Regeling personele bekostiging 2018-2019

De Regeling personele bekostiging voor het schooljaar 2018-2019 is bekendgemaakt. Hieronder staat puntsgewijs wat van belang is om te weten.

  • Kleine ophoging van de reguliere lumpsum met 0,191 procent in verband met de oploop van de functiemix. Dit betreft zowel de gemiddelde personeelslast van de leraren als het basisbedrag in het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB). De oploop in het functiemixbudget loopt nog door tot en met 2020. Dit geldt voor alle sectoren van het primair onderwijs.
  • Flinke ophoging van de kleine scholentoeslag. Dit is gedaan in het artikel van het PAB en niet in de specifieke artikelen over de kleinescholentoeslag die niet tot het PAB behoren. Besturen dienen hiermee rekening te houden in hun allocatiemodel, omdat de PAB-middelen vaak bovenschools worden gebracht. De bedragen in het PAB over de kleinescholentoeslag zijn 326 procent van het oude bedrag in het schooljaar 2017-2018. Dit geldt alleen voor het basisonderwijs.
  • De middelen voor de werkdrukvermindering zijn ook toegevoegd aan het PAB. Het bedrag per leerling is, zoals eerder aangekondigd, verhoogd met 155,55 euro.
  • De uitbetaling van de prestatieboxmiddelen vindt altijd plaats in twee delen. Om budgettechnische redenen is dit gewijzigd. In het schooljaar 2017-2018 betrof dit 33,6 procent in november en 66,4 procent in maart. In het schooljaar 2018-2019 zal dat 44,7 procent respectievelijk 55,3 procent zijn.

De toepassing van de referentiesystematiek zorgt nog voor een aanpassing in september 2018. Dan zal er een kabinetsbijdrage komen op basis van de ontwikkeling van de lonen en werkgeverslasten in de marktsector. Het kabinet stelt dit medio juni vast in het voorjaarsoverleg.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Kleinescholentoeslag gaat omhoog

Met ingang van het schooljaar 2018-2019 wordt de kleinescholentoeslag met 10 miljoen euro verhoogd en vanaf het schooljaar 2019-2020 komt er structureel 20 miljoen euro per jaar meer beschikbaar. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt dat het kabinet de kleine scholen wil ondersteunen ‘omdat ze een heel belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van lokale gemeenschappen’.

Kleinescholentoeslag varieert

Vooral de kleinste scholen met maximaal 50 leerlingen krijgen meer geld. Zij krijgen er vanaf 2019-2020 een bedrag van 20.000 euro per jaar bij. Voor scholen met 51 tot en met 75 leerlingen gaat de toeslag vanaf datzelfde jaar met 15.000 euro per jaar omhoog. Scholen met 76 tot en met 100 leerlingen krijgen dan 10.000 euro per jaar extra.

De kleinescholentoeslag voor ‘grotere’ kleine scholen gaat met kleinere bedragen omhoog. Scholen met 101 tot en met 125 leerlingen krijgen 5000 euro per jaar meer en scholen met 126 tot en met 143 leerlingen kunnen dan rekenen op 500 euro per jaar extra.

De kleinescholentoeslag loopt mee in de lumpsumbekostiging. Het is dus aan de school om te bepalen hoe de toeslag wordt ingezet.

De verhoging van de kleinescholentoeslag was al aangekondigd in het regeerakkoord.

Lees meer…

Kleinescholentoeslag slecht idee, vindt Onderwijsraad

De Onderwijsraad adviseert staatssecretaris Sander Dekker van OCW om af te zien van de invoering van een kleinescholentoeslag in het voortgezet onderwijs.

De Onderwijsraad wijst erop dat vanwege de voorgestelde vaste voet per vestiging een school met minder leerlingen al een hoger bedrag per leerling ontvangt. ‘Een aanvullende toeslag voor kleine scholen zou de verschillen in bekostiging per leerling nog verder doen toenemen’, zo staat in het advies.

Daarnaast zou een kleinescholentoeslag volgens de Onderwijsraad ook gelden in regio’s waar het open houden van kleine scholen niet nodig is om een dekkend aanbod van voortgezet onderwijs overeind te houden.

Tot slot zou een kleinescholentoeslag in het voortgezet onderwijs ook de drijfveer om samenwerking te zoeken wegnemen, zo merkt de Onderwijsraad op.

