Lerarentekort: minister krijgt brandbrief van grote steden

De vier grote steden dringen bij onderwijsminister Arie Slob opnieuw aan op ‘onorthodoxe maatregelen’ om het lerarentekort tegen te gaan. Ze hebben net als in september jongstleden een brandbrief aan de minister gestuurd.

De onderwijswethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht willen dat Slob met toelagen komt voor leraren die in de stad (willen) werken. De leegloop bij de scholen in de grote steden leidt er volgens de wethouders tot dat de kwaliteit van het onderwijs niet meer gegarandeerd is. Dat raakt alle leerlingen, benadrukken ze.

De aanpak van het lerarentekort vereist volgens de wethouders meer dan incidenteel enkele miljoenen. Er is structureel veel meer geld nodig, benadrukken ze.

De vier grote steden hamerden in september jongstleden ook al in een brief aan de minister op de urgentie van het probleem van het lerarentekort.

Niveau brugklasser daalt door lerarentekort

Lang niet alle brugklassers halen het vereiste niveau. Dat komt volgens voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad door het lerarentekort in het basisonderwijs, meldt het AD.

‘Voor de kinderen is deze situatie echt het ergst. Zij kunnen hun talenten niet voldoende benutten’, zo citeert de krant hem. De sectororganisatie heeft volgens hem het lerarentekort hoog op de agenda staan om ‘onderliggende probleem’ aan te pakken.

Volgens Rosenmöller leidt het lerarentekort in het basisonderwijs ertoe dat leraren in het voortgezet onderwijs harder moeten werken ‘om de leerlingen erbij te houden’.

Lees meer…

Leraren terug naar kern, community doet de rest

Leraren gaan zich alleen nog richten op de kern van het onderwijs: taal, rekenen, schrijven en lezen. Alles daaromheen gaat naar de community. Dat staat in het verslag van de Week van de Onderwijskwaliteit (WOK) van de Amsterdamse Stichting Westelijke Tuinsteden (STWT).

In de WOK van 9 tot en met 13 december hield STWT de 16 openbare basisscholen die onder deze stichting vallen gesloten. Dat was een maatregel die voortkwam uit het lerarentekort. De week was bedoeld om met elkaar maatregelen te bespreken om het lerarentekort tegen te gaan en de werkdruk te verminderen.

Een van de resultaten van de WOK is dat de leraren teruggaan naar de kern van het onderwijs: taal, rekenen, schrijven en lezen. ‘Alles daaromheen wordt onderdeel van de community’, zo staat in het verslag. Met de community wordt de omgeving van de school bedoeld. Op deze manier zouden er ‘broedplaatsen voor onderwijsontwikkeling van hoge kwaliteit’ kunnen komen. Het idee is dat brugfunctionarissen de scholen en de community met elkaar in verbinding gaan brengen.

In het verslag staat dat de nieuwe manier van werken een overgang is ‘van het industriële tijdperk naar de 21e-eeuwse kenniseconomie’. Deze overgang kan het vak van leerkracht aantrekkelijker maken en meer aanzien geven, zo is de gedachte.

Nieuwe subsidieronde regionale aanpak lerarentekort

Schoolbesturen die het lerarentekort op regionaal niveau willen aanpakken, kunnen binnenkort weer subsidie aanvragen. Dat kan van 1 februari tot en met 1 maart.

Met deze subsidie wil het ministerie van OCW schoolbesturen, lerarenopleidingen en andere partijen stimuleren het lerarentekort op regionaal niveau aan te pakken. De subsidie kan bijvoorbeeld worden gebruikt om (startende) leraren, studenten, zij-instromers en herintreders te werven en begeleiden.

Ga voor meer informatie naar www.aanpaklerarentekort.nl.

Noodplan: Met minder leraren dezelfde kwaliteit

De onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob komen met een noodplan voor het lerarentekort. Het zal zich specifiek richten op de vier grote steden en Almere, omdat de gevolgen van het lerarentekort daar het grootst zijn.

Eind januari liggen er noodplannen voor Amsterdam en Den Haag, daarna voor Rotterdam, Utrecht en Almere. In de plannen komt te staan welke maatregelen schoolbesturen nu al kunnen nemen. Bijvoorbeeld meer met elkaar samenwerken.

Ook wordt gekeken of het nodig is af te wijken van bestaande regelgeving. ‘Hierbij staat de kwaliteit van het onderwijs en maatwerk voorop’, aldus het ministerie van OCW. De noodmaatregelen moeten volgens OCW de dagelijkse stress van scholen wegnemen, zodat die de ruimte krijgen om zich te richten op oplossingen voor de komende jaren.

