‘Nieuwe schooljaar begint met enorm lerarentekort’

Het lerarentekort is zo groot dat schoolbesturen hun formatie voor het nieuwe schooljaar echt niet meer rondkrijgen, waarschuwt de PO-Raad op basis van een peiling onder schoolbesturen.

De sectororganisatie meldt dat er aan het begin van het nieuwe schooljaar een tekort kan zijn van 1300 leraren. ‘Waar eerdere jaren vacatures op de valreep van de zomervakantie nog vervuld raakten, krijgen schoolbesturen hun formatie dit jaar echt niet meer rond’, aldus de PO-Raad.

Het lerarentekort zal volgens de PO-Raad de onderwijskwaliteit aantasten. ‘Groepen worden groter en besturen vrezen bij gebrek aan leraren leerlingen naar huis te moeten sturen.’ De sectororganisatie noemt ook meer werkdruk, minder aandacht voor leerlingen, ontevreden ouders en onrust in de school.

Volgens voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wordt op den duur de hele maatschappij de dupe van het lerarentekort in het primair onderwijs.

Lees meer…

Website die lerarentekort inventariseert weer online

De website lerarentekortisnu.nl is weer online. Basisscholen kunnen via deze website melden hoe groot het lerarentekort bij hen is en welke gevolgen dat na de zomervakantie heeft voor de leerlingen.

Op de website staat dat er ‘enorme problemen’ gaan ontstaan door het verwachte lerarentekort. Op vrijdag 13 juli om 11 uur stond de teller op 77 leerkrachten, waardoor volgens de site minstens 1927 kinderen na de zomervakantie geen leerkracht zullen hebben.

De website werd in juni uit de lucht gehaald, omdat die geen representatief beeld meer gaf van het lerarentekort, maar is dus weer online gezet.

Eerste Kamer akkoord met halvering collegegeld

De Eerste Kamer heeft unaniem ingestemd met het wetsvoorstel voor een halvering van het collegegeld. De halvering geldt voor nieuwe studenten aan hogescholen en universiteiten. Wie een lerarenopleiding gaat volgen, betaalt ook in het tweede jaar de helft van het reguliere collegegeld.

Het wetsvoorstel komt van minister Ingrid van Engelshoven van OCW. Zij denkt dat de halvering van het collegegeld meer leerlingen doet besluiten om te gaan studeren.

Het besluit om nieuwe studenten van lerarenopleidingen ook in hun tweede jaar de helft van het collegegeld te laten betalen, is een maatregel tegen het oplopende lerarentekort.

Tot lerarenopleidingen behoren:

  • opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo – bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs of mbo in de tweede graad (bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in de eerste graad (masteropleiding)

De halvering van het collegegeld betekent dat studenten in hun eerste jaar 1030 euro betalen in plaats van 2060 euro. Voor studenten aan lerarenopleidingen geldt dat dus ook in het tweede jaar.

De maatregel heeft alleen betrekking op nieuwe studenten die in of na het studiejaar 2018-2019 beginnen.

Lees meer…

‘Media voorbarig over effect toelatingseisen pabo’

De media zijn voorbarig als zij stellen dat de strengere toelatingseisen voor de pabo niet leiden tot betere leraren. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul volgden op onder andere een artikel in Trouw met de kop ‘Toelatingstoetsen zorgen niet voor betere leraar’. De krant baseerde zich op het onderzoek Onderwijs aan het werk 2018 en uitspraken van hoogleraar Frank Cörvers, die zich specifiek richt op de onderwijsarbeidsmarkt.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat het een onderzoek betreft naar meerjarige trends van in- en doorstroom van studenten aan de lerarenopleidingen. In het onderzoek wordt onder andere geconstateerd dat de gemiddelde vo-examencijfers van de studenten die in 2015 aan de pabo begonnen – het jaar dat de toelatingseisen werden ingevoerd – niet hoger waren dan het eindexamencijfer van studenten die in 2006 startten.

‘Op basis van deze gegevens is (…) geconcludeerd dat de toelatingseisen niet het gewenste effect hebben gehad. Deze conclusie vind ik voorbarig. Met de invoering van de (…) vooropleidingseisen is beoogd dat studenten die beginnen aan de pabo-opleiding over voldoende basiskennis beschikken (…). Een direct verband tussen het vo-eindexamencijfer en deze basiskennis (…) is er niet’, aldus Slob.