Lees het advies

Mogelijk kleinescholentoeslag voortgezet onderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW laat de mogelijkheid onderzoeken om in het voortgezet onderwijs met een kleinescholentoeslag te komen.

Dekker sluit zich aan bij schoolbestuurders en -leiders in krimpgebieden die bang zijn dat een vereenvoudigd bekostigingsmodel ertoe leidt dat een breed onderwijsaanbod in de regio niet langer kan worden geborgd, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Het gaat specifiek om het aanbod van het (technisch) vmbo. Gevreesd wordt dat het niet mogelijk zal zijn om een breed aanbod van profielen in stand te houden wanneer hier (als gevolg van leerlingendaling) slechts enkele leerlingen gebruik van maken.

Regionale samenwerking

De staatssecretaris benadrukt in zijn brief dat hij in tijden van leerlingendaling van schoolbesturen verwacht ‘dat zij in samenspraak met elkaar scherpe keuzes maken in het aanbod in de regio, op het niveau van bestuur, school en vestiging’.

Ook schrijft Dekker dat hij het ‘onacceptabel (zou) vinden wanneer als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging het onderwijsaanbod in de regio niet langer aansluit op regionale vervolgopleidingen en de arbeidsmarkt’.

Kleinescholentoeslag

In het licht hiervan laat hij door de Onderwijsraad uitzoeken of het zin heeft om in het voortgezet onderwijs een kleinescholentoeslag in te voeren. ‘Daarbij wil ik vragen om specifiek te kijken naar (…) het (technisch) vmbo’, aldus Dekker.

De uitkomsten van dit advies wil hij meenemen in de verdere ontwikkeling en verfijning van het voorgestelde nieuwe bekostigingsmodel voor het voortgezet onderwijs.

Lees meer…

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

D66 viert feest met geld voor kleine scholen

D66 wil geld dat met het behoud van de kleinescholentoeslag vrijkomt aan zaken besteden die niets met kleine scholen te maken hebben.

D66-onderwijswoordvoerder Paul van Meenen twittert dat hij blij is met ‘weer 40 miljoen euro investeringen in beter onderwijs’. Wie verder leest, ziet dat het gaat om geld dat voor 2015 en 2016 opzij was gezet ter compensatie van het verdwijnen van de kleinescholentoeslag, waarvan onlangs bekend werd dat die toch blijft bestaan.

‘Het pakket is het gevolg van het behoud van de toeslag voor kleine scholen, een wens van ChristenUnie en SGP. Hierdoor viel twee maal 20 miljoen euro vrij in 2015 en 2016, wat D66 nu kan investeren in beter onderwijs’, zo meldt D66.

De 40 miljoen euro wil D66 aan andere zaken dan kleine scholen besteden. Het gaat onder andere om schone en energiezuinige scholen, passend onderwijs en Nederlands onderwijs in het buitenland.

Vrees voor afwachtende houding in krimpgebieden

De Zeeuwse schoolbestuurder Anko van Hoepen vreest dat het behoud van de kleinescholentoeslag ertoe zal leiden dat er in krimpgebieden scholen en besturen zullen zijn die weer achterover gaan leunen. Van Hoepen zegt dat in het Nederlands Dagblad, waarin ook VOS/ABB aan het woord komt.

‘Voor de korte termijn lijkt het behoud van de kleinescholentoeslag leuk, maar op de lange termijn niet. Het verplichtende karakter om elkaar op te zoeken verdwijnt. Daar maak ik me grote zorgen over’, aldus bestuurder Van Hoepen van de Alpha Scholengroep met vijftien protestants-christelijke basisscholen op Zuid-Beveland.

Hij was blij met de regeling die staatssecretaris Sander Dekker van OCW vorig jaar aankondigde om scholen en hun besturen te stimuleren met elkaar samen te werken: ‘De staatssecretaris gaf ons een duidelijke opdracht , maar met respect voor de autonomie van de scholen.’

Dekker kondigde de regeling in mei vorig jaar aan tijdens een persconferentie in basisschool Het Samenspel in Wolphaartsdijk. In die brede school werkt de openbare basisschool De Achthoek van de bij VOS/ABB aangesloten stichting Nobego samen met de protestants-christelijke Ichtusschool van de Alpha Scholengroep.

