Slob raadt leraren af via uitzendbureau te werken

Onderwijsminister Arie Slob raadt leraren af om via een uitzendbureau te gaan werken. Zijn advies is ‘om voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Dat zegt hij in antwoord op Kamervragen van Kirsten van den Hul van de PvdA. Haar vragen aan de minister volgden op een artikel van de Algemene Onderwijsbond (AOb) over de beginnende leerkracht Donny Stumpel. Hij waarschuwt andere leerkrachten voor een ‘wurgcontract’ van het Haagse bemiddelingsbureau BRIXS.

Stumpel ontdekte dat hij voorlopig bij vrijwel geen enkele basisschool in Den Haag meer terecht kon voor een vaste baan als hij zou tekenen bij BRIXS, tenzij het schoolbestuur een afkoopsom voor hem zou betalen.

‘Geen onderwijsgeld naar afkoopsommen’

Van den Hul vindt dat niet kunnen, maar Slob is het daar niet mee eens. Hij wijst erop dat meer uitzendbureaus afkoopsom vragen als een werkgever een werknemer overneemt. Wel noemt de minister het ‘niet gewenst’ als daar onderwijsgeld aan wordt besteed. ‘De inzet zal moeten zijn dit te voorkomen’, aldus de minister.

Het is aan de leraren zelf om al of niet voor een uitzend- of bemiddelingsbureau te kiezen. Leraren die daarvoor kiezen, adviseert hij om in ieder geval het contract vooraf goed te lezen. Hoewel hij vindt dat leraren zelf mogen beslissen, raadt hen wel aan om in plaats van een uitzendbureau ‘voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Lees meer…

Dringend advies Slob: ‘Leraren altijd screenen’

Scholen doen er in het kader van de veiligheid goed aan bij het werven van leraren en ander personeel aandacht te besteden aan eerdere dienstverbanden. Ook raadt onderwijsminister Arie Slob scholen aan te checken waarom iemand bij zijn vorige werkgever vertrekt en om referenties te raadplegen.

Het dringende advies van Slob staat in antwoorden op Kamervragen van VVD’er Rudmer Heerema. Hij had de minister vragen gesteld naar aanleiding van de schorsing an een leraar van het rooms-katholieke DaCapo College in Sittard-Geleen. De leraar werd geschorst, nadat een leerlinge had geklaagd over ongepaste e-mails van hem.

Heerema wilde van de minister weten of er mogelijkheden zijn om te voorkomen dat leraren na te zijn weggestuurd wegens grensoverschrijdend gedrag op de ene school, gaan lesgeven op een andere school.

De minister antwoordt dat het screenen van personeel een taak is van de werkgever. Zij doen er volgens hem goed aan aandacht te besteden aan eerdere dienstverbanden en de reden van vertrek bij de vorige werkgever. Ook zouden ze altijd referenties moeten raadplegen.

Dit moeten scholen ook doen nu er sprake is van een toenemend lerarentekort, benadrukt Slob.

Lees meer…

Nieuw bevoegdhedenstelsel moet leraren trekken

Voor leraren in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs komt er een ander bevoegdhedenstelsel. De minister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob willen daarmee werken in het onderwijs aantrekkelijker maken.

In een brief van de ministers aan de Tweede Kamer staat dat bevoegdheden worden gestapeld: ‘We ontwerpen compacte bevoegdheden, die op verschillende manieren samengevoegd kunnen worden. Het wordt dan bijvoorbeeld mogelijk te kiezen voor de breedte (een bevoegdheid voor één doelgroep over vakken heen) of voor de diepte (een vakspecialistische bevoegdheid voor meerdere doelgroepen).’

Een combinatie kan volgens hen nog steeds leiden naar een bevoegdheid zoals we die nu kennen. Als voorbeeld noemen ze de huidige eerstegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs. ‘Daarmee behouden we wat goed werkt en creëren ruimte voor specialisaties op specifieke onderdelen van het onderwijs.’

De ministers willen dat het nieuwe bevoegdhedenstelsel geen strikte scheidingen meer kent tussen verschillende schoolsoorten. Zo kan volgens hen niet alleen het vak van leraar aantrekkelijker worden gemaakt, maar kunnen ook meer kansengelijkheid en sociale cohesie tussen verschillende groepen leerlingen worden gecreëerd.

Lees meer…

‘Ruimere regels nodig voor inzet zzp’ers’

Bestuursvoorzitter Jeroen Goes van Fluvium Openbaar Onderwijs pleit voor ruimere regelgeving met betrekking tot de inzet van zzp’ers. ‘Dat de overheid zo rigide omgaat met die fiscale eisen, laat een gebrek aan urgentiegevoel zien’, zegt hij in het aprilnummer van Naar School!.

