Klein baantje geen beletsel voor subsidie jonge leerkracht

Een pabo’er met diploma die een vakantiebaantje heeft gehad, kan gewoon in aanmerking komen voor de subsidieregeling voor jonge leerkrachten. Dat antwoordt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mede namens staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van de Tweede Kamerleden Paul van Meenen en Steven van Weyenberg van D66.

Het gaat hier om de subsidieregeling Jong en Oud uit het sectorplan primair onderwijs. Een van de voorwaarden voor de werkgever om in aanmerking te komen voor een loonkostensubsidie is dat de persoon die in dienst wordt genomen in de voorafgaande zes maanden geen reguliere betrekking heeft gehad. Het gaat dan om een betaalde betrekking voor de duur van meer dan een maand op grond van een arbeidsovereenkomst of aanstelling in openbare dienst voor gemiddeld minstens 20 uur per week.

‘Als de betrokken jongere een baan heeft gehad korter dan een maand en minder dan 20 uur per week heeft gewerkt, kan hij of zij wel in aanmerking komen. Ook kan een jongere die bijvoorbeeld vier maanden gewerkt heeft met een arbeidsovereenkomst of aanstelling van 15 uur wel tot de doelgroep behoren. Kleine banen en stages vallen niet onder de hier gehanteerde definitie van reguliere betaalde arbeid. Ook pas afgestudeerden van de pabo die nog niet gewerkt hebben, vallen onder de doelgroep’, aldus Asscher.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Veel jonge leerkrachten willen weg uit onderwijs’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW benadrukken dat er al maatregelen zijn genomen om jonge leerkrachten voor het onderwijs te behouden. Ze reageren daarmee op een onderzoekje van CNV Onderwijs waaruit volgens die bond en het Algemeen Dagblad blijkt dat veel jonge leraren weg willen uit het onderwijs. De resultaten van dit onderzoekje onderschrijven de conclusies van de bond en de krant niet erg overtuigend.

De christelijke onderwijsvakbond en de krant willen met de resultaten laten zien dat veel leerkrachten van tussen de 20 en 35 jaar overwegen om het onderwijs vaarwel te zeggen vanwege de hoge werkdruk die zij ervaren en de volgens hen geringe carrièremogelijkheden.

Van de ruim 600 respondenten die voor het mini-onderzoekje van de bond en de krant welgeteld zeven multiple-choicevragen over hun ervaringen in het onderwijs beantwoordden, geeft ruim 80 procent aan dat de werkdruk in het onderwijs te hoog is. Maar uit het onderzoek wordt ook duidelijk dat slechts 13 procent van de leerkrachten erover nadenkt het onderwijs te verlaten. Ruim de helft denkt daar niet over na en eenderde twijfelt wel eens.

Van degenen die erover nadenken het onderwijs te verlaten, geeft driekwart aan dat de hoge werkdruk daarvan de oorzaak is. Ruim 40 procent vindt dat de carrièremogelijkheden beperkt zijn. Andere oorzaken zoals een te laag salaris of een tegenvallende praktijk worden veel minder vaak genoemd.

Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna 70 procent van de respondenten zich erkend voelt door de school en dat ruim de helft niet het gevoel heeft door de school ‘in het diepe’ te zijn gegooid.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW wijzen er naar aanleiding van het bericht van CNV Onderwijs en het Algemeen Dagblad op dat er al maatregelen zijn genomen om beginnende leerkrachten te behouden. Zo krijgen scholen extra geld voor betere begeleiding van startende leerkrachten en om hun meer carrièreperspectief te bieden. Ook kan een baan in het onderwijs vaker worden gecombineerd met een functie in het bedrijfsleven.

‘Leraar zijn is een van de mooiste beroepen, maar ook een beroep dat veel van mensen vraagt. Zaak voor scholen dus om goede leraren in het zadel te houden We hebben hen de komende jaren immers hard nodig’, aldus Bussemaker en Dekker.