Kleutertoets verdwijnt uit leerlingvolgsysteem

De ministerraad heeft ingestemd met het schrappen van de kleutertoets. Het was in het regeerakkoord al aangekondigd dat dit zou gaan gebeuren.

Volgens het kabinet past het niet bij de ontwikkeling van kleuters om met schoolse toetsen te meten hoe ze ervoor staan. ‘Kleuters ontwikkelen zich spelenderwijs en in sprongen. Een toets met een opgavenboekje, pen en papier in de schoolbanken doet daar geen recht aan’, meldt het kabinet via de website van de rijksoverheid.

Er was vanuit het onderwijs veel kritiek op de kleutertoets, omdat te veel een momentopname zouden zijn en daardoor een vertekend beeld zouden geven van de ontwikkeling van kleuters. Daarom wordt de kleutertoets uit het leerlingvolgsysteem gehaald. Naar verwachting zal dat in 2021 zijn gebeurd.

Lees meer…

Misvattingen over toezicht op kleuteronderwijs

Bij scholen en leerkrachten leven misverstanden over het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs op het kleuteronderwijs. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Het is volgens Dekker een misvatting dat de inspectie toetsen voor in het kleuteronderwijs zou voorschrijven. ‘Ook verplicht de inspectie scholen niet tot het werken met methodes in de kleutergroepen’, benadrukt de staatssecretaris.

De inspectie gaat volgens hem wel na of de school aan kleuters een voldoende breed onderwijsaanbod biedt, ‘breder dan alleen beginnende geletterd- en gecijferdheid’. Tevens let de inspectie er volgens Dekker op ‘of er in voldoende mate sprake is van een doorlopende leerlijn tussen groep 1 en 2 en groep 3’.

Kleutertoets nu écht in prullenbak

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de Tweede Kamer nogmaals laten weten dat de landelijk genormeerde kleutertoets verleden tijd is.

In zijn schriftelijke reactie op moties die werden ingediend tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting, geeft Dekker aan dat de Inspectie van het Onderwijs niet langer een onvoldoende oordeel geeft ‘bij afwezigheid van een gevalideerd toetsinstrument’, waarmee hij de landelijk genormeerde kleutertoets bedoelt.

De inspectie blijft echter wel van scholen vragen de ontwikkeling van het jonge kind te volgen. ‘Leerkrachten moeten vanaf het begin van de schoolperiode de brede ontwikkeling van jonge kinderen volgen door middel van gestructureerde observaties’, aldus de staatssecretaris.

De motie tegen de kleutertoets werd ingediend door Michel Rog van het CDA samen met Roelof Bisschop van de SGP, Jasper van Dijk van de SP, Joël Voordewind van de ChristenUnie en Jesse Klaver van GroenLinks.

Inspectie ziet niet meer toe op kleutertoets

Basisscholen die geen toets afnemen in de kleuterklas, krijgen geen aantekening meer van de Inspectie van het Onderwijs.

Het besluit van de inspectie volgt op de oproep van de Tweede Kamer om de landelijk genormeerde kleutertoets uit het toezichtkader te schrappen. Een meerderheid in de Tweede Kamer nam begin deze maand tijdens de behandeling van de OCW-begroting een motie van CDA’er Michel Rog aan. Hij vindt dat de scholen zelf moeten kunnen bepalen hoe zij de ontwikkeling van kleuters volgen.

De inspectie geeft dus geen aantekening meer als blijkt dat een basisschool de landelijk genormeerde kleutertoets niet gebruikt. In plaats daarvan ‘moet de leerkracht de brede ontwikkeling van jonge kinderen volgen door middel van gestructureerde observaties’, aldus de inspectie. Basisscholen mogen wel toetsen, maar dat is niet verplicht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tweede Kamer omarmt motie tegen kleutertoets

De Tweede Kamer heeft dinsdag de motie tegen de kleutertoets aangenomen. Ook werd de motie aangenomen om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. Bovendien vindt de Kamer dat het kabinet er niet naar moet streven om de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537.