Het magazine van VOS/ABB boog zich over de lastige dilemma’s waar schoolbesturen in tijden van toenemende lerarentekorten voor staan. De inzet van zzp’ers is een van de weinige overblijvende opties nu er nauwelijks nog sollicitanten komen voor vacatures.

Wet DBA

Over de inzet van zzp’ers bestaat echter veel onzekerheid. Mag het wel van de fiscus? Die vraag heeft alles te maken met de onduidelijkheid over de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Zolang er geen helderheid is over de wet DBA, adviseren de Onderwijsjuristen van VOS/ABB om geen zzp’ers in te zetten, ook al geeft de Belastingdienst aan deze wet in elk geval tot 1 januari 2020 niet te handhaven. Werkgevers hoeven tot die datum niet bang te zijn voor naheffingen of boetes.

Onderwijsjurist mr. Céline Haket van VOS/ABB zou graag zien dat er een juridische testcase zou komen over de inzet van zzp’ers in het onderwijs. ‘Alleen dan komt er uitsluitsel hoe het écht zit. Maar zolang we dat niet hebben, raden wij schoolbesturen aan een veilige oplossing te kiezen’, aldus Haket.

Nood is hoog!

Schoolbestuurder Goes geeft aan dat hij gebruikmaakt van zzp’ers via het online platform flexleerkracht.nl. Hij pleit voor meer coulance in de regelgeving.

‘De nood is echt hoog. Het is onze opdracht om goed onderwijs te verzorgen voor het budget dat we daarvoor van het ministerie van Onderwijs krijgen. Dan kan het toch niet zo zijn dat het ministerie van Financiën dat geld deels weer terugeist als we een bevoegde zzp’er voor de klas zetten, alleen omdat hij zzp’er is? In de huidige markt moeten we blij zijn dat die er nog zijn.’

Het aprilnummer van magazine Naar School! verschijnt op dinsdag 16 april, maar u kunt het artikel Zzp’er in het onderwijs – kans of risico? nu al lezen.

Lees ook het nieuwsbericht Scholen kunnen zelf bepalen of ze zzp’ers inhuren.

Topvrouw AFM gaat pabo doen en wordt leraar

Bestuursvoorzitter Merel van Vroonhoven van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) stopt ermee om leraar te worden in het speciaal onderwijs. Ze gaat de pabo doen, meldt de AFM.

‘Na 20 jaar in raden van bestuur te hebben gewerkt, waarvan de laatste 10 jaar in de publieke sector, wil ik nu ook een meer concrete bijdrage leveren. Dichter bij de mensen die dat het meest nodig hebben. Voor mij betekent dat een keuze voor het speciaal onderwijs’, aldus Van Vroonhoven.

Voorzitter van de raad van toezicht van de AFM is Paul Rosenmöller, die onder meer ook voorzitter is van de VO-raad: ‘Hoewel wij haar niet graag zien vertrekken, gunnen wij het speciaal onderwijs van harte iemand met deze intrinsieke motivatie en passie.’

Autistische zoon

Van Vroonhoven heeft een zoon met autisme. Ze heeft gezien hoe leraren het verschil kunnen maken voor kinderen. Dat heeft ertoe bijgedragen dat ze stap maakt van bestuursvoorzitter van de AFM naar de pabo en vervolgens het speciaal onderwijs.

Ze gaat er qua inkomen flink op achteruit. Van Vroonhoven verdient nu 233.000 euro per jaar.

Ambitie om voor de klas te staan?

Het ministerie van OCW ziet in de overstap van Van Vroonhoven aanleiding om ook andere mensen over te halen in het onderwijs te gaan werken:

‘Nieuwe generatie leraren Nederlands leest niet graag’

Studenten aan de ­leraren­opleidingen in Vlaanderen lezen niet graag, zelfs niet als ze leraar Nederlands willen worden, meldt de Vlaamse krant De Standaard.

De krant baseert zich op een onderzoek onder docenten van lerarenopleidingen in opdracht van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Uit dit onderzoek blijkt dat de meeste studenten slechts een oppervlakkige lees­ervaring en weinig literaire bagage hebben.

Directeur Koen Van Bockstal van het Vlaams Fonds voor de Letteren noemt het resultaat van het onderzoek ontnuchterend. ‘Leesbevordering zou toch een van de basisprincipes van ons onderwijs moeten zijn?’, zo citeert De Standaard hem.

