Leerlingen denken positiever over homo’s

In Nederland denken leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs steeds positiever over homo’s, lesbiennes en biseksuelen, maar het is voor een deel van de Nederlandse jongeren die niet heteroseksueel zijn nog steeds onmogelijk om op school uit de kast te komen. Dat blijkt uit het rapport Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Leerlingen in het voortgezet onderwijs schatten op basis van de situatie op hun school in of het mogelijk is om daar te vertellen dat ze niet heteroseksueel zijn. Eén op de vijf geeft aan dit tegen niemand te kunnen zeggen. Ruim de helft geeft aan dat dat wel kan.

Zoenen

Net als Nederlandse volwassenen denken scholieren negatiever over twee zoenende jongens of twee zoenende meisjes dan over een jongen en een meisje die zoenen. Een beperkt deel geeft aan dat lesbische, homoseksuele of biseksuele jongeren niet hun vrienden mogen zijn.

Lees meer…

Veiligheid op scholen blijft aandachtspunt

Er wordt minder gepest, maar staatssecretaris Sander Dekker van OCW signaleert nog steeds problemen met de veiligheid op scholen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer over het rapport Sociale veiligheid in en rond scholen

Twee jaar geleden gaf 14 procent van de kinderen in het primair onderwijs aan gepest te worden. Dit is gedaald naar 10 procent. In het voortgezet onderwijs is sprake van een daling van 11 naar 8 procent. Dekker brengt deze positieve ontwikkeling in verband met de wettelijke plicht die scholen sinds 2015 hebben om werk te maken van sociale veiligheid.

Het veiligheidsgevoel van leerlingen en personeel is ‘stabiel hoog’, zo meldt de staatssecretaris. Van de leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs voelt respectievelijk 97 procent en 95 procent zich veilig. Bij het personeel ligt dat op 96 procent en 88 procent.

Veiligheid personeel

Naar aanleiding van dat laatste, relatief lage, percentage uit het voortgezet onderwijs merkt Dekker op dat docenten en ander personeel zich veilig moeten kunnen voelen. ‘Werkgevers- en werknemersorganisaties moeten zich blijven inzetten om het veiligheidsgevoel van het personeel op scholen in het voortgezet onderwijs te borgen’, aldus de staatssecretaris.

Een ander aandachtspunt is seksueel geweld op scholen, omdat er in het voortgezet onderwijs meer meldingen zijn over seksuele uitbuiting. Van de leerlingen geeft 6 procent aan slachtoffer te zijn van seksueel geweld. Dekker noemt dat een ‘onaanvaardbaar hoog percentage’. Tegelijkertijd geeft hij aan dat een overgrote meerderheid van de scholen toeziet op respectvol omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit.

LHBT’ers

Hij constateert dat de positie van lesbische, homo- en biseksuele en transgenderleerlingen en -personeelsleden (LHBT’ers) zorgelijk blijft. Zij geven aan meer met pesten en geweld te worden geconfronteerd dan andere groepen. ‘Inzet om de veiligheid van LHBT-leerlingen en LHBT-personeel te vergroten blijft dan ook hard nodig’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

Scholieren (iets) positiever over homo’s

Scholieren zijn iets positiever geworden over niet-heteroseksuele leeftijdgenoten. Onder jongeren met een Turkse of Marokkaanse achtergrond wordt nog steeds het negatiefst gedacht over homo- en biseksualiteit en transgenders. Dat blijkt uit het rapport Wel trouwen, niet zoenen van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Op de vraag aan 11- tot 16-jarige scholieren of homo- of biseksuelen vriend mogen zijn, antwoordt in het basis- en voortgezet onderwijs respectievelijk 67 en 76 procent positief. In 2009, toen het SCP een vergelijkbaar onderzoek deed, was dat 51 respectievelijk 59 procent. Hoewel dit duidt op een positievere houding ten opzichte van homo- en biseksualiteit, benadrukken de onderzoekers dat niet kan worden gesproken van een ontwikkeling, omdat er nog maar twee meetmomenten zijn.

De vraag of het ‘vies’ is als homo- of biseksuele jongens en meisjes met elkaar zoenen, is voor het huidige onderzoek minder vaak bevestigend beantwoord. Hier is net als in 2009 een onderscheid te zien tussen jongens en meisjes. Zoenende meisjes worden minder vaak ‘vies’ gevonden als zoenende jongens.