Uitstel van executie
In een kader bij het artikel in het Nederlands Dagblad bevestigt VOS/ABB de visie van Van Hoepen. Het behoud van de kleinescholentoeslag zal voor een aanzienlijk deel van de kleine basisscholen ‘uitstel van executie’ zijn. ‘Die scholen kunnen nu nog even op de oude voet verder, maar vroeg of laat zakken ze onder de opheffingsnorm. Daarom is het zaak om nu te handelen en samenwerking te zoeken’, zegt woordvoerder Martin van den Bogaerdt.

Hij zegt ook dat VOS/ABB merkt dat vooral christelijke scholen huiverig kunnen zijn voor samenwerking met het openbaar onderwijs, omdat ze vrezen voor hun identiteit. ‘Maar in een samenwerkingsschool hoeft het bijzonder onderwijs zijn identiteit niet op te geven. Het is natuurlijk wel zo dat het openbaar onderwijs probeert verschillende geloofsstromingen op evenwichtige wijze onder de aandacht te brengen, terwijl bij een reformatorische school één stroming als leidend wordt gezien’, aldus Van den Bogaerdt.

Lees ook het commentaar van directeur Ritske van der Veen op het nieuws dat de kleinescholentoeslag behouden blijft.

Wij worstelen en komen boven

Definitief uitsluitsel is er nog niet, maar het lijkt er sterk op dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan. Dit wordt door veel kleine dorpsscholen als goed nieuws gezien, maar zij kunnen nu niet rustig voortdobberen op de woelige wateren van de demografische krimp. De leerlingendaling  zet door – daar heeft de toeslag geen invloed op – dus samenwerking blijft nodig om het hoofd boven water te houden!

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW  maakte in mei vorig jaar tijdens een drukbezochte persconferentie in het normaal zo rustige dorpje Wolphaartsdijk bekend hoe hij de negatieve gevolgen van demografische krimp te lijf wilde gaan. Hij stelde voor om de kleinescholentoeslag af te schaffen. Daarvoor in de plaats moest een regeling komen om kleine scholen te stimuleren met elkaar samen te werken.

De keuze van Dekker om zijn krimpplan bekend te maken in Wolphaartsdijk, midden in het krimpgebied Zeeland, sloot aan op zijn visie dat er moet worden samengewerkt om het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs ook in krimpgebieden op peil te houden. De persconferentie was niet voor niets in basisschool Samenspel, waarin openbare basisschool De Achthoek en de protestants-christelijke school Ichtus veel samen doen.

VOS/ABB ziet de noodzaak van samenwerking in krimpgebieden ook. Onze beleidsmedewerker Hans Teegelbeckers, die zich onder andere met de krimpproblematiek bezighoudt, lichtte zijn visie in maart vorig jaar toe tijdens een gesprek met het ministerie van OCW. Hij stelde voor om met een stimuleringsregeling de samenwerking tussen scholen en schoolbesturen te vergemakkelijken. Het idee van VOS/ABB kwam terug in de visie van de staatssecretaris.

Nu het erop lijkt dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan, wat het resultaat is van een actieve lobby van ChristenUnie en SGP gesteund door D66, rijst de vraag of de besturen van kleine basisscholen de kansen voor een positieve samenwerking met andere schoolbesturen laten voor wat ze zijn. Dat zou niet verstandig zijn, omdat de demografische krimp ook met behoud van de kleinescholentoeslag doorzet.

Als scholen kiezen voor afwachten, kan het gebeuren dat de ene na de andere plattelandsschool omvalt. Daar zit niemand op te wachten. Bovendien zou dat tot de grondwettig onmogelijke situatie kunnen leiden dat niet meer overal voldoende openbaar onderwijs beschikbaar is.

De noodzaak blijft dus onverminderd aanwezig om elkaar op te zoeken. Als het openbaar en het bijzonder onderwijs samen het onderwijs in krimpregio’s op peil kunnen houden, verdient dat absoluut de voorkeur boven de doodlopende weg om op basis van de denominatieve scheidslijnen zelf het hoofd boven water te houden.