Lees meer…

Geen leraar te vinden, dus huurt school studenten in

De Calvijn Business School in Rotterdam huurt vanwege het nijpende lerarentekort studenten in. Directeur Willem Punt betaalt ze 15 euro per uur, vertelt hij tegen de christelijke profielorganisatie Verus.

Punt trok bijvoorbeeld een student technische informatica aan. ‘Tijdens verkenningsuren Business zijn onze havo 4-klassen bezig met de praktijk. Ik heb een derdejaars hbo-student aangetrokken die ik 15 euro per uur betaal. We schreven samen de module Duurzaam ondernemen. Hij zit dicht op de leerlingen en leert hun intussen hbo-vaardigheden: onderzoek doen, bronnen vinden, argumenteren… Die jongelui lopen met hem weg.’

Ongeveer hetzelfde doet Punt voor leerlingen die gemeentelijke subsidie krijgen om te worden bijgespijkerd, zodat ze niet hoeven te doubleren. ‘We krijgen de subsidie maar er zijn geen mensen die bijles kunnen geven. Onze eigen docenten kunnen we niet vragen: hun werkdruk is al hoog genoeg. Dus contracteren we studenten van de Erasmus Universiteit’, aldus Punt.

Lees meer…

 

Onjuiste brief van Slob over aanleveren lerarengegevens

Onderwijsminister Arie Slob betreurt het dat het ministerie van OCW een onjuiste brief naar de schoolbesturen heeft gestuurd over het aanleveren van lerarengegevens. Dat laat hij weten in antwoord op Kamervragen.

De Tweede Kamerleden Eppo Bruins van de ChristenUnie, Paul van Meenen van D66 en Michel Rog van het CDA hadden vragen gesteld over brieven waarin schoolleiders wordt gewezen op de wettelijke verplichting om gegevens van leraren aan te leveren voor het Lerarenregister. ‘Deze brief had niet in deze vorm verstuurd moeten worden: de informatie die er in staat is onvolledig. Dat betreur ik’, aldus Slob.

Lerarenregister, bekwaamheidsdossiers, portfolio’s…

Hij wijst er in zijn antwoorden op dat er in de huidige kabinetsperiode geen sprake zal zijn van een verplicht lerarenregister. Wel blijft Slob werken aan de doelen uit de Wet beroep leraar en het vrijwillig Lerarenportfolio, dat de regie over de professionele ontwikkeling in handen legt van de leraar. Dit is volgens hem een essentieel verschil met het huidige bekwaamheidsdossier, dat in handen is van het schoolbestuur.

‘Ik vind het daarom belangrijk dat besturen gegevens aanleveren, zodat leraren van het portfolio gebruik kunnen maken. Om dubbele lasten te voorkomen, hoeven  schoolbesturen die het portfolio onder leraren stimuleren niet langer bekwaamheidsdossiers bij te houden’, zo schrijft de minister.

Schoolbesturen blijven volgens hem verplicht de gegevens aan te leveren, maar de leraar bepaalt zelf of hij of zij het portfolio wil gebruiken. Schoolbesturen die ervoor kiezen geen gegevens aan te leveren, moeten wel kunnen aantonen, zo benadrukt Slob, dat zij op een andere wijze de professionele ontwikkeling van hun leraren stimuleren. Dit laatste stond echter niet in de brieven vermeld.

‘Dit zal gerectificeerd worden’, aldus de minister. Hij laat een nieuwe brief versturen.

Omdenken in plaats van staken

Op 15 maart gaat het hele onderwijs plat, van primair onderwijs tot en met de universiteiten. Althans, dat is de bedoeling van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Gaan we hiermee de werkdruk en het lerarentekort verminderen?

Scholen krijgen extra geld voor minder werkdruk, bijvoorbeeld door ‘regels te ruimen’. Ook kunnen scholen subsidie krijgen om samen in hun eigen regio het lerarentekort aan te pakken. Per regio kan daarvoor 250.000 euro worden verstrekt. Desondanks wordt voor het schooljaar 2023-2024 in het primair onderwijs een tekort verwacht van 4200 fte en in het voortgezet onderwijs nog eens 1600 fte.

De instroom van zij-instromers en de stijging van het aantal jongeren dat leraar wil worden, vertragen de groei van het lerarentekort enigszins, maar er blijft sprake van een heel groot probleem. Gaan we dat oplossen door weer het werk neer te leggen? Dacht het niet! Door in het stakingsmantra te blijven hangen, geven we de boodschap af dat het onderwijs een plek is waar je vooral niet moet zijn!

