Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

Het staat leraren vrij te kiezen voor dure uitzendbureaus

‘Het staat leraren vrij een werkgever te kiezen’, stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op berichten dat een deel van de leraren ervoor kiest om te gaan werken voor dure uitzendbureaus.

Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA had vragen gesteld over deze ontwikkeling. Zij wilde van Slob weten of hij ‘de ontwikkeling dat zulke bureaus leerkrachten hogere salarissen en bijvoorbeeld een auto beloven’ als een verschijnsel ziet ‘dat nu eenmaal hoort bij het alledaagse kapitalisme’.

De minister laat in zijn reactie weten dit ‘geen wenselijke ontwikkeling’ te vinden, maar hij benadrukt ook dat leraren zelf hun werkgever kunnen kiezen. ‘In deze tijd waarin we te maken hebben met een lerarentekort, hebben leraren meer te kiezen’, aldus Slob.

Tevens wijst hij erop dat het werven van personeel een zaak is van de schoolbesturen. ‘Dat geldt ook voor de inhuur van personeel via bureaus en de tarieven daarvan’, zo schrijft hij.

Lees meer…

Met meer onderwijsassistenten werkdruk verminderen

Om de werkdruk aan te pakken, willen schoolteams vooral meer onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten. Dat blijkt uit een peiling onder schoolbestuurders.

Bijna negen op de tien schoolbestuurders die aan de peiling meewerkten, geven aan dat de gesprekken in de schoolteams over de inzet van het extra geld van het kabinet voor het verminderen van de werkdruk, hebben geleid tot vacatures voor met name onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten.

Vacatures invullen

Twee op de drie bestuurders geven aan dat ze (naar verwachting) alle vacatures ingevuld krijgen. Bijna een op de vijf denkt dat dat niet gaat lukken.

Acht op de tien schoolbestuurders denken dat met de inzet het extra geld van het kabinet de werkdruk daadwerkelijk zal verminderen, terwijl één op de zes denkt dat de werkdruk niet omlaag zal gaan.

Voor de peiling in opdracht van de PO-Raad werden ruim 800 schoolbestuurders benaderd, van wie er ruim 300 reageerden.

Meer leraren uit België, Duitsland en Frankrijk

De Volkskrant meldt op basis van cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) dat onder andere vanwege de personeelstekorten het aantal buitenlandse leraren op Nederlandse scholen toeneemt.

De krant schrijft dat drie jaar geleden 742 personen bij DUO een aanvraag indienden om hun buitenlandse lesbevoegdheid in Nederland te laten erkennen. Vorig jaar waren dat er 1062 en dit jaar tot nu toe meer dan 1000.

Het gaat bijvoorbeeld om Vlaamse basisschoolleraren die net over de grens in Nederland gaan werken. In het voortgezet onderwijs neemt het aantal Franse en Duitse leraren toe, die hier les gaan geven in hun eigen taal.

Deze ontwikkeling hangt niet alleen samen met het lerarentekort, maar ook ‘omdat het prettig is een native speaker in dienst te hebben’, aldus Stephan Meershoek van Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs, in de Volkskrant.

Kritische reacties op idee voor hoger uurloon vanaf wtf 0,8

Het idee van HRM-adviseur Willem Duifhuis om leraren een hoger uurloon te geven als ze meer gaan werken, maakt op Twitter kritische reacties los. 

Duifhuis is HRM’er bij Stichting Proo in Harderwijk voor openbaar primair onderwijs op de Noord-Veluwe, maar hij schreef zijn pleidooi voor een hoger uurloon voor leraren die meer gaan werken op persoonlijke titel.

Hij stelt voor om het hogere uurloon te laten gelden vanaf een werktijdfactor van 0,8. ‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, aldus Duifhuis. Als alle deeltijders één dag in de week meer gaan werken, is het lerarentekort opgelost.

Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia.’ Een afname van het aantal kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Op Twitter maakt zijn pleidooi kritische reacties los.

