Tweede Kamer vindt prestatiebox leegtrekken goed idee

Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat mee in het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken om zo de leraren in het primair onderwijs een extra salarisverhoging te geven. Als onderwijsminister Arie Slob daar elders geld voor vrijmaakt, mag dat wat de Kamer betreft ook. 

CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat er slechts ‘vage doelen’ aan de prestatiebox zijn verbonden. Het gaat daarbij onder andere om professionalisering, doorgaande leerlijnen en uitdagender onderwijs.

Volgens hen zijn de doelen niet alleen vaag, de scholen zouden ze ook niet halen. Het onderwijs wordt er volgens hen alleen maar slechter van. Daarom zou het beter zijn om het geld uit de prestatiebox (263 miljoen euro of een deel daarvan) te besteden aan een extra salarisverhoging. Rog en Van Meenen denken dat het onderwijs dan vanzelf beter wordt. Een meerderheid in de Tweede Kamer is het met hen eens.

Minister Slob zei eerder dat hij de prestatiebox niet wil leegtrekken, maar hij moet nu van de Tweede Kamer alsnog gaan onderzoeken of dat toch mogelijk is, of dat er wellicht andere mogelijkheden zijn om de lerarensalarissen extra te verhogen.

Het salaris van de leraren in het primair onderwijs is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Dat komt neer op een extra maandsalaris. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen.

Slecht beleid

Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Reactie: Michel Rog van het CDA laat naar aanleiding van bovenstaand bericht weten dat hij het niet eens is met het gebruik van het woord ‘leegtrekken’. Hij formuleert het in politieke termen als volgt: ‘Wij vragen om een tripartiet gesprek gericht op de vraag óf en zo ja hoeveel geld uit prestatiebox anders kan worden aangewend’.

Geen salarisverhoging met geld uit prestatiebox

Onderwijsminister Arie Slob benadrukt dat er geen extra salarisverhoging voor leraren in het primair onderwijs komt. Hij schiet het plan van de coalitiepartijen CDA en D66 af om voor een extra salarisverhoging de prestatiebox leeg te trekken.  Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt dat plan van CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen getuigen van slecht beleid.

Het salaris van leraren is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen. CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat niet genoeg.

Zij wijzen erop dat er nog steeds een verschil bestaat tussen de lerarensalarissen in het primair onderwijs en de hogere salarissen in het voortgezet onderwijs. Dat verschil is volgens hen niet uit te leggen en moet daarom, zo stellen ze, kleiner worden gemaakt.

Het geld uit de prestatiebox kan hiervoor worden gebruikt, vinden Rog en Van Meenen, omdat volgens hen niet duidelijk is waar dit eerder aan is uitgegeven. ‘De gestelde doelen uitdagender onderwijs, brede onderwijsverbeteringen, professionele scholen en doorgaande ontwikkellijnen zijn niet gehaald, of de resultaten zijn zelfs verslechterd’, aldus CDA en D66.

Minister Slob gaat hier niet in mee, zo liet hij in de Tweede Kamer weten. Hij benadrukte dat er afspraken zijn gemaakt over de prestatiebox en dat hij daar niet aan gaat tornen, in ieder geval niet tot 2020. In dat jaar wordt de prestatiebox geëvalueerd.

Slecht beleid

Ronald Bloemers vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

‘Hogere lerarensalarissen leiden tot scheve ogen’

De leraren hebben een forse salarisverhoging gekregen van 8,5 procent, terwijl het onderwijsondersteunend personeel het moet doen met 2,5 procent extra. Dat leidt tot scheve ogen, schrijft NRC

In de krant komt onder anderen directeur Judith Reijnen van de openbare P.H. Schreuderschool in Den Haag aan het woord. Zij noemt het ‘heel gek’ dat slechts een gedeelte van haar team ‘een enorme salarisverhoging’ kreeg. Dat veroorzaakt volgens haar onvrede.

Reijnen vindt het jammer, zo staat in NRC, dat de lerarenvakbond PO in Actie alleen vanuit de leraar heeft gedacht. ‘Ik had graag gezien dat het perspectief was: de onderwijskwaliteit.’

