Leraren gezocht voor project kwaliteitszorg

De Onderwijscoöperatie en de Inspectie van het Onderwijs zoeken leraren die zich willen inzetten voor een kwaliteitszorgproject.

Een deelproject bestaat uit het inzetten van leraren in het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Deze leraren worden tijdelijk toegevoegde experts. Ze zullen zich richten op vijf verschillende thema-onderzoeken.

Scholen ontvangen een vergoeding om leraren die als tijdelijk toegevoegde expert worden ingezet voor 80 uur vrij te roosteren.

Lees meer…

 

Input gevraagd voor advies over kwaliteit

De Onderwijsraad vraagt om input voor een advies over financiering van en sturing op kwaliteit.

De centrale vraag is: in hoeverre en hoe dient de overheid via (voorwaarden aan) de bekostiging, de kwaliteit van het onderwijs te sturen? Het advies zal onder andere over het primair en voortgezet onderwijs gaan.

U kunt uw reactie tot 1 juli sturen naar bekostiging@onderwijsraad.nl.

Lees meer…

Voor- en vroegschoolse educatie sterk verbeterd

De kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie (vve) in de grote steden is de afgelopen vijf jaar sterk gestegen, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De kwaliteitsverbetering is volgens Dekker mede het gevolg van het grote draagvlak voor vve en de goede samenwerking tussen de betrokken partijen. Hij schrijft ook dat op sommige punten nog verbetering mogelijk is.

Zo zal het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie wordt aangepast voor een betere borging van de kwaliteit. Onderdeel van dat besluit is dat vanaf 1 augustus 2017 het taalniveau 3F wettelijk verplicht wordt voor pedagogisch medewerkers in de voorschool in grote gemeenten en vanaf 1 augustus 2019 in alle gemeenten.

Verder wil de staatssecretaris inzetten op innovatie en kennisdeling en ook op verdere ondersteuning van gemeenten en vve-werkgevers.

Lees meer…

 

Meer scholen met predicaat ‘Excellent’

Het aantal scholen met het predicaat ‘Excellente School’ is toegenomen van 130 tot 184. Hier zitten ook de scholen bij die vorig jaar het predicaat ontvingen.

Een excellente school is in ieder geval een school waarvan de onderwijskwaliteit van goed niveau is. Ze onderscheidt zich van andere goede scholen door te excelleren in een bepaald gebied. Het kan bijvoorbeeld gaan om:

  • een innovatief onderwijsaanbod;
  • een bijzondere manier van om gaan met verschillen tussen leerlingen;
  • een inspirerende manier van lesgeven;
  • of een onderscheidende manier om de maatschappelijke taak in te vullen.

aanvankelijk werd het traject Excellente Scholen georganiseerd door het ministerie van OCW. Sinds vorig jaar is de Inspectie van het Onderwijs eindverantwoordelijk. De predicaten blijven drie jaar geldig.

Lees meer…

Aanmelden traject Excellente Scholen tot 24 februari

Scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs kunnen zich tot 24 februari aanmelden voor deelname aan het traject Excellente Scholen 2017-2019.

Het predicaat Excellente School wordt gezien als een erkenning voor buitengewone kwaliteit. Bovendien kan het worden beschouwd als een compliment aan iedereen die bijdraagt aan die kwaliteit: schoolleiding, leraren, leerlingen en ouders.

Het belangrijkste doel van het traject Excellente Scholen is om de onderwijskwaliteit te verbeteren door kwaliteit zichtbaar te maken en over te dragen.

Aanmelden kan tot vrijdag 24 februari 12.00 uur.

Praat mee over onderwijsverbetering

Hoe kunnen we het onderwijs te verbeteren? U kunt daarover meepraten op digitale platforms voor schoolbestuurders, managers en leraren. Deze platforms zijn ingericht in opdracht van het ministerie van OCW.

Het ministerie wil graag weten hoe u als onderwijsprofessional staat tegenover een aantal keuzes die gemaakt kunnen worden bij de organisatie van het onderwijs. U kunt daarbij denken aan onderwijstijd, flexibiliteit, ICT, gepersonaliseerd leren en de inzet van onderwijsteams.

Praat mee

Steeds minder zwakke en zeer zwakke scholen

Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen is verder gedaald, meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Op 1 september 2016 voldeed het overgrote deel van de scholen en afdelingen aan de minimumnormen van de inspectie: 98,1 procent in het basisonderwijs, 99,3 procent in het speciaal basisonderwijs, 95,7 procent in het voortgezet onderwijs en 96,1 procent in het (voortgezet) speciaal onderwijs.

Lees meer…

Hoe kunnen leraren zich verder ontwikkelen?

In het voorjaar van 2017 worden de resultaten bekendgemaakt van een onderzoek naar de mogelijkheden voor leraren om zich verder te ontwikkelen en te werken aan onderwijsvernieuwing. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over een aangenomen motie van de Tweede Kamerleden Paul van Meenen (D66) en Loes Ypma (PvdA).

In hun motie staat dat er moet worden gestreefd naar naar een maximum van 20 lesuren per (fulltime) docent in het voortgezet onderwijs en acht dagdelen in het primair onderwijs.

Dekker laat in zijn brief direct weten dat hier geen geld voor is. ‘Wanneer dit voorstel rechtstreeks wordt bekostigd vanuit de overheid, vergt dit veel extra middelen waar thans geen dekking voor is. Wanneer dit voorstel op schoolniveau moet worden opgevangen, drukt dit in potentie zwaar op de schoolbegroting, de onderwijstijd van leerlingen en de grootte van de klassen.’

Duizenden extra leraren?

Toch laat hij een verkenning uitvoeren naar de mogelijkheden om leraren meer tijd en ruimte te bieden zich verder te ontwikkelen. Daarbij worden verschillende scenario’s bekeken. Zo zal worden gekeken of het mogelijk is meer onderwijs(ondersteunend) personeel aan te trekken.

Daar zet Dekker wel vraagtekens bij, omdat als het voorstel van Van Meenen en Ypma realiteit wordt, er in het primair onderwijs circa 14.000 en in het primair onderwijs ongeveer 12.000 fulltime werkende leraren bij moeten komen. Afgezien van de vraag of die aantallen er zijn, zou dat leiden tot zeker 1,8 miljard euro extra loonkosten.

Minder lesuren?

Een andere mogelijkheid die de staatssecretaris noemt, is het verminderen van het aantal uren dat leerlingen les krijgen. Met het huidige aantal leraren zou het gaan om circa 120 uur minder les per jaar in het primair onderwijs en circa 160 uur in het voortgezet onderwijs.

Een vermindering van het aantal lesuren kan volgens Dekker leiden tot een hogere werkdruk, omdat dezelfde onderwijsinhoud in minder uren moet worden aangeboden. Ook zou een vermindering van het aantal uren de onderwijskwaliteit kunnen aantasten. Een ander punt dat hij noemt, is dat ouders door een vermindering van de onderwijstijd problemen kunnen krijgen met de combinatie van werk en zorg.

Grotere klassen?

Een andere mogelijkheid die in de verkenning wordt meegenomen, is een vergroting van de klassen. Dekker noemt die mogelijkheid echter op voorhand ongewenst. Ook wordt gekeken naar een andere inrichting van het onderwijs, waarbij onder andere een grotere rol kan worden gegeven aan ICT.

Bezorgde schoolbesturen Drenthe willen meer geld

De besturen van de openbare basisscholen in de provincie Drenthe uiten hun zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. Ze dringen bij de Tweede Kamer aan op structureel meer geld.

In een brief van Prisma-Drenthe, waarin de openbare schoolbesturen verenigd zijn, staat dat er ernstige zorgen zijn over ontwikkelingen die de kwaliteit van het basisonderwijs bedreigen. Zo gaat het over de hoge werkdruk in het onderwijs, de lage instroom bij de pabo’s en het geringe aantal mannen voor de klas.

De brief gaat ook over de Wet werk en zekerheid (WWZ), die het volgens de schoolbesturen bijna onmogelijk maakt om voldoende invalleerkrachten te vinden. ‘Steeds vaker zullen groepen kinderen naar huis worden gestuurd omdat er geen invaller beschikbaar is’, zo staat in de brief.

De afzenders willen dat er structureel geld bij komt. Dat is volgens hen nodig voor professionalisering en betere salariëring van leerkrachten, goede ICT-faciliteiten, meubilair en lesmethodes en onderhoud van gebouwen.

Waarom schoolleiders niet in Lerarenregister?

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW legt in een brief aan de Tweede Kamer uit waarom schoolleiders niet in het Lerarenregister worden opgenomen. 

Het toevoegen van schoolleiders aan het Lerarenregister stuit volgens Dekker in de eerste plaats op een juridisch bezwaar. ‘Voor toegang tot het register moet een leraar voldoen aan de wettelijke bekwaamheidseisen. Voor schoolleiders zijn deze wettelijke eisen er niet’, aldus de staatssecretaris.

Daarnaast is er volgens hem een zwaarwegend inhoudelijk bezwaar. ‘De schoolleiders hebben momenteel al beroepsregisters, waarin zij hun eigen registratieproces en herregistratie-eisen vormgeven. Ik vind het signaal dat zij verplicht onder een ander regime vallen niet passen bij de verantwoordelijkheid die met deze registers bij de beroepsgroep zelf is belegd.’

Lees meer…

Tweede Kamer akkoord met Lerarenregister

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met het Lerarenregister. Op oppositiefracties van SP, D66, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren en Partij voor de Dieren stemden tegen.

Het ziet ernaar uit dat ook de Eerste Kamer akkoord zal gaan met de invoering van het Lerarenregister, dat bedoeld is om de kwaliteit van de leraren in Nederland en daarmee de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Lerarenregister gefaseerd ingevoerd

In het startjaar (2017-2018) komen alle leraren in het Lerarenregister of in het zogenoemde registervoorportaal te staan. Dat meldde staatssecretaris Sander Dekker van OCW eerder al in een brief aan de Tweede Kamer.

Leraren kunnen zich in het startjaar van 1 augustus 2017 tot 1 augustus 2018 zelf registreren, hun bevoegdheid opvoeren en ook hun professionaliseringsactiviteiten bijhouden in het systeem.

De beroepsgroep heeft voorafgaand aan deze fase, uiterlijk voor het zomerreces van 2017, het voorstel voor de herregistratiecriteria en valideringsregels opgesteld.

Eerste en tweede herregistratie

De eerste fase van de herregistratie loopt van 1 augustus 2018 tot 1 augustus 2022. Leraren houden dan hun scholingsactiviteiten bij op basis van de criteria van de beroepsgroep.

Als een leraar aan het einde van deze periode niet voldoet aan de criteria, dan wordt daarvan aantekening gemaakt in het Lerarenregister. Deze aantekening zal voor iedereen zichtbaar zijn, maar heeft nog geen consequenties: de betreffende leraar mag dan nog steeds lesgeven.

Daarna volgt tot 1 augustus 2026 de tweede fase van herregistratie. Voor leraren die aan het einde van die periode niet aan de eisen van de beroepsgroep voldoen, betekent de aantekening in het register dat zij niet langer zelfstandig voor de klas mogen staan.

Om weer aan de slag te kunnen, moeten deze leraren via het register aantonen dat zij alsnog aan de herregistratiecriteria voldoen.

In welke fases wordt lerarenregister ingevoerd?

In het startjaar van het lerarenregister komen alle leraren in het lerarenregister of in het zogenoemde registervoorportaal te staan. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer over de gefaseerde invoering van het lerarenregister.

Leraren kunnen zich in het startjaar van 1 augustus 2017 tot 1 augustus 2018 zelf registreren, hun bevoegdheid opvoeren en ook hun professionaliseringsactiviteiten bijhouden in het systeem. De beroepsgroep heeft voorafgaand aan deze fase, uiterlijk voor het zomerreces van 2017, het voorstel voor de herregistratiecriteria en valideringsregels opgesteld.

Eerste en tweede herregistratie lerarenregister

De eerste fase van de herregistratie loopt van 1 augustus 2018 tot 1 augustus 2022. Leraren houden dan hun scholingsactiviteiten bij op basis van de criteria van de beroepsgroep. Als een leraar aan het einde van deze periode niet voldoet aan de criteria, dan wordt daarvan aantekening gemaakt in het lerarenregister. Deze aantekening zal voor iedereen zichtbaar zijn, maar heeft nog geen consequenties: de betreffende leraar mag dan nog steeds lesgeven.

Daarna volgt tot 1 augustus 2026 de tweede fase van herregistratie. Voor leraren die aan het einde van die periode niet aan de eisen van de beroepsgroep voldoen, betekent de aantekening in het register dat zij niet langer zelfstandig voor de klas mogen staan. Om weer aan de slag te kunnen, moeten deze leraren via het register aantonen dat zij alsnog aan de herregistratiecriteria voldoen.