Als wordt gekeken naar etniciteit, dan wordt duidelijk dat scholieren met een autochtone achtergrond over het algemeen positiever zijn over niet-heteroseksuele leeftijdgenoten dan allochtone leerlingen. Scholieren met een Turkse en Marokkaanse achtergrond zijn het vaakst negatief. Er is daarbij een verband met hun islamitische achtergrond.

Afkomst en religie bepalen mate van homo-acceptatie

Etnische en religieuze verschillen in homo-acceptatie zijn al op jonge leeftijd aanwezig. Met name islamitische leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond denken negatief over homoseksualiteit. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport De acceptatie van homoseksualiteit door etnische en religieuze groepen in Nederland.

Onder islamitische Turkse en Marokkaanse leerlingen zijn de reacties op homoseksualiteit in het openbaar overwegend negatief en een groot deel zou een homoseksueel niet toelaten tot de vriendenkring. Ook geeft ruim eenderde aan problemen te hebben met een homoseksuele docent(e). Onder hindoeïstische leerlingen is de weerstand minder sterk.

Veel protestants-christelijke leerlingen die aangeven dat het geloof belangrijk voor hen is, hebben ook moeite met de acceptatie van homoseksualiteit. Onder katholieke leerlingen is die weerstand minder groot. Homo’s worden het meest geaccepteerd door autochtone leerlingen zonder religieuze achtergrond. Over het algemeen is de weerstand tegen lesbische meisjes minder sterk dan tegen homoseksuele jongens.

In de kernwaarden van het openbaar onderwijs staat dat algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid betekenen dat alle leerlingen en werknemers welkom zijn, ‘ongeacht hun levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid’.

Bussemaker wil aandacht seksuele diversiteit vasthouden

Minister Jet Bussemaker van OCW reageert verheugd op de uitkomsten van het rapport Anders in de klas van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In dat rapport over de aandacht in het onderwijs voor seksuele diversiteit staat onder andere dat lesbische, homoseksuele en biseksuele leerlingen en transgenders (lhbt) zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Het is blijkbaar effectief om al op de basisschoolleeftijd aandacht te hebben voor seksuele diversiteit’, aldus Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer. Wat betreft het voortgezet onderwijs merkt ze op dat ook daar niet-heteroseksuele leerlingen zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Leerlingen zijn aan het denken gezet, leraren zijn alerter geworden, en er is meer draagvlak op school’, schrijft de minister. Ze verwacht dat aandacht voor seksuele diversiteit op de lange termijn zijn vruchten blijft afwerpen, maar dan moeten scholen hier wel actief op blijven.

Bijzonder onderwijs mag homo’s niet meer ontslaan

Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer heeft ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel om de enkelefeitconstructie uit de wet te schrappen. Dit betekent dat het bijzonder onderwijs leraren of leerlingen die niet-heteroseksueel zijn niet meer om hun geaardheid mogen ontslaan of weigeren.

De enkelefeitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) houdt kort gezegd in dat besturen van scholen op religieuze grondslag personeelsleden en leerlingen niet mogen ontslaan of weigeren om het enkele feit dat zij niet-heteroseksueel zijn. Maar als zij uiting geven aan hun geaardheid, hebben deze schoolbesturen wel de wettelijke mogelijkheid om dit te doen. Nu de constructie verdwijnt, wordt dat verleden tijd.

De initiatiefwet om de enkelefeitconstructie te schrappen was afkomstig van D66-Kamerlid Vera Bergkamp, die voor haar Kamerlidmaatschap voorzitter was van homobelangenorganisatie COC.

Het schrappen van de enkelefeitconstructie was al aangekondigd in het regeerakkoord. Alleen de christelijke partijen SGP en ChristenUnie stemden tegen. Het CDA stemde wel voor, met uitzondering van Kamerlid Jaco Geurts.

Discriminatie mag niet
VOS/ABB is blij dat na jarenlange politieke discussie de enkelefeitconstructie nu eindelijk verdwijnt. Ontkenning van seksuele diversiteit, het uitsluiten van mensen op basis van persoonlijke kenmerken (discriminatie) en het expliciet niet respecteren van bepaalde levenswijzen van mensen past niet in de huidige samenleving.

In de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs staat nadrukkelijk dat iedereen welkom is, ‘ongeacht levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid’.

ChristenUnie poogt discriminatie van homo’s te handhaven

Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers van de ChristenUnie heeft een amendement ingediend waarmee hij voor het bijzonder onderwijs de mogelijkheid wil behouden om werknemers op grond van godsdienstige uitgangspunten te discrimineren. 

Het amendement van Segers houdt verband met het voorstel tot het schrappen van de enkele-feitconstructie uit de Algemene wet gelijke behandeling. Dat voorstel is ingediend door D66-Kamerlid Vera Bergkamp en haar collega’s Tamara van Ark van de VVD, Keklik Yücel van de PvdA, Jasper van Dijk van de SP en Jesse Klaver van GroenLinks. Woensdag heeft de Kamer hierover gedebatteerd. Op 27 mei wordt erover gestemd.

Segers wil dat bijzondere scholen (en andere instellingen) ten aanzien van personen op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid onderscheid mogen maken ‘voor zover deze kenmerken vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormen, gezien de grondslag van de instelling en de houding van goede trouw en loyaliteit die nodig zijn voor de verwezenlijking daarvan.’

Met de wet in de hand
Het bovenstaande komt er in feite op neer dat de ChristenUnie met dit amendement vast wil houden aan de mogelijkheid voor het bijzondere onderwijs om met de wet in de hand werknemers te weigeren of te ontslaan als hun levenswijze niet zou passen bij de godsdienstige uitgangspunten van de school.

Het amendement gaat nog verder dan de bestaande enkele-feitconstructie, omdat die verbiedt een werknemer te weigeren of te ontslaan op basis van het enkele feit dat hij of zij bijvoorbeeld homoseksueel is. In het amendement wordt gesproken over ‘kenmerken’ die zouden kunnen botsen met de grondslag van de school.

Het lijkt erop dat Segers geen onderscheid wil maken tussen ‘kenmerken’ van een persoon en het leven dat die persoon onder meer op grond van die kenmerken leidt. Alleen de ‘kenmerken’ zouden dus al grond voor weigering of ontslag kunnen zijn.

Reformatorische scholen
De discriminatie van onder anderen homoseksuele personeelsleden en leerlingen speelt vooral op orthodoxe scholen, waaronder reformatorische. In deze scholen wordt een levenswijze die afwijkt van wat volgens orthodoxe christenen door de Bijbel is toegestaan gezien als een overtreding van wat God van de mens eist.

Homoseksuelen of transgenders worden volgens deze leer op zich geaccepteerd, maar het wordt niet geaccepteerd als zij uiting geven aan hun geaardheid. Dit kan op basis van de huidige wetgeving reden tot weigering of ontslag zijn.

Openbare scholen
In de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs staat expliciet vermeld dat alle leerlingen en alle bekwame personeelsleden welkom zijn, ‘ongeacht hun levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid. Dit geldt nadrukkelijk ook als mensen hieraan uiting geven.

Reactie Segers
Gert-Jan Segers spreekt tegen als zou hij met het amendement laten blijken voorstander te zijn van discriminatie. In een discussie op Twitter tussen hem en VOS/ABB benadrukt hij dat discriminatie bij wet verboden is en dat dat zo moet blijven. Hij verdedigt de inhoud van zijn amendement door erop te wijzen dat er in Nederland vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs is.

VOS/ABB is van mening dat de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs niet in stelling mogen worden gebracht om bepaalde mensen uit te sluiten op grond van hun persoonlijke kenmerken, hetgeen Segers met zijn amendement voorstaat. Uitsluiting van personen op grond van hun persoonlijke kenmerken is immers discriminatie.

Bijzonder onderwijs mag homo’s straks niet meer weren

In de Tweede Kamer is een ruime meerderheid voor het schrappen van de enkelefeitconstructie. Dit betekent dat het bijzonder onderwijs personeelsleden en leerlingen niet meer mag weigeren of wegsturen op grond van het feit dat ze een niet-heteroseksuele relatie hebben of op een andere wijze uiting geven aan hun seksuele geaardheid. De Kamer debatteerde woensdag over dit onderwerp.

De enkelefeitconstructie is onderdeel van de Algemene wet gelijke behandeling. De wettelijke constructie komt erop neer dat een bijzondere school of een andere instelling met een godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke grondslag een personeelslid of leerling niet mag weigeren of ontslaan om het enkele feit dat hij of zij bijvoorbeeld niet heteroseksueel is, maar wel als blijkt dat dat personeelslid of die leerling leeft naar of uiting geeft aan zijn of haar seksuele geaardheid. Met andere woorden: niet-heteroseksueel zijn mag, maar niet-heteroseksueel doen mag niet.

D66 is de partij die de enkelefeitconstructie het hardst bekritiseert. Kamerlid Vera Bergkamp van die partij heeft samen met haar collega’s Tamara van Ark (VVD), Keklik Yücel (PvdA), Jasper van Dijk (SP) en Jesse Klaver (GroenLinks) een initiatiefwetsvoorstel ingediend om deze constructie uit de wet te schrappen.

Onduidelijk, onwenselijk, onnodig
Tijdens het Kamerdebat zei SP-Kamerlid Michiel Nispen dat de enkelefeitconstructie ‘onduidelijk, onwenselijk en onnodig’ is. Linda Voortman van GroenLinks sprak over een ‘rare regel’. Ton Elias van de VVD zei dat het schrappen van de enkelefeitconstructie ‘bijdraagt aan de gelijkwaardigheid van mensen’. De PvdA’er Astrid Oosenbrug en D66’er Steven van Weyenberg wezen erop dat Nederland met het schrappen van de constructie kan voldoen aan de Europese richtlijn over gelijke behandeling.

Michel Rog van het CDA vroeg in het debat om aandacht voor de balans tussen verschillende grondrechten van enerzijds de scholen en anderzijds personeelsleden en leerlingen, maar hij sloot niet uit dat zijn fractie het initiatiefwetsvoorstel zal steunen. Gert-Jan Segers van de ChristenUnie merkte op dat het schrappen van de enkelefeitconstructie niet nodig zou zijn, omdat die volgens hem nauwelijks leidt tot conflicten op christelijke scholen. PVV’er Harm Beertema zei in dit kader dat het probleem van ongelijkheid vooral speelt in het islamitisch onderwijs.

Onderschrijven of respecteren?
Ook na het schrappen van de enkelefeitconstructie zouden scholen en andere organisaties op godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke grondslag nog steeds eisen mogen stellen. Die moeten voortaan echter gebaseerd zijn op ‘de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling’.

Voor scholen zou de invulling hiervan volgens Rog, Segers en hun collega Roelof Bisschop van de SGP moeten zijn dat van leraren en leerlingen gevraagd mag worden om de grondslag van de school te onderschrijven. Volgens Elias, Van Nispen en Van Weyenberg is het echter voldoende als ze die grondslag respecteren.

De indieners van het initiatiefwetsvoorstel en minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken reageren op een later moment op de inbreng van de Tweede Kamer.

Alles bij het oude laten?
In het bijzonder onderwijs wordt veel waarde gehecht aan de enkelefeitconstructie. Zo stelde de Besturenraad vorig jaar dat het voor scholen mogelijk moet blijven om docenten te weigeren als blijkt dat zij door hun leefwijze en persoonlijke opvattingen de identiteit en grondslag van de school niet geloofwaardig kunnen uitdragen.

De christelijke besturenorganisatie pleit voor een alternatieve formulering op basis waarvan scholen personeel kunnen blijven kiezen dat past binnen de eigen (godsdienstige) visie. Daarmee zou in feite alles bij het oude blijven, hetgeen in de ogen van VOS/ABB een verkeerde keuze zou zijn.

Kernwaarden!
VOS/ABB vindt het op grond van de kernwaarden van het openbaar onderwijs een buitengewoon goed initiatief om de enkelefeitconstructie uit de wet te schrappen. In de kernwaarden staat immers expliciet vermeld dat er in het openbaar onderwijs algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid geldt, ‘ongeacht levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid’.

De enkelefeitconstructie laat zich bovendien moeilijk combineren met het grondwettelijk vastgelegde antidiscriminatiebeginsel.

Inspectie onderzoekt voorlichting seksuele diversiteit

De Inspectie van het Onderwijs gaat volgend jaar onderzoek doen naar de invoering van de verplichte voorlichting op scholen over seksuele diversiteit. Dat heeft minister Jet Bussemaker van OCW toegezegd in het Kamerdebat over het emancipatiebeleid voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT).

Basis voor het onderzoek van de inspectie worden de resultaten van een aantal lopende onderzoeken, zoals een onderzoek naar de uitwerking van het nieuwe kerndoel in lesmateriaal en docentenhandleidingen en de veiligheidsmonitor over de positie van LHBT-leerlingen. Minister Bussemaker verwacht dat het onderzoek van de inspectie in de eerste helft van 2016 klaar zal zijn.

Sinds december 2012 is voorlichting over seksuele diversiteit opgenomen in de kerndoelen van het primair en voortgezet onderwijs. Het onderzoek van de inspectie was een uitdrukkelijke wens van homobelangenorganisatie COC en de Tweede Kamerfracties van D66 en VVD.

VN-baas: onderwijs is sleutel tot homo-emancipatie

Het onderwijs heeft een essentiële rol als het gaat om het tegengaan van negatieve stereotypen en het bevorderen van begrip voor de ander. Dat stelt secretaris-generaal Ban Ki-Moon van de Verenigde Naties in een toespraak die is uitgesproken tijdens een internationaal congres in Den Haag over homo-emancipatie.

De toespraak werd eerder deze maand namens Ban Ki-Moon uitgesproken door de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN, Navanethem Pillay. Het internationale congres over homo-emancipatie kreeg steun van koningin Máxima.

Ban Ki-Moon ziet de strijd tegen homofobie en voor seksuele gelijkwaardigheid als een onderdeel van een breder streven naar mensenrechten voor iedereen. Het onderwijs speelt hierin volgens hem een essentiële rol.

Meer acceptatie van homo’s door vmbo’ers

Onder leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs is de acceptatie van homoseksualiteit de afgelopen twee jaar enigszins gegroeid. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Acceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in Nederland 2013 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Vooral in het basisonderwijs en het vmbo is de graad van acceptatie toegenomen. Was in 2010 61 procent van de leerlingen positief over homoseksualiteit, in 2012 is dat toegenomen tot 74 procent. In havo, vwo en mbo bleef dit percentage gelijk: 75 procent.

Kerkelijkheid blijkt een negatieve invloed te hebben op de acceptatie van homoseksualiteit. Van leerlingen die per week vaker dan één keer naar de kerk gaan (in de praktijk zijn dit vooral reformatorische kinderen/jongeren) staat 26 procent negatief tegenover homoseksualiteit. Van kinderen/jongeren die nooit naar de kerk gaan, is dat slechts 2 procent.

Het SCP signaleert ook etnische verschillen in de acceptatie van homoseksualiteit. Vooral mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond oordelen negatief. Nederlanders met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond zijn minder negatief. Autochtone Nederlanders zijn het meest positief over homoseksualiteit.

Politieke voorkeur blijkt ook verband te houden met de mate van acceptatie van homoseksualiteit. Opmerkelijk is dat van de mensen die op de Partij voor de Vrijheid (PVV) stemmen 10 procent ronduit negatief is over homo’s, terwijl PVV-leider Geert Wilders zijn pleidooien voor de acceptatie van homoseksualiteit politiek inzet om zich af te zetten tegen moslims die hierover een negatief beeld hebben.

Manifest roept op tot veilig schoolklimaat voor homo’s

Scholen in Rotterdam worden opgeroepen aandacht te besteden aan seksuele diversiteit. Daartoe heeft onder anderen de Rotterdamse wethouder Korrie Louwes (D66) een manifest ondertekend. Louwes heeft participatie in haar portefeuille.

De ondertekening van het manifest De Rotterdamse School – een veilige haven voor iedereen was op VMBO Slinge Zuid, dat onder het bij VOS/ABB aangesloten bestuur LMC voortgezet onderwijs valt.

Ook lanceerde de wethouder de website www.andersopschool.nl. Op deze site kunnen scholen die aandacht willen besteden aan seksuele diversiteit steun en informatie vinden. Scholen kunnen daar overigens al langer voor terecht op de website www.openbaaronderwijs.nu, waar VOS/ABB een factsheet seksuele diversiteit online heeft staan.

De wethouder bekrachtigt met de ondertekening van het manifest de intentie van de gemeente Rotterdam om scholen veiliger te maken, in het bijzonder voor homojongeren. De stad wil koploper zijn op het gebied van de emancipatie van homo- en biseksuele en transgenderjongeren.