‘Dat is dan maar zo’

Jan van de Ven erkent dat zijn vakbond PO in Actie bewust alleen aan de leraren heeft gedacht. Dat dit de verhoudingen scheef zou trekken, besefte hij tijdens de cao-onderhandelingen. ‘Wij zeiden: dat is dan maar zo. We hebben echt alle middelen nodig om mensen naar het vak te trekken’, zo citeert de krant hem.

Hij benadrukt volgens NRC dat het onderwijsondersteunend personeel wel profiteert van het extra geld voor werkdrukvermindering.

Lees meer…

 

‘Gelijkwaardige functies, dus gelijke salarissen’

De lerarenfuncties in het primair onderwijs zijn gelijkwaardig aan die in het voortgezet onderwijs, dus moeten de salarissen ook gelijkwaardig zijn. Dat meldt de PO-Raad op basis van de waardering van actuele functiebeschrijvingen voor het primair onderwijs.

De waardering van actuele functiebeschrijvingen ondersteunt volgens de sectororganisatie de claim dat de salarissen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs op gelijk niveau moeten liggen. Nu is het nog zo dat de lerarensalarissen in het primair onderwijs lager zijn dan in het voortgezet onderwijs.

De PO-Raad vindt dat onder andere de analysevaardigheden die van leraren in het primair onderwijs worden verwacht en de zwaarte van de contacten de claim voor gelijkwaardige salarissen rechtvaardigen.

Lees meer…

Gesprekken gaan door zonder PO in Actie

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat de gesprekken met de sociale partners over de aanpak van het lerarentekort doorgaan, maar zonder PO in Actie. Hij laat dat weten in reactie op Kamervragen van de PvdA en GroenLinks.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul en haar collega Lisa Westerveld van GroenLinks volgden op het besluit van de vakbond PO in Actie om uit het overleg met minister Slob over de aanpak van het lerarentekort weg te lopen. PO in Actie nam dat besluit eind augustus.

Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat er geen extra geld komt bovenop de eerder overeengekomen 270 miljoen euro voor hogere salarissen en 430 miljoen euro voor minder werkdruk. Dat was voor PO in Actie reden om het overleg te staken.

Dit betekent echter niet dat het overleg met de andere sociale partners stilligt, aldus de minister. ‘Ik ben op dit moment in gesprek met de werkgevers- en werknemersorganisaties over de aanpak van het lerarentekort. PO in Actie heeft aangegeven niet meer bij deze gesprekken betrokken te willen zijn.’

Weer voor de klas

PO in Actie laat in reactie hierop weten graag weer te willen aansluiten ‘als we over echte oplossingen kunnen praten’. Tot die tijd staan de voormannen Thijs Roovers en Jan van de Ven van PO in Actie weer voor de klas ‘om te zorgen voor een zo klein mogelijk lerarentekort’.

Roovers en Van de Ven lieten voor de zomervakantie weten dat zij met PO in Actie zouden stoppen. Ze zeiden toen dat het altijd hun wens was ‘om gewoon terug de klas in te gaan’. Ook lieten ze toen weten dat hun gezinnen meer aandacht verdienen, omdat die het door hun werk voor PO in Actie ‘behoorlijk te verduren’ hebben gekregen.

PO-Front

Onlangs werd bekend dat PO-Front, het monsterverbond van werkgevers en werknemers, niet meer als zodanig bestaat. In PO-Front, dat zich sterk maakte voor meer geld voor hogere salarissen en minder werkdruk, zat onder andere PO in Actie.

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen lerarensalarissen en werkdruk. Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie liet naar aanleiding van het nieuws over het einde van PO-Front weten dat de vakbond met de samenwerking had willen doorgaan en dat het nu niet duidelijk is hoe PO in Actie vorm kan blijven geven aan verdere acties.

PO-Raad en vakbonden maken einde aan monsterverbond

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden hebben de stekker uit PO-Front getrokken. Dat was het monsterverbond waarin de werkgevers en werknemers gezamenlijk optrokken om bij het kabinet meer geld los te krijgen voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk.

In een gezamenlijk persbericht melden de PO-Raad en de vakbonden dat er met PO-Front veel is bereikt. Daarmee doelen ze op de 270 miljoen euro van het kabinet voor hogere salarissen en 430 miljoen euro om de werkdruk aan te pakken.

PO-Front organiseerde stakingen en bleef er tot het einde toe op hameren dat het kabinet met twee keer zoveel geld moest komen, maar onderwijsminister Arie Slob bleef op zijn beurt herhalen dat het kabinet die eis niet kon inwilligen.

Meer dan alleen salarissen

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen de lerarensalarissen en de werkdruk.

Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie baalt

Lerarenvakbond PO in Actie van Thijs Roovers en Jan van de Ven bracht het einde van PO-Front op Twitter als ‘brekend nieuws’. Wat deze vakbond betreft had PO-Front ‘nog wel even door mogen gaan’. PO in Actie zegt niet te weten hoe het nu verder moet met eventuele vervolgacties voor meer salaris.

Maar weinig leraren stappen over naar primair onderwijs

Slechts weinig mensen die in het voortgezet onderwijs werken, willen de overstap maken naar het primair onderwijs. Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) is dat logisch, omdat in het primair onderwijs de salarissen lager zijn.

In het voortgezet onderwijs overweegt maar 5 procent over te stappen naar het primair onderwijs. ‘Niet zo vreemd, want dat is door de lagere salarissen daar financieel een flinke stap terug’, zo schrijft de AOb, die zich baseert op een eigen ledenenquête.

Andersom, dus de overstap van primair naar voortgezet onderwijs, is veel meer in trek. De bond meldt dat 32 procent van de mensen die in het primair onderwijs werken, erover denkt om in het voortgezet onderwijs te gaan werken.

De AOb meldt verder dat het primair onderwijs het ‘grootste zorgenkind’ is als het gaat om loopbaanopties. Ook is het zo dat die sector de minste deeltijders heeft die meer uren willen werken, terwijl het lerarentekort daar het grootste is.

Lees meer…

 

 

Functiemix: vooral basisonderwijs blijft nog achter

Het aandeel leraren in het basisonderwijs in salarisschaal LB is vorig jaar licht gestegen naar 26,7 procent.  Daarmee is de doelstelling van 40 procent nog steeds niet gehaald, meldt de website functiemix.nl van het ministerie van OCW.

Tot 2009 werden vrijwel alle leraren in het basisonderwijs in schaal LA uitbetaald. Sindsdien is het aandeel leraren in deze salarisschaal afgenomen tot 72,9 procent in oktober 2017. Tegelijkertijd nam het percentage LB toe tot 26,7 procent.

In het speciaal basisonderwijs werden tot 2009 bijna alle leraren in schaal LB uitbetaald. Dat aandeel is afgenomen tot 86,0 procent in oktober 2017. Het aandeel leraren in schaal LC nam toe tot 13,3 procent in oktober 2017.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs is een duidelijk regionaal verschil te zien. In oktober 2017 zat het grootste deel van de leraren in het voortgezet onderwijs in de Randstad in salarisschaal LC, terwijl het grootste deel van de leraren buiten de Randstad in LB zat.

De doelstelling LD voor 2014 voor de Randstad (29 procent) en niet-Randstad (27 procent) is bijna gehaald. Ook de doelstelling LC voor de niet-Randstad (27 procent) gaat in de goede richting, maar de doelstelling LC voor de Randstad (55 procent) is nog niet gehaald.

Lees meer…

‘Massaal onderbetaald’

De Telegraaf meldt op basis van de cijfers dat leraren in het basisonderwijs massaal worden onderbetaald en dat schoolbesturen de afspraken over de functiemix, waarvoor de rijksoverheid extra geld heeft uitgetrokken, niet nakomen.

De PO-Raad meldt in reactie op de berichtgeving in de media dat het achterblijven van lerarensalarissen in het primair onderwijs niet te wijten is aan onwil van schoolbesturen. ‘Al het geld dat de overheid beschikbaar heeft gesteld voor de functiemix is hier ook aan besteed’, aldus de sectororganisatie.

Lees meer…

Waarom functiemix?

VOS/ABB wijst erop dat de functiemix, anders dan in de media wordt gesuggereerd, niet als enige doel heeft om hogere salarissen te realiseren, maar ook om meer carrièreperspectief voor werknemers in het onderwijs mogelijk te maken en doorstroom naar een hogere schaal te vergemakkelijken. Daarbij horen meer taken en verantwoordelijkheden.

‘Dat de doelstellingen van de functiemix niet gehaald zijn, betekent niet dat leraren worden onderbetaald, maar dat personeel onvoldoende gebruik heeft gemaakt van aangeboden carrièreperspectieven of dat schoolbesturen die onvoldoende aanbieden. Een combinatie hiervan is natuurlijk ook mogelijk’, zegt juridisch adviseur Christiaan Rooseboom van de Onderwijsjuristen van VOS/ABB.

Kamermeerderheid tegen dichten ‘loonkloof’

Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer vindt het niet nodig dat het kabinet snel meer geld vrijmaakt om leraren in het primair onderwijs hetzelfde salaris te geven als hun collega’s in het voortgezet onderwijs.

Dat bleek dinsdag toen de Tweede Kamer stemde over een motie van de PvdA’ers Kirsten van den Hul en Lisa Westerveld, Peter Kwint van de SP, Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren en Tunahan Kuzu van DENK.

Zij riepen hun collega’s in de Tweede Kamer op om er bij het kabinet op aan te dringen bij de Voorjaarsnota meer geld uit te trekken voor het dichten van wat zij de ‘loonkloof’ noemen tussen het primair en voortgezet onderwijs. Zij motiveerden hun oproep met hun constatering dat ‘het werk van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs even belangrijk is’.

De regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie verwierpen deze motie, samen met de PVV, de SGP en Forum voor Democratie. In totaal stemden 97 Kamerleden tegen en 46 voor. De resterende 7 Kamerleden deden niet aan de stemming mee.

VO-raad: zonder nieuwe cao 2,35% meer loon

Als het niet lukt om voor 1 mei tot een akkoord te komen over een nieuwe cao in het voortgezet onderwijs, adviseert de VO-raad zijn leden om vanaf 1 juni over te gaan tot een loonsverhoging van 2,35 procent.

‘De onderhandelingen over een cao in het voortgezet onderwijs duren onaanvaardbaar lang. We zijn oktober vorig jaar begonnen en er is nog geen zicht op een akkoord. De bonden hebben de onderhandelingen alweer een maand geleden afgebroken en sindsdien hebben we niets meer van hen vernomen. Wij willen onze werknemers niet langer een rechtvaardige salarisverhoging onthouden’, zegt voorzitter Paul Rosenmöller op de website van de VO-raad.

De onderwijsbonden vragen een salarisverhoging van 3,5 procent en willen een reductie van het aantal lesuren van 25 naar 20 uur per week. Dat zijn volgens Rosenmöller onrealistische eisen.

Lees meer…

Vakbond CNV Onderwijs laat in een eerste reactie op de oproep van de VO-raad weten dat werkdrukvermindering het belangrijkste punt is. Over een loonsverhoging wordt in de eerste reactie van de christelijke bond niet gerept.

Lees meer…

‘Geld voor maatschappelijke diensttijd naar leraren’

GroenLinks wil dat het kabinet de 100 miljoen euro per jaar die het heeft vrijgemaakt voor de invoering van de maatschappelijke diensttijd naar de leraren gaat.

GroenLinks-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld zegt dat haar partij niet tegen de maatschappelijke diensttijd is, maar dat het verhogen van de lerarensalarissen en het verlagen van de werkdruk in het onderwijs urgenter zijn. ‘We moeten prioriteiten stellen’, aldus Westerveld, die het idee lanceert op de dag waarop in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland leraren uit het primair onderwijs staken.

Bijdrage leveren aan samenleving

De maatschappelijke diensttijd van maximaal 6 maanden is een idee van het kabinet ‘om jongeren in staat te stellen een bijdrage te leveren aan onze samenleving’, zo staat in het regeerakkoord. De diensttijd zou moeten worden opgezet door maatschappelijke organisaties, gemeenten en provincies.

In het regeerakkoord staat dat er een budget voor beschikbaar is dat oploopt tot 100 miljoen euro per jaar.

Noordelijke stakers geven estafettestokje door

Op een stakingsbijeenkomst in Groningen is het estafettestokje voor de volgende regionale staking in primair onderwijs overgedragen aan Utrecht, Noord-Holland en Flevoland.

Op de eerste regionale staking in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe kwamen circa 6000 stakers naar een protestbijeenkomst in de Suikerfabriek in Groningen. Daar werd het estafettestokje overgedragen: de volgende regiostaking in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland is gepland voor 14 maart.

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden, verenigd in PO-Front, eisen van het kabinet 1,4 miljard euro extra voor werkdrukvermindering en hogere salarissen in het primair onderwijs. Het kabinet stelt de helft daarvan beschikbaar. Onderwijsminister Arie Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat het daarbij blijft.

Werkdrukakkoord

Slob heeft onlangs met de partners in PO-Front een akkoord over vermindering van de werkdruk afgesloten. In het Werkdrukakkoord is afgesproken dat extra geld voor vermindering van werkdruk eerder beschikbaar wordt gesteld. Ondanks het akkoord gaan de stakingen in het primair onderwijs door.

Noordelijke staking basisonderwijs op 14 februari

Op 14 februari volgt een nieuwe staking in het primair onderwijs. Op die dag willen leraren in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe gaan staken voor meer salaris en minder werkdruk. Dat meldt PO Front.

De staking in Noord-Nederland volgt op de landelijke staking in het primair onderwijs op 12 december. Er werd eerder ook landelijk gestaakt op 5 oktober en 27 juni 2017.

Met de nieuwe staking hopen de sociale partners verenigd in PO Front onderwijsminister Arie Slob zover te krijgen dat hij structureel in totaal 1,4 miljard euro extra uittrekt voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk in het primair onderwijs. Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat er niet meer geld komt dan de helft daarvan.

De staking in Noord-Nederland zou het begin kunnen zijn van regionale estafettestakingen. Als Slob niet toegeeft, zouden later ook in andere regio’s stakingen in het primair onderwijs kunnen volgen.

‘Kabinet mag betalen, maar niet bepalen’

Het kabinet moet zich beperken tot de rol van financier en wetgever en zich niet bemoeien met de inhoud van de cao in het primair onderwijs, stelt directeur Patrick Banis van het kenniscentrum voor arbeidszaken CAOP in Trouw.

Banis reageert op de voorwaarde die onderwijsminister Arie Slob stelt aan het beschikbaar stellen van extra geld voor de lerarensalarissen. Slob heeft herhaaldelijk gesteld dat het extra geld er pas komt als de sociale partners de bovenwettelijke regelingen voor werkloze werknemers in het primair onderwijs ‘normaliseren’.

Nu is het zo dat schoolbesturen in het primair onderwijs aan werklozen een aanvulling op de werkloosheidsuitkering van het UWV moeten betalen. Daardoor is de uitkering hoger en duurt die ook langer dan bij werklozen in andere sectoren. Een dergelijke regeling geldt ook in het voortgezet onderwijs.

De bovenwettelijke regelingen in de CAO PO kosten ongeveer 100 miljoen euro per jaar, zo meldde onderwijsminister Arie Slob in december in antwoorden op Kamervragen van het CDA en D66. Als deze regelingen zouden worden afgeschaft, zou dit bedrag overigens pas na verloop van tijd beschikbaar komen, omdat lopende rechten niet kunnen vervallen, zo staat in de antwoorden van Slob.

Heel gek

Banis noemt deze opstelling van het kabinet ‘heel gek’. Hij vindt dat het kabinet zich in zijn nieuwe ‘decentrale’ rol moet beperken tot financier en wetgever.

‘Het kabinet moet zelf weer gaan onderhandelen aan de cao-tafel of het aan de vakbonden en werkgevers overlaten hoe het geld wordt uitgegeven. Deze contractpartners zijn ook vrij om te kiezen voor wel of geen aanvullende regelingen voor werkloze leraren’, aldus Banis in Trouw.

Lees meer…

‘Meer geld voor primair onderwijs gaat niet helpen’

Meer geld voor het primair onderwijs gaat de problemen van de hoge werkdruk en het lerarentekort niet oplossen als er geen stappen worden gezet naar ‘een meer professioneel vermogende beroepsgroep’. Dat stellen hoogleraar Mirko Noordergraaf van de Universiteit Utrecht en universitair docent Nina van Loon van Aarhus Universitet in een opiniestuk in Trouw.

Noordegraaf en Van Loon deden in 2015 onderzoek voor het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, en hun bevindingen waren dat leraren onvoldoende geëquipeerd zijn om proactief om te gaan met de uitdagingen van hun vak.

Het gaat hierbij volgens hen om ‘veranderende omstandigheden’, zoals ‘nieuwe technologieën in de klas, nieuwe leermethoden, gedragsproblemen, verwachtingen van ouders, maatschappelijke opgaven zoals integratie, eisen van de inspectie, maatwerk of een soepele overgang naar vervolgonderwijs’.

Dit is een serieus probleem, benadrukken Noordegraaf en Van Loon, ‘want als leerkrachten onvoldoende vermogen hebben om proactief met deze problemen om te gaan, presteren ze minder en ervaren ze meer stress’.

Dit is een mechanisme dat met meer salaris niet wordt opgelost, zo schrijven ze. ‘Zo blijken leerkrachten die minder sterk opereren vooral in deeltijd te werken.’ Verder blijkt uit hun onderzoek onder andere dat leraren met veel stress weinig ondersteuning vragen en krijgen van collega’s, minder hoog zijn opgeleid en ook dat ze zich niet laten bijscholen.

Lees meer…

Kwart schoolleiders staakt

Eén op de vier schoolleiders doet mee aan de staking in het primair onderwijs en drie op de vier steunen die actie, meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

De AVS meldt ook dat schoolleiders ‘enorm veel werkdrukverlagende maatregelen’ hebben genomen. Dat staat volgens de schoolleidersvakbond ‘haaks op de beeldvorming van de politiek en minister Slob die vindt dat er eerst concrete plannen moeten liggen’ voordat het extra geld voor werkdrukverlaging wordt vrijgegeven.

Schoolleiders zorgen voor minder overleg

De AVS stelt dat er in het kader van werkdrukverlaging minder wordt overlegd, het werk beter wordt verdeeld en er voor leraren geen avondactiviteiten meer zijn. Ook wijst de vakbond erop dat er conciërges en administratieve ondersteuners zijn aangenomen.

Lees meer…

Ultimatum verlopen: staking op 12 december

De aangekondigde staking in het primair onderwijs op dinsdag 12 december gaat door nu het ultimatum is verlopen dat de lerarengroep PO in Actie en de sociale partners aan onderwijsminister Arie Slob hadden gesteld om meer geld vrij te maken.

De staking zou niet doorgaan als het kabinet dinsdagochtend uiterlijk om 10 uur bekend zou maken 680 miljoen euro extra vrij te maken voor hogere lonen en minder werkdruk in het primair onderwijs, bovenop de eerder toegezegde 720 miljoen.

PO in Actie en de sociale partners eisen dus in totaal 1,4 miljard. Slob heeft eerder laten weten dat er geen extra geld komt en daar is geen verandering in gekomen.

Het is nog afwachten of de stakingsbereidheid net zo groot zal zijn als de vorige keer. Er komt geen landelijke stakingsbijeenkomst, zoals op 5 oktober toen leraren uit het primair onderwijs massaal naar het Zuiderpark in Den Haag kwamen.

Bovendien betalen niet meer alle schoolbesturen de leraren door als die gaan staken. Dat betekent dat leraren of aanspraak moeten maken op de stakingskas van hun vakbond of, als zij geen lid zijn van een bond, op de stakingsdag geen geld krijgen.

‘Loonsverhoging gaat niet helpen’

‘Wie als buitenstaander nuchter naar de arbeid in het primair onderwijs kijkt, voelt weinig voor een algehele loonsverhoging’, zegt directeur Frank Kalshoven van De Argumentenfabriek in de Volkskrant.

Een algehele loonsverhoging zal er volgens hem niet toe leiden dat het aantal mensen in het onderwijs dat in deeltijd werkt zal afnemen, terwijl met meer voltijders het personeelstekort kan worden teruggedrongen.

Ook zal een loonsverhoging er niet toe leiden dat meer mannen in het onderwijs werken, stelt Kalshoven, terwijl dat volgens hem wel hard nodig is. Hij wijst er daarnaast op dat het onderwijs de laatste jaren financieel gezien ‘extreem goed bedeeld is’ en dat desondanks de kwaliteit er volgens hem niet op vooruit is gegaan.

‘Waarom zou de belastingbetaler (want die voldoet de rekening) zo’n sector nog meer euro’s toebedelen? Zonder er iets voor terug te krijgen?’, vraagt Kalshoven zich af.

Lees meer…

AOb: Stakende leraren kunnen worden gekort

Schoolbesturen kunnen stakende leerkrachten korten op hun salaris, meldt de Algemene Onderwijsbond (AOb) in antwoord op vragen over de mogelijke staking in het primair onderwijs op 12 december. 

De mogelijke staking op 12 december staat wederom in het teken van de hoge werkdruk die veel leraren ervaren en de volgens hen te lage lerarensalarissen. In antwoord op de vraag of leraren ook kunnen gaan staken als ze geen lid zijn van een vakbond, antwoordt de AOb dat dit kan, omdat staken een grondrecht is.

Maar er zijn volgens de bond wel consequenties verbonden aan staken voor wie geen lid is van een vakbond en dus geen aanspraak kan maken op geld uit een stakingskas. ‘Zo kan een werkgever korten op jouw salaris: je bent immers niet aan het werk. Mogelijke juridische consequenties komen ook voor eigen rekening’, aldus de AOb.

Lonen voortgezet onderwijs redelijk marktconform

Leraren in het voortgezet onderwijs hebben gemiddeld een iets lager bruto-uurloon dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Dat blijkt uit het rapport Wat een leraar in het voortgezet onderwijs verdient.

Leraren in het voortgezet onderwijs verdienen gemiddeld 31 euro per uur (situatie 2016). Dat is ongeveer 1 procent minder dan het uurloon van vergelijkbare werknemers in de marktsector.

Het verschil is groter bij leraren met een eerstegraadsbevoegdheid. Zij verdienen gemiddeld 4 procent minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Leraren met een tweedegraads lesbevoegdheid in de gammavakken daarentegen verdienen tot 9 procent méér dan wanneer ze in de marktsector zouden werken.

Het gemiddelde bruto uurloon van schoolleiders in het voortgezet onderwijs was vorig jaar 6 procent hoger dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. In de jaren daarvoor verdienden schoolleiders in het voortgezet onderwijs minder dan in de marktsector.

Lees meer…

Nieuwe staking aangekondigd: 12 december

PO-front heeft een nieuwe staking in het primair onderwijs aangekondigd: op dinsdag 12 december.

In PO front zitten de PO-Raad, de vakbonden en de lerarengroep PO in Actie. Zij vinden dat het nieuwe kabinet te weinig extra geld uittrekt voor het primair onderwijs.

Op dinsdag 7 november hebben ze hierover een gesprek met minister Arie Slob die over het primair onderwijs gaat, gevolgd door een openbare bijeenkomst voor schoolbestuurders, schoolleiders, leraren en onderwijsondersteuners op 29 november.

PO front eist 1,4 miljard euro extra (900 miljoen voor hogere salarissen en 500 miljoen voor minder werkdruk). Het kabinet is tot nu toe over de brug gekomen met 720 miljoen euro (270 miljoen voor hogere salarissen en 450 miljoen voor minder werkdruk).

Als het gesprek en de bijeenkomst met Slob niet de gewenste bedragen opleveren, zal er op dinsdag 12 december opnieuw worden gestaakt, meldt PO front. Als dat ook niet het gewenste resultaat heeft, volgen in het nieuwe jaar regionale stakingsestafettes. Er werd al gestaakt op 27 juni en 5 oktober.

PO in Actie had eerder voor in november een tweedaagse staking in het primair onderwijs aangekondigd, maar die staking komt er niet.

PO-Raad houdt vast aan 1,4 miljard extra

Schoolbesturen in het primair onderwijs houden vast aan de claim van 1,4 miljard euro om de werkdruk te verlagen en salarissen te verhogen, meldt de PO-Raad op basis van een ledenpeiling waaraan één op de drie aangesloten besturen meedeed.

‘De basisbekostiging is al jaren niet op orde en het nieuwe kabinet doet er weinig aan om dat te veranderen’, aldus de sectororganisatie. De leden van de PO-Raad die aan de peiling meededen, geven aan dat ze hierover samen met het PO-front in gesprek willen met minister Arie Slob voor OCW.

Lees meer… 

Linkse oppositie wil hogere lerarensalarissen

De oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA presenteren samen een plan, waarin onder andere staat dat de lerarensalarissen omhoog moeten, meldt de Volkskrant

In het plan van de drie linkse oppositiefracties in de Tweede Kamer, die met elkaar 37 van de 150 zetels hebben, staat volgens de krant niet alleen dat de lerarensalarissen omhoog moeten. Ook zou de pensioenleeftijd omlaag kunnen voor mensen met een zwaar beroep (het is niet duidelijk of leraren daartoe behoren) en zou het eigen risico in de zorg moeten worden afgeschaft.

Als de plannen van de drie werkelijkheid worden, kost dat structureel 10 miljard euro per jaar extra. Dat geld denken GroenLinks, SP en PvdA te kunnen vrijmaken door onder andere een miljonairsheffing in te voeren en de winst-, dividend- en inkomstenbelasting niet te verlagen.

Extra geld voor leraren structureel beschikbaar

Het extra bedrag van 270 miljoen euro voor de arbeidsomstandigheden van leraren in het primair onderwijs is structureel beschikbaar. Dat bevestigt de regering.

In antwoord op vragen uit de Tweede Kamer laat de regering weten dat het extra bedrag van 270 miljoen euro weliswaar wordt genoemd in de begroting voor 2018, maar dat dit niet betekent dat het in de jaren daarna niet meer beschikbaar zal zijn.

‘In de 1e suppletoire begroting van het ministerie van OCW over 2018, die uiterlijk op 1 juni aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, zal in de toelichting het structurele karakter van deze maatregel zichtbaar worden gemaakt’, zo meldt de regering.

Besteding extra geld

In de antwoorden staat ook dat het extra geld niet per se besteed hoeft te worden aan een loonsverhoging. Het kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de salarisschalen in te korten, alleen de maximumsalarissen te verhogen of om doorgroeimogelijkheden te verruimen.

Het zijn volgens de regering de sociale partners die met elkaar afspreken waaraan het extra geld wordt besteed. ‘Afspraken over arbeidsvoorwaarden worden gemaakt door sociale partners via het afsluiten van een cao’, zo staat in de antwoorden.

De regering voegt hieraan toe dat de PO-Raad heeft aangeven dat iedere euro die voor salarissen beschikbaar komt naar salarissen zou moeten gaan. ‘Het is dus te verwachten dat sociale partners de 270 miljoen euro inzetten voor salarisverbetering.’

Lees meer…

Slob vindt dat leraren zegeningen moeten tellen

De nieuwe minister voor primair en voortgezet onderwijs Arie Slob van de ChristenUnie zal ‘maximaal proberen’ om leraren te ‘faciliteren dat ze hun werk goed kunnen doen’, maar dat moet wel binnen de afspraken van het regeerakkoord. Dat heeft de Slob tegen de NOS gezegd.

Hij zegt te begrijpen dat leraren klagen over hun salaris en de hoge werkdruk die zij ervaren. Tegelijkertijd wijst hij erop dat hij gebonden is aan de afspraken in het regeerakkoord. ‘Maar laten we onze zegeningen tellen. En een van de eerste is dat er behoorlijk veel structureel geld beschikbaar komt’, aldus Slob.

Uit het regeerakkoord blijkt dat er vanaf 2021 structureel een bedrag van 430 miljoen euro komt voor verlaging van de werkdruk in het primair onderwijs. Ook investeert het nieuwe kabinet 270 miljoen euro in modernisering van de cao voor het primair onderwijs. De sociale partners en PO in Actie vinden dat veel te weinig.

In het primair onderwijs wordt nagedacht over een tweedaagse staking in november. Ook in het voortgezet onderwijs groeit de onvrede over de salarissen en de werkdruk.