Aanbieder stageplaats bepaalt of VOG nodig is

Het is afhankelijk van de sector waarin leerlingen of studenten stage lopen of zij een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) nodig hebben.

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen geregeld de vraag of leerlingen of studenten voor een stage een VOG nodig hebben. Het antwoord op die vraag hangt af van de organisatie waarbij de stage plaatsvindt.

Het uitgangspunt is dat de stageaanbieder bepaalt of een VOG nodig is. Daarbij geldt dat in het onderwijs altijd een VOG nodig is. Deze plicht geldt dus bijvoorbeeld voor leraren in opleiding die stage lopen op een school. Een VOG kan ook nodig zijn voor een maatschappelijke stage.

Het ministerie van OCW meldt dat het hebben van een strafblad of een aantekening bij bureau HALT niet automatisch betekent dat een VOG zal worden geweigerd.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Maatschappelijke stage: Dekker houdt de boot af

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt het van groot belang dat scholen voor voortgezet onderwijs aandacht hebben voor burgerschap, maar hij zet zich er niet voor in om de maatschappelijke stage in ere te herstellen. Dat blijkt uit een brief die hij naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

‘Ik zie geen aanleiding voor een bredere inventarisatie van de factoren die van belang zijn bij het al of niet aanbieden van een maatschappelijke stage’, aldus Dekker in zijn brief aan de Senaat. Die had gevraagd om uitleg over de huidige stand van zaken rond de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs.

Dekker schrijft ook dat scholen hun eigen keuzes maken, passend bij hun specifieke situatie. ‘De maatschappelijke stage is een van de manieren waarop scholen invulling kunnen geven aan hun burgerschapsopdracht. Ik vind het van groot belang dat scholen hun burgerschapsonderwijs op een bewuste wijze vormgeven en daartoe een samenhangende en schoolbrede aanpak ontwikkelen.’

De financiering van de maatschappelijke stage werd in 2014 stopgezet, nadat de Eertste Kamer daar met steun van regeringspartijen VVD en PvdA mee had ingestemd. Met de beëindiging van de financiering verloor de maatschappelijke stage zijn verplichtende karakter.

In het volgende nummer van ons magazine Naar School!, dat op 18 april verschijnt, komt een artikel over burgerschapsvorming en de maatschappelijke stage.

Gemeente Den Haag zet in op maatschappelijke stage

In het concept-akkoord van de nieuwe coalitie in de gemeente Den Haag staat expliciet het belang van de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs genoemd. Dat is opmerkelijk, omdat de Eerste Kamer onlangs heeft ingestemd met het afschaffen van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage en daarmee van de financiering ervan.

De Haagse coalitiepartners D66, PvdA, CDA, VVD en HSP (Haagse Stadspartij) hebben het concept-akkoord Vertrouwen op Haagse kracht donderdag gepresenteerd. Ze leggen in het akkoord de nadruk op het belang van goed onderwijs en de overgangen van primair naar voortgezet onderwijs en vervolgens naar vervolgstudies. Ook wordt goed onderwijs genoemd als voorwaarde voor kansen op de arbeidsmarkt.

‘Een einddiploma met perspectief en werkervaring zijn essentieel om aan de slag te komen. Het onderwijs moet beter aansluiten op de arbeidsmarkt.’ Om dat te bereiken, wordt het beroepsonderwijs samen met bedrijven versterkt door te investeren in onder andere vakcolleges en techniekonderwijs. De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs wordt in het Haagse concept-coalitieakkoord expliciet genoemd als mogelijkheid om jongeren werkervaring te laten opdoen.

Of de gemeente Den Haag ook geld gaat uittrekken voor maatschappelijke stages, is niet duidelijk. De maatschappelijke stages staan niet specifiek benoemd In de financiële bijlage bij het concept-akkoord. In die bijlage staat wel dat er eenmalig 500.000 euro wordt uitgetrokken voor een aanvalsplan voor betere stages.

Einde financiering maatschappelijke stage voldongen feit

Ook de Eerste Kamer wil dat scholen voor voortgezet onderwijs zelf kunnen bepalen of leerlingen een maatschappelijke stage volgen. De PvdA in de Senaat is overstag.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil af van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage. Dat was al opgenomen in het regeerakkoord. De Tweede Kamer nam dit over, maar in de Eerste Kamer waren nog twijfels bij de PvdA. Die is nu overstag, nadat senator Janny Vlietstra haar fractie had geadviseerd voor het regeringsvoorstel te zijn.