Het lerarenregister is bedoeld om de kwaliteit van de leraren in Nederland en daarmee de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Versterking leraren vereist teamwork

Het beleid dat de positie van leraren moet versterken, is nu te individueel gericht. De Onderwijsraad adviseert om meer uit te gaan van teamwork.

Om de leraar meer zeggenschap te geven over het onderwijs, moet de samenwerking in en met lerarenteams verbeteren, zo staat in het advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs van de Onderwijsraad.

Daarin staan onder andere dat samenwerking en peer review beter moet worden ingebed in de dagelijkse onderwijspraktijk. Ook adviseert de Onderwijsraad meer gebruik te maken van (materiële en niet-materiële) prikkels en instrumenten voor teamontwikkeling.

Leraren moeten actieve houding aannemen

Een ander punt dat de raad noemt, is dat leraren en teams zelf een actieve houding aan kunnen nemen en ook zelf moeten zoeken naar mogelijkheden om handelingsvermogen te versterken en te realiseren. De lerarenopleiding hebben hierin ook een belangrijke rol.

De Onderwijsraad adviseert tevens om uit te gaan van professional governance. Omdat teams niet vanzelf functioneren, zijn er ondersteunende structuren nodig die de leraar de leraar en zijn team centraal stellen. Verder is het van belang dat er in de school sprake is van een cultuur van vertrouwen en respect en van een lerende houding.

Onderwijskwaliteit vereist brede blik

De Onderwijsraad wil voorbij de smalle kijk op onderwijskwaliteit. Dat blijkt uit een advies dat is aangeboden aan de Eerste Kamer.

De focus op opbrengsten op de basisvaardigheden in het kwaliteitsbeleid van de overheid heeft volgens de raad een waarneembaar effect gehad.

Onderwijskwaliteit verbeterd

‘Het percentage scholen dat onder het minimumniveau presteert is de laatste jaren gedaald. Er is nu toenemende aandacht voor de brede opdracht van scholen. Het breder opvatten geeft echter nog weinig richting aan het onderwijs.’

De Onderwijsraad pleit daarom in het advies Over de volle breedte van onderwijskwaliteit voor het breder opvatten, inzichtelijk maken en verantwoorden van onderwijskwaliteit.

Lees meer…

Meetlat is onzin, want iedere leerling is anders

‘Laten we maar stoppen met het vergelijken van kinderen via Cito-toetsen’. Dat zegt directeur Marjon de Graas van openbare basisschool De Achtbaan in het Zuid-Hollandse Moordrecht in een ingezonden stuk in AD Groene Hart.

Zij verwijst in haar stuk naar de uitzending van De Monitor op 10 januari, toen het ging over de hoge regeldruk die leraren in het basisonderwijs ervaren. De klacht is dat ze daardoor steeds minder aan lesgeven toekomen. De Graas herkent dat: ‘Leerkrachten krijgen enorm veel op hun bordje en dat komt echt niet ten goede aan de kwaliteit.’

Bij haar oproep om te stoppen met het vergelijken van kinderen via Cito-toetsen, stelt zij dat het gemiddelde kind toch niet bestaat. Zij pleit daarom voor meer differentiatie. ‘Hoezo moeten kinderen allemaal dezelfde lesstof krijgen? Je weet toch niet allemaal al hetzelfde en je hebt ook niet allemaal hetzelfde nodig voor de toekomst.’

Meetlat is onzin
‘Zelfstandigheid, eigen verantwoording kunnen dragen, samenwerken, presentaties geven en kennis heeft iedereen nodig, maar het is onzin om dat langs een meetlat te leggen en er een oordeel over te vellen. Opstandigheid en kritisch blijven is op scholen van belang om het optimaal ontwikkelen en het welbevinden van de kinderen centraal te blijven stellen.’

De Graas wijst er ten slotte op dat haar school het roer al omgooit. ‘We noemen dat Onderwijs Anders. Wat een leerplezier, kennis, zelfvertrouwen, sociale vaardigheden en zelfontplooiing komt daardoor op gang’, aldus de directeur van obs De Achtbaan in Moordrecht.

De beste/slechtste scholen volgens Elsevier

Elsevier heeft weer een overzicht gepubliceerd op basis waarvan de lezers kunnen zien hoe goed scholen voor voortgezet onderwijs in hun omgeving zijn.

