Hoofdrol voor strategisch personeelsbeleid

De onderwijsministers benadrukken in een brief aan de Tweede Kamer het belang van strategisch personeelsbeleid. Dit is nodig om leraren goed tot hun recht te laten komen.

Met strategisch personeelsbeleid doelen de ministers op een beleid dat is afgestemd op de visie en doelen waar een school aan werkt en de opgave waar de school voor staat. ‘Deze opgave wordt beïnvloed door (veranderende) interne en externe factoren, zoals de aanpak van werkdruk, voorbereiding op de curriculumherziening, omgaan met leerlingdaling en het lerarentekort’, zo staat in hun brief.

Daarin staat ook dat schoolbesturen en -leiders verantwoordelijk zijn voor het strategisch personeelsbeleid, maar ook dat iedereen er een positieve bijdrage aan moet leveren. ‘Een visie op leren en ontwikkelen kan niet door alleen de schoolleiding worden bedacht, maar moet in samenspraak met het team tot stand komen.’

Lees meer…

Lerarentekort groeit iets minder hard

Het lerarentekort groeit iets minder hard dan eerder werd geraamd. Dat staat in een brief van de onderwijsministers aan de Tweede Kamer.

Voor het schooljaar 2023-2024 wordt in het primair onderwijs een lerarentekort verwacht van 4200 fte. Dat is ongeveer gelijk aan eerdere ramingen, met dit verschil dat het waarschijnlijk wat langer duurt voordat dit tekort zich zal voordoen.

De vertraging van de groei van het lerarentekort komt onder andere door de lichte toename van het aantal pabo-afgestudeerden en de instroom van mensen die vroeger in het onderwijs werkten en weer voor de klas gaan staan. Bovendien heeft de stijging van pensioenleeftijd enige dempende invloed.

Het lerarentekort leidt volgens de ministers tot een goede uitgangspositie van starters. Zij komen gemakkelijk aan het werk en krijgen eerder dan voorheen een reguliere baan (in plaats van invalwerk) met een vast contract. Het tekort leidt er ook toe dat het aandeel uitzendkrachten toeneemt. Dat is in vijf jaar verdubbeld naar 4 procent.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs wordt in 2023-2024 een lerarentekort verwacht van 1075 fte. Dat is dus een stuk minder dan in het primair onderwijs. Dit heeft onder andere te maken met de krimp van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De ministers signaleren dat in het voortgezet onderwijs veel sterker dan in het primair onderwijs sprake is van regionale verschillen. Bovendien verschilt het lerarentekort sterk per vak. De tekorten doen zich vooral voor bij de exacte vakken, maar ook bij de klassieke talen en in toenemende mate ook bij Frans en Duits.

Lees meer… 

Subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort

De subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort is bedoeld voor onder andere schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs. 

De subsidieregeling gaat uit van een regionale aanpak voor het primair en voortgezet onderwijs. Partijen in de regio bepalen zelf binnen welk geografisch gebied de samenwerking vorm krijgt. Dat kan bijvoorbeeld in arbeidsmarktregio’s.

Om in aanmerking te komen voor subsidie, dienen de deelnemende partners in de regio een plan van aanpak in met bijbehorende begroting. Hierin staat wat zij in 2019 gaan ondernemen om het lerarentekort in hun regio aan te pakken.

Hoeveel subsidie?

De subsidie voor een plan van aanpak in het primair of voortgezet onderwijs bedraagt maximaal 250.000 euro per regio. Als bij het voortgezet onderwijs ook het mbo deelneemt, is er maximaal 75.000 euro extra subsidie mogelijk.

Voor sectoroverstijgende aanvragen van het primair en voortgezet onderwijs gezamenlijk is maximaal 500.000 euro per regio beschikbaar, met opnieuw de mogelijkheid van een extra subsidie van maximaal 75.000 euro als het mbo deelneemt.

Voorwaarde voor toekenning van subsidie is dat er sprake is van cofinanciering.

Voor 2019 is in totaal 9 miljoen euro subsidie beschikbaar: 4,5 miljoen euro voor het primair onderwijs en 4,5 miljoen euro voor het voortgezet onderwijs en mbo.

Subsidie aanvragen

Subsidie aanvragen kan via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen. Let op: subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en toegekend.

Let op: het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs Voion houdt op maandag 21 januari een telefonisch spreekuur over de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de regionale aanpak van het lerarentekort.

U kunt op maandag 21 januari tussen 15 en 17 uur bellen met 070 – 3 765 756.

Meeste ouders steunen stakende leraren

Acht op de tien ouders staan achter de eisen van leraren voor meer salaris en minder werkdruk willen, meldt Ouders & Onderwijs.

Uit een peiling blijkt dat de helft van de ouders achter de oproep staat van de Algemene Onderwijsbond (AOb) aan de mensen in het onderwijs om op 15 maart te gaan staken. Drie op de tien vragen zich af of een staking het juiste middel is.

Weinig last van staking

Verder blijkt uit de peiling dat ouders verwachten relatief weinig last te hebben van de staking. De AOb heeft de landelijke staking gepland op een vrijdag. Veel ouders zijn op die dag thuis of kunnen makkelijk opvang regelen.

De stakingsoproep krijgt overigens geen steunt van CNV Onderwijs en de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). De oproep van de AVS aan schoolleiders om geen vervanging meer te regelen bij ziekte, kan op veel minder steun rekenen van ouders. Driekwart van hen is hiertegen, vooral vanwege de onzekerheid die deze actie voor hen kan veroorzaken.

Lees meer…

Flexibele schil in onderwijs niet uitzonderlijk groot

De flexibele schil in het basis- en voortgezet onderwijs is vergelijkbaar met die van andere overheidsgerelateerde sectoren, maar groeit wel. Dat laatste komt onder meer doordat leraren wisselen van baan en dan vaak weer een tijdelijk contract krijgen, meldt Trouw.

De flexibele schil bestaat uit zzp’ende leraren, uitzendkrachten en leraren die op afroepbasis werken en/of een tijdelijk arbeidscontract hebben. In het basisonderwijs vormt deze schil 16 procent en in het voortgezet onderwijs 17 procent, meldt de krant op basis cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Andere baan is vaak tijdelijk contract

De PO-Raad wijst er in Trouw op dat volgens de Dienst Uitvoering Onderwijs vorig jaar 10 procent van de leraren een tijdelijk contract had. Dat het CBS nu uitkomt op een flexibele schil van 16 procent, komt volgens de sectororganisatie doordat nu ook onder anderen zzp’ende leraren worden meegeteld. Een andere factor waar de PO-Raad op wijst, is dat in tijden van personeelstekorten veel leraren met een vast contract van baan wisselen en dan vaak weer een tijdelijke contract krijgen.

De VO-raad herkent het percentage dat de krant noemt, maar heeft daar verder geen opmerkingen over. De Algemene Onderwijsbond (AOb) vindt dat de flexibele schil in het basis- en voortgezet onderwijs kleiner moet worden.

Een flexibele schil van 17 procent is gebruikelijk bij overheidssectoren, zoals de provincies, de gemeenten, de politie, de waterschappen en defensie. Het onderwijs is daar dus geen uitzondering op.

Lees meer…

Oproep Mark Rutte om meer uren te gaan werken

Premier Mark Rutte heeft in de talkshow van Jeroen Pauw gezegd dat het goed zou zijn als er in het onderwijs minder parttime wordt gewerkt. Op die manier kunnen volgens hem de leraren zelf het lerarentekort tegengaan.

De oproep van Rutte is niet nieuw. In een brief die onderwijsminister Arie Slob in augustus naar de Tweede Kamer stuurde, stond al dat een verhoging van de deeltijdfactor een manier kan zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, zou het het lerarentekort zijn opgelost.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleitte ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan. Haar pleidooi stond in  augustus in het Eindhovens Dagblad en op deze website verscheen dit bericht over.