In Zeeland hebben ze daar een mooie Latijnse spreuk voor: luctor et emergo. Die zou wat betreft het krimpende onderwijs eigenlijk moeten luiden: luctamur et emergimus – wij worstelen en komen boven!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Pleidooi voor behoud kleine christelijke scholen

De Coöperatie Christelijk Basisonderwijs (CBO) Fryslân geeft in een brief aan de vaste Kamercommissie voor OCW aan dat de kleinescholentoeslag moet blijven bestaan om ‘kleinere scholen met een bepaalde geloofs- of levensvisie’ in stand te kunnen houden. 

De brief is een reactie op het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag te vervangen door een toeslag voor scholen die met elkaar samenwerken. Dit kan samenwerking zijn die boven de denominaties uitstijgt. CBO Fryslân kiest daar niet voor, naar eigen zeggen omdat de zogenoemde samenwerkingsbonus tot onnodige bestuurlijke drukte zou leiden.

De christelijke coöpreratie noemt ook een andere reden: ‘Afschaffen van de kleinescholentoeslag betekent, dat scholen kleiner dan 145 leerlingen minder middelen ontvangen van de overheid, terwijl besturen en de betreffende scholen nu al aangeven, dat de huidige financiering onvoldoende is.’ Dit betekent volgens CBO Fryslân dat bij het beëindigen van de kleinescholentoeslag op termijn veel scholen met minder dan 145 leerlingen hun deuren moeten sluiten en dat daardoor verschillende dorpen geen voorziening meer hebben voor basisonderwijs.

In de brief aan de Tweede Kamer staat ook dat CBO Fryslân een goede spreiding van onderwijslocaties wil, ‘waarbij ouders, daar waar mogelijk, keuzevrijheid behouden’. De christelijke coöperatie pleit ervoor ‘de kleine scholentoeslag te behouden vanaf een bepaalde grootte, waardoor huisnabij onderwijs mogelijk blijft en kleinere scholen met een bepaalde geloofs- of levensvisie open kunnen blijven’.

Tweede Kamer omarmt motie tegen kleutertoets

De Tweede Kamer heeft dinsdag de motie tegen de kleutertoets aangenomen. Ook werd de motie aangenomen om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. Bovendien vindt de Kamer dat het kabinet er niet naar moet streven om de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537.

De motie tegen de landelijk genormeerde kleutertoets was ingediend door het CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog. Mede-indienaars waren de ChristenUnie, de SP, GroenLinks en de SGP. Met steun van de regeringsfractie PvdA tijdens de stemmingen in de Kamer bleek de motie van het CDA het te halen. Rog  twitterde direct nadat zijn motie was aangenomen, dat hij blij is dat ‘kleuters weer mogen kleuteren’.

Jesse Klaver van GroenLinks had met steun van het CDA, de SP, de SGP en de ChristenUnie de motie ingediend om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. VOS/ABB is blij dat deze motie is aangenomen, omdat – zoals de indieners stellen – de Cito-toets bedoeld is als advies aan de individuele groep 8-leerling voor vervolgonderwijs.

Paul van Meenen van D66 en Loes Ypma van de PvdA hadden samen de motie ingediend om af te zien van het streven de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537. Ook deze motie kreeg voldoende steun. VOS/ABB had in haar politieke lobby er bij de Kamer op aangedrongen om dit streven van het kabinet tegen te houden. Het is dan ook een goede zaak dat deze motie is aangenomen.

De motie van Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP om medezeggenschapsorganen in het onderwijs instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting heeft het niet gehaald. De indieners wilden hiermee vooral leraren meer zeggenschap geven over begrotingsaspecten, waar de schoolbesturen zeggenschap over hebben.

De motie van Joël Voordewind van de ChristenUnie voor het behoud van de kleinescholentoeslag kon evenmin rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Deze motie was mede ingediend door de christelijke partijen CDA en SGP. Met name de christelijke partijen in de Tweede Kamer verzetten zich tegen het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag om te zetten in een soort bonus voor kleine scholen die over de denominaties heen met elkaar samenwerken.

Een motie die het ook niet heeft gehaald, is die van Jasper van Dijk van de SP om 30 miljoen euro per jaar te behouden voor de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Deze motie werd mede ingediend door het CDA, de partij die aan de wieg stond van deze stages. Het kabinet schaft de maatschappelijke stages niet af, maar wil er met ingang van het volgende schooljaar (2014/2015) geen aanvullende financiering meer voor beschikbaar stellen.

Lees meer over de moties en de stemmingen.