een stuk effectiever dan posts op Facebook.

Lees meer…

 

Dubbeladvies: lat te hoog, meer zittenblijvers

Het ministerie van OCW, de VO-raad en DUO vermoeden dat het aantal zittenblijvers toeneemt doordat leerlingen na een dubbeladvies de lat te hoog leggen, meldt het Algemeen Dagblad.

De krant meldt dat het aantal zittenblijvers in het voortgezet onderwijs na een jarenlange daling weer is toegenomen.  Vorig jaar gingen 54.720 scholieren niet over of zakten ze, blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Dubbeladvies leidt tot trendbreuk

De trendbreuk zou te maken kunnen hebben met het dubbeladvies. Als een leerling in groep 8 van de basisschool het advies vmbo-havo krijgt, zal hij of zij eerder voor havo dan voor vmbo kiezen. Sommigen leggen daarmee de lat te hoog en halen het jaar niet. Ze kunnen dan afstromen naar een lager niveau of doubleren.

‘Veel leerlingen zullen ervoor kiezen om het nog eens te proberen op het hogere niveau. Afstromen naar een lager niveau voelt immers vaak toch meer als falen’, zo citeert het AD woordvoerder Tea Jonkman van DUO.

Lees meer…

Kinderen van vluchtelingen doen het goed

Bijna vier op de tien kinderen van vluchtelingen die tussen 1995 en 1999 naar Nederland kwamen, zaten in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs op havo of vwo. Daarmee deden zijn het beter dan andere niet-westerse migrantenkinderen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) volgde ruim 53.000 kinderen van vluchtelingen uit de jaren 90. De grootste groep kwam uit Afghanistan, gevolgd door Irak en voormalig Joegoslavië.

Zij bleken het in het onderwijs beter te doen dan kinderen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Ze haalden gemiddeld hogere scores op de Cito-toets, kregen hogere adviezen voor voortgezet onderwijs en volgden in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs vaker havo of vwo.

Lees meer…

Rekentoets in huidige vorm heeft langste tijd gehad

De komende maanden wordt een alternatief voor de rekentoets uitgewerkt. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Er komt een alternatief voor de rekentoets voor het vmbo en ook een voor havo en vwo. De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) is betrokken bij de uitwerking ervan, schrijft de staatssecretaris. Daarbij zijn niet alleen wiskundeleraren betrokken, maar ook wetenschappers en deskundigen van het nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling SLO.

‘De komende maanden zullen zij het alternatief verder uitwerken en andere partijen raadplegen die betrokken zijn bij het rekenonderwijs. Ook wordt er een tijdpad voor de uitwerking en invoering van het alternatief opgesteld’, aldus Dekker.

Lees meer…

Niet meer meetellen?

Wiskundedocent Karin den Heijer van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, die tevens bestuurslid is van Beter Onderwijs Nederland (BON), vraagt op Twitter naar aanleiding van dit nieuws aan Dekker of nu ook het cijfer van ‘deze ondeugdelijke toets’ niet meer meetelt:

Ook vraagt ze zich af wat ‘deze grap’ heeft gekost:

Den Heijer is al sinds het begin fel tegenstander van de rekentoets, omdat die volgens haar niet zozeer rekenvaardigheden toetst, maar vooral of leerlingen goed begrijpend kunnen lezen.

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) is verder afgenomen, meldt minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

‘De teller staat nu op 22.948 nieuwe vsv’ers (voorlopig cijfer). Dat betekent dat er in schooljaar 2015/2016 ruim 1400 vsv’ers minder waren dan het jaar ervoor’, aldus Bussemaker.

De afname is volgens haar te danken aan ‘de voortdurende inzet van docenten, RMC1-medewerkers, leerplichtambtenaren, loopbaanbegeleiders, verzuimcoördinatoren, wethouders en andere betrokkenen binnen scholen en gemeenten’. Ze noemt het ‘een prestatie om trots op te zijn’.

In het schooljaar 2001-2002 waren er nog 71.000 vsv’ers. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Download Bijlage met cijfers voortijdig schoolverlaten

Overzicht met informatie over voortijdig schoolverlaten

Het ministerie van OCW heeft een actueel overzicht gepubliceerd met informatie over voortijdig schoolverlaten.

Het overzicht bestaat uit websites met daarbij een korte beschrijving van wat die sites te bieden hebben. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Ga naar het overzicht