Omdenken

Het is tijd voor draconische maatregelen. We moeten omdenken. Om te beginnen moeten we terug naar de kern: goed onderwijs verzorgen. Wat niet tot de corebusiness van scholen behoort, is het oplossen van allerlei maatschappelijke problemen, makelaar zijn van voor-, tussen- en naschoolse opvang, het organiseren van schoolreizen etc. etc.

En dan het passend onderwijs. Inclusie is een fantastisch idee, maar dan moet er wel genoeg geld voor zijn. Breng het aantal leerlingen per leraar omlaag en zet in elke klas ten minste één onderwijsassistent! Natuurlijk blijft het speciaal onderwijs voor sommige leerlingen altijd nodig. Ik noem hier ook de constatering van de OESO dat leraren in Nederland meer lesuren draaien dan hun collega’s in het buitenland. Dat moet minder, daar is iedereen in het onderwijs het wel over eens.

Vierdaagse schoolweek

Hoe gaan we dit regelen? Om te beginnen door serieus met elkaar in gesprek te gaan over de invoering van de vierdaagse schoolweek. Laten we bijvoorbeeld de woensdag vrijroosteren. Zo krijgen leraren meer tijd voor voorbereiding, scholing en overleg. Natuurlijk zijn er allerlei vragen: wat betekent het voor werkende ouders als de school één dag in de week dichtgaat? En wat betekent dit voor de kwaliteit van het onderwijs? Maar die vragen mogen er niet toe leiden dat we de vierdaagse schoolweek bij voorbaat afschieten.

Verdienen leraren slecht?

Dan nog even over de lerarensalarissen. Zijn die wel zo laag als de vakbonden stellen? Een beginnende leraar in het primair onderwijs verdient 2563 euro bruto per maand. Een beginnende verpleegkundige of politierechercheur op hbo-niveau krijgt minder. En als je aan je top zit? Dan kunnen leraren in het primair onderwijs 4851 euro bruto per maand verdienen, net als een hoofdinspecteur van politie of hoofdverpleegkundige. Het onderwijs loopt dus mooi in de pas.

We kunnen jongeren niet alleen laten zien dat leraar een heel mooi beroep is, maar ook dat je in het onderwijs helemaal niet slecht verdient!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

AOb-leden stemmen massaal op linkse partijen

Ruim zes op de tien leden van de Algemene Onderwijsbond (AOb) die al weten wat ze gaan stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart, kiezen links. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

Uit de peiling blijkt dat GroenLinks met 33 procent veruit de grootste favoriet is. Deze partij kan rekenen op 10 procent meer AOb-stemmers dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017.

Op de tweede plaats staat de PvdA met 17 procent. De sociaaldemocraten winnen 3 procent ten opzichte van 2017. Op de derde plaats staat D66 met 13 procent. De partij die zich altijd afficheert als de onderwijspartij, verliest in de peiling meer dan de helft van AOb-stemmers. De SP kan rekenen op 12 procent (was 10 procent).

Rechtse partijen doen het ronduit slecht onder AOb-leden. De VVD kan rekenen op 4 procent, Forum voor Democratie op 3 procent, de PVV op 1 procent en de SGP op 0 procent.

Lees meer…

Ministerie gaat niet over salarissen schoolleiders

Het ministerie van OCW heeft geen invloed op de hoogte van de salarissen van schoolleiders. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De minister reageert op een brief van Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant en openbare basisschool De Singel in Roosendaal over de ‘geldelijke compensatie’ van schoolleiders. De brief stond mede in het teken van het grote lerarentekort.

Slob is het ermee eens dat het werk van schoolleiders van groot belang is voor de kwaliteit van onderwijs. ‘Ik ben me dan ook zeer bewust van het belang van uw werk maar ook van het feit dat u onder complexe omstandigheden uw werk uitvoert. Een probleem als het lerarentekort heeft dan ook dagelijks mijn aandacht.’

Wat betreft de salarissen van schoolleiders, benadrukt hij dat het ministerie van OCW daar niet over gaat. ‘De hoogte van het salaris is onderdeel van de cao-afspraken tussen werkgevers en werknemers. Het ministerie neemt daar geen deel aan’, aldus Slob.

Alleen maar aandacht voor leraren

Onder veel schoolleiders in het primair onderwijs bestaat onvrede over het feit dat zij vorig jaar geen forse salarisverhoging hebben gekregen, in tegenstelling tot hun leraren.