Het is voor de vijftiende keer dat het weekblad het overzicht publiceert. De lijst is opgesteld op basis van onder andere gemiddelde eindexamencijfers en het aantal zittenblijvers. Elsevier kijkt daarnaast naar bereikbaarheid en sfeer.

Per schoolvestiging, uitgesplitst naar schoolsoort, zijn rapporten beschikbaar. Daarin staat achtergrondinformatie over onder andere de leerlingen, de onderwijsvisie en de identiteit van de school.

Lees meer…

‘Zo hoog mogelijke opleiding niet altijd de uitkomst’

Is het nodig om kinderen altijd het hoogst mogelijke onderwijs te laten volgen? Die vraag stelt het Centraal Planbureau (CPB) in De sociale staat van Nederland 2015.

‘De opdracht aan het onderwijs om het beste uit jongeren te halen en talenten van jongeren optimaal te ontwikkelen, lijkt soms gelijkgesteld te worden aan en beperkt te worden tot het behalen van een hoog opleidingsniveau. Het beste halen uit jongeren en brede talentontwikkeling is even goed te realiseren op lager en middelbaar niveau’, zo staat in het rapport.

Een hoog onderwijsniveau is niet voor iedereen weggelegd, zo benadrukt het CPB. ‘Hoe loffelijk het streven ook is, ook een zo hoog mogelijke opleiding zal niet altijd de uitkomst zijn. Er zullen altijd jongeren zijn die bewust kiezen voor een vak of beroep waarin hun talenten tot hun recht komen en dat zij met plezier en passie uitoefenen, maar dat niet per se op het voor hen hoogst haalbare opleidingsniveau ligt.’

Het CPB stelt dat het tot de centrale opdracht van het onderwijs behoort ‘om jongeren optimaal toe te rusten en voor te bereiden op de toekomst door hen te kwalificeren, door bij te dragen aan hun persoonsvorming en hun burgerschapsvaardigheden bij te brengen’. In de context van een complexe en veranderende samenleving is dit volgens het CPB ‘geen eenvoudige opdracht’.

Download De staat van Nederland 2015.

Ambitieuze leercultuur voor het beste resultaat

Na de algemene ledenvergadering op 25 november in Amersfoort hebben tientallen leden van VOS/ABB het symposium ‘Naar een ambitieuze leercultuur in het onderwijs’ bijgewoond.

Een van de sprekers was directeur Annette van Valkengoed van het integraal kindcentrum Laterna Magica in Amsterdam, dat georganiseerd is op basis van het sociaal constructivisme. Hierin wordt vanuit het geheel geredeneerd in het belang van de persoonlijke ontwikkeling van elk kind.

Laterna Magica werkt met units die bestaan uit kinderen met verschillende leeftijden. Er wordt dus niet meer met jaarklassen gewerkt. De units functioneren in feite als minischooltjes. Dit vereist meer samenwerking en eigen verantwoordelijkheid binnen teams dan in de traditionele situatie.

Ben van der Hilst (www.hetlerenorganiseren.nl), die onderzoek doet naar ‘het leren anders organiseren’, legde in het kader van Laterna Magica een verband tussen de organisatiestructuur en het professioneel handelen van leraren. Daarmee doelde hij op de samenhang tussen teams met meer bevoegdheden en verantwoordelijkheid en kansrijk professioneel handelen. Hij benadrukte dat docentschap en daarmee onderwijs niet individueel is, maar altijd onderdeel is van een team waarin samenwerking noodzakelijk is.

Deep democracy
Ook Jitske Kramer (www.humandimensions.nl) hield een presentatie. Zij is antropologe en was trainer van het jaar 2013-2014. Kramer heeft een benadering ontwikkeld om leiders goede besluiten te laten nemen waarvoor de binnen de organisatie draagvlak is.

Daarin heeft het begrip deep democracy een belangrijke plaats. Het gaat hierbij om een inclusieve en open cultuur, waarin ook aandacht is voor standpunten die van het algemeen gangbare afwijken. Het gaat er uiteindelijk om dat organisaties op basis van deze manier van werken tot het best haalbare resultaat komen.

Verbetering zet nu ook door in voortgezet onderwijs

Het aantal zwakke afdelingen in het voortgezet onderwijs is het afgelopen schooljaar afgenomen van 7,0 naar 4,4 procent. Het basisonderwijs laat een stabiel beeld zien. Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs.

