OCW: Ramadan geen reden om eindexamens te verzetten

Het ministerie van OCW blijft erbij dat de islamitische vastenmaand ramadan geen reden kan zijn om de eindexamens te verzetten, meldt Trouw.

Dit jaar valt de eindexamenperiode vrijwel geheel samen met de ramadan. Dat betekent dat islamitische leerlingen die vasten, op een lege maag examen moeten doen.

Het gedeeltelijk samenvallen van de examenperiode en de ramadan was in 2017 voor het islamitische Tweede Kamerlid Tunahan Kuzu van toen nog de Groep Kuzu/Özturk (nu DENK) reden om Kamervragen te stellen aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Kuzu wilde toen van de staatssecretaris weten of islamitische leerlingen minder goed zouden presteren als ze niet aten.

Ramadan verplaatsen

Dekker antwoordde dat het de individuele verantwoordelijkheid van een leerling is om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op toetsen en examens, ramadan of niet. ‘Het kan zijn dat leerlingen religieuze verplichtingen belangrijk vinden, ook in periodes waarin toetsen worden afgenomen. Die afweging laat ik aan het individu’, aldus de staatssecretaris toen. Hij voegde eraan toe dat islamitische leerlingen die graag deelnemen aan de ramadan, ervoor kunnen kiezen de vastenperiode te verplaatsen.

Het ministerie van OCW stelt zich nog steeds op dit standpunt, zo laat een woordvoerder van onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) aan Trouw weten. ‘Wij zien geen reden om van deze lijn af te wijken’, zo citeert de krant de woordvoerder.

Het eerste tijdvak van de schriftelijke centrale examens is van maandag 14 tot en met dinsdag 29 mei. De ramadan begint op woensdag 16 mei en duurt tot en met donderdag 14 juni.

‘Voldoende aandacht voor slavernijverleden’

Bij de curriculumherziening van het primair en voortgezet onderwijs zal aandacht voor migratiegeschiedenis en het slavernijverleden onderdeel van de kerndoelen blijven. Dat staat in antwoorden van minister Jet Bussemaker van OCW op Kamervragen van Tunahan Kuzu van DENK.

Kuzu stelde de vragen over de curriculumherziening in het verlengde van vragen over de VOC-dag op de Bataviawerf in Lelystad. Een aantal mensen had bezwaar tegen dit evenement vanwege het omstreden verleden van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

Het DENK-Kamerlid wilde van de minister weten of het onderwijs voldoende aandacht heeft voor ‘de wandaden van de VOC en het slavernijverleden’.  Volgens Bussemaker is dat het geval: ‘Alle basis- en middelbare scholen moeten in hun onderwijs aandacht besteden aan de geschiedenis van de VOC, aan het slavernijverleden en de rol die Nederland daarbij speelde.’

Ze verwijst daarbij naar de onderwerpen VOC (1602-1799) en Slavernij – Mensenhandel en gedwongen arbeid in de Nieuwe Wereld (1637-1863) uit de Canon van Nederland.

Slavernijverleden zit al in kerndoelen

Op de vraag of Bussemaker bereid is ‘om in het traject van de curriculumherziening van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs in te zetten op het vastleggen van migratiegeschiedenis en het slavernijverleden als kerndoelen in het onderwijs’, antwoordt zij dat dat niet nodig is.

‘Migratiegeschiedenis en slavernijverleden zijn op dit moment reeds onderdeel van het formele curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs (…). Bij de curriculumherziening zal erop worden toegezien dat dit gewaarborgd blijft’, aldus Bussemaker.