De motie tegen de landelijk genormeerde kleutertoets was ingediend door het CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog. Mede-indienaars waren de ChristenUnie, de SP, GroenLinks en de SGP. Met steun van de regeringsfractie PvdA tijdens de stemmingen in de Kamer bleek de motie van het CDA het te halen. Rog  twitterde direct nadat zijn motie was aangenomen, dat hij blij is dat ‘kleuters weer mogen kleuteren’.

Jesse Klaver van GroenLinks had met steun van het CDA, de SP, de SGP en de ChristenUnie de motie ingediend om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. VOS/ABB is blij dat deze motie is aangenomen, omdat – zoals de indieners stellen – de Cito-toets bedoeld is als advies aan de individuele groep 8-leerling voor vervolgonderwijs.

Paul van Meenen van D66 en Loes Ypma van de PvdA hadden samen de motie ingediend om af te zien van het streven de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537. Ook deze motie kreeg voldoende steun. VOS/ABB had in haar politieke lobby er bij de Kamer op aangedrongen om dit streven van het kabinet tegen te houden. Het is dan ook een goede zaak dat deze motie is aangenomen.

De motie van Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP om medezeggenschapsorganen in het onderwijs instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting heeft het niet gehaald. De indieners wilden hiermee vooral leraren meer zeggenschap geven over begrotingsaspecten, waar de schoolbesturen zeggenschap over hebben.

De motie van Joël Voordewind van de ChristenUnie voor het behoud van de kleinescholentoeslag kon evenmin rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Deze motie was mede ingediend door de christelijke partijen CDA en SGP. Met name de christelijke partijen in de Tweede Kamer verzetten zich tegen het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag om te zetten in een soort bonus voor kleine scholen die over de denominaties heen met elkaar samenwerken.

Een motie die het ook niet heeft gehaald, is die van Jasper van Dijk van de SP om 30 miljoen euro per jaar te behouden voor de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Deze motie werd mede ingediend door het CDA, de partij die aan de wieg stond van deze stages. Het kabinet schaft de maatschappelijke stages niet af, maar wil er met ingang van het volgende schooljaar (2014/2015) geen aanvullende financiering meer voor beschikbaar stellen.

Lees meer over de moties en de stemmingen.

Dekker hekelt trage samenwerkingsverbanden

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft stevige taal geuit naar samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die te traag handelen. Hij heeft met die swv’s ‘nog wel een appeltje te schillen’. Dekker zei dit donderdag in het Tweede Kamerdebat over de onderwijsbegroting voor 2014.

In het debat kwamen onder andere de vorderingen met passend onderwijs aan de orde. Op 1 augustus 2014 krijgen alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs zorgplicht. De besturen van die scholen worden dan verantwoordelijk voor een passende plaats voor elke leerling. Als die plaats niet op de school kan worden geboden waar de leerling is aangemeld, moeten er in het samenwerkingsverband voor worden gezorgd dat de betreffende leerling elders terecht kan.

Voor de invoering van passend onderwijs moeten samenwerkingsverbanden nieuwe stijl worden opgericht. Uiterlijk op 1 november (de dag waarop dit bericht is gepubliceerd) had dit moeten zijn gebeurd. Het gaat om 76 swv’s in het primair onderwijs en 74 in het voortgezet onderwijs. De realiteit is echter dat nog niet de helft hiervan de deadline heeft gehaald. Daarnaast klinken er in het onderwijs steeds meer kritische geluiden dat de scholen nog lang niet klaar zijn voor passend onderwijs.

Onder andere de SP en D66 in de Tweede Kamer willen dat passend onderwijs niet op 1 augustus 2014, maar gefaseerd of met een jaar uitstel wordt ingevoerd. Dekker liet in het debat weten dat hij daar niets voor voelt, omdat daarmee een verkeerd signaal zou worden afgegeven aan de swv’s die ‘achterover leunen’. Bovendien zou het niet fair zijn tegenover de regio’s waar al wel swv’s voortvarend aan de slag zijn.