In vier jaar tijd is het aantal afdelingen in het voortgezet onderwijs met een basisarrangement gegroeid van 88,9 naar 95,2 procent. Van alle scholen voldeed 97,9 procent aan de normen van de inspectie.

In het speciaal basisonderwijs (sbo) en het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) is een lichte teruggang te zien van het aantal scholen met een basisarrangement. In het sbo daalde het 0,4 procentpunt tot 97,9 procent, in het (v)so 0,9 procentpunt tot 94,2 procent. Hiermee is de spectaculaire verbetering van de afgelopen jaren tot staan gebracht.

In het basisonderwijs, waar de sterke verbetering zich al eerder inzette, is per 1 september 2015 een stabiel beeld te zien.

Lees meer…

Danny Mekić wil terug naar essentie van onderwijs

‘Voor veel kinderen is school nu de plaats waar je vooral leert waar je níet goed in bent.’ Dat stelt internetexpert en ondernemer Danny Mekić op de website van Kennisnet.

In het kader van Dé Onderwijsdagen pleit Mekić voor een terugkeer naar de essentie van het onderwijs.  ‘Een jongere die openstaat voor de toekomst, wordt verder geholpen door een persoon met meer kennis en ervaring. Dat gegeven verandert niet. De vorm waarin de interactie plaatsvindt kan echter wel veranderen.’ 

Hij vindt dat het onderwijs nu te veel wordt gekenmerkt door een lopende-bandconstructie. ‘Je leert iets, haalt een toets, en mag door naar de volgende les, of je faalt en doet dezelfde les nogmaals.’ Het is volgens hem logischer om leerprocessen bij te brengen en vooral de liefde voor het leren ‘zodat mensen in een steeds veranderende wereld weten hoe ze zich iets eigen kunnen maken’. In dit kader pleit hij ervoor om in het onderwijs meer aandacht te hebben voor persoonlijk leiderschap.

Lees meer…

Schoolleiders maken volgens Rutte het verschil

Schoolleiders kunnen het verschil maken tussen slecht en goed en tussen goed en excellent voortgezet onderwijs. Dat heeft premier Mark Rutte zaterdag in Rotterdam gezegd tijdens de Nationale Schoolleiders Top.

Rutte sprak tijdens de landelijke bijeenkomst voor schoolleiders uit het voortgezet onderwijs over ‘verhalen over passie en bevlogenheid, over echt luisteren naar leerlingen en docenten en over ruimte maken en vertrouwen geven’ om het onderwijs ‘nóg uitdagender te maken voor alle leerlingen’.

Hij zei ook trots te zijn dat Nederland een van de beste onderwijssystemen ter wereld heeft. ‘Maar onze ambitie moet zijn om mee te draaien aan de top van landen met excellent onderwijs. Daar investeert het kabinet ook fors in.’

‘Vanuit mijn eigen ervaring als docent weet ik hoe belangrijk het werk van een schoolleider hierin is. Schoolleiders zijn cruciaal, het is de belangrijkste baan van Nederland. Ze kunnen het verschil maken tussen slecht en goed en tussen goed en excellent onderwijs’, aldus Rutte.

Het was de eerste keer dat de Nationale Schoolleiders Top plaatshad. Ht is een initiatief van het ministerie van OCW. Ook staatssecretaris Sander Dekker was erbij aanwezig.

Kwaliteit van lerarenopleidingen verbeterd

De inspanningen om de kwaliteit van de lerarenopleidingen te verbeteren, werpen hun vruchten af. Dat staat in de tweede voortgangsrapportage Lerarenagenda die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

In 2007 had de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) nog twijfels bij de kwaliteit van zeven pabo’s. Nu zijn alle 24 pabo’s die beoordeeld zijn, positief geaccrediteerd en zijn zeven pabo’s als ‘goed’ beoordeeld. ‘Ook uit onderzoek van de inspectie en uit de systeembrede analyse van de NVAO blijkt deze kwaliteitsslag’, zo staat in de brief aan de Kamer.

De kwaliteitsslag blijkt volgens Bussemaker en Dekker ook uit de tevredenheid van studenten, schoolleiders en bestuurders. ‘Hun tevredenheid over de pabo en over de kwaliteit van beginnende leraren in het po steeg in 2015.’ Ze plaatsen wel een kanttekening: ‘De grotere tevredenheid van studenten vertaalt zich nog niet in minder uitval of een hoger rendement.’ Dat komt onder andere doordat er hogere eisen aan studenten worden gesteld.

