‘Nieuwe generatie leraren Nederlands leest niet graag’

Studenten aan de ­leraren­opleidingen in Vlaanderen lezen niet graag, zelfs niet als ze leraar Nederlands willen worden, meldt de Vlaamse krant De Standaard.

De krant baseert zich op een onderzoek onder docenten van lerarenopleidingen in opdracht van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Uit dit onderzoek blijkt dat de meeste studenten slechts een oppervlakkige lees­ervaring en weinig literaire bagage hebben.

Directeur Koen Van Bockstal van het Vlaams Fonds voor de Letteren noemt het resultaat van het onderzoek ontnuchterend. ‘Leesbevordering zou toch een van de basisprincipes van ons onderwijs moeten zijn?’, zo citeert De Standaard hem.

Lees meer…

Leerlingen lezen meer dan gedacht

Leerlingen op havo en vwo lezen meer dan vaak wordt gedacht. Ze blijken driekwart van de boeken op hun verplichte leeslijst echt (uit) te lezen.

Vaak wordt gedacht dat leerlingen zich door hun eindexamen bluffen door uittreksels te lezen en boekverfilmingen te bekijken. Maar ze lezen gemiddeld 76,6 procent van alle titels op hun lijst, en 63,2 procent van alle titels lezen ze helemaal uit, blijkt nu uit het rapport De praktijk van de leeslijst, dat de Stichting Lezen heeft gepubliceerd. Het betreft een onderzoek van Jeroen Dera, vakdidactus Nederlands en lerarenopleider aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, onder 1616 bovenbouwleerlingen havo en vwo.

Meest gelezen schrijvers

De eindexamenkandidaten waarderen de boeken op hun lijst gemiddeld met een 6,7. Nieuwe boeken scoren hoger in waardering dan oude teksten. De meest gelezen auteurs zijn Harry Mulisch, Tim Krabbé en W.F. Hermans, maar zij zijn niet automatisch ook het meest gewaardeerd. Het hoogst scoort De Engelenmaker van Stefan Brijs (8,1).

Verder blijkt uit het onderzoek dat meisjes meer boeken van hun lijst lezen dan jongens en dat vwo-leerlingen vaker dan havo-leerlingen aangeven dat ze ook later Nederlandse literatuur willen blijven lezen.

Het complete onderzoeksrapport De praktijk van de leeslijst is te downloaden.

Niveau literatuuronderwijs onderzocht

Het instrument dat Witte ontwikkelde, definieert zes oplopende niveaus van literaire competenties. De methode is vergelijkbaar met de veelgebruikte avi-methode voor lezen, met als belangrijk verschil dat kwalitatieve criteria een rol spelen in plaats van kwantitatieve als woord- en zinslengte. Het instrument helpt voorkomen dat leerlingen een boek kiezen of voorgeschoteld krijgen dat ver boven of juist onder hun niveau ligt.

Dit is belangrijk, stelt Witte, omdat docenten doorgaans een te weinig reële verwachting hebben van het startniveau van havo- en vwo-leerlingen. Zo stelde de onderzoeker vast dat bijna de helft van de leerlingen niet aan de startnorm voldoet als zij aan de vierde klas havo/vwo beginnen. Ook bleek bijna de helft van de vwo-leerlingen aan het eind van de zesde klas niet aan de eindnorm te voldoen.

Literatuur canon
Theo Witte (1952) pleit ervoor het literatuuronderwijs te verbeteren, onder meer door een landelijke catalogus samen te stellen met zo’n 200 titels, op alle niveaus. Zo’n lijst zou gezien kunnen worden als een ‘literatuurdidactische canon’. Dat biedt docenten veel houvast, denkt Witte. Voor leerlingen is het een toegankelijke, betrouwbare en inspirerende gids.

Meer weten over het onderzoek? Mail Theo Witte via t.c.h.witte@rug.nl.