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte in een ingezonden stuk, dat ook op deze website verscheen, voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou kunnen afnemen.

Succesvolle regionale projecten zij-instromers

Het is mogelijk om in korte tijd een succesvol zij-instroomproject op te zetten. Dat blijkt uit de eerste evaluatie van regionale projecten voor zij-instromers in het primair onderwijs.

Het ministerie van OCW heeft subsidie verleend aan elf regionale projecten. Deze hebben tot doel om mensen van buiten het onderwijs voor de klas te krijgen. Op deze manier kan het lerarentekort worden verkleind. Schoolbesturen en pabo’s werken samen om zij-instromers te werven, op te leiden en te begeleiden.

Uit de eerste evaluatie blijkt dat het mogelijk is om in kort tijdsbestek een zij-instroomtraject te realiseren. Belangrijke succesfactoren zijn goede samenwerking en enthousiasme onder alle betrokkenen.

Verder blijkt uit de evaluatie onder andere dat sommige schoolbestuurders, directeuren en lerarenteams eerst terughoudend waren over zij-instromers, maar dat zij naarmate zij meer ervaring met deze doelgroep opdoen, veel positiever over hen gaan denken.

Lees meer…

AOb roept op tot vierdaagse schoolweek

De Algemene Onderwijsbond roept scholen met te weinig leraren op een vierdaagse schoolweek in te voeren. De bond wil zo duidelijk maken dat het lerarentekort ‘een levensgroot maatschappelijk probleem’ is. Dat zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in Trouw.

Het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs publiceerden in november een handreiking over tijdelijke noodmaatregelen schoolbesturen kunnen nemen om te voorkomen dat klassen zonder leraar komen te zitten. In die handreiking staat onder andere dat onbevoegde leraren kunnen worden ingezet.

De AOb was hier direct zo verbolgen over, dat de bond besloot om uit het landelijk overleg over het lerarentekort te stappen. Eerder was PO in Actie daar al uitgestapt. Slob liet vervolgens weten dat het overleg zonder de AOb en PO in Actie doorgaat.

Geen onderwijs, maar kinderopvang

Over de inzet van onbevoegd personeel voor de klas zegt de AOb dat dit geen onderwijs is, maar kinderopvang. Bovendien neemt door de inzet van onbevoegden de werkdruk voor bevoegde leraren alleen maar toe, stelt de bond.

Daarom is het volgens AOb-voorzitter Verheggen beter om een vierdaagse schoolweek in te voeren. ‘De werkdruk is gigantisch. Het lerarentekort is een levensgroot maatschappelijk probleem, en dat moet als zodanig zichtbaar worden.’

Positief signaal

Zaan Primair voor openbaar primair onderwijs in Zaanstad voerde vanwege het lerarentekort na de herfstvakantie op enkele scholen een vierdaagse schoolweek in. Bestuursvoorzitter Niko Persoon noemt de oproep van de AOb ‘een positief signaal’.

‘Het is voor ­ouders fijner om te weten waar ze aan toe zijn, dan een dag van tevoren een briefje van hun kind te krijgen waarop staat dat het morgen niet naar school kan’, zo citeert Trouw de Zaanse bestuursvoorzitter.

Lees meer…

Slob geeft geen geld meer aan Lerarenparlement

Onderwijsminister Arie Slob draait de geldkraan voor het Lerarenparlement dicht. Zijn besluit daartoe volgt op de verkenning die Alexander Rinnooy Kan heeft uitgevoerd naar mogelijkheden om de kwaliteit van leraren te verbeteren.

Die verkenning hing samen met het verdwijnen van de vooral door leraren fel bekritiseerde Onderwijscoöperatie. Die zou te ver van hen hebben afgestaan, terwijl deze organisatie in beginsel van en voor leraren was. In dit licht adviseerde Rinnooy Kan ‘om van onderaf een nieuwe structuur te ontwikkelen’.

Slob meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat hij dit advies opvolgt. ‘Dan ligt het niet voor de hand om nu het Lerarenparlement als enige vertegenwoordiger van de beroepsgroep te beschouwen en (…) financieel te ondersteunen’, aldus de minister.

Bovendien is het draagvlak volgens hem niet stevig genoeg. ‘Het Lerarenparlement heeft (…) maar weinig mandaat. Het afgelopen jaar is bovendien een aantal leden uit het Lerarenparlement gestopt. (…) Er is nu vrijwel geen vertegenwoordiging meer vanuit het primair onderwijs (…).’

‘Ik heb het Lerarenparlement daarom laten weten dat ik, met waardering voor hun
inzet het afgelopen jaar, de financiële ondersteuning per 1 januari 2019 stopzet’, zo schrijft Slob in zijn brief.

Lerarenparlement wilde met Slob samenwerken

In november liet het Lerarenparlement naar aanleiding van het advies van Rinnooy Kan nog aan Slob weten met hem te willen werken aan een sterke beroepsgroep.

‘De leraren in het lerarenparlement zullen zich inzetten om de stem van leraren uit de praktijk te laten horen en te werken aan de vorming van een sterke beroepsgroep die inderdaad van onderop gedragen wordt’, zo staat in de reactie van het Lerarenparlement.

Subsidie voor onderwijsassistent die leraar wil worden

Schoolbesturen kunnen subsidie krijgen voor onderwijsassistenten die een opleiding tot leraar primair onderwijs volgen.

De subsidie staat in het teken van het tegengaan van het lerarentekort. Uit onderzoek blijkt dat meer onderwijsassistenten leraar willen worden als er een vergoeding is van de opleidingskosten en studieverlofuren.

Voor 2019 en 2020 is 1 miljoen euro per jaar beschikbaar. De subsidie bedraagt 5000 per onderwijsassistent per jaar, gedurende maximaal vier jaren.

Lees meer…

Bestuurder PO-Raad ziet in robots oplossing lerarentekort

Het lerarentekort oplossen met robots voor de klas. Dat is wat bestuurder Wiely Hendricks van De Haagse Scholen voor openbaar primair onderwijs voor zich ziet. Hij zit ook in het algemeen bestuur van de PO-Raad. Het AD sprak met hem.

Hij benadrukt in de krant dat het onderwijs out of the box moet denken om het lerarentekort op te lossen. De extra aanmeldingen op de pabo’s zijn volgens hem niet voldoende. Het inzetten van uitzendkrachten is ook geen oplossing, stelt hij, want die zijn erg duur.

‘Ik denk dat we toegaan naar klassen met virtuele leerkrachten. Die zien eruit als een mens, lijken net echte leraren, reageren ook op wat kinderen zeggen. Maar eigenlijk zijn ze een soort robots. Robots hebben zo’n negatief imago, maar ik denk dat ze een deel van de lessen gaan overnemen’, aldus Hendricks.

Daarnaast blijven volgens hem ‘echte’ leerkrachten nodig. ‘Maar misschien kunnen virtuele leraren wel een deel van het routinematige werk doen, als hulp. De leerkracht kan dan zelf extra aandacht besteden aan een groepje of individuele leerlingen.’

Kleine scholen

Hij noemt in het AD ook de inefficiëntie van kleine scholen. ‘Nu zijn er soms wel acht scholen binnen een heel kleine straal. Dat betekent acht gebouwen, acht teams, acht ICT-voorzieningen en noem maar op. Dat kan veel efficiënter.’

Voor steden gaat hij uit van basisscholen met 500 leerlingen, in minder dichtbevolkte gebieden van basisscholen met 250 leerlingen en op het platteland van basisscholen met 100 leerlingen. ‘Ik laat die berekeningen nu uitvoeren. Mijn inschatting is dat we echt veel geld kunnen besparen.’

Lees meer… (let op: premium-artikel waarvoor u bij het AD moet inloggen)

Leraren voelen zich minder veilig op school

Leraren in het voortgezet onderwijs geven een 7,8 voor de sociale veiligheid op school. In 2015 was dat een 8,6. Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek op basis van een enquête waaraan ruim 1100 leraren meededen.

Ruim twee op de vijf leraren beoordelen hun eigen sociale veiligheid op school met een 7 of 8. Eveneens twee of de vijf geven het een rapportcijfer 9 of 10. Eén op de tien vindt de sociale veiligheid op school onvoldoende (rapportcijfer 5 of lager).

De sociale veiligheid die leraren ervaren, verschilt per sector. Docenten die alleen lesgeven op vmbo-basis/kader, geven gemiddeld een 7,1. Leraren op vmbo-g/tl/mavo geven gemiddeld een 7,8 en docenten die alleen lesgeven op havo/vwo gemiddeld een 8,0.

Klachten over schoolleiding

Docenten die ontevreden zijn over de sociale veiligheid op school, geven onder meer aan dat de schoolleiding onvoldoende actie onderneemt na incidenten. Ook klagen zij over slechte communicatie door de leiding. Andere punten die worden genoemd, zijn roddels op de werkvloer en een gebrek aan collegialiteit.

Daarnaast melden docenten grensoverschrijdend gedrag van ouders en/of leerlingen. Eén op de vijf docenten geeft aan wel eens te worden uitgescholden.

‘Laat leraren voortouw nemen bij professionalisering’

Laat leraren zelf het initiatief nemen om zich verder te professionaliseren. Dat adviseert Alexander Rinnooy Kan. Hij heeft op verzoek van onderwijsminister Arie Slob een verkenning uitgevoerd naar kwaliteitsverbetering van leraren. 

De verkenning van Rinnooy Kan volgt op het verdwijnen van de vooral door leraren fel bekritiseerde Onderwijscoöperatie. Die zou te ver van hen hebben afgestaan, terwijl deze organisatie in beginsel van en voor leraren was.

Hij nam in zijn verkenning ook het lerarenregister mee. Dat ‘werd door veel leraren eerder ervaren als een bedreiging dan als een steun in de rug voor de professie’, zo meldt de oud-SER-voorzitter die tegenwoordig namens D66 in de Eerste Kamer zit.

Ondanks hun verzet tegen de Onderwijscoöperatie en het lerarenregister, zijn de meeste leraren volgens Rinnooy Kan wel bereid ‘om door te groeien in hun vak en zich blijvend verder te ontwikkelen’.

In dit licht adviseert hij ‘om van onderaf een nieuwe structuur te ontwikkelen’, waarbij leraren het voortouw nemen. Rinnooy Kan raadt ‘een blauwdruk vanuit Den Haag’ af.

Lees meer…

AOb verbolgen over noodmaatregelen lerarentekort

De Algemene Onderwijsbond is verbolgen over de tijdelijke noodmaatregelen die scholen voor primair onderwijs in het kader van het lerarentekort mogen nemen.

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen laat in een brief aan het ministerie van OCW weten dat de vakbond niet zal deelnemen aan overleg over het lerarentekort. Evenmin zal de AOb aanwezig zijn op een bijeenkomst over de regionale aanpak van de personeelstekorten in het onderwijs.

De vakbond wil met het wegblijven aangeven dat ‘zonder structurele maatregelen het lerarentekort niet opgelost kan worden’. Daarmee doelt Verheggen op meer geld voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk. De AOb stelt bovendien dat Slob met de noodmaatregelen ‘tornt aan de onderwijskwaliteit’.

Welke noodmaatregelen zijn toegestaan?

De tijdelijke noodmaatregelen behelzen onder andere het tijdelijk invoeren van een vierdaagse schoolweek. Ook kunnen in bepaalde gevallen onbevoegden voor de klas worden gezet. De Inspectie van het Onderwijs zal niet handhaven mits de school kan aantonen dat tijdelijk onorthodoxe maatregelen noodzakelijk zijn.

Lees meer… 

 

Onderwijsraad wil breed inzetbare leraren

Leraren moeten breed inzetbaar worden. Dat bepleit de Onderwijsraad in het advies Ruim baan voor leraren. Een nieuw perspectief op het leraarschap, dat in het teken staat van de toenemende lerarentekorten.

Het advies van de Onderwijsraad gaat over de manier waarop een andere opleidings- en arbeidsstructuur in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs het tekort aan leraren zou kunnen tegengaan. In het advies is ook de voorschoolse educatie meegenomen.

De raad wil dat er onderwijsbevoegdheden komen, die geldig zijn voor meerdere sectoren en meerdere (verwante) vakken. ‘Nu leiden de opleidingsroutes naar afgebakende bevoegdheden voor een specifieke onderwijssector of een vak. Daarvoor in de plaats komt een generieke basis voor iedereen’, zo staat in het advies.

Lees meer…

Dyade: Leraren steken 10 minuten in lesvoorbereiding

Leraren besteden nog geen 10 minuten per dag aan lesvoorbereiding. Dat zegt directeur Frank Cannegieter van Dyade Academy op basis van een eigen enquête waaraan ruim 400 leraren hebben meegedaan.

Ruim 80 procent van de leraren die aan de enquête van Dyade Academy hebben meegedaan, geeft aan hooguit 60 minuten per week te besteden aan lesvoorbereiding.

Cannegieter: ‘Als je dit afpelt, is de voorbereidingstijd per dag nog geen 10 minuten. Gezien de hoge werkdruk en verplichtingen die leerkrachten tijdens en na schooltijd hebben is dit niet zo vreemd, maar het zorgt er dus wel voor dat er structureel te weinig tijd genomen wordt om een grandioze les neer te zetten.’

Uit de enquête blijkt volgens Dyade Academy ook dat maar een op de vijf leraren de indruk heeft dat de leerling continu geboeid is in zijn of haar les. Dat verbaast Cannegieter niet: ‘Het onderwijs heeft met steeds veranderende behoeften van leerlingen te maken. Als de lesstof niet aansluit bij de interesses van leerlingen, dan is de kans groot dat de aandacht in de les verslapt. Hier ligt een grote kans voor leraren.’

Lees meer…

Geen salarisverhoging met geld uit prestatiebox

Onderwijsminister Arie Slob benadrukt dat er geen extra salarisverhoging voor leraren in het primair onderwijs komt. Hij schiet het plan van de coalitiepartijen CDA en D66 af om voor een extra salarisverhoging de prestatiebox leeg te trekken.  Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt dat plan van CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen getuigen van slecht beleid.

Het salaris van leraren is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen. CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat niet genoeg.

Zij wijzen erop dat er nog steeds een verschil bestaat tussen de lerarensalarissen in het primair onderwijs en de hogere salarissen in het voortgezet onderwijs. Dat verschil is volgens hen niet uit te leggen en moet daarom, zo stellen ze, kleiner worden gemaakt.

Het geld uit de prestatiebox kan hiervoor worden gebruikt, vinden Rog en Van Meenen, omdat volgens hen niet duidelijk is waar dit eerder aan is uitgegeven. ‘De gestelde doelen uitdagender onderwijs, brede onderwijsverbeteringen, professionele scholen en doorgaande ontwikkellijnen zijn niet gehaald, of de resultaten zijn zelfs verslechterd’, aldus CDA en D66.

Minister Slob gaat hier niet in mee, zo liet hij in de Tweede Kamer weten. Hij benadrukte dat er afspraken zijn gemaakt over de prestatiebox en dat hij daar niet aan gaat tornen, in ieder geval niet tot 2020. In dat jaar wordt de prestatiebox geëvalueerd.

Slecht beleid

Ronald Bloemers vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Steeds minder invallers

De invallers in het basisonderwijs raken op, meldt de NOS op basis van een rondgang langs regionale invalpools.

Dat de invalpools steeds leger raken, komt volgens de NOS doordat schoolbesturen invallers in vaste dienst nemen om personeelstekorten op te vullen.

De NOS sprak onder anderen met directeur Joost Spijker van RTC Transvita: ‘Ik ben dit schooljaar 200 van de 500 invaldocenten kwijtgeraakt aan scholen die hun een vast contract bieden. Daardoor kunnen wij als invalpool scholen steeds vaker niet helpen. Sommige scholen leggen zelfs hun aanvragen niet meer bij ons neer, omdat ze de kans klein achten dat we een vervanger kunnen regelen.’

Zijn collega Eric Reekers van TCOZ zegt tegen de NOS dat het probleem zit bij de instroom van de invalpool: ‘Die droogt al jaren op, terwijl de uitstroom doorgaat’.

Lees meer…

Meer geld voor aanpak lerarentekort

Onderwijsminister Arie Slob verhoogt de subsidie voor zij-instromers en trekt meer geld uit voor de aanpak van het lerarentekort in de Randstad. 

Er komt 20 miljoen euro extra beschikbaar. Een deel daarvan komt uit de pot voor de Lerarenbeurs. Daar is minder vraag naar dan aanvankelijk werd gedacht

Van de 20 miljoen gaat 7 miljoen naar het budget voor zij-instromers. De resterende 13 miljoen wordt ingezet om het lerarentekort in de Randstad aan te pakken.

 

 

‘Negatieve beeld van ongelukkige leraren klopt niet’

Het algemene beeld dat maar weinig leraren gelukkig zijn met hun werk, komt niet overeen met wat zij daar zelf over zeggen. Veel van hen zijn juist blij met hun baan, meldt bureau Driessen op basis van onderzoek door Kantar TNS (voorheen TNS NIPO).

Slecht één op de drie mensen denkt dat leraren, verpleegkundigen en ambtenaren gelukkig zijn met hun werk. Mensen die werken in het onderwijs, de zorg of voor de overheid werken, beoordelen hun eigen werkgeluk gemiddeld met een rapportcijfer 7,5 en dat is hoger dan in de private sector, waar het werkgeluk gemiddeld een 7,3 krijgt.

Voor werknemers in onder andere het onderwijs blijken vooral de inhoudelijke aantrekkelijkheid van het werk en contacten met collega’s van belang, alsmede de balans tussen werk en privé en de ervaren werkdruk. De hoogte van het inkomen en baanzekerheid tellen voor hen over het algemeen minder zwaar mee.

Lees meer…

Gesprekken gaan door zonder PO in Actie

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat de gesprekken met de sociale partners over de aanpak van het lerarentekort doorgaan, maar zonder PO in Actie. Hij laat dat weten in reactie op Kamervragen van de PvdA en GroenLinks.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul en haar collega Lisa Westerveld van GroenLinks volgden op het besluit van de vakbond PO in Actie om uit het overleg met minister Slob over de aanpak van het lerarentekort weg te lopen. PO in Actie nam dat besluit eind augustus.

Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat er geen extra geld komt bovenop de eerder overeengekomen 270 miljoen euro voor hogere salarissen en 430 miljoen euro voor minder werkdruk. Dat was voor PO in Actie reden om het overleg te staken.

Dit betekent echter niet dat het overleg met de andere sociale partners stilligt, aldus de minister. ‘Ik ben op dit moment in gesprek met de werkgevers- en werknemersorganisaties over de aanpak van het lerarentekort. PO in Actie heeft aangegeven niet meer bij deze gesprekken betrokken te willen zijn.’

Weer voor de klas

PO in Actie laat in reactie hierop weten graag weer te willen aansluiten ‘als we over echte oplossingen kunnen praten’. Tot die tijd staan de voormannen Thijs Roovers en Jan van de Ven van PO in Actie weer voor de klas ‘om te zorgen voor een zo klein mogelijk lerarentekort’.

Roovers en Van de Ven lieten voor de zomervakantie weten dat zij met PO in Actie zouden stoppen. Ze zeiden toen dat het altijd hun wens was ‘om gewoon terug de klas in te gaan’. Ook lieten ze toen weten dat hun gezinnen meer aandacht verdienen, omdat die het door hun werk voor PO in Actie ‘behoorlijk te verduren’ hebben gekregen.

PO-Front

Onlangs werd bekend dat PO-Front, het monsterverbond van werkgevers en werknemers, niet meer als zodanig bestaat. In PO-Front, dat zich sterk maakte voor meer geld voor hogere salarissen en minder werkdruk, zat onder andere PO in Actie.

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen lerarensalarissen en werkdruk. Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie liet naar aanleiding van het nieuws over het einde van PO-Front weten dat de vakbond met de samenwerking had willen doorgaan en dat het nu niet duidelijk is hoe PO in Actie vorm kan blijven geven aan verdere acties.

PO-Raad en vakbonden maken einde aan monsterverbond

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden hebben de stekker uit PO-Front getrokken. Dat was het monsterverbond waarin de werkgevers en werknemers gezamenlijk optrokken om bij het kabinet meer geld los te krijgen voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk.

In een gezamenlijk persbericht melden de PO-Raad en de vakbonden dat er met PO-Front veel is bereikt. Daarmee doelen ze op de 270 miljoen euro van het kabinet voor hogere salarissen en 430 miljoen euro om de werkdruk aan te pakken.

PO-Front organiseerde stakingen en bleef er tot het einde toe op hameren dat het kabinet met twee keer zoveel geld moest komen, maar onderwijsminister Arie Slob bleef op zijn beurt herhalen dat het kabinet die eis niet kon inwilligen.

Meer dan alleen salarissen

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen de lerarensalarissen en de werkdruk.

Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie baalt

Lerarenvakbond PO in Actie van Thijs Roovers en Jan van de Ven bracht het einde van PO-Front op Twitter als ‘brekend nieuws’. Wat deze vakbond betreft had PO-Front ‘nog wel even door mogen gaan’. PO in Actie zegt niet te weten hoe het nu verder moet met eventuele vervolgacties voor meer salaris.

Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

Het staat leraren vrij te kiezen voor dure uitzendbureaus

‘Het staat leraren vrij een werkgever te kiezen’, stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op berichten dat een deel van de leraren ervoor kiest om te gaan werken voor dure uitzendbureaus.

Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA had vragen gesteld over deze ontwikkeling. Zij wilde van Slob weten of hij ‘de ontwikkeling dat zulke bureaus leerkrachten hogere salarissen en bijvoorbeeld een auto beloven’ als een verschijnsel ziet ‘dat nu eenmaal hoort bij het alledaagse kapitalisme’.

De minister laat in zijn reactie weten dit ‘geen wenselijke ontwikkeling’ te vinden, maar hij benadrukt ook dat leraren zelf hun werkgever kunnen kiezen. ‘In deze tijd waarin we te maken hebben met een lerarentekort, hebben leraren meer te kiezen’, aldus Slob.

Tevens wijst hij erop dat het werven van personeel een zaak is van de schoolbesturen. ‘Dat geldt ook voor de inhuur van personeel via bureaus en de tarieven daarvan’, zo schrijft hij.

Lees meer…

Met meer onderwijsassistenten werkdruk verminderen

Om de werkdruk aan te pakken, willen schoolteams vooral meer onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten. Dat blijkt uit een peiling onder schoolbestuurders.

Bijna negen op de tien schoolbestuurders die aan de peiling meewerkten, geven aan dat de gesprekken in de schoolteams over de inzet van het extra geld van het kabinet voor het verminderen van de werkdruk, hebben geleid tot vacatures voor met name onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten.

Vacatures invullen

Twee op de drie bestuurders geven aan dat ze (naar verwachting) alle vacatures ingevuld krijgen. Bijna een op de vijf denkt dat dat niet gaat lukken.

Acht op de tien schoolbestuurders denken dat met de inzet het extra geld van het kabinet de werkdruk daadwerkelijk zal verminderen, terwijl één op de zes denkt dat de werkdruk niet omlaag zal gaan.

Voor de peiling in opdracht van de PO-Raad werden ruim 800 schoolbestuurders benaderd, van wie er ruim 300 reageerden.