Voorman Jan van de Ven van PO in Actie zei toen dat er bewust alleen maar aan de leraren is gedacht. Dat dit de verhoudingen scheef zou trekken, werd volgens Van de Ven beseft tijdens de cao-onderhandelingen, waar ook de schoolleidersvakbonden AVS en CNV Schoolleiders aan meededen. ‘Wij zeiden: dat is dan maar zo. We hebben echt alle middelen nodig om mensen naar het vak te trekken’, zo citeerde NRC hem.

Na de cao-onderhandelingen, die dus voor schoolleiders niet goed uitpakten, zei voorzitter Petra van Haren van de AVS dat het niet zo kan zijn dat er leraren zijn die meer verdienen dan hun directeuren, maar toen was het al te laat.

Pabo’s in de lift, vooral meer 30-plussers

De pabo’s trekken ruim 10 procent meer studenten dan vorig jaar. Vooral het aantal 30-plussers dat de opleiding tot leraar basisonderwijs volgt is toegenomen. Dat meldt de Vereniging Hogescholen.

De pabo laat met in het hoger beroepsonderwijs de grootste absolute instroomtoename zien. De instroom in deze opleiding is met 10,2 procent toegenomen ten opzichte van vorig jaar.

De Vereniging Hogescholen telt dit jaar 4755 pabo-studenten. Dat is meer dan in 2015, 2016 en 2017, maar nog altijd minder dan in 2014, toen er 5726 pabo’ers waren.

Opvallend is dit jaar de grote instroomtoename van 30-plussers (+49,3 procent) in vergelijking tot studenten onder de 30 jaar (+7,4 procent). Hierdoor is dit studiejaar 9,2 procent van de pabo-instromers 30 jaar of ouder, terwijl dit vier jaar geleden nog 3,5 procent.

Lees meer…

Pabo’s hebben last van slecht imago leraren

Jongeren mijden de pabo om het salaris, het carrièreperspectief en het imago van leraren, meldt de NOS.

De NOS laat marktonderzoeker Mirjam Bahlman van studieplatform Qompas aan het woord. Zij stelt dat jongeren ‘een vrij statisch beeld’ van leraren hebben. ‘Veel scholieren en studenten weten niet dat je ook directeur kan worden, of ICT-coördinator. Er kan op dat vlak dus nog wat verbeterd worden’, aldus Bahlman.

Het salaris van leraren dat te laag zou zijn en de werkdruk die in het onderwijs als hoog wordt ervaren, zijn volgens Qompas ook belangrijke redenen voor jongeren om niet naar de pabo te gaan. Maar jongeren geven ook aan dat er positieve kanten zitten aan werken in het primair onderwijs, zoals de grote baanzekerheid.

Lees meer…

Hoofdrol voor strategisch personeelsbeleid

De onderwijsministers benadrukken in een brief aan de Tweede Kamer het belang van strategisch personeelsbeleid. Dit is nodig om leraren goed tot hun recht te laten komen.

Met strategisch personeelsbeleid doelen de ministers op een beleid dat is afgestemd op de visie en doelen waar een school aan werkt en de opgave waar de school voor staat. ‘Deze opgave wordt beïnvloed door (veranderende) interne en externe factoren, zoals de aanpak van werkdruk, voorbereiding op de curriculumherziening, omgaan met leerlingdaling en het lerarentekort’, zo staat in hun brief.

Daarin staat ook dat schoolbesturen en -leiders verantwoordelijk zijn voor het strategisch personeelsbeleid, maar ook dat iedereen er een positieve bijdrage aan moet leveren. ‘Een visie op leren en ontwikkelen kan niet door alleen de schoolleiding worden bedacht, maar moet in samenspraak met het team tot stand komen.’

Lees meer…

Lerarentekort groeit iets minder hard

Het lerarentekort groeit iets minder hard dan eerder werd geraamd. Dat staat in een brief van de onderwijsministers aan de Tweede Kamer.

Voor het schooljaar 2023-2024 wordt in het primair onderwijs een lerarentekort verwacht van 4200 fte. Dat is ongeveer gelijk aan eerdere ramingen, met dit verschil dat het waarschijnlijk wat langer duurt voordat dit tekort zich zal voordoen.

De vertraging van de groei van het lerarentekort komt onder andere door de lichte toename van het aantal pabo-afgestudeerden en de instroom van mensen die vroeger in het onderwijs werkten en weer voor de klas gaan staan. Bovendien heeft de stijging van pensioenleeftijd enige dempende invloed.