Over de tweedegraads lerarenopleidingen zijn Bussemaker en Dekker minder positief. Er is volgens hen een betere aansluiting op het beroepsonderwijs nodig. De gemiddelde tevredenheid van studenten van de tweedegraads lerarenopleidingen is in 2015 weliswaar toegenomen, maar de Inspectie van het Onderwijs constateert wel verschillen tussen instituten en opleidingen. Afgestudeerden zijn minder tevreden over de voorbereiding op het (v)mbo dan over de voorbereiding op de onderbouw van havo/vwo.

Schoolleiders in het voortgezet onderwijs waren in 2015 tevredener over de kwaliteit van beginnende tweedegraads docenten, maar de tevredenheid van de mbo-leidinggevenden over deze groep is het afgelopen jaar gedaald. ‘In combinatie met de lagere tevredenheid van afgestudeerden over de voorbereiding op het (v)mbo onderstreept dit het belang om de aandacht voor het beroepsonderwijs in de lerarenopleidingen te vergroten’, schrijven de minister en de staatssecretaris.

Lees de hele brief.

Ouders tevreden met objectieve info over kwaliteit scholen

Ouders van kinderen in groep 7 of 8 van het primair onderwijs of in de eerste of tweede klas van het voortgezet onderwijs vinden het belangrijk dat er via internet objectieve, betrouwbare en onderling vergelijkbare informatie over scholen beschikbaar is. Dat blijkt uit een peiling in opdracht van het ministerie van OCW.

Ouders zoeken deze informatie vooral op de website van de (toekomstige) school van hun kind. Ook de website van de Inspectie van het Onderwijs wordt vaak bezocht. Dat geldt in mindere mate voor overige vergelijkingssites, zoals Scholen op de kaart, Scholenkeuze, Kies je school en 10000 scholen. Verder blijkt uit de peiling dat ouders over het algemeen tevreden zijn over de informatie die zij op deze websites vinden.

Nog wel een grote opgave
Staatssecretaris Sander Dekker van OCW schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat met name de website Scholen op de kaart beter moet worden benut. Dit moet volgens hem ‘dé website’ worden ‘voor ouders en leerlingen om hun keuze voor een school te starten’.

Scholen op de kaart is incompleet, omdat nog niet alle scholen daar hun informatie op zetten. Er ligt wat dit betreft volgens Dekker ‘nog wel een grote opgave’.

Nederland in wereldtop dankzij excellent onderwijs

Nederland is mede dankzij de hoge kwaliteit van het onderwijs een van de meest concurrerende economieën ter wereld. Dat staat in The Global Competitiveness Report 2015-2016 van het World Economic Forum. 

Nederland staat op de ranglijst van 140 landen op de vijfde plaats, achter Zwitserland, Singapore, de Verenigde Staten en Duitsland. Onder andere Japan, de regio Hongkong en de Scandinavische landen, inclusief het alom om zijn onderwijs bejubelde Finland, scoren minder goed dan Nederland. Buurland België staat op de negentiende plaats.

Nederland is de snelste stijger in de top 10. Vorig jaar stond ons land nog op de achtste plaats. In 2013 was de Nederlandse economie uit de concurrentietop 5 gezakt.

Wat betreft de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs staat ons land wereldwijd op de derde plaats.

 

Hoe werkt ‘Je eigen leeromgeving’ in de praktijk?

De afkorting Jeelo staat voor ‘Je eigen leeromgeving’. Dit is een initiatief van het openbaar basisonderwijs in Noord-Limburg, dat zelf aan het roer staat om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dit schooljaar zijn er weer bijeenkomsten waarop u zich kunt oriënteren op dit vernieuwende concept. 

In magazine School! heeft een artikel over Jeelo gestaan. Bestuurder Hans Bouwhuis van de bij VOS/ABB aangesloten Stichting Invitare Openbaar Onderwijs in het Land van Cuijk en Noord-Limburg legt daarin uit dat Jeelo de versnippering en de aanbodgerichtheid doorbreekt die zo kenmerkend zijn voor veel educatieve uitgeverijen en andere leveranciers. Scholen die meedoen aan Jeelo, vormen met elkaar een community.

Op de website van Jeelo staat waar en wanneer de bijeenkomsten zijn.