Verder meldt het ministerie dat we het onderwijs anders gaan organiseren. ‘Met minder leraren dan we gewend zijn, zonder in te leveren op kwaliteit. Dat kan door onderwijstijd anders in te vullen, gebruik te maken van digitale hulpmiddelen om leraren meer tijd te geven (zoals digitaal nakijken) of meer variatie in onderwijspersoneel.’

Lees meer…

Lerarentekort: Meer flexibele opleidingstrajecten

De lerarenopleidingen gaan meer inzetten op flexibele opleidingstrajecten. Dat zegt voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen. De sectororganisatie van het hoger onderwijs heeft de strategische agenda Samen toekomstbestendig leraren opleiden uitgebracht.

Een van de uitgangspunten van de strategische agenda is meer differentiatie en specialisatie in de lerarenopleidingen. Zo moeten leraren in opleiding meer onderwijs op maat kunnen krijgen.

‘We gaan op zoek naar meer ruimte. Het klassieke model van studenteninstroom, een opleiding volgen en dan voor de klas is niet langer het enige model. We kunnen nu al niet meer aan de steeds maar toenemende vraag naar leraren voldoen. We zetten daarom in op flexibele opleidingstrajecten, zoals zij-instroom’, aldus voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen.

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven is positief. ‘Ik ben blij dat de Vereniging Hogescholen zich met deze agenda inzet om de lerarenopleidingen aantrekkelijker te maken en om leraren meer beroepsperspectief te geven. Hiermee zetten we weer een stap om het lerarentekort aan te pakken’, aldus Van Engelshoven.

Lees meer…

Slob wil leraren en scholen onderwijs laten verbeteren

Leraren en scholen krijgen ‘tijd, ruimte en ondersteuning’ om de ideeën van curriculum.nu ‘te vertalen naar goed onderwijs dat leerlingen uitdaagt’. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Het is volgens Slob duidelijk dat het huidige curriculum beter moet. Dat is volgens hem nodig om het beter te laten aansluiten ‘op de vraag van de samenleving, de arbeidsmarkt en het onderwijs zelf’. Hierbij noemt hij leerlingen, leraren, schoolleiders en schoolbesturen. Zij geven volgens hem het signaal af ‘dat de aansluiting tussen sectoren en schoolsoorten onvoldoende is’.

De minister benadrukt positief te zijn ‘over de wijze waarop leraren, schoolleiders en een groot aantal andere experts bij het ontwikkelproces (van curriculum.nu) betrokken zijn geweest’. Daarom past hem nu, zo meldt hij, ‘enige terughoudendheid’. Hij houdt voor het vervolgproces vast aan aan het principe van teacher in the lead. ‘Dit proces kan alleen slagen als bij iedere stap het onderwijs nauw wordt betrokken’, aldus Slob.

De komende maanden gaat hij bekijken hoe scholen tijd, ruimte en ondersteuning kunnen krijgen om het vervolgproces van curriculum.nu tot een succes te maken.

Lees meer…

AOb: eerst geld erbij!

De Algemene Onderwijsbond heeft kritiek op de aanpak van Slob. AOb-bestuurder Jelmer Evers stelt dat leraren het onderwijs beter willen maken, maar dan wel ‘onder de juiste voorwaarden’. Er moet eerst ‘structureel geïnvesteerd’ worden in het onderwijs, benadrukt hij. Evers verwijst daarbij naar de eerder door de AOb aangekondigde tweedaagse onderwijsstaking in januari.

Lees meer…

300 miljoen uit lerarenconvenant komt rond 20 december

De 300 miljoen euro uit het convenant aanpak lerarentekort wordt rond 20 december uitgekeerd aan de schoolbesturen. Het primair onderwijs en voortgezet onderwijs krijgen elk 150 miljoen.

Het was de afspraak om het geld te verdelen op basis van fte’s, maar dat lukt zo snel niet. Daarom komt er voorlopig een verdeling op basis van leerlingenaantallen. In 2020 volgt een herberekening op basis van fte’s. Dit betekent dat besturen volgend jaar mogelijk geld moeten teruggeven of dat ze er geld bij krijgen.

De PO-Raad verwacht dat in het basisonderwijs volgend jaar sprake zal zijn van een inhouding van circa 14 euro per leerling. Het speciaal basisonderwijs zal er dan ongeveer 92 euro per leerling bij krijgen. Het (voortgezet) speciaal onderwijs kan volgend jaar rekenen op een plus van circa 236 euro per leerling.

Schoolbesturen mogen het geld nog niet uitgeven. Ze moeten het beschikbaar houden voor komende cao-afspraken.