Het lerarentekort leidt volgens de ministers tot een goede uitgangspositie van starters. Zij komen gemakkelijk aan het werk en krijgen eerder dan voorheen een reguliere baan (in plaats van invalwerk) met een vast contract. Het tekort leidt er ook toe dat het aandeel uitzendkrachten toeneemt. Dat is in vijf jaar verdubbeld naar 4 procent.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs wordt in 2023-2024 een lerarentekort verwacht van 1075 fte. Dat is dus een stuk minder dan in het primair onderwijs. Dit heeft onder andere te maken met de krimp van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De ministers signaleren dat in het voortgezet onderwijs veel sterker dan in het primair onderwijs sprake is van regionale verschillen. Bovendien verschilt het lerarentekort sterk per vak. De tekorten doen zich vooral voor bij de exacte vakken, maar ook bij de klassieke talen en in toenemende mate ook bij Frans en Duits.

Lees meer… 

AOb roept op tot vierdaagse schoolweek

De Algemene Onderwijsbond roept scholen met te weinig leraren op een vierdaagse schoolweek in te voeren. De bond wil zo duidelijk maken dat het lerarentekort ‘een levensgroot maatschappelijk probleem’ is. Dat zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in Trouw.

Het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs publiceerden in november een handreiking over tijdelijke noodmaatregelen schoolbesturen kunnen nemen om te voorkomen dat klassen zonder leraar komen te zitten. In die handreiking staat onder andere dat onbevoegde leraren kunnen worden ingezet.

De AOb was hier direct zo verbolgen over, dat de bond besloot om uit het landelijk overleg over het lerarentekort te stappen. Eerder was PO in Actie daar al uitgestapt. Slob liet vervolgens weten dat het overleg zonder de AOb en PO in Actie doorgaat.

Geen onderwijs, maar kinderopvang

Over de inzet van onbevoegd personeel voor de klas zegt de AOb dat dit geen onderwijs is, maar kinderopvang. Bovendien neemt door de inzet van onbevoegden de werkdruk voor bevoegde leraren alleen maar toe, stelt de bond.

Daarom is het volgens AOb-voorzitter Verheggen beter om een vierdaagse schoolweek in te voeren. ‘De werkdruk is gigantisch. Het lerarentekort is een levensgroot maatschappelijk probleem, en dat moet als zodanig zichtbaar worden.’

Positief signaal

Zaan Primair voor openbaar primair onderwijs in Zaanstad voerde vanwege het lerarentekort na de herfstvakantie op enkele scholen een vierdaagse schoolweek in. Bestuursvoorzitter Niko Persoon noemt de oproep van de AOb ‘een positief signaal’.

‘Het is voor ­ouders fijner om te weten waar ze aan toe zijn, dan een dag van tevoren een briefje van hun kind te krijgen waarop staat dat het morgen niet naar school kan’, zo citeert Trouw de Zaanse bestuursvoorzitter.

Lees meer…

Slob geeft geen geld meer aan Lerarenparlement

Onderwijsminister Arie Slob draait de geldkraan voor het Lerarenparlement dicht. Zijn besluit daartoe volgt op de verkenning die Alexander Rinnooy Kan heeft uitgevoerd naar mogelijkheden om de kwaliteit van leraren te verbeteren.

Die verkenning hing samen met het verdwijnen van de vooral door leraren fel bekritiseerde Onderwijscoöperatie. Die zou te ver van hen hebben afgestaan, terwijl deze organisatie in beginsel van en voor leraren was. In dit licht adviseerde Rinnooy Kan ‘om van onderaf een nieuwe structuur te ontwikkelen’.

Slob meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat hij dit advies opvolgt. ‘Dan ligt het niet voor de hand om nu het Lerarenparlement als enige vertegenwoordiger van de beroepsgroep te beschouwen en (…) financieel te ondersteunen’, aldus de minister.

Bovendien is het draagvlak volgens hem niet stevig genoeg. ‘Het Lerarenparlement heeft (…) maar weinig mandaat. Het afgelopen jaar is bovendien een aantal leden uit het Lerarenparlement gestopt. (…) Er is nu vrijwel geen vertegenwoordiging meer vanuit het primair onderwijs (…).’

‘Ik heb het Lerarenparlement daarom laten weten dat ik, met waardering voor hun
inzet het afgelopen jaar, de financiële ondersteuning per 1 januari 2019 stopzet’, zo schrijft Slob in zijn brief.

Lerarenparlement wilde met Slob samenwerken

In november liet het Lerarenparlement naar aanleiding van het advies van Rinnooy Kan nog aan Slob weten met hem te willen werken aan een sterke beroepsgroep.