De invoering van het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage is in feite een bezuiniging van 75 miljoen euro per jaar. De financiering ervan wordt namelijk stopgezet. Scholen voor voortgezet onderwijs die ervoor kiezen om deze vorm van stages te handhaven, krijgen er vanaf het schooljaar 2015-2016 geen geld meer voor. Volgens Dekker kunnen scholen ook zonder dat geld de stages prima zelf organiseren. Voor het schooljaar 2014-2015 is er overigens nog een financiële overbruggingsregeling.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde en daarvoor geld beschikbaar stelde.

Dekker onwrikbaar in discussie maatschappelijke stage

Scholen krijgen meer ruimte voor eigen keuzes als de maatschappelijke stage niet meer wettelijk verplicht is. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW blijft dit argument gebruiken ter camouflage van het feit dat het kabinet geen geld meer in de maatschappelijke stage wil steken.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde.

Om 75 miljoen euro te bezuinigen, heeft het huidige kabinet besloten het verplichtende karakter van de stage te halen. De financiering ervan wordt in het schooljaar 2014-2015 stopgezet. De scholen mogen de maatschappelijke stage nog wel als facultatief onderdeel blijven aanbieden, maar ze krijgen er dan dus geen geld meer voor. In februari stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor het afschaffen van de verplichting.

In zijn memorie van antwoord op kritische vragen uit de Eerste Kamer herhaalt Dekker zijn argument om een einde te maken aan de wettelijke verplichting. Hij blijft erop hameren dat de scholen er meer beleidsvrijheid door krijgen, terwijl het in feite om een bezuiniging gaat. De staatssecretaris erkent wel dat de maatschappelijke stage een waardevol onderdeel kan zijn om invulling te geven aan de burgerschapstaak van het onderwijs.

Dekker blijft bij vrijwillige maatschappelijke stage

De maatschappelijke stage en het vak algemene natuurwetenschappen worden in het voortgezet onderwijs niet langer verplicht gesteld. Ondanks kritiek houdt staatssecretaris Sander Dekker van OCW vast aan zijn plannen.

De Tweede Kamer debatteerde dinsdag onder andere over de maatschappelijke stage, die in het schooljaar 2011-2012 werd ingevoerd als verplicht onderdeel. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde.

Om 75 miljoen euro te bezuinigen, heeft het huidige kabinet besloten het verplichtende karakter van de stage te halen. De financiering ervan wordt stopgezet. De scholen mogen de maatschappelijke stage wel als facultatief onderdeel blijven aanbieden.

Verzet in Tweede Kamer
De Kamerleden Michel Rog (CDA), Jasper van Dijk (SP) en Joël Voordewind (ChristenUnie) pleitten voor behoud van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage. Tanja Jadnanansing van regeringsfractie PvdA echter zei dat het doel van de maatschappelijke stage, namelijk burgerschapsvorming, ook buiten het onderwijs kan worden bereikt. Harm Beertema (PVV) zei dat het geld en de tijd voor de maatschappelijke stage beter kunnen worden besteed aan taal, rekenen en de positie van de leraar. Regeringsfractie VVD en de SGP waren altijd al tegen de verplichting.

Sander Dekker benadrukte dat hij scholen ruimte wil bieden in het bereiken van het doel van de maatschappelijke stage. Niets staat de scholen volgens hem in de weg om er in de huidige vorm mee door te gaan, alleen wordt de financiering stopgezet.

Algemene natuurwetenschappen
In het Kamerdebat kwam ook de positie van het vak algemene natuurwetenschappen (ANW) aan bod. D66’er Paul van Meenen wil dat dit vak in de hele bovenbouw van het vwo blijft bestaan en niet veralgemeniseerd mag worden. Beertema (PVV) wil het alleen behouden voor de maatschappijprofielen, terwijl Jadnanansing (PvdA) graag ziet dat het vak in de onderbouw verplicht wordt gesteld.

De staatssecretaris zei dat de kern van het vak, namelijk wetenschapsoriëntatie, op een andere manier zal worden geborgd: als kennisbasis science in de onderbouw en verspreid in de verschillende vakken in de bovenbouw.