Lees meer…

Voortgezet onderwijs

De VO-raad meldt ook dat de schoolbesturen het geld rond 20 december krijgen. In het voortgezet onderwijs gaat het om bijna 155 euro per leerling.

‘Scholen kunnen deze extra middelen uitgeven aan bijvoorbeeld meer ontwikkeltijd, werkdrukverlichting, begeleiding van startende leraren, begeleiding van zij-instromers, onderwijsinnovatie of maatregelen arbeidsmarktvraagstukken’, aldus de VO-raad.

Lees meer…

Onderzoek naar hoge studie-uitval op lerarenopleidingen

Het is niet duidelijk hoe het komt dat op lerarenopleidingen veel studenten uitvallen. Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven wil daar onderzoek naar laten doen, meldt zij in antwoord op Kamervragen.

De vragen kwamen van Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul (PvdA) en volgden op een bericht in Het Parool. In die Amsterdamse krant stond dat studenten die een lerarenopleiding doen, bovengemiddeld veel uitvallen en relatief vaak langer dan vijf jaar over hun studie doen. De krant baseerde zich hiervoor op de Keuzegids hbo 2020.

Vermoedens

Van Engelshoven antwoordt dat het ministerie van OCW niet weet wat de oorzaak is van de hoge uitval. Wel heeft zij een aantal vermoedens. Zo kan het ermee te maken hebben dat van studenten tegenwoordig vaak wordt gevraagd extra werk in scholen te verrichten. ‘Dit vergt soms te veel van studenten’, zo stelt zij.

‘Wat we ook zien, is dat een keuze voor een lerarenopleiding vaak pas op latere leeftijd wordt gemaakt. Dit betekent dan ook dat relatief veel studenten aan lerarenopleidingen hun studie met een intensiever privéleven (werk/gezin) zullen combineren dan aan andere studies’, aldus de minister.

Onderzoek

Om antwoord te krijgen op de vraag hoe het komt dat de uitval op lerarenopleidingen hoog is, bereidt het ministerie van OCW een onderzoek voor. Dit moet volgens Van Engelshoven ‘een praktijkgericht actieonderzoek worden, om de uitval binnen lerarenopleidingen te verminderen en het studiesucces te vergroten’.

Lees meer…

300 miljoen extra naar aanpak lerarentekort

Het kabinet bevestigt dat het 300 miljoen euro extra uittrekt voor de aanpak van het lerarentekort in het basis- en voortgezet onderwijs. Dat blijkt uit de Najaarsnota 2019.

Het kabinet houdt 1 miljard euro over doordat verschillende ministeries minder geld hebben uitgegeven dan begroot. Daardoor kan er meer geld naar onder andere de aanpak van het lerarentekort in het basisonderwijs.

In de Najaarsnota staat dat het om 300 miljoen euro gaat: 150 miljoen voor het primair onderwijs en 150 miljoen voor het voortgezet onderwijs. Deze bedragen werden al genoemd in het eerder dit najaar gesloten convenant over de aanpak van het lerarentekort.

De 1 miljard euro is ook bestemd voor andere ‘urgente maatschappelijke problemen’, zoals de aanpak van de stikstofproblemen en het tegengaan van criminaliteit.

Lees meer…

Slob ziet geen verband tussen lerarentekort en kwaliteit

De Inspectie van het Onderwijs heeft geen onderzoekgegevens die een direct verband bevestigen tussen het huidige lerarentekort en het kwaliteitsniveau van het onderwijs. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

Uit een enquête van CNV Onderwijs en het Algemeen Dagblad kwam naar voren dat leraren het huidige lerarentekort als oorzaak zien van de achteruitgang van de woordenschat van leerlingen, lagere cito-scores en dito schooladviezen. PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul stelde daar vragen over aan Slob.

De minister laat in antwoord op die vragen weten dat zorgen begrijpt over de kwaliteit van het onderwijs, maar dat de inspectie niet beschikt over ‘onderzoeksgegevens die een direct verband tussen het lerarentekort en woordenschat, cito-scores en schooladviezen bevestigen’. Daarom kan Slob er verder geen uitspraken over doen.

Kennis leraren achteruit?

De leraren die aan de enquête meededen, gaven ook aan dat hun eigen kennisniveau achteruit gaat. Daarover merkt Slob op dat de lerarenopleidingen zijn geaccrediteerd door de NVAO en dus ‘voldoende waarborgen (bieden) om ervoor te zorgen dat leraren de benodigde kennis hebben om leerlingen goed les te geven’.

Hij wijst er verder op dat leraren ook na hun opleiding ‘zich (blijven) professionaliseren onder de verantwoordelijkheid van schoolbesturen’ en dat dit wordt ‘vastgelegd in bekwaamheidsdossiers’.

Lees meer…

‘Geen lerarentekort, maar overschot aan deeltijders’

Als iedereen fulltime aan het werk gaat, is het lerarentekort opgelost. Dat benadrukken initiatiefnemer Jacques Giesbertz van stadouders.nl en oud-directeur Aad van Loenen van de Haagse openbare praktijkschool De Einder op de opiniepagina van Trouw.

Volgens hen is er geen lerarentekort, maar ‘een overschot aan leraren die in deeltijd werken’. Ze noemen dat opmerkelijk, omdat leraar een fulltime baan zou moeten zijn. ‘Lesgeven betekent vooral een goede relatie opbouwen met je leerlingen. En dat kan nauwelijks als er twee of drie leraren voor de klas staan.’

De meest voor de hand liggende oplossing van het lerarentekort is volgens Giesbertz en Van Loenen dat meer leraren fulltime gaan werken. ‘Dat zet echt zoden aan de dijk. Het lost het vermeende tekort aan leraren op. Levert direct meer salaris op. Maakt het op orde houden van de klas (klassenmanagement) er ook eenvoudiger op.’

Personeelsbeleid te slap

Ze vinden dat het personeelsbeleid vele decennia te slap is geweest. ‘Het parttime kunnen werken is verworden tot een verworven recht. Dit moet zo snel als mogelijk weer tot gezonde proporties teruggebracht worden.’ Dat kan volgens hen bijvoorbeeld door leraren die alle dagen werken een financiële bonus te geven. Daarvoor zou het extra geld kunnen worden gebruikt dat is bestemd voor verlichting van de werkdruk.

Lees meer…

Slob herhaalt op stakingsdag: Meer geld zit er niet in

Minister Arie Slob heeft herhaald dat er niet meer geld naar het onderwijs gaat. Dat zei hij op de dag van de onderwijsstaking. 

Op de dag van de landelijke staking legden vele duizenden leraren en andere mensen uit het onderwijs het werk neer. Volgens diverse bronnen bleven circa 4400 scholen dicht. Er waren op verschillende plaatsen in het land manifestaties.

De stakers eisten dat het kabinet structureel meer geld voor onderwijs uittrekt, maar dat zit er volgens Slob niet in. Hij herhaalde dat wat het kabinet betreft de grens is bereikt.

Incidenteel versus structureel

Onlangs werd bekend dat het primair en voortgezet onderwijs er voor de komende twee jaar 460 euro extra krijgen. Dat is vrijwel allemaal incidenteel geld. De vakbonden lieten aanvankelijk blijken blij te zijn met deze investering.

De bonden bliezen daarom de aangekondigde staking af. Daarover ontstond echter zoveel woede onder de achterban, dat de bonden toch weer opriepen om te gaan staken. De rel bij de bonden kostte de kop van AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen.

‘Wie wil nog tot wespennest onderwijs toetreden?’

De knuppel die flink tekeer gaat in het onderwijshoenderhok, maakt het beroep van leraar er niet aantrekkelijker op. Dat stelt geschiedenisleraar Erik Ex in Trouw.

‘Je zal maar een studie Nederlands, economie of natuurkunde hebben afgerond en je oriënteren op de arbeidsmarkt. Of een mooi havo- of vwo-diploma op zak hebben en overwegen om de pabo te gaan doen. Wie wil er nog toetreden tot het wespennest van het Nederlandse onderwijs?’, vraagt Ex zich af.

Het kan volgens hem geen kwaad om even uit te zoomen. ‘Dan zie je dat ze in de hele wereld jaloers zijn op ons onderwijs. Kinderen leren ontzettend veel in ­Nederland. Resultaten zijn hier beter dan die in de meeste Europese landen. Bijzonder is dat we dat weten te combineren met een hoog welzijn onder leerlingen.’

Niemand kan volgens hem beweren dat het vreselijk gesteld is met het ­onderwijs in Nederland. ‘Als het om onderwijs gaat, doen we mee in de Champions League.’

Ex benadrukt tegelijkertijd dat het goede onderwijs wel goed moet blíjven. ‘Met een oplopend ­lerarentekort kunnen we het niveau niet handhaven.’ Hij benadrukt dat hoogwaardig onderwijs cruciaal is voor onze samenleving.

Lees meer…

Tóch staken, exit AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen

De Algemene Onderwijsbond (AOb) heeft zich zondag teruggetrokken uit het convenant met het kabinet voor meer geld voor het onderwijs. Het was volgens de bond een verkeerde actie van voorzitter Liesbeth Verheggen dat zij haar handtekening eronder had gezet en namens de AOb de aangekondigde staking had afgeblazen. Deze actie heeft Verheggen de kop gekost.

Vrijdagavond werd bekend dat het kabinet met 460 miljoen euro voor het primair en voortgezet onderwijs komt. Het gaat volgens het kabinet om een ‘investering’ voor de jaren 2020 en 2021. Voor het grootste deel is het incidenteel geld. Slechts 16,5 miljoen euro is structureel. Dat deel is bedoeld voor een verhoging van de salarissen in het speciaal onderwijs.

In een brief aan de Tweede Kamer staat dat afspraken zijn gemaakt ‘om meer mensen op te leiden en te behouden voor het funderend onderwijs en te zorgen dat leraren zich ontwikkelen en goed begeleid worden’. Het geld is onder meer bedoeld om de werkdruk te verlagen. Ook gaat er meer geld naar de subsidiepot voor zij-instromers.

Sociale partners positief

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad stelde vrijdagavond dat het kabinet laat zien de problemen in het onderwijs serieus te nemen. Haar collega Paul Rosenmöller van de VO-raad sprak vrijdag van ‘een substantieel bedrag waarmee we nu (…) aan de slag kunnen’. Ook de betrokken onderwijsbonden reageerden positief over het bereikte resultaat, inclusief de AOb.

Liesbeth Verheggen, die vrijdagavond nog de voorzitter van de AOb was, zei toen dat zij blij was met het convenant. Dat schoot in het verkeerde keelgat van een groot deel van haar achterban. Ook de vakbond Leraren In Actie en de belangengroep PO in Actie waren niet te spreken over de afspraken met het kabinet. Zij lieten weten dat er veel meer geld bij moet dan de toegezegde 460 miljoen.

Toch staken, exit Verheggen

Zondag was er crisisberaad bij de AOb over de ontstane situatie. Het resultaat daarvan was dat de bond zich niet meer gebonden acht aan het convenant. Dit betekent dat de AOb de leden ook weer oproept om woensdag te gaan staken. Na het beraad werd duidelijk dat Verheggen niet meer de voorzitter van de AOb is.

‘De beslissing moest op die vrijdagmiddag worden genomen en dat was te snel’, aldus Verheggen in een reactie op de website van de AOb. ‘Ik had het convenant niet direct moeten tekenen, maar het in het weekeinde aan het hoofdbestuur moeten voorleggen en een ledenraadpleging moeten houden. Daarom heb ik nu besloten af te treden.’

Na het terugtrekken van de AOb, besloot ook CNV Onderwijs weer tot de staking op te roepen (de christelijke bond had die oproep vrijdagavond ook ingetrokken, net als de AOb). Het was volgens waarnemend voorzitter Jan de Vries van de christelijke bond ‘een inschattingsfout van ons om met dit resultaat de staking af te blazen’.

Hij verwijst in een reactie op de website van CNV Onderwijs naar het niet-structurele karakter van het geld dat het kabinet toezegde. Toch blijft CNV Onderwijs het convenant steunen, omdat het zonde zou zijn om de 460 miljoen euro te laten liggen.

De schoolleidersvakbond AVS liet een ledenpeiling uitvoeren, en daar kwam uit naar voren dat 80 procent woensdag wil gaan staken. ‘Een deel is weliswaar tevreden over veel afspraken in het convenant van vrijdag jl., maar wil toch staken voor de lange termijn’, staat op de website van de AVS.

Werkgevers blijven convenant steunen

De PO-Raad en VO-raad blijven het convenant steunen. ‘Het is van groot belang dat het geld zo spoedig mogelijk naar de besturen en teams gaat om aan de slag te gaan met het lerarentekort’, zo staat op de websites van de sectororganisaties.

Onderwijsminister Arie Slob liet na het terugtrekken van de AOb weten dat de 460 miljoen euro uit het convenant beschikbaar blijft voor het onderwijs. Tegelijkertijd benadrukt hij in een interview met het AD dat er geen extra geld beschikbaar is bovenop wat het kabinet nu heeft toegezegd. Hij spreekt tegen dat het convenant een ‘flutpakket’ zou zijn.

In het interview stelt hij ook dat de opgestapte AOb-voorzitter Verheggen, in tegenstelling tot wat zij daar zelf over heeft gezegd, het hoofdbestuur van de bond volledig heeft meegenomen voordat ze haar handtekening zette onder het convenant.

Leraren trekken weg uit grote steden

Nu het lerarentekort steeds groter wordt en de banen als het ware voor het oprapen liggen, trekken steeds meer leraren van basisscholen weg uit grote steden. Dat blijkt uit gegevens van het Arbeidsmarktplatform PO.

De vier grote streden hebben allemaal een vertrekoverschot, maar in Utrecht is dat relatief klein. Almere is de stad met het grootste vertrekoverschot.

De trek van leraren uit grote steden raakt vooral basisscholen met veel achterstandsleerlingen. Het vertrekoverschot zal volgens het Arbeidsmarktplatform PO opgevangen moeten worden met extra instroom van de pabo, met meer zij-instromers en/of uit de stille reserve.

Er zijn ook regio’s waar zich meer leraren melden dan er vertrekken. Het vestigingsoverschot is het grootst in Midden-Gelderland (rond Arnhem en De Liemers), gevolgd door het gebied tussen Rotterdam en Den Haag en een strook in het Groene Hart tussen pakweg IJmuiden en Gorinchem.

Bekijk via de website van het Arbeidsmarktplatform PO deze factsheet of ga naar het onderzoeksrapport.

Waarom verlaten startende leraren het onderwijs?

De persoonlijke situatie, bijvoorbeeld problemen met de gezondheid, kan een belangrijke reden zijn voor beginnende leraren in het voortgezet onderwijs om binnen vijf jaar uit het onderwijs te stappen.

Uit het onderzoek Begeleiding startende leraren blijkt ook dat uitval te maken kan hebben met bijvoorbeeld werkdruk en stress, weinig doorgroeimogelijkheden, gebrekkige communicatie en verstoorde relaties met collega’s en leidinggevenden. Andere redenen zijn het ontbreken van duidelijke verwachtingen, steun en feedback.

Er kan ook sprake zijn van elkaar versterkende redenen. Zo leidt stress bij startende leraren tot ontevredenheid en ontevredenheid tot meer uitval.

Lees meer…

Lerarentekorten: anders opleiden, werken en organiseren

Het is voor een duurzame aanpak van de lerarentekorten nodig dat opleidingen, schoolbesturen en scholen op andere manieren gaan opleiden, werken en organiseren. Dat benadrukken de onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer.

Onder het kopje ‘Anders opleiden’ schrijven de ministers onder andere dat leraren een beter loopbaanperspectief moeten krijgen om werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken. ‘Ook in het onderwijs moet een leven lang leren de norm zijn en daar draagt een intensieve samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen aan bij’, aldus de ministers. Zij denken dat hiermee uitval van leraren kan worden voorkomen.

Ook door het bevoegdhedenstelsel en de opleidingen anders in te richten, kan volgens hen meer worden ingezet op een leven lang leren. Daarbij noemen de ministers een ‘stapelbare bevoegdhedenstructuur’ voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Het moet makkelijker worden, zo schrijven ze, ‘om verschillende bevoegdheden met elkaar te combineren, te specialiseren of te verbreden’. Een modulaire inrichting van de lerarenopleidingen moet dit volgens hen mogelijk maken.

Anders werken en organiseren

In de brief staat onder het kopje ‘Anders werken’ dat scholen veel tijd kunnen winnen als zij het onderwijs anders vormgeven. Dit kan er volgens hen toe bijdragen dat leraren meer tijd krijgen voor hun kerntaak, namelijk lesgeven. Als voorbeeld noemen ze de inzet van digitale leermiddelen: ‘De technologie biedt kansen voor leraren om tijd te besparen en zo de werkdruk te verlagen.’ Het blijkt dat leraren die in de les digitale leermiddelen inzetten, per week gemiddeld 4,6 uur minder werken.

Onder het kopje ‘Anders organiseren’ gaan Van Engelshoven en Slob onder meer in op goed personeelsbeleid en het anders inzetten van onderwijspersoneel. ‘Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het tegengaan van werkdruk en het zorgen voor aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en loopbaan- en ontwikkelmogelijkheden’, zo staat in de brief. De ministers merken daarbij op dat niet alle schoolbesturen die mogelijkheden aangrijpen.

Lees meer…

‘Lerarenopleidingen moeten meer doen met ICT’

Twee op de drie leraren vinden dat ICT een verplicht onderdeel moet zijn van de lerarenopleidingen. Dat meldt SLBdiensten op basis van onderzoek.

SLBdiensten brengt de wens in verband met de mening van zeven op de tien onderwijsprofessionals dat het onderwijs meer moet inspelen op wat het bedrijfsleven nodig heeft. In het onderzoek zijn ook HRM’ers betrokken, en ook zij vinden dat ICT een vast onderdeel van de lerarenopleidingen moet zijn.

Het bedrijf SLBdiensten richt zich op software in het voortgezet onderwijs en mbo.

Lees meer…

VVD wil onbevoegde techniekdocenten voor de klas

De VVD in de Tweede Kamer pleit voor de inzet van onbevoegde techniekdocenten. Zo zou een einde kunnen worden gemaakt aan de tekorten in het voortgezet onderwijs en het mbo.

‘Wij stellen een noodmaatregel voor om de bevoegdheid even in de ijskast te zetten en mensen gedurende drie of vier jaar de mogelijkheid te geven voor de klas te staan’, zo citeert Trouw VVD-Kamerlid Dennis Wiersma. Hij verwacht dat op deze manier meer mensen uit het bedrijfsleven voor het onderwijs zullen kiezen.

De VVD wil de werkervaring van mogelijke techniekdocenten centraal stellen en niet hun lesbevoegdheid. De verantwoordelijkheid daarvoor zou bij de scholen moeten komen te liggen.

Lees meer…

Groot lerarentekort door deeltijders

Het grote lerarentekort van nu komt onder meer doordat veel leraren in deeltijd werken. Dat blijkt uit een berekening van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

Het zit er volgens de AOb echter niet in dat leraren meer uren willen gaan werken om het lerarentekort op die manier kleiner te maken of op te lossen. ‘Onderzoek in het primair onderwijs liet onlangs zien dat mensen uit loyaliteit met hun collega’s best een tijdje meer willen werken, om een gat op te vangen, maar niet voor altijd’, aldus de bond.

Uit een berekening die Trouw in 2017 liet uitvoeren kwam naar voren dat het lerarentekort dat voor volgend jaar wordt voorzien, ruimschoots zal zijn opgelost als alle deeltijders één dag per week extra gaan werken.

Lees meer…

 

‘Werkgevers zelf verantwoordelijk voor zzp-trend’

De trend dat leraren ervoor kiezen zzp’er te worden, is een gevolg van onaantrekkelijk werkgeverschap in het onderwijs. Dat stelt onderzoeker, docent en adviseur Tjip de Jong in NRC.

Het valt hem op dat vakbonden, schoolleiders en schoolbesturen kritisch zijn over zelfstandigen zonder personeel. ‘Ineens zijn deze leerkrachten ‘slechte mensen’ omdat ze hun financiële belangen laten meewegen in carrièrekeuzes. Iets wat we in elke andere beroepsgroep doodnormaal vinden!’, aldus De Jong.

Hij wijst erop dat de werkgevers er zelfs verantwoordelijk voor zijn dat leraren verder willen als zzp’er. Dat heeft volgens hem niet alleen te maken met geld. Hij noemt ook een gebrek aan autonomie dat leraren ervaren, de vaak oude schoolgebouwen, overbodige administratie en zelfs slechte koffie. Dat leidt er volgens hem toe dat met name jonge mensen geen vaste baan meer willen in het onderwijs.

‘Als je werkomgeving al zo lang onder druk staat, is de zzp-beweging een logische consequentie. Iets vergelijkbaars gebeurt in de zorg en in de bouwsector’, aldus De Jong. Hij geeft tips om het onderwijs voor leraren aantrekkelijker te maken.

Lees verder…

Ouders over lerarentekort: minder deeltijders!

Belangenorganisaties van leraren moeten ervoor zorgen dat leerkrachten in het basisonderwijs meer uren willen en kunnen werken. Deze oproep komt van Jeroen de Glas van de Zaanse actiegroep van ouders geenvierdaagse.nl.

De Glas stelt in Trouw dat met alleen hogere salarissen het lerarentekort niet wordt opgelost. Sterker: als het gat tussen de salarissen in het primair en het voortgezet onderwijs wordt gedicht, ontstaat er een ander probleem. ‘Dat gat dichten zal wellicht helpen om mensen langer vast te houden – al voorspelt men als gevolg daarvan een gigantisch lerarentekort in het voortgezet onderwijs.’

Het lerarentekort in het primair onderwijs is volgens hem vooral het gevolg van het onevenredig grote aandeel deeltijders. Als leerkrachten meer uren gaan werken, kan het tekort aan personeel worden tegengaan. Hij denkt dat vooral met betere arbeidsomstandigheden leerkrachten bereid zijn meer te gaan werken.

Daarom doet De Glas ‘een dringende oproep aan de leerkrachten en hun belangenorganisaties’ om niet alleen te pleiten voor meer salaris, maar vooral ook voor minder administratieve verplichtingen, meer tijd, kleinere klassen, betere ondersteuning voor kinderen en toegankelijke kinderopvang voor leerkrachten.

Lees meer…

Basisschool dicht ‘vanwege lerarentekort’

Het bestuur van de openbare 16e Montessorischool in Amsterdam-Zuidoost heeft besloten deze school te sluiten. Dat besluit is volgens het bestuur een rechtstreeks gevolg van het lerarentekort. Onderwijsminister Arie Slob bestrijdt dat. Hij benadrukt dat de school al drie jaar onder de opheffingsnorm zat.