Op bovenstaande tweet kwam deze reactie:

Nieuwe kloof creëren?

Ook wordt door een leraar de vraag gesteld of Duifhuis ‘een nieuwe kloof’ wil creëren, namelijk een kloof tussen fulltimers en parttimers in het onderwijs.

Daaraan wordt toegevoegd dat er ook hybride docenten zijn, dat wil zeggen mensen die naast hun baan buiten het onderwijs in deeltijd voor de klas staan.

Een ander noemt het pleidooi van Duifhuis ‘jammer’.

Een oud-leraar, die nu freelance journalist is, postte ook een kritische reactie:

De enige consequentie ervan zou volgens hem zijn dat ‘het ziekteverzuim in het po nog verder toeneemt’.

Vakbond PO in Actie twitterde dat het idee van Duifhuis onuitvoerbaar is:

‘Schoolleiders moeten altijd meer verdienen dan leraren’

Schoolleiders moeten altijd meer blijven verdienen dan leraren. Dat vindt voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). Deze vakbond roept daarom op tot acties.

Uit een enquête van de AVS blijkt dat de salarissen van schoolleiders en ook die van onderwijsondersteunend personeel zouden moeten worden verhoogd. De enquête stond in het teken van de salarisverhoging die leraren krijgen.

Vooral het feit dat adjunct-directeuren na de salarisverhoging voor leraren nu soms minder dan hen gaan verdienen, roept volgens de AVS veel verontwaardiging op. ‘Het kan niet zo zijn dat een leidinggevende, een adjunct, minder verdient dan een leraar, terwijl zijn verantwoordelijkheid veel groter is’, aldus AVS-voorzitter Van Haren.

Om duidelijk te maken dat dit niet kan, roept de AVS schoolleiders op om op woensdag 12 september actie te gaan voeren. Schoolleiders zouden dan massaal alarm moeten slaan door de jaarlijkse ontruimingsoefening van de school te houden.

Nieuwe estafettestaking leraren

Op 12 september wordt ook actiegevoerd door leraren om hun eis voor meer salarisverhoging bij te zetten. PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden zitten (waaronder de AVS), organiseert dan een nieuwe estafettestaking. Dit keer zouden leraren in Zuid-Holland en Zeeland het werk moeten neerleggen.

Ambtenaren, studenten en vluchtelingen voor de klas

Amsterdam zet een pool van gemeenteambtenaren in tegen het lerarentekort. Ook kunnen studenten en vluchtelingen voor de klas worden gezet.

Amsterdam zegt al veel te doen tegen het lerarentekort. ‘Er zijn beurzen beschikbaar voor lerarenopleidingen en startende leraren krijgen hulp bij het vinden van een woning’, zo staat op de website van de gemeente.

Hier bovenop komen extra pilots. Zo is er een pool opgezet, waarin gemeenteambtenaren zitten die kunnen inspringen op scholen waar de nood het hoogst is.

Ook kunnen studenten voor de klas worden gezet die in de laatste fase van hun opleiding zitten. Dat geldt ook voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning die in hun land van herkomst in het onderwijs werkten.

Lees meer…

‘Geef leraren hoger uurloon vanaf werktijdfactor 0,8’

Als elke deeltijder één dag in de week meer gaat werken, is het lerarentekort opgelost. Daarom zou het uurloon voor leraren met een werktijdfactor van minimaal 0,8 substantieel omhoog moeten. Daarvoor pleit HR-adviseur Willem Duifhuis.

‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, schrijft hij in een stuk dat hij aan VOS/ABB heeft toegestuurd. Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia’, aldus Duifhuis.

Minder kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Lees het ingezonden stuk

Ook bestuurder Annemie Martens van de Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in de omgeving van Helmond wil dat deeltijders meer uren gaan werken. Lees meer…

 

‘Cruciale rol schoolbesturen bij aanpakken lerarentekort’

De schoolbesturen hebben als werkgevers een cruciale rol bij het oplossen van het lerarentekort. Het kabinet kan slechts investeren in de randvoorwaarden hiervoor, benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit die brief blijkt dat het kabinet geen extra geld uittrekt om het groeiende lerarentekort tegen te gaan. Slob schrijft dat er al veel geld naartoe gaat. Hij noemt de 270 miljoen euro voor hogere lerarensalarissen in het primair onderwijs en de 430 miljoen euro om de werkdruk te verlagen.

De minister komt dus niet met meer geld, maar hij beseft wel dat er meer moet worden gedaan om het lerarentekort te bestrijden. Hij noemt drie actiepunten:

  1. een regionale aanpak in sterke netwerken;
  2. versterking van het strategische personeelsbeleid door werkgevers;
  3. verlaging van het ziekteverzuim en verhoging van de deeltijdfactor.

Hij wijst erop dat het uiteindelijk de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het personeelsbeleid. ‘Zij hebben dan ook een cruciale rol bij het aanpakken van het lerarentekort’, aldus de minister.

Lees de brief van Slob

UWV signaleert dat er op zich genoeg leraren zijn

Op papier zijn er genoeg leraren, signaleert uitkeringsinstantie UWV. Het probleem is dat veel leraren die op zoek zijn naar een baan in het basisonderwijs, niet in de Randstad wonen waar behoefte aan hen is, meldt de Volkskrant.

‘Er zijn genoeg leraren voor de banen die er zijn. Op dit moment zou je de problemen moeten kunnen oplossen, arbeidsmarkttechnisch gezien’, zo citeert de krant arbeidsmarktadviseur Suzanne IJzerman van het UWV.

In 2017 waren per kwartaal gemiddeld ongeveer 900 vacatures voor leraren in het basisonderwijs, terwijl het UWV gemiddeld 1100 kortdurend werklozen in de kaartenbakken had. ‘Dat zijn mensen die minder dan een half jaar werkloos zijn en in principe zo de arbeidsmarkt op kunnen’, aldus IJzerman.

Het probleem is volgens de krant niet dat er te weinig leraren zijn, maar dat veel leraren die werk zoeken niet wonen in de Randstad waar ze nodig zijn. Ze wonen met name in regio’s die te maken hebben met afnemende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp, zoals de Achterhoek en Limburg. Deze leraren willen niet verhuizen of geven aan dat ze in de Randstad geen woonruimte kunnen vinden.

Lees meer in de Volkskrant

‘Nieuwe schooljaar begint met enorm lerarentekort’

Het lerarentekort is zo groot dat schoolbesturen hun formatie voor het nieuwe schooljaar echt niet meer rondkrijgen, waarschuwt de PO-Raad op basis van een peiling onder schoolbesturen.

De sectororganisatie meldt dat er aan het begin van het nieuwe schooljaar een tekort kan zijn van 1300 leraren. ‘Waar eerdere jaren vacatures op de valreep van de zomervakantie nog vervuld raakten, krijgen schoolbesturen hun formatie dit jaar echt niet meer rond’, aldus de PO-Raad.

Het lerarentekort zal volgens de PO-Raad de onderwijskwaliteit aantasten. ‘Groepen worden groter en besturen vrezen bij gebrek aan leraren leerlingen naar huis te moeten sturen.’ De sectororganisatie noemt ook meer werkdruk, minder aandacht voor leerlingen, ontevreden ouders en onrust in de school.

Volgens voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wordt op den duur de hele maatschappij de dupe van het lerarentekort in het primair onderwijs.

Lees meer…

Website die lerarentekort inventariseert weer online

De website lerarentekortisnu.nl is weer online. Basisscholen kunnen via deze website melden hoe groot het lerarentekort bij hen is en welke gevolgen dat na de zomervakantie heeft voor de leerlingen.

Op de website staat dat er ‘enorme problemen’ gaan ontstaan door het verwachte lerarentekort. Op vrijdag 13 juli om 11 uur stond de teller op 77 leerkrachten, waardoor volgens de site minstens 1927 kinderen na de zomervakantie geen leerkracht zullen hebben.

De website werd in juni uit de lucht gehaald, omdat die geen representatief beeld meer gaf van het lerarentekort, maar is dus weer online gezet.

Eerste Kamer akkoord met halvering collegegeld

De Eerste Kamer heeft unaniem ingestemd met het wetsvoorstel voor een halvering van het collegegeld. De halvering geldt voor nieuwe studenten aan hogescholen en universiteiten. Wie een lerarenopleiding gaat volgen, betaalt ook in het tweede jaar de helft van het reguliere collegegeld.

Het wetsvoorstel komt van minister Ingrid van Engelshoven van OCW. Zij denkt dat de halvering van het collegegeld meer leerlingen doet besluiten om te gaan studeren.

Het besluit om nieuwe studenten van lerarenopleidingen ook in hun tweede jaar de helft van het collegegeld te laten betalen, is een maatregel tegen het oplopende lerarentekort.

Tot lerarenopleidingen behoren:

  • opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo – bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs of mbo in de tweede graad (bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in de eerste graad (masteropleiding)

De halvering van het collegegeld betekent dat studenten in hun eerste jaar 1030 euro betalen in plaats van 2060 euro. Voor studenten aan lerarenopleidingen geldt dat dus ook in het tweede jaar.

De maatregel heeft alleen betrekking op nieuwe studenten die in of na het studiejaar 2018-2019 beginnen.

Lees meer…

‘Media voorbarig over effect toelatingseisen pabo’

De media zijn voorbarig als zij stellen dat de strengere toelatingseisen voor de pabo niet leiden tot betere leraren. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul volgden op onder andere een artikel in Trouw met de kop ‘Toelatingstoetsen zorgen niet voor betere leraar’. De krant baseerde zich op het onderzoek Onderwijs aan het werk 2018 en uitspraken van hoogleraar Frank Cörvers, die zich specifiek richt op de onderwijsarbeidsmarkt.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat het een onderzoek betreft naar meerjarige trends van in- en doorstroom van studenten aan de lerarenopleidingen. In het onderzoek wordt onder andere geconstateerd dat de gemiddelde vo-examencijfers van de studenten die in 2015 aan de pabo begonnen – het jaar dat de toelatingseisen werden ingevoerd – niet hoger waren dan het eindexamencijfer van studenten die in 2006 startten.

‘Op basis van deze gegevens is (…) geconcludeerd dat de toelatingseisen niet het gewenste effect hebben gehad. Deze conclusie vind ik voorbarig. Met de invoering van de (…) vooropleidingseisen is beoogd dat studenten die beginnen aan de pabo-opleiding over voldoende basiskennis beschikken (…). Een direct verband tussen het vo-eindexamencijfer en deze basiskennis (…) is er niet’, aldus Slob.

Lees meer…

Hoogleraar Frank Cörvers laat via Twitter in reactie op de stelling van Slob weten dat de invoering van de toelatingstoetsen voorbarig was.

Lerarenregister blijft voor schoolbesturen verplicht

Schoolbesturen blijven wettelijk verplicht om gegevens aan te leveren voor het Lerarenregister, ook nu dat voor leraren voorlopig niet verplicht wordt. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen de laatste dagen geregeld de vraag of het voor schoolbesturen nog steeds verplicht is om voor het Lerarenregister gegevens van hun leraren aan te leveren. Minister Slob laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat schoolbesturen aan die wettelijke plicht moeten blijven voldoen:

‘Ik wil (…) benadrukken dat ik er zeer aan hecht dat schoolbesturen hun wettelijke verantwoordelijkheid als werkgevers op dit punt nakomen (…).’.

Het gaat om het aanleveren van de volgende gegevens:

  • organisatienummer bevoegd gezag
  • burgerservicenummer (bsn)
  • geslacht
  • geboortedatum
  • als de leraar in het buitenland woont: zijn adres en de landcode
  • benoemingsgrondslag
  • begindatum en (indien van toepassing) einddatum van de benoeming
  • organisatienummer school (BRIN-nummer)
  • indien van toepassing: het BRIN-volgnummer
  • begindatum en (indien bekend) einddatum van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling

Op de website van DUO staat meer informatie.

Álle leraren

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB benadrukken dat de wettelijke plicht voor schoolbesturen om gegevens te blijven aanleveren álle leraren betreft, dus niet alleen de leraren die vrijwillig gebruikmaken van het Lerarenregister.

Het antwoord op de vraag die ook geregeld wordt gesteld of het aanleveren van de persoonsgegevens botst met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), luidt ‘nee’. Er is namelijk een wettelijke grondslag voor, en dan is het volgens de AVG toegestaan.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Waarom werken mensen graag in onderwijs?

Mensen die in het onderwijs werken, zijn over het algemeen positief over hun collega’s, de inhoud van hun werk en het feit dat er in de onderwijssector veel met vaste contracten wordt gewerkt.

Ook de goede balans tussen werk en privé en nabijheid van het werk worden positief beoordeeld, zo blijkt uit het Intermediair Imago Onderzoek 2018.

Andere positieve punten die vaak worden genoemd door mensen die in het onderwijs werken, zijn dat ze meer vakantiedagen hebben dan werknemers in andere sectoren en dat er in het onderwijs veel mogelijkheden zijn om parttime te werken. Ook zijn ze over het algemeen tevreden met hun reiskostenvergoeding, de mogelijkheden om thuis te werken en hun dertiende maand.

Als het gaat om de financiële tegemoetkoming door de werkgever voor het volgen van trainingen en cursussen, zijn de mensen in het onderwijs ook positiever dan werknemers in andere sectoren.

Sombere leraren balen van kabinet met D66

De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en dat komt door de slechte salarissen. Dat vinden leraren, zo blijkt uit een raadpleging van het Onderwijspanel van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT).

Uit de raadpleging onder 1500 onderwijsprofessionals in het Onderwijspanel van de NOT komt naar voren dat het onderwijsbeleid van het huidige kabinet – met ‘onderwijspartij’ D66 – slechter wordt gevonden dan dat van het vorige kabinet van VVD en PvdA.

Driekwart heeft er weinig vertrouwen in dat er op korte termijn kleinere klassen komen. Ook zien zes van de tien respondenten hun salarissen de komende jaren niet omhoog gaan. Dat laatste staat in contrast met de nieuwe CAO PO, waarmee de leraren in het primair onderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruit gaan.

‘Passend onderwijs beter als leraren master hebben’

Geef zoveel mogelijk leerkrachten op de basisschool een masteropleiding. Op die manier kunnen ze van passend onderwijs een succes te maken. Dat stelt adjunct-directeur Yvonne Richards van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO) van Fontys Hogescholen.

Richards reageert in BRON, het nieuwsmedium van Fontys Hogescholen, op de recente kritiek op passend onderwijs vanuit de Tweede Kamer. ‘Wij zijn boos dat er nu wordt gezegd: ‘het passend onderwijs is mislukt’. Dat kun je niet zeggen. Op veel plekken werken leraren keihard om er een succes van te maken, en lukt dat ook.’

Ze pleit ervoor om leraren een masteropleiding te laten volgen. Dat kan volgens haar helpen om van passend onderwijs een succes te maken. Het geld is volgens haar het probleem niet, omdat de landelijke lerarenbeurs daarvoor kan worden benut.

Lees meer…

Onderwijsraad wil landelijke taskforce lerarentekort

De Onderwijsraad adviseert om een landelijke taskforce lerarentekort in te stellen. Dat staat in een brief van de Onderwijsraad aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob. 

De Onderwijsraad wijst er in zijn brief op dat er ondanks de vele maatregelen die er al zijn genomen om het lerarentekort terug te dringen, het probleem nog steeds nijpend is. De kwantitatieve tekorten kunnen leiden tot kwaliteitsverlies, zo vreest de raad, ‘bijvoorbeeld zodra het nodig wordt om deels of geheel onbevoegden en minder bekwamen in te zetten’.

Lerarentekort integraal en coherent aanpakken

‘De Onderwijsraad vindt dat maatregelen gericht op het opheffen van de tekorten
niet mogen leiden tot concessies aan de kwaliteitseisen die aan leraren gesteld worden of aan de centrale positie van de leraar’, zo staat in de brief. De overheid heeft hierin een verantwoordelijkheid, benadrukt de Onderwijsraad, omdat die de grondwettelijk vastgelegde taak heeft om de ‘bekwaamheid van hen die onderwijs geven’ te bewaken.

De taskforce die de Onderwijsraad adviseert, zou moeten zorgen voor een ‘integrale en coherente aanpak’ van het lerarentekort.

Lees de brief van de Onderwijsraad

In België hebben leraren officieel ‘zwaar beroep’

In België staan alle leerkrachten uit het kleuter-, lager en middelbaar onderwijs op de lijst met zware beroepen, meldt De Standaard.

Ook ondersteunende functies in het onderwijs gelden in België als zwaar beroep, met uitzondering van administratief personeel.

Wie een zwaar beroep heeft, zal in België vroeger met pensioen kunnen. Volgens De Standaard kan dat in de praktijk twee tot zes jaar schelen. Het is ook mogelijk dat iemand met een zwaar beroep in België een hoger pensioen krijgt.

In 2020 moet in België een nieuw pensioensysteem in werking treden dat rekening houdt met de zwaarte van het beroep.

Lees meer…

Lerarentekort tegengaan met vluchtelingen voor de klas

Hogeschool Utrecht (HU) en het voortgezet onderwijs in Utrecht en omgeving willen vluchtelingen met een verblijfsvergunning opleiden tot tweedegraads docent, meldt utrecht.nieuws.nl.

De lerarenopleiding van de HU, het openbaar en christelijk voortgezet onderwijs in Utrecht en het rooms-katholieke Cals College in IJsselstein en Nieuwegein willen een maatwerktraject om zogenoemde statushouders op te leiden tot tweedegraads docent.

‘Nieuwe docenten zijn hard nodig en we weten dat er universitair geschoolde statushouders zijn, die interesse hebben in én geschikt zijn voor een baan in het onderwijs’, zo citeert utrecht.nieuws.nl projectleider Manon Koldewijn.

Lees meer…

Checklist voor mensen die leraar willen worden

Het ministerie van OCW heeft een checklist online gezet waarmee mensen kunnen zien wat ze moeten doen als ze leraar willen worden.

De online checklist richt zich op mensen die willen gaan lesgeven in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs of speciaal onderwijs. Iedereen kan de checklist invullen, ook mensen die nu al in het onderwijs werken.

wie de checklist invult, krijgt te zien welke opleiding moet worden gevolgd om leraar te kunnen worden en of het bijvoorbeeld mogelijk is om een zij-instroomtraject te volgen.

Ga naar de checklist

In onderwijs verdien je niet slecht

Mensen met een hbo-opleiding die in het onderwijs werken, verdienen ongeveer net zo veel als andere hbo-opgeleiden, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS heeft in kaart gebracht wat het arbeidsmarktrendement is van hbo- en universitaire opleidingen. Als wordt gekeken naar hbo-opgeleiden in het onderwijs, valt onder meer op dat het merendeel (86 procent) de Lerarenopleiding heeft gedaan. De rest heeft een diploma behaald in de studierichting Onderwijskunde.

Verder valt op dat na vijf jaar na het behalen van het bachelor-diploma 20 procent van de hbo’ers die een onderwijsgerelateerde studie hebben gedaan, weer gaat studeren. Dat is dubbel zoveel als bij de totale groep hbo-bachelors.

Het CBS meldt ook dat universitair geschoolde leraren het goed doen op de arbeidsmarkt. Ze hebben vaker werk en ook vaker een vaste baan en minder vaak een uitkering dan andere mensen met een universitaire opleiding.

‘Bonus voor leraren in achterstandswijken’

Leraren van basisscholen in achterstandswijken moeten een bonus krijgen. Daarvoor pleiten schoolbesturen in Rotterdam.

De besturen, waaronder die voor openbaar onderwijs in Rotterdam, hebben een manifest voor de Rotterdamse gemeenteraad opgesteld. Daarin staat dat leraren van basisscholen in achterstandswijken meer moeten verdienen dan leraren van ‘niks-aan-de-hand-scholen’.

‘Wij merken dat het moeilijk wordt om genoeg leraren te vinden en dat dit nóg moeilijker is op scholen waar de kinderen ze het hardst nodig hebben. Daarom vinden wij dat de beloning omhoog moet, daar waar het werk het meest uitdagend is’, zegt bestuurder Ton Groot Zwaaftink van de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO), die ook namens de collegabesturen het woord voert, in het Algemeen Dagblad.

Lees meer…

CDA en D66 tegen vakbonden in Onderwijscoöperatie

De vakbonden in het bestuur van de Onderwijscoöperatie moeten plaatsmaken voor leraren. Dat vinden CDA-Tweede Kamerlid (en voormalig voorzitter van CNV Onderwijs) Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie bestaat nu uit vier personen: voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), haar collega Loek Schueler van CNV Onderwijs, Jilles Veenstra van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en Hans Kok van het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs.

Leraren wantrouwen vakbonden

Volgens Rog, die tot 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, moeten deze mensen weg, onder wie dus de voorzitter van de christelijke onderwijsbond waar hij eerder de scepter zwaaide. Hij stelt dat de leraren geen vertrouwen hebben in het bestuur van de Onderwijscoöperatie, omdat dat hun belangen niet zou behartigen.

‘Het vertrouwen in de beroepsgroep behoort voorop te staan. De leraren (…) worden momenteel dwarsgezeten: ze mogen bijvoorbeeld niet eens hun eigen voorzitter kiezen. Dat willen we stoppen. Leraren moeten het weer voor het zeggen krijgen’, aldus oud-vakbondsvoorzitter Rog, die daarmee in feite de onderwijsvakbonden afserveert.

Met ‘ze mogen niet eens hun eigen voorzitter kiezen’ verwijst Rog naar de rel rond Jan van de Ven van lerarengroep PO in Actie, die vorig jaar te kennen gaf voorzitter te willen worden van het bestuur van de Onderwijscoöperatie. Het bestuur ging daar echter niet in mee.

De rel had onder andere te maken met de invoering van het omstreden Lerarenregister. Het bestuur van de Onderwijscoöperatie heeft de implementatie daarvan inmiddels teruggelegd bij de minister van OCW, die nadrukkelijk stelt dat de leraren wat dit betreft nu aan zet zijn.

Van, voor en door de leraar

D66’er Paul van Meenen, die voor zijn Kamerlidmaatschap onder andere schoolbestuurder was in Den Haag, uit zich in vergelijkbare bewoordingen als die van Rog. ‘De Onderwijscoöperatie is niet de groep ‘van, voor en door de leraar’, maar de groep ‘van, voor en door vakbondsbestuurders en andere belangenbehartigers (…).’

Hij denkt dat het ‘niet meer goedkomt’ en dat het huidige bestuur van de Onderwijscoöperatie daarom ‘zo snel mogelijk (moet) plaatsmaken voor een bestuur van leraren.’