Lees meer…

Hoogleraar Frank Cörvers laat via Twitter in reactie op de stelling van Slob weten dat de invoering van de toelatingstoetsen voorbarig was.

Lerarenregister blijft voor schoolbesturen verplicht

Schoolbesturen blijven wettelijk verplicht om gegevens aan te leveren voor het Lerarenregister, ook nu dat voor leraren voorlopig niet verplicht wordt. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen de laatste dagen geregeld de vraag of het voor schoolbesturen nog steeds verplicht is om voor het Lerarenregister gegevens van hun leraren aan te leveren. Minister Slob laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat schoolbesturen aan die wettelijke plicht moeten blijven voldoen:

‘Ik wil (…) benadrukken dat ik er zeer aan hecht dat schoolbesturen hun wettelijke verantwoordelijkheid als werkgevers op dit punt nakomen (…).’.

Het gaat om het aanleveren van de volgende gegevens:

  • organisatienummer bevoegd gezag
  • burgerservicenummer (bsn)
  • geslacht
  • geboortedatum
  • als de leraar in het buitenland woont: zijn adres en de landcode
  • benoemingsgrondslag
  • begindatum en (indien van toepassing) einddatum van de benoeming
  • organisatienummer school (BRIN-nummer)
  • indien van toepassing: het BRIN-volgnummer
  • begindatum en (indien bekend) einddatum van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling

Op de website van DUO staat meer informatie.

Álle leraren

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB benadrukken dat de wettelijke plicht voor schoolbesturen om gegevens te blijven aanleveren álle leraren betreft, dus niet alleen de leraren die vrijwillig gebruikmaken van het Lerarenregister.

Het antwoord op de vraag die ook geregeld wordt gesteld of het aanleveren van de persoonsgegevens botst met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), luidt ‘nee’. Er is namelijk een wettelijke grondslag voor, en dan is het volgens de AVG toegestaan.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Waarom werken mensen graag in onderwijs?

Mensen die in het onderwijs werken, zijn over het algemeen positief over hun collega’s, de inhoud van hun werk en het feit dat er in de onderwijssector veel met vaste contracten wordt gewerkt.

Ook de goede balans tussen werk en privé en nabijheid van het werk worden positief beoordeeld, zo blijkt uit het Intermediair Imago Onderzoek 2018.

Andere positieve punten die vaak worden genoemd door mensen die in het onderwijs werken, zijn dat ze meer vakantiedagen hebben dan werknemers in andere sectoren en dat er in het onderwijs veel mogelijkheden zijn om parttime te werken. Ook zijn ze over het algemeen tevreden met hun reiskostenvergoeding, de mogelijkheden om thuis te werken en hun dertiende maand.

Als het gaat om de financiële tegemoetkoming door de werkgever voor het volgen van trainingen en cursussen, zijn de mensen in het onderwijs ook positiever dan werknemers in andere sectoren.

Sombere leraren balen van kabinet met D66

De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en dat komt door de slechte salarissen. Dat vinden leraren, zo blijkt uit een raadpleging van het Onderwijspanel van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT).

Uit de raadpleging onder 1500 onderwijsprofessionals in het Onderwijspanel van de NOT komt naar voren dat het onderwijsbeleid van het huidige kabinet – met ‘onderwijspartij’ D66 – slechter wordt gevonden dan dat van het vorige kabinet van VVD en PvdA.

Driekwart heeft er weinig vertrouwen in dat er op korte termijn kleinere klassen komen. Ook zien zes van de tien respondenten hun salarissen de komende jaren niet omhoog gaan. Dat laatste staat in contrast met de nieuwe CAO PO, waarmee de leraren in het primair onderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruit gaan.

‘Passend onderwijs beter als leraren master hebben’

Geef zoveel mogelijk leerkrachten op de basisschool een masteropleiding. Op die manier kunnen ze van passend onderwijs een succes te maken. Dat stelt adjunct-directeur Yvonne Richards van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO) van Fontys Hogescholen.

Richards reageert in BRON, het nieuwsmedium van Fontys Hogescholen, op de recente kritiek op passend onderwijs vanuit de Tweede Kamer. ‘Wij zijn boos dat er nu wordt gezegd: ‘het passend onderwijs is mislukt’. Dat kun je niet zeggen. Op veel plekken werken leraren keihard om er een succes van te maken, en lukt dat ook.’

Ze pleit ervoor om leraren een masteropleiding te laten volgen. Dat kan volgens haar helpen om van passend onderwijs een succes te maken. Het geld is volgens haar het probleem niet, omdat de landelijke lerarenbeurs daarvoor kan worden benut.

Lees meer…

Onderwijsraad wil landelijke taskforce lerarentekort

De Onderwijsraad adviseert om een landelijke taskforce lerarentekort in te stellen. Dat staat in een brief van de Onderwijsraad aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob. 

De Onderwijsraad wijst er in zijn brief op dat er ondanks de vele maatregelen die er al zijn genomen om het lerarentekort terug te dringen, het probleem nog steeds nijpend is. De kwantitatieve tekorten kunnen leiden tot kwaliteitsverlies, zo vreest de raad, ‘bijvoorbeeld zodra het nodig wordt om deels of geheel onbevoegden en minder bekwamen in te zetten’.

Lerarentekort integraal en coherent aanpakken

‘De Onderwijsraad vindt dat maatregelen gericht op het opheffen van de tekorten
niet mogen leiden tot concessies aan de kwaliteitseisen die aan leraren gesteld worden of aan de centrale positie van de leraar’, zo staat in de brief. De overheid heeft hierin een verantwoordelijkheid, benadrukt de Onderwijsraad, omdat die de grondwettelijk vastgelegde taak heeft om de ‘bekwaamheid van hen die onderwijs geven’ te bewaken.

De taskforce die de Onderwijsraad adviseert, zou moeten zorgen voor een ‘integrale en coherente aanpak’ van het lerarentekort.

Lees de brief van de Onderwijsraad

In België hebben leraren officieel ‘zwaar beroep’

In België staan alle leerkrachten uit het kleuter-, lager en middelbaar onderwijs op de lijst met zware beroepen, meldt De Standaard.

Ook ondersteunende functies in het onderwijs gelden in België als zwaar beroep, met uitzondering van administratief personeel.

Wie een zwaar beroep heeft, zal in België vroeger met pensioen kunnen. Volgens De Standaard kan dat in de praktijk twee tot zes jaar schelen. Het is ook mogelijk dat iemand met een zwaar beroep in België een hoger pensioen krijgt.

In 2020 moet in België een nieuw pensioensysteem in werking treden dat rekening houdt met de zwaarte van het beroep.

Lees meer…

Lerarentekort tegengaan met vluchtelingen voor de klas

Hogeschool Utrecht (HU) en het voortgezet onderwijs in Utrecht en omgeving willen vluchtelingen met een verblijfsvergunning opleiden tot tweedegraads docent, meldt utrecht.nieuws.nl.

De lerarenopleiding van de HU, het openbaar en christelijk voortgezet onderwijs in Utrecht en het rooms-katholieke Cals College in IJsselstein en Nieuwegein willen een maatwerktraject om zogenoemde statushouders op te leiden tot tweedegraads docent.

‘Nieuwe docenten zijn hard nodig en we weten dat er universitair geschoolde statushouders zijn, die interesse hebben in én geschikt zijn voor een baan in het onderwijs’, zo citeert utrecht.nieuws.nl projectleider Manon Koldewijn.

Lees meer…

Checklist voor mensen die leraar willen worden

Het ministerie van OCW heeft een checklist online gezet waarmee mensen kunnen zien wat ze moeten doen als ze leraar willen worden.

De online checklist richt zich op mensen die willen gaan lesgeven in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs of speciaal onderwijs. Iedereen kan de checklist invullen, ook mensen die nu al in het onderwijs werken.

wie de checklist invult, krijgt te zien welke opleiding moet worden gevolgd om leraar te kunnen worden en of het bijvoorbeeld mogelijk is om een zij-instroomtraject te volgen.

Ga naar de checklist

In onderwijs verdien je niet slecht

Mensen met een hbo-opleiding die in het onderwijs werken, verdienen ongeveer net zo veel als andere hbo-opgeleiden, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS heeft in kaart gebracht wat het arbeidsmarktrendement is van hbo- en universitaire opleidingen. Als wordt gekeken naar hbo-opgeleiden in het onderwijs, valt onder meer op dat het merendeel (86 procent) de Lerarenopleiding heeft gedaan. De rest heeft een diploma behaald in de studierichting Onderwijskunde.

Verder valt op dat na vijf jaar na het behalen van het bachelor-diploma 20 procent van de hbo’ers die een onderwijsgerelateerde studie hebben gedaan, weer gaat studeren. Dat is dubbel zoveel als bij de totale groep hbo-bachelors.

Het CBS meldt ook dat universitair geschoolde leraren het goed doen op de arbeidsmarkt. Ze hebben vaker werk en ook vaker een vaste baan en minder vaak een uitkering dan andere mensen met een universitaire opleiding.

‘Bonus voor leraren in achterstandswijken’

Leraren van basisscholen in achterstandswijken moeten een bonus krijgen. Daarvoor pleiten schoolbesturen in Rotterdam.

De besturen, waaronder die voor openbaar onderwijs in Rotterdam, hebben een manifest voor de Rotterdamse gemeenteraad opgesteld. Daarin staat dat leraren van basisscholen in achterstandswijken meer moeten verdienen dan leraren van ‘niks-aan-de-hand-scholen’.

‘Wij merken dat het moeilijk wordt om genoeg leraren te vinden en dat dit nóg moeilijker is op scholen waar de kinderen ze het hardst nodig hebben. Daarom vinden wij dat de beloning omhoog moet, daar waar het werk het meest uitdagend is’, zegt bestuurder Ton Groot Zwaaftink van de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO), die ook namens de collegabesturen het woord voert, in het Algemeen Dagblad.

Lees meer…

CDA en D66 tegen vakbonden in Onderwijscoöperatie

De vakbonden in het bestuur van de Onderwijscoöperatie moeten plaatsmaken voor leraren. Dat vinden CDA-Tweede Kamerlid (en voormalig voorzitter van CNV Onderwijs) Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie bestaat nu uit vier personen: voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), haar collega Loek Schueler van CNV Onderwijs, Jilles Veenstra van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en Hans Kok van het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs.

Leraren wantrouwen vakbonden

Volgens Rog, die tot 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, moeten deze mensen weg, onder wie dus de voorzitter van de christelijke onderwijsbond waar hij eerder de scepter zwaaide. Hij stelt dat de leraren geen vertrouwen hebben in het bestuur van de Onderwijscoöperatie, omdat dat hun belangen niet zou behartigen.

‘Het vertrouwen in de beroepsgroep behoort voorop te staan. De leraren (…) worden momenteel dwarsgezeten: ze mogen bijvoorbeeld niet eens hun eigen voorzitter kiezen. Dat willen we stoppen. Leraren moeten het weer voor het zeggen krijgen’, aldus oud-vakbondsvoorzitter Rog, die daarmee in feite de onderwijsvakbonden afserveert.

Met ‘ze mogen niet eens hun eigen voorzitter kiezen’ verwijst Rog naar de rel rond Jan van de Ven van lerarengroep PO in Actie, die vorig jaar te kennen gaf voorzitter te willen worden van het bestuur van de Onderwijscoöperatie. Het bestuur ging daar echter niet in mee.

De rel had onder andere te maken met de invoering van het omstreden Lerarenregister. Het bestuur van de Onderwijscoöperatie heeft de implementatie daarvan inmiddels teruggelegd bij de minister van OCW, die nadrukkelijk stelt dat de leraren wat dit betreft nu aan zet zijn.

Van, voor en door de leraar

D66’er Paul van Meenen, die voor zijn Kamerlidmaatschap onder andere schoolbestuurder was in Den Haag, uit zich in vergelijkbare bewoordingen als die van Rog. ‘De Onderwijscoöperatie is niet de groep ‘van, voor en door de leraar’, maar de groep ‘van, voor en door vakbondsbestuurders en andere belangenbehartigers (…).’

Hij denkt dat het ‘niet meer goedkomt’ en dat het huidige bestuur van de Onderwijscoöperatie daarom ‘zo snel mogelijk (moet) plaatsmaken voor een bestuur van leraren.’

Invoering Lerarenregister blijft in beeld

De Afvaardiging van de Deelnemersvergadering van de Onderwijscoöperatie gaat los van die organisatie verder werken aan de invoering van het Lerarenregister. Dat melden de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Are Slob in een brief aan de Tweede Kamer. De PO-Raad is hier ‘zeer teleurgesteld’ over.

De Tweede Kamer had vraagtekens gezet bij onafhankelijkheid van de Afvaardiging van de Deelnemersvergadering die als statutair onderdeel van de Onderwijscoöperatie werkte aan de invoering van het Lerarenregister. De Kamer baseerde zich daarbij op signalen van kritische leraren.

Leraren wantrouwen eigen vakbonden

De Tweede Kamer verwees tevens naar de onrust over de Onderwijscoöperatie onder leraren. In de coöperatie zijn de Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV Onderwijs, de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs (Platform VVVO) verenigd.

De kritiek onder leraren is dat de Onderwijscoöperatie niet door hen is opgericht, maar door vakbonden (waar overigens wel leraren lid van zijn, omdat de bonden de belangen van deze beroepsgroep zeggen te behartigen). De Onderwijscoöperatie zou bij de implementatie van het Lerarenregister de belangen van leraren niet laten meetellen.

Lerarenregister ‘van, voor en door de leraar’

In de nieuwe constructie, waarin de Afvaardiging van de Deelnemersvergadering los zal zijn geknipt van de Onderwijscoöperatie, zouden de gesignaleerde problemen moeten zijn opgelost, verwachten de ministers.

De leden van de afvaardiging nemen volgens hen hun werk uiterst serieus. ‘Zij realiseren zich daarbij goed dat hun voorstellen draagvlak moeten krijgen van de beroepsgroep, zodat het register echt van, voor en door de leraar is’, zo staat in de brief aan de Tweede Kamer.

Weinig draagvlak schoolbesturen

De PO-Raad is ‘zeer teleurgesteld’ over de brief van de ministers. De sectororganisatie vindt dat ‘de hele implementatie -inclusief gegevenslevering- on hold moet worden gezet, tot de problemen rondom het register zijn opgelost’.

Volgens de PO-Raad is er onder schoolbesturen maar weinig draagvlak voor het Lerarenregister. ‘Veel besturen en scholen hebben bezwaren tegen het aanleveren van de gegevens, terwijl er nog zoveel onduidelijkheden zijn. Zij wijzen ook op de complexe wet- en regelgeving en op een forse toename van de administratieve lasten.’

Lees meer…

De VO-raad heeft op het moment van publicatie van dit nieuwsbericht nog geen reactie openbaar gemaakt.

Onderwijscoöperatie blijft bestaan

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie heeft laten weten dat het zich niet meer bezighoudt met de implementatie van het Lerarenregister. De Onderwijscoöperatie gaat wel door met LerarenOntwikkelFonds, de videosite Leraar24 en de verkiezing van Leraar van het Jaar.

App voor hybride docenten: werk en lesgeven combineren

Hoogopgeleiden kunnen een app gebruiken om te zien hoe ze hun huidige werk kunnen combineren met een baan in het onderwijs. De app is een initiatief van het Expertisecentrum Hybride Docent, dat meldt dat 500.000 hoogopgeleiden les willen geven als dat kan worden gecombineerd met hun huidige werk.

Het gebrek aan inzicht zou veel mensen ervan weerhouden om de stap naar het onderwijs te maken, zegt Kees van der Velden van het expertisecentrum. ‘Dagelijks krijgen wij vragen van high potentials die in het onderwijs willen werken, maar niet weten wat er mogelijk is en welke stappen zij kunnen zetten. Daardoor loopt het onderwijs op dit moment aanwas van gemotiveerde professionals mis.’

‘Ons doel is alle 500.000 geïnteresseerden de app te laten invullen. Zo krijgen zij een beeld van hoe zij het leraarschap een plek in hun carrière kunnen geven en welke acties zij moeten nemen om leraar te worden. Dan kunnen we eindelijk aan de slag met het benutten van dit potentieel voor het onderwijs’, aldus Van der Velden.

Ga naar de app

VOS/ABB heeft in oktober 2017 in magazine Naar School! aandacht besteed aan de hybride docent. Lees het artikel Hybride docent: met één been in de maatschappij.

VO-raad: zonder nieuwe cao 2,35% meer loon

Als het niet lukt om voor 1 mei tot een akkoord te komen over een nieuwe cao in het voortgezet onderwijs, adviseert de VO-raad zijn leden om vanaf 1 juni over te gaan tot een loonsverhoging van 2,35 procent.

‘De onderhandelingen over een cao in het voortgezet onderwijs duren onaanvaardbaar lang. We zijn oktober vorig jaar begonnen en er is nog geen zicht op een akkoord. De bonden hebben de onderhandelingen alweer een maand geleden afgebroken en sindsdien hebben we niets meer van hen vernomen. Wij willen onze werknemers niet langer een rechtvaardige salarisverhoging onthouden’, zegt voorzitter Paul Rosenmöller op de website van de VO-raad.

De onderwijsbonden vragen een salarisverhoging van 3,5 procent en willen een reductie van het aantal lesuren van 25 naar 20 uur per week. Dat zijn volgens Rosenmöller onrealistische eisen.

Lees meer…

Vakbond CNV Onderwijs laat in een eerste reactie op de oproep van de VO-raad weten dat werkdrukvermindering het belangrijkste punt is. Over een loonsverhoging wordt in de eerste reactie van de christelijke bond niet gerept.

Lees meer…

Kandidaten gezocht voor Leraar van het Jaar

Tot en met 8 mei kunnen weer kandidaten worden aangemeld voor de verkiezing Leraar van het Jaar. Dat kan in vier categorieën: primair,  voortgezet en speciaal  onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.

De verkiezing Leraar van het Jaar is een initiatief van de Onderwijscoöperatie, een beroepsorganisatie van leraren. Jaarlijks kunnen leerlingen, oudres, schoolleiders en collega’s hun favoriete leraar opgeven. Op 5 oktober, de Dag van de Leraar, wordt de uitslag bekendgemaakt. Alle leraren die ooit Leraar van het Jaar zijn geweest, hebben zich intussen verenigd in de Lerarenkamer, die een paar keer per jaar bijeenkomt om kennis te delen en actuele zaken te bespreken.

Meld je favoriete leraar aan

Startende én ervaren leraren goed begeleiden

De uitval van leraren kan beter worden tegengegaan met goede begeleiding van zowel startende als zittende leraren, schrijft onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van Slob weten hoe hij denkt over de uitval van leraren. De minister antwoordt dat het ministerie van OCW met de sociale partners, de lerarenopleidingen, schoolbesturen en gemeenten op verschillende manieren werkt aan het terugdringen van het lerarentekort.

Minder uitval van leraren

Onderdeel hiervan is volgens Slob het behouden van leraren. Hij ziet daarbij een positieve ontwikkeling. ‘Uit (…) gegevens blijkt enerzijds dat veel startende leraren binnen één tot vijf jaar uitvallen, maar ook dat de uitval met name in het primair onderwijs afgelopen jaren licht is gedaald’, aldus Slob.

Hij voegt daaraan toe dat er op dit vlak de komende periode nog winst mogelijk is, ‘bijvoorbeeld door niet alleen samen te werken rondom de begeleiding van startende leraren maar ook bij de begeleiding van zittende leraren’.

Lees meer…

‘Zet mensen uit bankensector voor de klas’

Mensen die in de bankensector hebben gewerkt en door automatisering hun baan hebben verloren, kunnen zo aan de slag in het onderwijs. ‘Dan moeten we wat pragmatischer met de certificering omgaan’, zegt topman Jacques van den Broek van uitzendorganisatie Randstad in De Financiële Telegraaf (DFT).

Dat mensen die in de bankensector hebben gewerkt geen ervaring hebben met lesgeven, hoeft volgens hem geen probleem te zijn. ‘Wij komen elke dag met kandidaten op de proppen waarvan een opdrachtgever zegt: ‘Lukt dat wel?’ En dan blijkt het te lukken.’

Hij pleit er in de krant ook voor om fulltimebanen in het onderwijs aantrekkelijker te maken. ‘Het is misschien geen populaire mening, maar maak het nou financieel aantrekkelijker om fulltime te werken. Het onderwijs zit vol met deeltijdwerkers!’

Over vaste contracten merkt de uitzendbaas op dat die niet meer van deze tijd zijn. ‘Wie vindt dat het contract voor onbepaalde tijd in ere moet worden hersteld, miskent de ontwikkelingen’, aldus Van den Broek.

Lees meer…

Meeste ouders staan volledig achter staking

Ruim twee op de drie ouders staan volledig achter de staking in het primair onderwijs op woensdag 14 februari in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe, meldt Ouders & Onderwijs.

Uit een peiling van de landelijke belangenorganisatie voor ouders met schoolgaande kinderen blijkt dat 67 procent van de ouders de staking volledig steunt. Van de ouders geeft 13 procent aan het doel van de staking wel te steunen, maar het vervelend te vinden dat de school dichtgaat. Er zijn ook ouders die het onzin vinden dat de leraren (weer) gaan staken: 11 procent.

Uit de peiling blijkt verder dan de steun voor de noordelijke staking minder groot is dan voor de landelijke staking op 5 oktober, maar groter dan voor landelijke staking op 12 december.

Lees meer…

‘Stakingen schaden imago leraar’

Voorzitter Loes Ypma van de christelijke profielorganisatie Verus vreest dat de stakingen in het primair onderwijs het imago van de leraren schaden, meldt de Telegraaf.

‘Ik maak me zorgen om het imago door de stakingen. Nu blijft het beeld hangen van ‘we werken te hard en we verdienen te weinig”, zo citeert de Telegraaf haar.

‘Ik mis de beroepstrots in de discussie. Ik zou graag meer nadruk zien op de reden waarom lesgeven zo’n prachtig beroep is en waarom leerkrachten het ondanks alles toch volhouden; namelijk door hun passie en de gedrevenheid. Als je dat doet, kantelt het beeld en kiezen jongeren misschien vaker voor dit boeiende beroep’, aldus Ypma.

Zij benadrukt in de krant dat ze wel achter de doelstellingen van stakingen staat, namelijk ‘dat de werkdruk vermindert en de juffen en meesters minstens evenveel verdienen als hun collega’s op de middelbare scholen’.

De vrees van Ypma dat de stakingen het imago van de leraren schaadt, leidt op Twitter tot kritische reacties:

Mensen die nu geen leraar zijn, willen wel lesgeven

Vier op de tien mensen die nu niet in het onderwijs werken, willen wel lesgeven. Dat meldt het Platform Bèta Techniek (PBT) dat onderzoek heeft laten uitvoeren naar het potentieel buiten het onderwijs om het lerarentekort terug te dringen.

Ook blijkt uit het onderzoek Wie zijn de leraren van morgen? dat een breder loopbaanperspectief (binnen én buiten het onderwijs) het leraarschap aantrekkelijker maakt. Dat sluit aan bij de adviezen en voorgestelde aanpak in het rapport Circulaire carrières op een grenzeloze arbeidsmarkt .

In dat adviesrapport uit 2016 staat onder andere dat onderwijs en bedrijfsleven circulaire carrières mogelijk moeten maken. Dat zijn loopbanen waarin mensen zich vanuit hun talent in verschillende werkomgevingen ontwikkelen.

Hybride lesgeven

In 2017 liet het platform Hybride docent een vergelijkbaar onderzoek uitvoeren. Daar kwam uit dat één op de vijf mensen die nu niet in het onderwijs werken, wel zouden willen lesgeven.

Lees meer…

VOS/ABB heeft in oktober 2017 in magazine Naar School! aandacht besteed aan de hybride docent. Lees het artikel Hybride docent: met één been in de maatschappij.

 

‘Het echte probleem zijn slaafse docenten’

Het echte probleem in het basisonderwijs ‘is het gemis aan logisch nadenkende, innovatieve leerkrachten’, zegt leerkracht Dirk van den Hoven van de rooms-katholieke Mariaschool in het Overijsselse Wierden.

De stelling van Van den Hoven staat in een opiniestuk van hem in het AD over de klachten dat de werkdruk in het basisonderwijs te hoog en de salarissen te laag zouden zijn. Volgens hem is dat niet het probleem, maar zijn het de docenten ‘die niet zelf denken, maar slaafs alle regeltjes en protocollen volgen’.

‘We kijken elk schrift na, elk methodeboek moet van voor naar achter worden uitgewerkt en van élk (rapport)gesprek maken we een verslag. Niet omdat het moet, maar omdat we nou eenmaal graag controle houden over ons werk’, zo staat in zijn opiniestuk in de krant.

Het hele opiniestuk van Van den Hoven kunt u lezen in de papieren krant of als premium-artikel op de website van het AD.