De lokale Amsterdamse krant Het Parool citeert interimbestuurder Hubert de Waard van de Stichting Sirius voor openbaar primair onderwijs in Amsterdam-Zuidoost: ‘We zijn er niet in geslaagd een volledig team te vormen voor de leerlingen.’

‘We hebben lang geprobeerd de problemen op te lossen met ingehuurde leerkrachten en zzp’ers. En klassen verdelen is op een kleine school als deze lastig. We hebben vijf groepen en missen structureel leerkrachten. Als je twee klassen moet verdelen, betekent dat veertig leerlingen over drie klassen’, aldus De Waard.

Geen cent extra

Hij zegt niet te kunnen uitsluiten dat meer scholen dicht moeten vanwege het lerarentekort. In dit kader zegt hij teleurgesteld te zijn in wat er op Prinsjesdag bekend werd gemaakt, namelijk dat het kabinet geen cent extra uittrekt voor het onderwijs (uit een grondige analyse door VOS/ABB blijkt dat het kabinet zelfs gaat bezuinigen).

De Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman zegt in de Telegraaf dat de 16e Montessorischool al in zwaar weer zat. Dat heeft volgens haar te maken met het grote aandeel startende en extern ingehuurde leraren. De Inspectie van het Onderwijs had de school vorig jaar als ‘zwak’ beoordeeld. Dat betrof onder andere het zicht op de ontwikkeling van de leerlingen en het didactisch handelen van de leraren.

Geld op tafel

PvdA’er Lodewijk Asscher, die voordat hij Tweede Kamerlid werd onderwijswethouder was in Amsterdam, noemt het besluit van het bestuur dramatisch. ‘In dit rijke land moet een school dicht omdat er geen leraren te vinden zijn. Het kabinet moet geen dag langer wachten en geld op tafel leggen’, aldus Asscher in de Telegraaf.

De PO-Raad noemt de situatie verschrikkelijk voor ouders en leerlingen. ‘Het gaat nu om één school, maar de situatie staat niet op zichzelf. Op veel meer plekken in het land is de nood hoog’. De sectororganisatie zegt te vrezen dat het sluiten van een school door personeelstekorten overal kan gebeuren. ‘Het toont de ernst aan van de tekorten en de noodzaak dat dit probleem topprioriteit wordt bij het kabinet.’

Voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond noemt dat de sluiting van de openbare 16e Montessorischool in Amsterdam-Zuidoost ‘een zwaar signaal aan de politiek’ dat er geld bij moet.

De sluiting van de Amsterdamse 16e Montessorischool was mogelijk onafwendbaar. Volgens minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs waren de problemen op de school groter dan het lerarentekort dat de bestuurder aanwijst als reden. ,,De conclusie dat dit één op één verbonden zou zijn aan het lerarentekort is iets te snel gemaakt.”

Onder opheffingsnorm

Volgens onderwijsminister Arie Slob houdt de sluiting van de school geen rechtstreeks verband met het lerarentekort. Hij wijst er in het Algemeen Dagblad op dat de school al voor het derde jaar op rij onder de opheffingsnorm zat.

‘Die ligt in Amsterdam op 195 leerlingen en deze school heeft er nu nog maar 111. Dat maakt kwetsbaar. Als een school zo ver onder de opheffingsnorm zit, heeft een school feitelijk geen bestaansrecht meer’, aldus Slob.

Hij zet in het AD ook vraagtekens bij het bestuurlijk handelen. ‘Hoe kan een school nu, aan het begin van een schooljaar, door deze situatie zijn overvallen? Dit speelt al langer. Dan is het logischer om aan het eind van een cursusjaar te stoppen.’

Wellicht eenmalig extra geld voor aanpak lerarentekort

Mogelijk komt er volgend jaar eenmalig extra geld voor de aanpak van het lerarentekort in het primair onderwijs. Dat heeft premier mark Rutte gezegd op de tweede en laatste dag van de Algemene Beschouwingen.

Voorwaarde voor de eenmalige investering is dat de sociale partners eerst een nieuwe cao afsluiten, zo benadrukte de premier. Daar kwam direct kritiek op, bijvoorbeeld van de Algemene Onderwijsbond (AOb):

Eerder zette onderwijsminister Arie Slob ook al druk op de cao-ketel. Hij zei onlangs dat  een bedrag van 285 miljoen euro voor de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs er past komt als de sociale partners weer met elkaar om de tafel gaan.

Lees meer…