‘De leraren in het lerarenparlement zullen zich inzetten om de stem van leraren uit de praktijk te laten horen en te werken aan de vorming van een sterke beroepsgroep die inderdaad van onderop gedragen wordt’, zo staat in de reactie van het Lerarenparlement.

Subsidie voor onderwijsassistent die leraar wil worden

Schoolbesturen kunnen subsidie krijgen voor onderwijsassistenten die een opleiding tot leraar primair onderwijs volgen.

De subsidie staat in het teken van het tegengaan van het lerarentekort. Uit onderzoek blijkt dat meer onderwijsassistenten leraar willen worden als er een vergoeding is van de opleidingskosten en studieverlofuren.

Voor 2019 en 2020 is 1 miljoen euro per jaar beschikbaar. De subsidie bedraagt 5000 per onderwijsassistent per jaar, gedurende maximaal vier jaren.

Lees meer…

Bestuurder PO-Raad ziet in robots oplossing lerarentekort

Het lerarentekort oplossen met robots voor de klas. Dat is wat bestuurder Wiely Hendricks van De Haagse Scholen voor openbaar primair onderwijs voor zich ziet. Hij zit ook in het algemeen bestuur van de PO-Raad. Het AD sprak met hem.

Hij benadrukt in de krant dat het onderwijs out of the box moet denken om het lerarentekort op te lossen. De extra aanmeldingen op de pabo’s zijn volgens hem niet voldoende. Het inzetten van uitzendkrachten is ook geen oplossing, stelt hij, want die zijn erg duur.

‘Ik denk dat we toegaan naar klassen met virtuele leerkrachten. Die zien eruit als een mens, lijken net echte leraren, reageren ook op wat kinderen zeggen. Maar eigenlijk zijn ze een soort robots. Robots hebben zo’n negatief imago, maar ik denk dat ze een deel van de lessen gaan overnemen’, aldus Hendricks.

Daarnaast blijven volgens hem ‘echte’ leerkrachten nodig. ‘Maar misschien kunnen virtuele leraren wel een deel van het routinematige werk doen, als hulp. De leerkracht kan dan zelf extra aandacht besteden aan een groepje of individuele leerlingen.’

Kleine scholen

Hij noemt in het AD ook de inefficiëntie van kleine scholen. ‘Nu zijn er soms wel acht scholen binnen een heel kleine straal. Dat betekent acht gebouwen, acht teams, acht ICT-voorzieningen en noem maar op. Dat kan veel efficiënter.’

Voor steden gaat hij uit van basisscholen met 500 leerlingen, in minder dichtbevolkte gebieden van basisscholen met 250 leerlingen en op het platteland van basisscholen met 100 leerlingen. ‘Ik laat die berekeningen nu uitvoeren. Mijn inschatting is dat we echt veel geld kunnen besparen.’

Lees meer… (let op: premium-artikel waarvoor u bij het AD moet inloggen)

Leraren voelen zich minder veilig op school

Leraren in het voortgezet onderwijs geven een 7,8 voor de sociale veiligheid op school. In 2015 was dat een 8,6. Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek op basis van een enquête waaraan ruim 1100 leraren meededen.

Ruim twee op de vijf leraren beoordelen hun eigen sociale veiligheid op school met een 7 of 8. Eveneens twee of de vijf geven het een rapportcijfer 9 of 10. Eén op de tien vindt de sociale veiligheid op school onvoldoende (rapportcijfer 5 of lager).

De sociale veiligheid die leraren ervaren, verschilt per sector. Docenten die alleen lesgeven op vmbo-basis/kader, geven gemiddeld een 7,1. Leraren op vmbo-g/tl/mavo geven gemiddeld een 7,8 en docenten die alleen lesgeven op havo/vwo gemiddeld een 8,0.

Klachten over schoolleiding

Docenten die ontevreden zijn over de sociale veiligheid op school, geven onder meer aan dat de schoolleiding onvoldoende actie onderneemt na incidenten. Ook klagen zij over slechte communicatie door de leiding. Andere punten die worden genoemd, zijn roddels op de werkvloer en een gebrek aan collegialiteit.

Daarnaast melden docenten grensoverschrijdend gedrag van ouders en/of leerlingen. Eén op de vijf docenten geeft aan wel eens te worden uitgescholden.

Onderwijsraad wil breed inzetbare leraren

Leraren moeten breed inzetbaar worden. Dat bepleit de Onderwijsraad in het advies Ruim baan voor leraren. Een nieuw perspectief op het leraarschap, dat in het teken staat van de toenemende lerarentekorten.

Het advies van de Onderwijsraad gaat over de manier waarop een andere opleidings- en arbeidsstructuur in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs het tekort aan leraren zou kunnen tegengaan. In het advies is ook de voorschoolse educatie meegenomen.

De raad wil dat er onderwijsbevoegdheden komen, die geldig zijn voor meerdere sectoren en meerdere (verwante) vakken. ‘Nu leiden de opleidingsroutes naar afgebakende bevoegdheden voor een specifieke onderwijssector of een vak. Daarvoor in de plaats komt een generieke basis voor iedereen’, zo staat in het advies.

Lees meer…

Dyade: Leraren steken 10 minuten in lesvoorbereiding

Leraren besteden nog geen 10 minuten per dag aan lesvoorbereiding. Dat zegt directeur Frank Cannegieter van Dyade Academy op basis van een eigen enquête waaraan ruim 400 leraren hebben meegedaan.

Ruim 80 procent van de leraren die aan de enquête van Dyade Academy hebben meegedaan, geeft aan hooguit 60 minuten per week te besteden aan lesvoorbereiding.

Cannegieter: ‘Als je dit afpelt, is de voorbereidingstijd per dag nog geen 10 minuten. Gezien de hoge werkdruk en verplichtingen die leerkrachten tijdens en na schooltijd hebben is dit niet zo vreemd, maar het zorgt er dus wel voor dat er structureel te weinig tijd genomen wordt om een grandioze les neer te zetten.’

Uit de enquête blijkt volgens Dyade Academy ook dat maar een op de vijf leraren de indruk heeft dat de leerling continu geboeid is in zijn of haar les. Dat verbaast Cannegieter niet: ‘Het onderwijs heeft met steeds veranderende behoeften van leerlingen te maken. Als de lesstof niet aansluit bij de interesses van leerlingen, dan is de kans groot dat de aandacht in de les verslapt. Hier ligt een grote kans voor leraren.’

Lees meer…

Geen salarisverhoging met geld uit prestatiebox

Onderwijsminister Arie Slob benadrukt dat er geen extra salarisverhoging voor leraren in het primair onderwijs komt. Hij schiet het plan van de coalitiepartijen CDA en D66 af om voor een extra salarisverhoging de prestatiebox leeg te trekken.  Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt dat plan van CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen getuigen van slecht beleid.

Het salaris van leraren is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen. CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat niet genoeg.

Zij wijzen erop dat er nog steeds een verschil bestaat tussen de lerarensalarissen in het primair onderwijs en de hogere salarissen in het voortgezet onderwijs. Dat verschil is volgens hen niet uit te leggen en moet daarom, zo stellen ze, kleiner worden gemaakt.

Het geld uit de prestatiebox kan hiervoor worden gebruikt, vinden Rog en Van Meenen, omdat volgens hen niet duidelijk is waar dit eerder aan is uitgegeven. ‘De gestelde doelen uitdagender onderwijs, brede onderwijsverbeteringen, professionele scholen en doorgaande ontwikkellijnen zijn niet gehaald, of de resultaten zijn zelfs verslechterd’, aldus CDA en D66.

Minister Slob gaat hier niet in mee, zo liet hij in de Tweede Kamer weten. Hij benadrukte dat er afspraken zijn gemaakt over de prestatiebox en dat hij daar niet aan gaat tornen, in ieder geval niet tot 2020. In dat jaar wordt de prestatiebox geëvalueerd.

Slecht beleid

Ronald Bloemers vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

Het staat leraren vrij te kiezen voor dure uitzendbureaus

‘Het staat leraren vrij een werkgever te kiezen’, stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op berichten dat een deel van de leraren ervoor kiest om te gaan werken voor dure uitzendbureaus.

Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA had vragen gesteld over deze ontwikkeling. Zij wilde van Slob weten of hij ‘de ontwikkeling dat zulke bureaus leerkrachten hogere salarissen en bijvoorbeeld een auto beloven’ als een verschijnsel ziet ‘dat nu eenmaal hoort bij het alledaagse kapitalisme’.

De minister laat in zijn reactie weten dit ‘geen wenselijke ontwikkeling’ te vinden, maar hij benadrukt ook dat leraren zelf hun werkgever kunnen kiezen. ‘In deze tijd waarin we te maken hebben met een lerarentekort, hebben leraren meer te kiezen’, aldus Slob.

Tevens wijst hij erop dat het werven van personeel een zaak is van de schoolbesturen. ‘Dat geldt ook voor de inhuur van personeel via bureaus en de tarieven daarvan’, zo schrijft hij.

Lees meer…