Toetsen
In het debat kwam ook de kleutertoets aan bod, waar een deel van de Tweede Kamer ernstige bezwaren tegen heeft. Zo benadrukte de SGP dat kleuterleerkrachten zelf professioneel genoeg zijn om de ontwikkelingen van hun leerlingen te monitoren. Dekker blijft echter meerwaarde zien in de kleutertoets, omdat die volgens hem een goede, want objectieve indicator is. Hij weersprak dat de toets stress bij kleuters zou veroorzaken: ‘Ze zitten echt niet in rijen achter elkaar te zweten op de opgaven’.

De gemiddelde citoscore per school als beleidsinstrument voor onderwijskwaliteit kon in het debat rekenen op veel kritiek. VOS/ABB heeft hierover eerder al bij de Tweede Kamer  en de staatssecretaris aan de bel getrokken. Dekker zei dat de gemiddelde citoscore nu het enige objectieve instrumentarium is waarover hij beschikt. Hij zegde toe de gemiddelde citoscore per school niet meer te zullen gebruiken zodra er een beter alternatief voor is.

Ook de tussentijdse diagnostische toets in het voortgezet onderwijs werd besproken. Veel scholen hebben bezwaren tegen het wetsvoorstel voor die volgens hen overbodige toets. VOS/ABB en collega-organisaties hebben die bezwaren verwoord in een brief aan de Kamer en Dekker. De staatssecretaris zei dat dit onderwerp later zal worden besproken bij de behandeling van het wetsvoorstel.

Kleinescholentoeslag en fusietoets
Bij de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs kwam het omzetten van de kleinescholentoeslag in een bonus op samenwerking aan de orde. Met name de christelijke partijen willen dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan, omdat anders volgens hen veel kleine dorpsscholen zullen verdwijnen.

Dekker herhaalde zijn standpunt dat de kleinescholentoeslag samenwerking tussen verschillende kleine scholen in de weg zit en dat er daarom een ander systeem moet komen. Hij benadrukte dat het budget dat nu voor de kleinescholentoeslag beschikbaar is, blijft bestaan. Wat betreft de fusietoets zei hij dat die moeten worden aangepast, omdat dit instrument tegen schaalvergroting de broodnodige samenwerking in krimpgebieden kan belemmeren. Met dit punt sluit Dekker naadloos aan op de politieke lobby van VOS/ABB.

De staatssecretaris toonde zich op aandringen van de PvdA bereid om naar een initiatief uit Zeeland te kijken om ouders het bestuur van kleine dorpsscholen te laten overnemen, met het doel om die samen te voegen in clusters van schooltjes verspreid over krimpregio’s in het land. Dit initiatief komt uit het dorp Kats op Noord-Beveland, waar onlangs de openbare Prinses Margrietschool is gesloten.

Instemmingsrecht en kwaliteit
Bij het onderwerp ‘medezeggenschap’ kwam de mogelijkheid van instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting van onderwijsbesturen aan bod. Een deel van de Tweede Kamer wil dat -met name de SP- maar staatssecretaris Dekker ziet hier niets in. Hij is het ermee eens dat ouders en leerkrachten een stevige stem moeten hebben in het beleid van de schoolorganisatie, maar vindt dat instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting te ver gaat.

Hoewel er nog meer onderwerpen aan bod kwamen, is het laatste onderwerp dat in dit artikel wordt belicht het beleid om de kwaliteit van leraren te verbeteren. Dekker staat positief tegenover het initiatief van de VVD om in de bovenbouw van het vwo alleen nog maar academische geschoolde leraren voor de klas te laten staan. Maar hij tekende hierbij wel aan dat dit onder de huidige omstandigheden ‘irreëel’ is.

Over het Lerarenregister zei de staatssecretaris dat als leraren daar in de toekomst uit worden ‘geknikkerd’, zij wat hem betreft niet meer voor de klas mogen staan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl