Hoofdrol voor strategisch personeelsbeleid

De onderwijsministers benadrukken in een brief aan de Tweede Kamer het belang van strategisch personeelsbeleid. Dit is nodig om leraren goed tot hun recht te laten komen.

Met strategisch personeelsbeleid doelen de ministers op een beleid dat is afgestemd op de visie en doelen waar een school aan werkt en de opgave waar de school voor staat. ‘Deze opgave wordt beïnvloed door (veranderende) interne en externe factoren, zoals de aanpak van werkdruk, voorbereiding op de curriculumherziening, omgaan met leerlingdaling en het lerarentekort’, zo staat in hun brief.

Daarin staat ook dat schoolbesturen en -leiders verantwoordelijk zijn voor het strategisch personeelsbeleid, maar ook dat iedereen er een positieve bijdrage aan moet leveren. ‘Een visie op leren en ontwikkelen kan niet door alleen de schoolleiding worden bedacht, maar moet in samenspraak met het team tot stand komen.’

Lees meer…

Lerarentekort groeit iets minder hard

Het lerarentekort groeit iets minder hard dan eerder werd geraamd. Dat staat in een brief van de onderwijsministers aan de Tweede Kamer.

Voor het schooljaar 2023-2024 wordt in het primair onderwijs een lerarentekort verwacht van 4200 fte. Dat is ongeveer gelijk aan eerdere ramingen, met dit verschil dat het waarschijnlijk wat langer duurt voordat dit tekort zich zal voordoen.

De vertraging van de groei van het lerarentekort komt onder andere door de lichte toename van het aantal pabo-afgestudeerden en de instroom van mensen die vroeger in het onderwijs werkten en weer voor de klas gaan staan. Bovendien heeft de stijging van pensioenleeftijd enige dempende invloed.

Het lerarentekort leidt volgens de ministers tot een goede uitgangspositie van starters. Zij komen gemakkelijk aan het werk en krijgen eerder dan voorheen een reguliere baan (in plaats van invalwerk) met een vast contract. Het tekort leidt er ook toe dat het aandeel uitzendkrachten toeneemt. Dat is in vijf jaar verdubbeld naar 4 procent.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs wordt in 2023-2024 een lerarentekort verwacht van 1075 fte. Dat is dus een stuk minder dan in het primair onderwijs. Dit heeft onder andere te maken met de krimp van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De ministers signaleren dat in het voortgezet onderwijs veel sterker dan in het primair onderwijs sprake is van regionale verschillen. Bovendien verschilt het lerarentekort sterk per vak. De tekorten doen zich vooral voor bij de exacte vakken, maar ook bij de klassieke talen en in toenemende mate ook bij Frans en Duits.

Lees meer… 

AOb roept op tot vierdaagse schoolweek

De Algemene Onderwijsbond roept scholen met te weinig leraren op een vierdaagse schoolweek in te voeren. De bond wil zo duidelijk maken dat het lerarentekort ‘een levensgroot maatschappelijk probleem’ is. Dat zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in Trouw.

Het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs publiceerden in november een handreiking over tijdelijke noodmaatregelen schoolbesturen kunnen nemen om te voorkomen dat klassen zonder leraar komen te zitten. In die handreiking staat onder andere dat onbevoegde leraren kunnen worden ingezet.

De AOb was hier direct zo verbolgen over, dat de bond besloot om uit het landelijk overleg over het lerarentekort te stappen. Eerder was PO in Actie daar al uitgestapt. Slob liet vervolgens weten dat het overleg zonder de AOb en PO in Actie doorgaat.

Geen onderwijs, maar kinderopvang

Over de inzet van onbevoegd personeel voor de klas zegt de AOb dat dit geen onderwijs is, maar kinderopvang. Bovendien neemt door de inzet van onbevoegden de werkdruk voor bevoegde leraren alleen maar toe, stelt de bond.

Daarom is het volgens AOb-voorzitter Verheggen beter om een vierdaagse schoolweek in te voeren. ‘De werkdruk is gigantisch. Het lerarentekort is een levensgroot maatschappelijk probleem, en dat moet als zodanig zichtbaar worden.’

Positief signaal

Zaan Primair voor openbaar primair onderwijs in Zaanstad voerde vanwege het lerarentekort na de herfstvakantie op enkele scholen een vierdaagse schoolweek in. Bestuursvoorzitter Niko Persoon noemt de oproep van de AOb ‘een positief signaal’.

‘Het is voor ­ouders fijner om te weten waar ze aan toe zijn, dan een dag van tevoren een briefje van hun kind te krijgen waarop staat dat het morgen niet naar school kan’, zo citeert Trouw de Zaanse bestuursvoorzitter.

Lees meer…

Slob geeft geen geld meer aan Lerarenparlement

Onderwijsminister Arie Slob draait de geldkraan voor het Lerarenparlement dicht. Zijn besluit daartoe volgt op de verkenning die Alexander Rinnooy Kan heeft uitgevoerd naar mogelijkheden om de kwaliteit van leraren te verbeteren.

Die verkenning hing samen met het verdwijnen van de vooral door leraren fel bekritiseerde Onderwijscoöperatie. Die zou te ver van hen hebben afgestaan, terwijl deze organisatie in beginsel van en voor leraren was. In dit licht adviseerde Rinnooy Kan ‘om van onderaf een nieuwe structuur te ontwikkelen’.

Slob meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat hij dit advies opvolgt. ‘Dan ligt het niet voor de hand om nu het Lerarenparlement als enige vertegenwoordiger van de beroepsgroep te beschouwen en (…) financieel te ondersteunen’, aldus de minister.

Bovendien is het draagvlak volgens hem niet stevig genoeg. ‘Het Lerarenparlement heeft (…) maar weinig mandaat. Het afgelopen jaar is bovendien een aantal leden uit het Lerarenparlement gestopt. (…) Er is nu vrijwel geen vertegenwoordiging meer vanuit het primair onderwijs (…).’

‘Ik heb het Lerarenparlement daarom laten weten dat ik, met waardering voor hun
inzet het afgelopen jaar, de financiële ondersteuning per 1 januari 2019 stopzet’, zo schrijft Slob in zijn brief.

Lerarenparlement wilde met Slob samenwerken

In november liet het Lerarenparlement naar aanleiding van het advies van Rinnooy Kan nog aan Slob weten met hem te willen werken aan een sterke beroepsgroep.

‘De leraren in het lerarenparlement zullen zich inzetten om de stem van leraren uit de praktijk te laten horen en te werken aan de vorming van een sterke beroepsgroep die inderdaad van onderop gedragen wordt’, zo staat in de reactie van het Lerarenparlement.

Subsidie voor onderwijsassistent die leraar wil worden

Schoolbesturen kunnen subsidie krijgen voor onderwijsassistenten die een opleiding tot leraar primair onderwijs volgen.

De subsidie staat in het teken van het tegengaan van het lerarentekort. Uit onderzoek blijkt dat meer onderwijsassistenten leraar willen worden als er een vergoeding is van de opleidingskosten en studieverlofuren.

Voor 2019 en 2020 is 1 miljoen euro per jaar beschikbaar. De subsidie bedraagt 5000 per onderwijsassistent per jaar, gedurende maximaal vier jaren.

Lees meer…

Bestuurder PO-Raad ziet in robots oplossing lerarentekort

Het lerarentekort oplossen met robots voor de klas. Dat is wat bestuurder Wiely Hendricks van De Haagse Scholen voor openbaar primair onderwijs voor zich ziet. Hij zit ook in het algemeen bestuur van de PO-Raad. Het AD sprak met hem.

Hij benadrukt in de krant dat het onderwijs out of the box moet denken om het lerarentekort op te lossen. De extra aanmeldingen op de pabo’s zijn volgens hem niet voldoende. Het inzetten van uitzendkrachten is ook geen oplossing, stelt hij, want die zijn erg duur.

‘Ik denk dat we toegaan naar klassen met virtuele leerkrachten. Die zien eruit als een mens, lijken net echte leraren, reageren ook op wat kinderen zeggen. Maar eigenlijk zijn ze een soort robots. Robots hebben zo’n negatief imago, maar ik denk dat ze een deel van de lessen gaan overnemen’, aldus Hendricks.

Daarnaast blijven volgens hem ‘echte’ leerkrachten nodig. ‘Maar misschien kunnen virtuele leraren wel een deel van het routinematige werk doen, als hulp. De leerkracht kan dan zelf extra aandacht besteden aan een groepje of individuele leerlingen.’

Kleine scholen

Hij noemt in het AD ook de inefficiëntie van kleine scholen. ‘Nu zijn er soms wel acht scholen binnen een heel kleine straal. Dat betekent acht gebouwen, acht teams, acht ICT-voorzieningen en noem maar op. Dat kan veel efficiënter.’

Voor steden gaat hij uit van basisscholen met 500 leerlingen, in minder dichtbevolkte gebieden van basisscholen met 250 leerlingen en op het platteland van basisscholen met 100 leerlingen. ‘Ik laat die berekeningen nu uitvoeren. Mijn inschatting is dat we echt veel geld kunnen besparen.’

Lees meer… (let op: premium-artikel waarvoor u bij het AD moet inloggen)

Leraren voelen zich minder veilig op school

Leraren in het voortgezet onderwijs geven een 7,8 voor de sociale veiligheid op school. In 2015 was dat een 8,6. Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek op basis van een enquête waaraan ruim 1100 leraren meededen.

Ruim twee op de vijf leraren beoordelen hun eigen sociale veiligheid op school met een 7 of 8. Eveneens twee of de vijf geven het een rapportcijfer 9 of 10. Eén op de tien vindt de sociale veiligheid op school onvoldoende (rapportcijfer 5 of lager).

De sociale veiligheid die leraren ervaren, verschilt per sector. Docenten die alleen lesgeven op vmbo-basis/kader, geven gemiddeld een 7,1. Leraren op vmbo-g/tl/mavo geven gemiddeld een 7,8 en docenten die alleen lesgeven op havo/vwo gemiddeld een 8,0.

Klachten over schoolleiding

Docenten die ontevreden zijn over de sociale veiligheid op school, geven onder meer aan dat de schoolleiding onvoldoende actie onderneemt na incidenten. Ook klagen zij over slechte communicatie door de leiding. Andere punten die worden genoemd, zijn roddels op de werkvloer en een gebrek aan collegialiteit.

Daarnaast melden docenten grensoverschrijdend gedrag van ouders en/of leerlingen. Eén op de vijf docenten geeft aan wel eens te worden uitgescholden.

Onderwijsraad wil breed inzetbare leraren

Leraren moeten breed inzetbaar worden. Dat bepleit de Onderwijsraad in het advies Ruim baan voor leraren. Een nieuw perspectief op het leraarschap, dat in het teken staat van de toenemende lerarentekorten.

Het advies van de Onderwijsraad gaat over de manier waarop een andere opleidings- en arbeidsstructuur in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs het tekort aan leraren zou kunnen tegengaan. In het advies is ook de voorschoolse educatie meegenomen.

De raad wil dat er onderwijsbevoegdheden komen, die geldig zijn voor meerdere sectoren en meerdere (verwante) vakken. ‘Nu leiden de opleidingsroutes naar afgebakende bevoegdheden voor een specifieke onderwijssector of een vak. Daarvoor in de plaats komt een generieke basis voor iedereen’, zo staat in het advies.

Lees meer…

Dyade: Leraren steken 10 minuten in lesvoorbereiding

Leraren besteden nog geen 10 minuten per dag aan lesvoorbereiding. Dat zegt directeur Frank Cannegieter van Dyade Academy op basis van een eigen enquête waaraan ruim 400 leraren hebben meegedaan.

Ruim 80 procent van de leraren die aan de enquête van Dyade Academy hebben meegedaan, geeft aan hooguit 60 minuten per week te besteden aan lesvoorbereiding.

Cannegieter: ‘Als je dit afpelt, is de voorbereidingstijd per dag nog geen 10 minuten. Gezien de hoge werkdruk en verplichtingen die leerkrachten tijdens en na schooltijd hebben is dit niet zo vreemd, maar het zorgt er dus wel voor dat er structureel te weinig tijd genomen wordt om een grandioze les neer te zetten.’

Uit de enquête blijkt volgens Dyade Academy ook dat maar een op de vijf leraren de indruk heeft dat de leerling continu geboeid is in zijn of haar les. Dat verbaast Cannegieter niet: ‘Het onderwijs heeft met steeds veranderende behoeften van leerlingen te maken. Als de lesstof niet aansluit bij de interesses van leerlingen, dan is de kans groot dat de aandacht in de les verslapt. Hier ligt een grote kans voor leraren.’

Lees meer…

Geen salarisverhoging met geld uit prestatiebox

Onderwijsminister Arie Slob benadrukt dat er geen extra salarisverhoging voor leraren in het primair onderwijs komt. Hij schiet het plan van de coalitiepartijen CDA en D66 af om voor een extra salarisverhoging de prestatiebox leeg te trekken.  Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt dat plan van CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen getuigen van slecht beleid.

Het salaris van leraren is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen. CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat niet genoeg.

Zij wijzen erop dat er nog steeds een verschil bestaat tussen de lerarensalarissen in het primair onderwijs en de hogere salarissen in het voortgezet onderwijs. Dat verschil is volgens hen niet uit te leggen en moet daarom, zo stellen ze, kleiner worden gemaakt.

Het geld uit de prestatiebox kan hiervoor worden gebruikt, vinden Rog en Van Meenen, omdat volgens hen niet duidelijk is waar dit eerder aan is uitgegeven. ‘De gestelde doelen uitdagender onderwijs, brede onderwijsverbeteringen, professionele scholen en doorgaande ontwikkellijnen zijn niet gehaald, of de resultaten zijn zelfs verslechterd’, aldus CDA en D66.

Minister Slob gaat hier niet in mee, zo liet hij in de Tweede Kamer weten. Hij benadrukte dat er afspraken zijn gemaakt over de prestatiebox en dat hij daar niet aan gaat tornen, in ieder geval niet tot 2020. In dat jaar wordt de prestatiebox geëvalueerd.

Slecht beleid

Ronald Bloemers vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

Het staat leraren vrij te kiezen voor dure uitzendbureaus

‘Het staat leraren vrij een werkgever te kiezen’, stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op berichten dat een deel van de leraren ervoor kiest om te gaan werken voor dure uitzendbureaus.

Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA had vragen gesteld over deze ontwikkeling. Zij wilde van Slob weten of hij ‘de ontwikkeling dat zulke bureaus leerkrachten hogere salarissen en bijvoorbeeld een auto beloven’ als een verschijnsel ziet ‘dat nu eenmaal hoort bij het alledaagse kapitalisme’.

De minister laat in zijn reactie weten dit ‘geen wenselijke ontwikkeling’ te vinden, maar hij benadrukt ook dat leraren zelf hun werkgever kunnen kiezen. ‘In deze tijd waarin we te maken hebben met een lerarentekort, hebben leraren meer te kiezen’, aldus Slob.

Tevens wijst hij erop dat het werven van personeel een zaak is van de schoolbesturen. ‘Dat geldt ook voor de inhuur van personeel via bureaus en de tarieven daarvan’, zo schrijft hij.

Lees meer…

Met meer onderwijsassistenten werkdruk verminderen

Om de werkdruk aan te pakken, willen schoolteams vooral meer onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten. Dat blijkt uit een peiling onder schoolbestuurders.

Bijna negen op de tien schoolbestuurders die aan de peiling meewerkten, geven aan dat de gesprekken in de schoolteams over de inzet van het extra geld van het kabinet voor het verminderen van de werkdruk, hebben geleid tot vacatures voor met name onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten.

Vacatures invullen

Twee op de drie bestuurders geven aan dat ze (naar verwachting) alle vacatures ingevuld krijgen. Bijna een op de vijf denkt dat dat niet gaat lukken.

Acht op de tien schoolbestuurders denken dat met de inzet het extra geld van het kabinet de werkdruk daadwerkelijk zal verminderen, terwijl één op de zes denkt dat de werkdruk niet omlaag zal gaan.

Voor de peiling in opdracht van de PO-Raad werden ruim 800 schoolbestuurders benaderd, van wie er ruim 300 reageerden.

Meer leraren uit België, Duitsland en Frankrijk

De Volkskrant meldt op basis van cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) dat onder andere vanwege de personeelstekorten het aantal buitenlandse leraren op Nederlandse scholen toeneemt.

De krant schrijft dat drie jaar geleden 742 personen bij DUO een aanvraag indienden om hun buitenlandse lesbevoegdheid in Nederland te laten erkennen. Vorig jaar waren dat er 1062 en dit jaar tot nu toe meer dan 1000.

Het gaat bijvoorbeeld om Vlaamse basisschoolleraren die net over de grens in Nederland gaan werken. In het voortgezet onderwijs neemt het aantal Franse en Duitse leraren toe, die hier les gaan geven in hun eigen taal.

Deze ontwikkeling hangt niet alleen samen met het lerarentekort, maar ook ‘omdat het prettig is een native speaker in dienst te hebben’, aldus Stephan Meershoek van Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs, in de Volkskrant.

Kritische reacties op idee voor hoger uurloon vanaf wtf 0,8

Het idee van HRM-adviseur Willem Duifhuis om leraren een hoger uurloon te geven als ze meer gaan werken, maakt op Twitter kritische reacties los. 

Duifhuis is HRM’er bij Stichting Proo in Harderwijk voor openbaar primair onderwijs op de Noord-Veluwe, maar hij schreef zijn pleidooi voor een hoger uurloon voor leraren die meer gaan werken op persoonlijke titel.

Hij stelt voor om het hogere uurloon te laten gelden vanaf een werktijdfactor van 0,8. ‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, aldus Duifhuis. Als alle deeltijders één dag in de week meer gaan werken, is het lerarentekort opgelost.

Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia.’ Een afname van het aantal kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Op Twitter maakt zijn pleidooi kritische reacties los.

Op bovenstaande tweet kwam deze reactie:

Nieuwe kloof creëren?

Ook wordt door een leraar de vraag gesteld of Duifhuis ‘een nieuwe kloof’ wil creëren, namelijk een kloof tussen fulltimers en parttimers in het onderwijs.

Daaraan wordt toegevoegd dat er ook hybride docenten zijn, dat wil zeggen mensen die naast hun baan buiten het onderwijs in deeltijd voor de klas staan.

Een ander noemt het pleidooi van Duifhuis ‘jammer’.

Een oud-leraar, die nu freelance journalist is, postte ook een kritische reactie:

De enige consequentie ervan zou volgens hem zijn dat ‘het ziekteverzuim in het po nog verder toeneemt’.

Vakbond PO in Actie twitterde dat het idee van Duifhuis onuitvoerbaar is:

‘Schoolleiders moeten altijd meer verdienen dan leraren’

Schoolleiders moeten altijd meer blijven verdienen dan leraren. Dat vindt voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). Deze vakbond roept daarom op tot acties.

Uit een enquête van de AVS blijkt dat de salarissen van schoolleiders en ook die van onderwijsondersteunend personeel zouden moeten worden verhoogd. De enquête stond in het teken van de salarisverhoging die leraren krijgen.

Vooral het feit dat adjunct-directeuren na de salarisverhoging voor leraren nu soms minder dan hen gaan verdienen, roept volgens de AVS veel verontwaardiging op. ‘Het kan niet zo zijn dat een leidinggevende, een adjunct, minder verdient dan een leraar, terwijl zijn verantwoordelijkheid veel groter is’, aldus AVS-voorzitter Van Haren.

Om duidelijk te maken dat dit niet kan, roept de AVS schoolleiders op om op woensdag 12 september actie te gaan voeren. Schoolleiders zouden dan massaal alarm moeten slaan door de jaarlijkse ontruimingsoefening van de school te houden.

Nieuwe estafettestaking leraren

Op 12 september wordt ook actiegevoerd door leraren om hun eis voor meer salarisverhoging bij te zetten. PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden zitten (waaronder de AVS), organiseert dan een nieuwe estafettestaking. Dit keer zouden leraren in Zuid-Holland en Zeeland het werk moeten neerleggen.

Ambtenaren, studenten en vluchtelingen voor de klas

Amsterdam zet een pool van gemeenteambtenaren in tegen het lerarentekort. Ook kunnen studenten en vluchtelingen voor de klas worden gezet.

Amsterdam zegt al veel te doen tegen het lerarentekort. ‘Er zijn beurzen beschikbaar voor lerarenopleidingen en startende leraren krijgen hulp bij het vinden van een woning’, zo staat op de website van de gemeente.

Hier bovenop komen extra pilots. Zo is er een pool opgezet, waarin gemeenteambtenaren zitten die kunnen inspringen op scholen waar de nood het hoogst is.

Ook kunnen studenten voor de klas worden gezet die in de laatste fase van hun opleiding zitten. Dat geldt ook voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning die in hun land van herkomst in het onderwijs werkten.

Lees meer…

‘Geef leraren hoger uurloon vanaf werktijdfactor 0,8’

Als elke deeltijder één dag in de week meer gaat werken, is het lerarentekort opgelost. Daarom zou het uurloon voor leraren met een werktijdfactor van minimaal 0,8 substantieel omhoog moeten. Daarvoor pleit HR-adviseur Willem Duifhuis.

‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, schrijft hij in een stuk dat hij aan VOS/ABB heeft toegestuurd. Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia’, aldus Duifhuis.

Minder kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Lees het ingezonden stuk

Ook bestuurder Annemie Martens van de Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in de omgeving van Helmond wil dat deeltijders meer uren gaan werken. Lees meer…

 

‘Cruciale rol schoolbesturen bij aanpakken lerarentekort’

De schoolbesturen hebben als werkgevers een cruciale rol bij het oplossen van het lerarentekort. Het kabinet kan slechts investeren in de randvoorwaarden hiervoor, benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit die brief blijkt dat het kabinet geen extra geld uittrekt om het groeiende lerarentekort tegen te gaan. Slob schrijft dat er al veel geld naartoe gaat. Hij noemt de 270 miljoen euro voor hogere lerarensalarissen in het primair onderwijs en de 430 miljoen euro om de werkdruk te verlagen.

De minister komt dus niet met meer geld, maar hij beseft wel dat er meer moet worden gedaan om het lerarentekort te bestrijden. Hij noemt drie actiepunten:

  1. een regionale aanpak in sterke netwerken;
  2. versterking van het strategische personeelsbeleid door werkgevers;
  3. verlaging van het ziekteverzuim en verhoging van de deeltijdfactor.

Hij wijst erop dat het uiteindelijk de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het personeelsbeleid. ‘Zij hebben dan ook een cruciale rol bij het aanpakken van het lerarentekort’, aldus de minister.

Lees de brief van Slob

UWV signaleert dat er op zich genoeg leraren zijn

Op papier zijn er genoeg leraren, signaleert uitkeringsinstantie UWV. Het probleem is dat veel leraren die op zoek zijn naar een baan in het basisonderwijs, niet in de Randstad wonen waar behoefte aan hen is, meldt de Volkskrant.

‘Er zijn genoeg leraren voor de banen die er zijn. Op dit moment zou je de problemen moeten kunnen oplossen, arbeidsmarkttechnisch gezien’, zo citeert de krant arbeidsmarktadviseur Suzanne IJzerman van het UWV.

In 2017 waren per kwartaal gemiddeld ongeveer 900 vacatures voor leraren in het basisonderwijs, terwijl het UWV gemiddeld 1100 kortdurend werklozen in de kaartenbakken had. ‘Dat zijn mensen die minder dan een half jaar werkloos zijn en in principe zo de arbeidsmarkt op kunnen’, aldus IJzerman.

Het probleem is volgens de krant niet dat er te weinig leraren zijn, maar dat veel leraren die werk zoeken niet wonen in de Randstad waar ze nodig zijn. Ze wonen met name in regio’s die te maken hebben met afnemende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp, zoals de Achterhoek en Limburg. Deze leraren willen niet verhuizen of geven aan dat ze in de Randstad geen woonruimte kunnen vinden.

Lees meer in de Volkskrant

‘Nieuwe schooljaar begint met enorm lerarentekort’

Het lerarentekort is zo groot dat schoolbesturen hun formatie voor het nieuwe schooljaar echt niet meer rondkrijgen, waarschuwt de PO-Raad op basis van een peiling onder schoolbesturen.

De sectororganisatie meldt dat er aan het begin van het nieuwe schooljaar een tekort kan zijn van 1300 leraren. ‘Waar eerdere jaren vacatures op de valreep van de zomervakantie nog vervuld raakten, krijgen schoolbesturen hun formatie dit jaar echt niet meer rond’, aldus de PO-Raad.

Het lerarentekort zal volgens de PO-Raad de onderwijskwaliteit aantasten. ‘Groepen worden groter en besturen vrezen bij gebrek aan leraren leerlingen naar huis te moeten sturen.’ De sectororganisatie noemt ook meer werkdruk, minder aandacht voor leerlingen, ontevreden ouders en onrust in de school.

Volgens voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wordt op den duur de hele maatschappij de dupe van het lerarentekort in het primair onderwijs.

Lees meer…

Website die lerarentekort inventariseert weer online

De website lerarentekortisnu.nl is weer online. Basisscholen kunnen via deze website melden hoe groot het lerarentekort bij hen is en welke gevolgen dat na de zomervakantie heeft voor de leerlingen.

Op de website staat dat er ‘enorme problemen’ gaan ontstaan door het verwachte lerarentekort. Op vrijdag 13 juli om 11 uur stond de teller op 77 leerkrachten, waardoor volgens de site minstens 1927 kinderen na de zomervakantie geen leerkracht zullen hebben.

De website werd in juni uit de lucht gehaald, omdat die geen representatief beeld meer gaf van het lerarentekort, maar is dus weer online gezet.

Eerste Kamer akkoord met halvering collegegeld

De Eerste Kamer heeft unaniem ingestemd met het wetsvoorstel voor een halvering van het collegegeld. De halvering geldt voor nieuwe studenten aan hogescholen en universiteiten. Wie een lerarenopleiding gaat volgen, betaalt ook in het tweede jaar de helft van het reguliere collegegeld.

Het wetsvoorstel komt van minister Ingrid van Engelshoven van OCW. Zij denkt dat de halvering van het collegegeld meer leerlingen doet besluiten om te gaan studeren.

Het besluit om nieuwe studenten van lerarenopleidingen ook in hun tweede jaar de helft van het collegegeld te laten betalen, is een maatregel tegen het oplopende lerarentekort.

Tot lerarenopleidingen behoren:

  • opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo – bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs of mbo in de tweede graad (bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in de eerste graad (masteropleiding)

De halvering van het collegegeld betekent dat studenten in hun eerste jaar 1030 euro betalen in plaats van 2060 euro. Voor studenten aan lerarenopleidingen geldt dat dus ook in het tweede jaar.

De maatregel heeft alleen betrekking op nieuwe studenten die in of na het studiejaar 2018-2019 beginnen.

Lees meer…

‘Media voorbarig over effect toelatingseisen pabo’

De media zijn voorbarig als zij stellen dat de strengere toelatingseisen voor de pabo niet leiden tot betere leraren. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul volgden op onder andere een artikel in Trouw met de kop ‘Toelatingstoetsen zorgen niet voor betere leraar’. De krant baseerde zich op het onderzoek Onderwijs aan het werk 2018 en uitspraken van hoogleraar Frank Cörvers, die zich specifiek richt op de onderwijsarbeidsmarkt.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat het een onderzoek betreft naar meerjarige trends van in- en doorstroom van studenten aan de lerarenopleidingen. In het onderzoek wordt onder andere geconstateerd dat de gemiddelde vo-examencijfers van de studenten die in 2015 aan de pabo begonnen – het jaar dat de toelatingseisen werden ingevoerd – niet hoger waren dan het eindexamencijfer van studenten die in 2006 startten.

‘Op basis van deze gegevens is (…) geconcludeerd dat de toelatingseisen niet het gewenste effect hebben gehad. Deze conclusie vind ik voorbarig. Met de invoering van de (…) vooropleidingseisen is beoogd dat studenten die beginnen aan de pabo-opleiding over voldoende basiskennis beschikken (…). Een direct verband tussen het vo-eindexamencijfer en deze basiskennis (…) is er niet’, aldus Slob.

Lees meer…

Hoogleraar Frank Cörvers laat via Twitter in reactie op de stelling van Slob weten dat de invoering van de toelatingstoetsen voorbarig was.

Lerarenregister blijft voor schoolbesturen verplicht

Schoolbesturen blijven wettelijk verplicht om gegevens aan te leveren voor het Lerarenregister, ook nu dat voor leraren voorlopig niet verplicht wordt. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen de laatste dagen geregeld de vraag of het voor schoolbesturen nog steeds verplicht is om voor het Lerarenregister gegevens van hun leraren aan te leveren. Minister Slob laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat schoolbesturen aan die wettelijke plicht moeten blijven voldoen:

‘Ik wil (…) benadrukken dat ik er zeer aan hecht dat schoolbesturen hun wettelijke verantwoordelijkheid als werkgevers op dit punt nakomen (…).’.

Het gaat om het aanleveren van de volgende gegevens:

  • organisatienummer bevoegd gezag
  • burgerservicenummer (bsn)
  • geslacht
  • geboortedatum
  • als de leraar in het buitenland woont: zijn adres en de landcode
  • benoemingsgrondslag
  • begindatum en (indien van toepassing) einddatum van de benoeming
  • organisatienummer school (BRIN-nummer)
  • indien van toepassing: het BRIN-volgnummer
  • begindatum en (indien bekend) einddatum van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling

Op de website van DUO staat meer informatie.

Álle leraren

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB benadrukken dat de wettelijke plicht voor schoolbesturen om gegevens te blijven aanleveren álle leraren betreft, dus niet alleen de leraren die vrijwillig gebruikmaken van het Lerarenregister.

Het antwoord op de vraag die ook geregeld wordt gesteld of het aanleveren van de persoonsgegevens botst met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), luidt ‘nee’. Er is namelijk een wettelijke grondslag voor, en dan is het volgens de AVG toegestaan.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl