Schoolleiders willen ‘loon naar werk’

Wat schoolleiders nodig hebben, is ‘loon naar werk’, meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

Terwijl 40.000 stakers op het Malieveld in Den Haag betoogden voor meer geld en minder werkdruk, waren honderden schoolleiders in Nieuwegein op het congres van hun vakbond AVS. Deze vakbond steunde de staking en het protest in Den Haag niet.

Schoolleider verdient minder dan leraar

Op het AVS-congres werd een peiling gehouden over de vraag wat schoolleiders nodig hebben om hun werk goed te doen. De meesten gaven aan: ‘loon naar werk’.

Een van de schoolleiders zei dat hij nu minder verdient dan toen hij nog leraar was. Een ander zei dat dit niet goed is voor de motivatie. Ook werd gesteld dat directeuren overal verantwoordelijk voor zijn en dat dat ‘totaal niet (wordt) gewaardeerd’.

Extra geld alleen maar naar leraren

Het extra geld voor hogere salarissen in het primair onderwijs is alleen naar de leraren gegaan, met de gedachte dat dat nodig zou zijn om het vak van leraar aantrekkelijker te maken.

De schoolleiders kregen er geen geld bij, terwijl ook zij een hoge werkdruk ervaren. Bovendien is er niet alleen een lerarentekort, maar ook een (relatief gezien nog groter) tekort aan directeuren. Het feit dat schoolleiders er geen geld bij hebben gekregen, heeft bij hen tot onvrede geleid.

Lees meer…

Geen leraar te vinden, dus huurt school studenten in

De Calvijn Business School in Rotterdam huurt vanwege het nijpende lerarentekort studenten in. Directeur Willem Punt betaalt ze 15 euro per uur, vertelt hij tegen de christelijke profielorganisatie Verus.

Punt trok bijvoorbeeld een student technische informatica aan. ‘Tijdens verkenningsuren Business zijn onze havo 4-klassen bezig met de praktijk. Ik heb een derdejaars hbo-student aangetrokken die ik 15 euro per uur betaal. We schreven samen de module Duurzaam ondernemen. Hij zit dicht op de leerlingen en leert hun intussen hbo-vaardigheden: onderzoek doen, bronnen vinden, argumenteren… Die jongelui lopen met hem weg.’

Ongeveer hetzelfde doet Punt voor leerlingen die gemeentelijke subsidie krijgen om te worden bijgespijkerd, zodat ze niet hoeven te doubleren. ‘We krijgen de subsidie maar er zijn geen mensen die bijles kunnen geven. Onze eigen docenten kunnen we niet vragen: hun werkdruk is al hoog genoeg. Dus contracteren we studenten van de Erasmus Universiteit’, aldus Punt.

Lees meer…

 

Willen leraren eigen beroepsgroep? Zelf regelen!

Het is helemaal aan de leraren om eventueel met een eigen beroepsorganisatie aan de slag te gaan. Daar gaat onderwijsminister Arie Slob zich niet mee bemoeien.

Dat schrijft hij in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer in reactie op een verkenning die D66-Eerste Kamerlid Alexander Rinnooy Kan vorig jaar op verzoek van Slob uitvoerde. Die verkenning volgde op het verdwijnen van de fel bekritiseerde Onderwijscoöperatie. Die zou te ver van de leraren hebben afgestaan.

Rinnooy Kan adviseerde ‘om van onderaf een nieuwe structuur te ontwikkelen’. De minister vindt dat prima, maar hij is het niet eens met Rinnooy Kan die vindt dat er informateurs moeten worden aangesteld die met een plan van aanpak zouden moeten komen. ‘Ik hoop van harte dat leraren zelf deze handschoen oppakken’, aldus Slob.

Leraren moeten dus helemaal zelf het voortouw nemen. De overheid kan volgens de minister wel ‘faciliterend optreden’, maar daar blijft het dan ook bij.

Geld voor verlagen werkdruk naar voren gehaald

Onderwijsminister Arie Slob stelt 96 miljoen euro voor de aanpak van werkdruk in het primair onderwijs eerder beschikbaar dan gepland.

Vanaf volgend schooljaar is daar niet 237 miljoen euro voor beschikbaar, zoals nu het geval is, maar 333 miljoen euro. Per leerling gaat het dit schooljaar om een bedrag van 155 euro. Vanaf komend schooljaar tot en met 2022-2023 wordt dat 220 euro per leerling. Vanaf het schooljaar 2023-2024 zal er 430 miljoen euro per jaar beschikbaar zijn, wat neerkomt op circa 283 euro per leerling.

Let op: het kabinet komt niet met extra geld, maar stelt een deel van het beschikbare budget eerder beschikbaar. Het wordt dus (deels) naar voren gehaald. Dit betekent wel dat het bedrag van 430 miljoen euro dat aanvankelijk per 2021-2022 beschikbaar zou komen, nu pas beschikbaar zal zijn per 2023-2024.

‘Dit helpt meteen’

Vakbond CNV Onderwijs is er blij mee: ‘Hiermee kan het primair onderwijs op korte termijn de werkdruk verlagen. Dit helpt meteen’, zegt voorzitter Loek Schueler. Zij voegt hieraan toe dat CNV Onderwijs er flink voor heeft gelobbyd en dat dat heeft gewerkt.

De Algemene Onderwijsbond (AOb), die niet meedeed aan de lobby, reageert kritisch. Volgens de organisator van de geplande onderwijsstaking op 15 maart lijkt het erop dat het naar voren halen van het geld bedoeld is om deze staking te dwarsbomen.

Handjeklap

Het lerareninitiatief PO in Actie, dat geen vakbond meer , stelt dat het geld dat nu naar voren wordt gehaald, bij elkaar is geknokt door leerkrachten en nu onderwerp is van handjeklap tussen het ministerie en CNV Onderwijs.

Kamervragen over online foto’s en filmpjes van leraren

De VVD heeft Kamervragen gesteld over het ongevraagd online plaatsen van foto’s en filmpjes van leraren. De Tweede Kamerleden Rudmer Heerema en Tobias van Gent willen van onderwijsminister Arie Slob en minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming weten of dit in strijd is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

De vragen volgen op verschillende recente incidenten rond leraren die in problemen zijn geraakt doordat leerlingen in school foto’s en filmpjes van hen hebben gemaakt en die zonder toestemming op internet hebben geplaatst. Heerema en Van Gent willen van de ministers weten of die het nodig vinden om leraren hiertegen in bescherming te nemen.

Ze willen ook van Slob en Dekker weten of die de opvatting delen dat het zonder toestemming plaatsen van filmpjes en/of foto’s op internet in strijd is met de AVG. Als dat volgens de minister het geval is, willen de VVD’ers van hen horen welke strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties mogelijk zijn.

Lees meer…

‘Leraren moeten meebeslissen over financieel beleid’

GroenLinks wil leraren een beslissende stem geven in het financiële beleid van de school. Zo kan er volgens Tweede Kamerlid Lisa Westerveld voor worden gezorgd dat schoolbesturen minder geld opzijzetten om risico’s af te dekken. Dat is volgens haar goed voor de kwaliteit van het onderwijs.

Zij vindt het raar dat schoolbestuurders enerzijds hun steun betuigen aan leraren die actievoeren voor een hoger loon en minder werkdruk en anderzijds ‘miljoenen wegschuiven richting spaarrekeningen’. Westerveld pleit voor een wettelijke vastgelegde maximering van financiële reserves van schoolbesturen.

Ook vindt ze dat leraren via de medezeggenschap moeten kunnen meebeslissen over financiële keuzes. ‘Niemand heeft meer baat bij een goede besteding van onderwijsgeld dan de leraar’, stelt Westerveld. Zij moeten daarbij wat haar betreft wel professionele ondersteuning krijgen, zodat de schoolbestuurders niet meer het volgens haar onzinnige argument kunnen gebruiken dat leraren geen verstand zouden hebben van financiën.

‘Leraren niet geïnteresseerd in meebeslissen’

Onderwijsjournalist Ronald Buitelaar noemt op Twitter het idee van Westerveld sympathiek, maar volgens hem zijn veel leraren helemaal niet geïnteresseerd in meedenken en -beslissen:

Onjuiste brief van Slob over aanleveren lerarengegevens

Onderwijsminister Arie Slob betreurt het dat het ministerie van OCW een onjuiste brief naar de schoolbesturen heeft gestuurd over het aanleveren van lerarengegevens. Dat laat hij weten in antwoord op Kamervragen.

De Tweede Kamerleden Eppo Bruins van de ChristenUnie, Paul van Meenen van D66 en Michel Rog van het CDA hadden vragen gesteld over brieven waarin schoolleiders wordt gewezen op de wettelijke verplichting om gegevens van leraren aan te leveren voor het Lerarenregister. ‘Deze brief had niet in deze vorm verstuurd moeten worden: de informatie die er in staat is onvolledig. Dat betreur ik’, aldus Slob.

Lerarenregister, bekwaamheidsdossiers, portfolio’s…

Hij wijst er in zijn antwoorden op dat er in de huidige kabinetsperiode geen sprake zal zijn van een verplicht lerarenregister. Wel blijft Slob werken aan de doelen uit de Wet beroep leraar en het vrijwillig Lerarenportfolio, dat de regie over de professionele ontwikkeling in handen legt van de leraar. Dit is volgens hem een essentieel verschil met het huidige bekwaamheidsdossier, dat in handen is van het schoolbestuur.

‘Ik vind het daarom belangrijk dat besturen gegevens aanleveren, zodat leraren van het portfolio gebruik kunnen maken. Om dubbele lasten te voorkomen, hoeven  schoolbesturen die het portfolio onder leraren stimuleren niet langer bekwaamheidsdossiers bij te houden’, zo schrijft de minister.

Schoolbesturen blijven volgens hem verplicht de gegevens aan te leveren, maar de leraar bepaalt zelf of hij of zij het portfolio wil gebruiken. Schoolbesturen die ervoor kiezen geen gegevens aan te leveren, moeten wel kunnen aantonen, zo benadrukt Slob, dat zij op een andere wijze de professionele ontwikkeling van hun leraren stimuleren. Dit laatste stond echter niet in de brieven vermeld.

‘Dit zal gerectificeerd worden’, aldus de minister. Hij laat een nieuwe brief versturen.

Omdenken in plaats van staken

Op 15 maart gaat het hele onderwijs plat, van primair onderwijs tot en met de universiteiten. Althans, dat is de bedoeling van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Gaan we hiermee de werkdruk en het lerarentekort verminderen?

Scholen krijgen extra geld voor minder werkdruk, bijvoorbeeld door ‘regels te ruimen’. Ook kunnen scholen subsidie krijgen om samen in hun eigen regio het lerarentekort aan te pakken. Per regio kan daarvoor 250.000 euro worden verstrekt. Desondanks wordt voor het schooljaar 2023-2024 in het primair onderwijs een tekort verwacht van 4200 fte en in het voortgezet onderwijs nog eens 1600 fte.

De instroom van zij-instromers en de stijging van het aantal jongeren dat leraar wil worden, vertragen de groei van het lerarentekort enigszins, maar er blijft sprake van een heel groot probleem. Gaan we dat oplossen door weer het werk neer te leggen? Dacht het niet! Door in het stakingsmantra te blijven hangen, geven we de boodschap af dat het onderwijs een plek is waar je vooral niet moet zijn!

Omdenken

Het is tijd voor draconische maatregelen. We moeten omdenken. Om te beginnen moeten we terug naar de kern: goed onderwijs verzorgen. Wat niet tot de corebusiness van scholen behoort, is het oplossen van allerlei maatschappelijke problemen, makelaar zijn van voor-, tussen- en naschoolse opvang, het organiseren van schoolreizen etc. etc.

En dan het passend onderwijs. Inclusie is een fantastisch idee, maar dan moet er wel genoeg geld voor zijn. Breng het aantal leerlingen per leraar omlaag en zet in elke klas ten minste één onderwijsassistent! Natuurlijk blijft het speciaal onderwijs voor sommige leerlingen altijd nodig. Ik noem hier ook de constatering van de OESO dat leraren in Nederland meer lesuren draaien dan hun collega’s in het buitenland. Dat moet minder, daar is iedereen in het onderwijs het wel over eens.

Vierdaagse schoolweek

Hoe gaan we dit regelen? Om te beginnen door serieus met elkaar in gesprek te gaan over de invoering van de vierdaagse schoolweek. Laten we bijvoorbeeld de woensdag vrijroosteren. Zo krijgen leraren meer tijd voor voorbereiding, scholing en overleg. Natuurlijk zijn er allerlei vragen: wat betekent het voor werkende ouders als de school één dag in de week dichtgaat? En wat betekent dit voor de kwaliteit van het onderwijs? Maar die vragen mogen er niet toe leiden dat we de vierdaagse schoolweek bij voorbaat afschieten.

Verdienen leraren slecht?

Dan nog even over de lerarensalarissen. Zijn die wel zo laag als de vakbonden stellen? Een beginnende leraar in het primair onderwijs verdient 2563 euro bruto per maand. Een beginnende verpleegkundige of politierechercheur op hbo-niveau krijgt minder. En als je aan je top zit? Dan kunnen leraren in het primair onderwijs 4851 euro bruto per maand verdienen, net als een hoofdinspecteur van politie of hoofdverpleegkundige. Het onderwijs loopt dus mooi in de pas.

We kunnen jongeren niet alleen laten zien dat leraar een heel mooi beroep is, maar ook dat je in het onderwijs helemaal niet slecht verdient!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Informatica steeds meer in de knel door lerarentekort

Scholen staan vanwege het lerarentekort onder toenemende druk om het keuzevak informatica in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs te schrappen, meldt het Financieele Dagblad.

Het aantal scholen dat informatica aanbiedt als keuzevak in de bovenbouw van havo en vwo is sinds 2011 gedaald van 300 naar 260, blijkt uit cijfers van DUO. Dat is minder dan de helft van alle middelbare scholen.

Kansloze missie

Het FD citeert onder anderen rector Michiel van Dijk van het openbare Zaanlands Lyceum in Zaandam. Hij zegt er alles aan te doen om informatica te behouden. ‘Onze docent heeft vijf klassen en gaat over een halfjaar met pensioen. Op de vacature komen vrijwel geen reacties.’

Michiel meldt dat hij alle lerarenopleidingen heeft gemaild om te vragen of er studenten zijn, maar dat is volgens hem een kansloze missie. ‘Als ik geen docent kan vinden, kunnen we het vak niet aanbieden in 4 havo en 5 vwo’, aldus de Zaanse rector.

Lees verder…

AOb-leden stemmen massaal op linkse partijen

Ruim zes op de tien leden van de Algemene Onderwijsbond (AOb) die al weten wat ze gaan stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart, kiezen links. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

Uit de peiling blijkt dat GroenLinks met 33 procent veruit de grootste favoriet is. Deze partij kan rekenen op 10 procent meer AOb-stemmers dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017.

Op de tweede plaats staat de PvdA met 17 procent. De sociaaldemocraten winnen 3 procent ten opzichte van 2017. Op de derde plaats staat D66 met 13 procent. De partij die zich altijd afficheert als de onderwijspartij, verliest in de peiling meer dan de helft van AOb-stemmers. De SP kan rekenen op 12 procent (was 10 procent).

Rechtse partijen doen het ronduit slecht onder AOb-leden. De VVD kan rekenen op 4 procent, Forum voor Democratie op 3 procent, de PVV op 1 procent en de SGP op 0 procent.

Lees meer…

Ministerie gaat niet over salarissen schoolleiders

Het ministerie van OCW heeft geen invloed op de hoogte van de salarissen van schoolleiders. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De minister reageert op een brief van Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant en openbare basisschool De Singel in Roosendaal over de ‘geldelijke compensatie’ van schoolleiders. De brief stond mede in het teken van het grote lerarentekort.

Slob is het ermee eens dat het werk van schoolleiders van groot belang is voor de kwaliteit van onderwijs. ‘Ik ben me dan ook zeer bewust van het belang van uw werk maar ook van het feit dat u onder complexe omstandigheden uw werk uitvoert. Een probleem als het lerarentekort heeft dan ook dagelijks mijn aandacht.’

Wat betreft de salarissen van schoolleiders, benadrukt hij dat het ministerie van OCW daar niet over gaat. ‘De hoogte van het salaris is onderdeel van de cao-afspraken tussen werkgevers en werknemers. Het ministerie neemt daar geen deel aan’, aldus Slob.

Alleen maar aandacht voor leraren

Onder veel schoolleiders in het primair onderwijs bestaat onvrede over het feit dat zij vorig jaar geen forse salarisverhoging hebben gekregen, in tegenstelling tot hun leraren.

Voorman Jan van de Ven van PO in Actie zei toen dat er bewust alleen maar aan de leraren is gedacht. Dat dit de verhoudingen scheef zou trekken, werd volgens Van de Ven beseft tijdens de cao-onderhandelingen, waar ook de schoolleidersvakbonden AVS en CNV Schoolleiders aan meededen. ‘Wij zeiden: dat is dan maar zo. We hebben echt alle middelen nodig om mensen naar het vak te trekken’, zo citeerde NRC hem.

Na de cao-onderhandelingen, die dus voor schoolleiders niet goed uitpakten, zei voorzitter Petra van Haren van de AVS dat het niet zo kan zijn dat er leraren zijn die meer verdienen dan hun directeuren, maar toen was het al te laat.

Pabo’s in de lift, vooral meer 30-plussers

De pabo’s trekken ruim 10 procent meer studenten dan vorig jaar. Vooral het aantal 30-plussers dat de opleiding tot leraar basisonderwijs volgt is toegenomen. Dat meldt de Vereniging Hogescholen.

De pabo laat met in het hoger beroepsonderwijs de grootste absolute instroomtoename zien. De instroom in deze opleiding is met 10,2 procent toegenomen ten opzichte van vorig jaar.

De Vereniging Hogescholen telt dit jaar 4755 pabo-studenten. Dat is meer dan in 2015, 2016 en 2017, maar nog altijd minder dan in 2014, toen er 5726 pabo’ers waren.

Opvallend is dit jaar de grote instroomtoename van 30-plussers (+49,3 procent) in vergelijking tot studenten onder de 30 jaar (+7,4 procent). Hierdoor is dit studiejaar 9,2 procent van de pabo-instromers 30 jaar of ouder, terwijl dit vier jaar geleden nog 3,5 procent.

Lees meer…

Bepaalde schoolvakken in gevaar door lerarentekort

Het lerarentekort in het voortgezet onderwijs is zo nijpend, dat bepaalde vakken uitvallen. Dat meldt de Telegraaf, die zich onder andere baseert op wat de VO-raad hierover zegt.

Woordvoerder Stan Termeer van de sectororganisatie zegt in de krant dat op basis van arbeidsmarktprognoses te voorspellen is ‘dat scholen wel zullen moeten besluiten bepaalde vakken bij gebrek aan docenten niet meer te geven’.

De krant laat ook directeur-bestuurder Martin van den Berg van de Stichting Eindhovens Christelijk Voortgezet Onderwijs aan het woord: ‘Gezien de uitstroom en instroom van docenten in het onderwijs, kan ik voorspellen dat we volgend jaar al vakken moeten schrappen, wat een verarming is van het aanbod.’

Op scholen van de Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Rotterdam en omgeving worden nu al bepaalde vakken niet meer gegeven, vertelt bestuursvoorzitter Henk Post: ‘Ik schrap (…) al lessen informatica en natuurkunde, terwijl er wel behoefte aan is.’ Volgens hem leggen scholen nu ‘noodverbanden aan, zodat het beeld nog wat geflatteerd is’.

Lees meer…

Leraren willen niet naar Utrecht vanwege parkeergeld

Leraren willen niet in Utrecht werken, omdat ze de parkeertarieven daar te hoog vinden, meldt de Telegraaf.

De krant van autominnend Nederland baseert zich op een onderzoek van de VVD in Utrecht en citeert het liberale gemeenteraadslid Tess Meerding: ‘Veel scholen geven aan dat sollicitatiegesprekken regelmatig stuklopen op de kwestie parkeren.’ In Utrecht kost parkeren tussen de 20 en ruim 40 euro per dag.

Volgens haar is het voor leraren van buiten de stad geen optie om in Utrecht te gaan wonen, omdat de huizen daar voor mensen uit het onderwijs niet meer te betalen zouden zijn. De Telegraaf noemt niet de optie voor leraren die in Utrecht werken om met het openbaar vervoer naar het werk te gaan. Ook de fiets wordt niet genoemd.

Lees meer…

Internationalisering: leraren lopen achter op leerlingen

Leraren internationaliseren minder snel dan hun leerlingen, meldt het Nuffic in het rapport Internationalisering in beeld 2018.

De Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs benadrukt dat leraren een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van internationale vaardigheden van leerlingen. Het blijkt echter dat ze dat zij gemiddeld minder snel internationaliseren dan hun leerlingen. Dat komt doordat ze maar weinig gebruikmaken van de mogelijkheden om naar het buitenland te gaan. Dit geldt ook voor studenten van lerarenopleidingen.

Engels vanaf groep 1, wereldburgerschap, uitwisseling

Het Nuffic meldt verder dat in het basisonderwijs bij internationalisering de nadruk ligt op het leren van een vreemde taal en wereldburgerschap. In het voortgezet onderwijs doet bijna 40 procent van de scholen iets aan internationalisering. Dat kan bijvoorbeeld door middel van versterkt talenonderwijs, aandacht voor een internationaal curriculum of uitwisselingen voor leerlingen en docenten.

Lees meer…

Pabo’s hebben last van slecht imago leraren

Jongeren mijden de pabo om het salaris, het carrièreperspectief en het imago van leraren, meldt de NOS.

De NOS laat marktonderzoeker Mirjam Bahlman van studieplatform Qompas aan het woord. Zij stelt dat jongeren ‘een vrij statisch beeld’ van leraren hebben. ‘Veel scholieren en studenten weten niet dat je ook directeur kan worden, of ICT-coördinator. Er kan op dat vlak dus nog wat verbeterd worden’, aldus Bahlman.

Het salaris van leraren dat te laag zou zijn en de werkdruk die in het onderwijs als hoog wordt ervaren, zijn volgens Qompas ook belangrijke redenen voor jongeren om niet naar de pabo te gaan. Maar jongeren geven ook aan dat er positieve kanten zitten aan werken in het primair onderwijs, zoals de grote baanzekerheid.

Lees meer…

Hoofdrol voor strategisch personeelsbeleid

De onderwijsministers benadrukken in een brief aan de Tweede Kamer het belang van strategisch personeelsbeleid. Dit is nodig om leraren goed tot hun recht te laten komen.

Met strategisch personeelsbeleid doelen de ministers op een beleid dat is afgestemd op de visie en doelen waar een school aan werkt en de opgave waar de school voor staat. ‘Deze opgave wordt beïnvloed door (veranderende) interne en externe factoren, zoals de aanpak van werkdruk, voorbereiding op de curriculumherziening, omgaan met leerlingdaling en het lerarentekort’, zo staat in hun brief.

Daarin staat ook dat schoolbesturen en -leiders verantwoordelijk zijn voor het strategisch personeelsbeleid, maar ook dat iedereen er een positieve bijdrage aan moet leveren. ‘Een visie op leren en ontwikkelen kan niet door alleen de schoolleiding worden bedacht, maar moet in samenspraak met het team tot stand komen.’

Lees meer…

Lerarentekort groeit iets minder hard

Het lerarentekort groeit iets minder hard dan eerder werd geraamd. Dat staat in een brief van de onderwijsministers aan de Tweede Kamer.

Voor het schooljaar 2023-2024 wordt in het primair onderwijs een lerarentekort verwacht van 4200 fte. Dat is ongeveer gelijk aan eerdere ramingen, met dit verschil dat het waarschijnlijk wat langer duurt voordat dit tekort zich zal voordoen.

De vertraging van de groei van het lerarentekort komt onder andere door de lichte toename van het aantal pabo-afgestudeerden en de instroom van mensen die vroeger in het onderwijs werkten en weer voor de klas gaan staan. Bovendien heeft de stijging van pensioenleeftijd enige dempende invloed.

Het lerarentekort leidt volgens de ministers tot een goede uitgangspositie van starters. Zij komen gemakkelijk aan het werk en krijgen eerder dan voorheen een reguliere baan (in plaats van invalwerk) met een vast contract. Het tekort leidt er ook toe dat het aandeel uitzendkrachten toeneemt. Dat is in vijf jaar verdubbeld naar 4 procent.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs wordt in 2023-2024 een lerarentekort verwacht van 1075 fte. Dat is dus een stuk minder dan in het primair onderwijs. Dit heeft onder andere te maken met de krimp van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De ministers signaleren dat in het voortgezet onderwijs veel sterker dan in het primair onderwijs sprake is van regionale verschillen. Bovendien verschilt het lerarentekort sterk per vak. De tekorten doen zich vooral voor bij de exacte vakken, maar ook bij de klassieke talen en in toenemende mate ook bij Frans en Duits.

Lees meer… 

Subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort

De subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort is bedoeld voor onder andere schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs. 

De subsidieregeling gaat uit van een regionale aanpak voor het primair en voortgezet onderwijs. Partijen in de regio bepalen zelf binnen welk geografisch gebied de samenwerking vorm krijgt. Dat kan bijvoorbeeld in arbeidsmarktregio’s.

Om in aanmerking te komen voor subsidie, dienen de deelnemende partners in de regio een plan van aanpak in met bijbehorende begroting. Hierin staat wat zij in 2019 gaan ondernemen om het lerarentekort in hun regio aan te pakken.

Hoeveel subsidie?

De subsidie voor een plan van aanpak in het primair of voortgezet onderwijs bedraagt maximaal 250.000 euro per regio. Als bij het voortgezet onderwijs ook het mbo deelneemt, is er maximaal 75.000 euro extra subsidie mogelijk.

Voor sectoroverstijgende aanvragen van het primair en voortgezet onderwijs gezamenlijk is maximaal 500.000 euro per regio beschikbaar, met opnieuw de mogelijkheid van een extra subsidie van maximaal 75.000 euro als het mbo deelneemt.

Voorwaarde voor toekenning van subsidie is dat er sprake is van cofinanciering.

Voor 2019 is in totaal 9 miljoen euro subsidie beschikbaar: 4,5 miljoen euro voor het primair onderwijs en 4,5 miljoen euro voor het voortgezet onderwijs en mbo.

Subsidie aanvragen

Subsidie aanvragen kan via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen. Let op: subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en toegekend.

Let op: het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs Voion houdt op maandag 21 januari een telefonisch spreekuur over de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de regionale aanpak van het lerarentekort.

U kunt op maandag 21 januari tussen 15 en 17 uur bellen met 070 – 3 765 756.

Meeste ouders steunen stakende leraren

Acht op de tien ouders staan achter de eisen van leraren voor meer salaris en minder werkdruk willen, meldt Ouders & Onderwijs.

Uit een peiling blijkt dat de helft van de ouders achter de oproep staat van de Algemene Onderwijsbond (AOb) aan de mensen in het onderwijs om op 15 maart te gaan staken. Drie op de tien vragen zich af of een staking het juiste middel is.

Weinig last van staking

Verder blijkt uit de peiling dat ouders verwachten relatief weinig last te hebben van de staking. De AOb heeft de landelijke staking gepland op een vrijdag. Veel ouders zijn op die dag thuis of kunnen makkelijk opvang regelen.

De stakingsoproep krijgt overigens geen steunt van CNV Onderwijs en de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). De oproep van de AVS aan schoolleiders om geen vervanging meer te regelen bij ziekte, kan op veel minder steun rekenen van ouders. Driekwart van hen is hiertegen, vooral vanwege de onzekerheid die deze actie voor hen kan veroorzaken.

Lees meer…

Flexibele schil in onderwijs niet uitzonderlijk groot

De flexibele schil in het basis- en voortgezet onderwijs is vergelijkbaar met die van andere overheidsgerelateerde sectoren, maar groeit wel. Dat laatste komt onder meer doordat leraren wisselen van baan en dan vaak weer een tijdelijk contract krijgen, meldt Trouw.

De flexibele schil bestaat uit zzp’ende leraren, uitzendkrachten en leraren die op afroepbasis werken en/of een tijdelijk arbeidscontract hebben. In het basisonderwijs vormt deze schil 16 procent en in het voortgezet onderwijs 17 procent, meldt de krant op basis cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Andere baan is vaak tijdelijk contract

De PO-Raad wijst er in Trouw op dat volgens de Dienst Uitvoering Onderwijs vorig jaar 10 procent van de leraren een tijdelijk contract had. Dat het CBS nu uitkomt op een flexibele schil van 16 procent, komt volgens de sectororganisatie doordat nu ook onder anderen zzp’ende leraren worden meegeteld. Een andere factor waar de PO-Raad op wijst, is dat in tijden van personeelstekorten veel leraren met een vast contract van baan wisselen en dan vaak weer een tijdelijke contract krijgen.

De VO-raad herkent het percentage dat de krant noemt, maar heeft daar verder geen opmerkingen over. De Algemene Onderwijsbond (AOb) vindt dat de flexibele schil in het basis- en voortgezet onderwijs kleiner moet worden.

Een flexibele schil van 17 procent is gebruikelijk bij overheidssectoren, zoals de provincies, de gemeenten, de politie, de waterschappen en defensie. Het onderwijs is daar dus geen uitzondering op.

Lees meer…

Oproep Mark Rutte om meer uren te gaan werken

Premier Mark Rutte heeft in de talkshow van Jeroen Pauw gezegd dat het goed zou zijn als er in het onderwijs minder parttime wordt gewerkt. Op die manier kunnen volgens hem de leraren zelf het lerarentekort tegengaan.

De oproep van Rutte is niet nieuw. In een brief die onderwijsminister Arie Slob in augustus naar de Tweede Kamer stuurde, stond al dat een verhoging van de deeltijdfactor een manier kan zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, zou het het lerarentekort zijn opgelost.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleitte ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan. Haar pleidooi stond in  augustus in het Eindhovens Dagblad en op deze website verscheen dit bericht over.

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte in een ingezonden stuk, dat ook op deze website verscheen, voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou kunnen afnemen.

Succesvolle regionale projecten zij-instromers

Het is mogelijk om in korte tijd een succesvol zij-instroomproject op te zetten. Dat blijkt uit de eerste evaluatie van regionale projecten voor zij-instromers in het primair onderwijs.

Het ministerie van OCW heeft subsidie verleend aan elf regionale projecten. Deze hebben tot doel om mensen van buiten het onderwijs voor de klas te krijgen. Op deze manier kan het lerarentekort worden verkleind. Schoolbesturen en pabo’s werken samen om zij-instromers te werven, op te leiden en te begeleiden.

Uit de eerste evaluatie blijkt dat het mogelijk is om in kort tijdsbestek een zij-instroomtraject te realiseren. Belangrijke succesfactoren zijn goede samenwerking en enthousiasme onder alle betrokkenen.

Verder blijkt uit de evaluatie onder andere dat sommige schoolbestuurders, directeuren en lerarenteams eerst terughoudend waren over zij-instromers, maar dat zij naarmate zij meer ervaring met deze doelgroep opdoen, veel positiever over hen gaan denken.

Lees meer…

AOb roept op tot vierdaagse schoolweek

De Algemene Onderwijsbond roept scholen met te weinig leraren op een vierdaagse schoolweek in te voeren. De bond wil zo duidelijk maken dat het lerarentekort ‘een levensgroot maatschappelijk probleem’ is. Dat zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in Trouw.

Het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs publiceerden in november een handreiking over tijdelijke noodmaatregelen schoolbesturen kunnen nemen om te voorkomen dat klassen zonder leraar komen te zitten. In die handreiking staat onder andere dat onbevoegde leraren kunnen worden ingezet.

De AOb was hier direct zo verbolgen over, dat de bond besloot om uit het landelijk overleg over het lerarentekort te stappen. Eerder was PO in Actie daar al uitgestapt. Slob liet vervolgens weten dat het overleg zonder de AOb en PO in Actie doorgaat.

Geen onderwijs, maar kinderopvang

Over de inzet van onbevoegd personeel voor de klas zegt de AOb dat dit geen onderwijs is, maar kinderopvang. Bovendien neemt door de inzet van onbevoegden de werkdruk voor bevoegde leraren alleen maar toe, stelt de bond.

Daarom is het volgens AOb-voorzitter Verheggen beter om een vierdaagse schoolweek in te voeren. ‘De werkdruk is gigantisch. Het lerarentekort is een levensgroot maatschappelijk probleem, en dat moet als zodanig zichtbaar worden.’

Positief signaal

Zaan Primair voor openbaar primair onderwijs in Zaanstad voerde vanwege het lerarentekort na de herfstvakantie op enkele scholen een vierdaagse schoolweek in. Bestuursvoorzitter Niko Persoon noemt de oproep van de AOb ‘een positief signaal’.

‘Het is voor ­ouders fijner om te weten waar ze aan toe zijn, dan een dag van tevoren een briefje van hun kind te krijgen waarop staat dat het morgen niet naar school kan’, zo citeert Trouw de Zaanse bestuursvoorzitter.

Lees meer…

Slob geeft geen geld meer aan Lerarenparlement

Onderwijsminister Arie Slob draait de geldkraan voor het Lerarenparlement dicht. Zijn besluit daartoe volgt op de verkenning die Alexander Rinnooy Kan heeft uitgevoerd naar mogelijkheden om de kwaliteit van leraren te verbeteren.

Die verkenning hing samen met het verdwijnen van de vooral door leraren fel bekritiseerde Onderwijscoöperatie. Die zou te ver van hen hebben afgestaan, terwijl deze organisatie in beginsel van en voor leraren was. In dit licht adviseerde Rinnooy Kan ‘om van onderaf een nieuwe structuur te ontwikkelen’.

Slob meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat hij dit advies opvolgt. ‘Dan ligt het niet voor de hand om nu het Lerarenparlement als enige vertegenwoordiger van de beroepsgroep te beschouwen en (…) financieel te ondersteunen’, aldus de minister.

Bovendien is het draagvlak volgens hem niet stevig genoeg. ‘Het Lerarenparlement heeft (…) maar weinig mandaat. Het afgelopen jaar is bovendien een aantal leden uit het Lerarenparlement gestopt. (…) Er is nu vrijwel geen vertegenwoordiging meer vanuit het primair onderwijs (…).’

‘Ik heb het Lerarenparlement daarom laten weten dat ik, met waardering voor hun
inzet het afgelopen jaar, de financiële ondersteuning per 1 januari 2019 stopzet’, zo schrijft Slob in zijn brief.

Lerarenparlement wilde met Slob samenwerken

In november liet het Lerarenparlement naar aanleiding van het advies van Rinnooy Kan nog aan Slob weten met hem te willen werken aan een sterke beroepsgroep.

‘De leraren in het lerarenparlement zullen zich inzetten om de stem van leraren uit de praktijk te laten horen en te werken aan de vorming van een sterke beroepsgroep die inderdaad van onderop gedragen wordt’, zo staat in de reactie van het Lerarenparlement.