De Tweede Kamer stemt op 11 februari over de maatschappelijk stage en ANW.

SP op de bres voor maatschappelijke stage

De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs kan gemakkelijk in stand blijven. Dat zegt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. De maatschappelijke stage is een van de onderwerpen die dinsdag in de Tweede Kamer aan bod komen in een debat over de onderwijsbegroting.

Van Dijk noemt het op de website van de SP ‘oliedom’ dat de regering de maatschappelijke stage wil ‘afschaffen’. Met dat laatste woord schiet Van Dijk met politieke retoriek bezijden de waarheid, want de maatschappelijke stage als zodanig wordt niet afgeschaft. Wel wil het kabinet de financiering ervan beëindigen en de maatschappelijke stage vanaf het schooljaar 2014-2015 geen verplichte eindexameneis meer laten zijn. Scholen mogen de maatschappelijke stage wel blijven aanbieden.

Het voornemen van het kabinet getuigt volgens Van Dijk van ‘zwabberbeleid’. Hij vindt het ook ‘doodzonde’, omdat de maatschappelijke stage volgens hem ‘een belangrijke aanvulling op het onderwijs is, die bijdraagt aan sociale betrokkenheid en persoonlijke ontwikkeling’ van leerlingen.

Geld is er!
Met de afschaffing van de financiering van de maatschappelijk stage wil het kabinet 75 miljoen euro bezuinigen. De SP’er stelt dat de financiering gemakkelijk kan blijven bestaan, desnoods deels, omdat in het zogenoemde herfstakkoord 500 miljoen euro extra voor onderwijs beschikbaar is gekomen. ‘We houden een mooie voorziening in stand en voorkomen kapitaalvernietiging omdat de stage na twee jaar alweer wordt afgeschaft’, aldus Van Dijk.

De maatschappelijk stage was een initiatief van het CDA, dat voortvloeide uit de normen-en-waardendiscussie die was losgemaakt onder voormalig CDA-premier Jan Peter Balkenende. Oud-minister Marja van Bijsterveldt, ook van het CDA, was degene die de maatschappelijke stage in het schooljaar 2011-2012 invoerde.

Meer steun
Niet alleen de SP en het CDA willen dat de financiering van de maatschappelijke stage blijft bestaan, ook bij de ChristenUnie en de SGP alsmede bij de regeringsfractie PvdA klinken dergelijke pleidooien. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil de financiering eigenlijk ook behouden, want hij schrijft in een toelichting op de beëindiging van de financiering dat er iets waardevols wordt wegbezuinigd.

In oktober kwam uit een peiling van de Besturenraad naar voren dat een overgrote meerderheid van de schoolleiders in het christelijke voortgezet onderwijs de maatschappelijke stage wil behouden.

Inspectie blijft kijken naar maatschappelijke stage

De Inspectie van het Onderwijs blijft de maatschappelijke stage zien als een van de manieren waarop het voortgezet onderwijs een bijdrage levert aan burgerschapsvorming. Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van de PvdA in de Tweede Kamer.

De maatschappelijke stage werd in het schooljaar 2011-2012 verplicht onderdeel van het voortgezet onderwijs, maar krijgt met ingang van het schooljaar 2014-2015 een vrijwillig karakter. Dit heeft te maken met een bezuiniging van het kabinet. Staatssecretaris Dekker verkoopt deze maatregel onder het mom van meer keuzevrijheid voor de scholen. Die mogen de maatschappelijke stages wel blijven aanbieden, maar ze krijgen er straks dus geen geld meer voor.

Eisen blijven
De vraag van de PvdA in de Tweede Kamer of de Inspectie van het Onderwijs de maatschappelijke stages blijft zien als een van de mogelijkheden voor scholen om invulling te geven aan hun burgerschapstaak, beantwoordt Dekker bevestigend. De PvdA wilde ook weten of het vrijwillige karakter van de stage voor de scholen een versoepeling van de eisen met zich meebrengt. Dat zal volgens de staatssecretaris niet het geval zijn. Een stageovereenkomst blijft noodzakelijk.

Het CDA in de Tweede Kamer wilde van Dekker weten of het niet meer verplicht stellen van de maatschappelijke stage is te rijmen met het streven naar de participatiesamenleving, zoals het kabinet dat heeft verwoord in de Troonrede. Hierop antwoordt Dekker dat de stages mogelijk blijven en dat de participatiesamenleving zich niet van bovenaf met verplichtingen laat dicteren.

Sigaar uit eigen doos
Op de vraag van het CDA waar de 75 miljoen euro blijft die wordt bespaard met het afschaffen van het verplichtende karakter van de maatschappelijke stages, antwoordt Dekker dat dit geld terugvloeit naar de staatskas waaruit de investeringen voor het onderwijs worden betaald. Hiermee erkent Dekker dat de ‘extra’ investering van 650 miljoen euro in het onderwijs deels wordt betaald door eerst 75 miljoen euro van het voortgezet onderwijs af te romen.

Tweede Kamer omarmt motie tegen kleutertoets

De Tweede Kamer heeft dinsdag de motie tegen de kleutertoets aangenomen. Ook werd de motie aangenomen om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. Bovendien vindt de Kamer dat het kabinet er niet naar moet streven om de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537.

De motie tegen de landelijk genormeerde kleutertoets was ingediend door het CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog. Mede-indienaars waren de ChristenUnie, de SP, GroenLinks en de SGP. Met steun van de regeringsfractie PvdA tijdens de stemmingen in de Kamer bleek de motie van het CDA het te halen. Rog  twitterde direct nadat zijn motie was aangenomen, dat hij blij is dat ‘kleuters weer mogen kleuteren’.

Jesse Klaver van GroenLinks had met steun van het CDA, de SP, de SGP en de ChristenUnie de motie ingediend om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. VOS/ABB is blij dat deze motie is aangenomen, omdat – zoals de indieners stellen – de Cito-toets bedoeld is als advies aan de individuele groep 8-leerling voor vervolgonderwijs.

Paul van Meenen van D66 en Loes Ypma van de PvdA hadden samen de motie ingediend om af te zien van het streven de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537. Ook deze motie kreeg voldoende steun. VOS/ABB had in haar politieke lobby er bij de Kamer op aangedrongen om dit streven van het kabinet tegen te houden. Het is dan ook een goede zaak dat deze motie is aangenomen.

De motie van Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP om medezeggenschapsorganen in het onderwijs instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting heeft het niet gehaald. De indieners wilden hiermee vooral leraren meer zeggenschap geven over begrotingsaspecten, waar de schoolbesturen zeggenschap over hebben.

De motie van Joël Voordewind van de ChristenUnie voor het behoud van de kleinescholentoeslag kon evenmin rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Deze motie was mede ingediend door de christelijke partijen CDA en SGP. Met name de christelijke partijen in de Tweede Kamer verzetten zich tegen het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag om te zetten in een soort bonus voor kleine scholen die over de denominaties heen met elkaar samenwerken.

Een motie die het ook niet heeft gehaald, is die van Jasper van Dijk van de SP om 30 miljoen euro per jaar te behouden voor de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Deze motie werd mede ingediend door het CDA, de partij die aan de wieg stond van deze stages. Het kabinet schaft de maatschappelijke stages niet af, maar wil er met ingang van het volgende schooljaar (2014/2015) geen aanvullende financiering meer voor beschikbaar stellen.

Lees meer over de moties en de stemmingen.

Pleidooi voor behoud maatschappelijke stages

Een ruime meerderheid van de schoolleiders in het christelijk voortgezet onderwijs vindt dat de overheid de financiering van de maatschappelijke stage moet handhaven. Dat blijkt uit een peiling van de Besturenraad.

De maatschappelijke stage voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is sinds het schooljaar 2011/2012 verplicht. Het was het geesteskind van voormalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt. De instelling van de verplichte maatschappelijke stages maakte deel uit van het normen-en-waardenbeleid onder de christendemocratische oud-premier Jan-Peter Balkenende.

VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil deze verplichting met ingang van het schooljaar 2014/2015 weer intrekken. Dekker is niet tegen de maatschappelijke stage, maar in het licht van de overheidsbezuinigingen wil hij de stages niet meer verplicht stellen. Scholen kunnen maatschappelijke stages blijven organiseren, maar ze krijgen er vanaf 2014/2015 van de overheid geen geld meer voor.

De Besturenrad meldt op basis van een peiling onder 124 schoolleiders dat dit in het christelijk voortgezet onderwijs wordt ervaren als ‘zwabberbeleid’. Van de respondenten vindt 72 procent dat scholen verplicht moeten blijven een maatschappelijke stage aan te bieden. Hoewel de organisatie van de stages volgens hen veel inspanning vergt, hechten ze er erg veel waarde aan. Leerlingen leren iets voor een ander te doen zonder er iets voor terug te krijgen. Ze vinden zo de weg naar vrijwilligerswerk en ontwikkelen maatschappelijke betrokkenheid, is de gedachte.

Als de financiering van structureel 55 miljoen euro en de verplichting wegvallen, blijkt dat 32 procent van de gepeilde christelijke vo-scholen geen maatschappelijke stages meer zal aanbieden.  Andere christelijke scholen voor voortgezet onderwijs zouden met de maatschappelijke stages doorgaan, maar dan in afgeslankte vorm.

Petitie voor behoud maatschappelijke stage

Wilt u dat de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs behouden blijven? Dan kunt u een online petitie ondertekenen.

De petitie is een initiatief van de Vrijwilligerscentrale Utrecht en Maatschap+ Utrecht. Deze organisaties vinden het een verlies van de samenleving dat het kabinet de bijdrage aan de vo-scholen voor het organiseren van de maatschappelijke stages stopzet. De scholen kunnen wel doorgaan met de stages, maar ze krijgen er vanaf 2015 geen geld meer voor.

De initiatiefnemers van de petitie wijzen erop dat de maatschappelijke stages van groot belang zijn, zeker in het licht van de participatiesamenleving waar het kabinet het in de Troonrede over had. ‘De afgelopen jaren is een stevig fundament neergezet door betrokken scholen, vrijwilligerscentrales en maatschappelijke organisaties, die vrijwilligerswerk puberproof maakten’, aldus de Vrijwilligerscentrale en Maatschap+.

Onderteken de petitie

Petitie maatschappelijke stage, Rutte wil praten

Vier scholieren hebben mede namens een groep van betrokken organisaties aan de Vaste Kamercommissie voor OCW een petitie aangeboden voor behoud van de maatschappelijke stage. Tijdens de algemene politieke beschouwingen heeft premier Mark Rutte gezegd dat hierover te praten valt.

Een van de scholieren die de petitie aanbood, is vwo-leerling Delphine Holbecq van het Sint-Gregorius College in Utrecht. Zij liep vorig jaar stage bij een verzorgingstehuis voor ouderen. ‘Ik vond het heel leuk om in contact te komen met deze mensen. Ze vertelden mij veel over hoe het er vroeger in hun jeugd aan toe ging. Over de vakken op hun school en over hun hobby’s’, zo schrijft ze op het 1V-Jongerenpanel.

‘Ik denk zeker dat de stage ook andere kinderen in contact heeft gebracht met leeftijdsgroepen met wie ze normaal weinig of geen contact hebben. Zo krijg je meer begrip voor elkaar, en dat is belangrijk in een maatschappij waar mensen steeds meer alleen nog maar aan zichzelf denken.’

De Utrechtse vwo-leerling benadrukt dat haar stage haar ook werkervaring heeft gegeven. ‘Ik denk zeker dat het kan helpen om je talenten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld organiseren of goed leren luisteren. Ikzelf ben niet echt spontaan, maar mijn stage heeft mij geleerd om sneller initiatief te nemen in contacten leggen.’

Bezuiniging
De petitie die de scholieren mede namens een groep organisaties in de Tweede Kamer hebben aangeboden, is gericht tegen het wetsvoorstel waarin staat dat de maatschappelijke stage vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer is. De stage wordt in feite niet afgeschaft, maar de scholen krijgen er geen geld meer voor.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verpakte deze bezuinigingsmaatregel met de positieve uitspraak dat ‘scholen meer vrijheid krijgen om hun onderwijsprogramma in te richten’. De extra middelen die scholen tijdelijk kregen voor de invoering van de maatschappelijke stage worden stopgezet nu de verplichting vervalt.

Er is nog wel een overgangsmaatregel: de verplichting vervalt per 1 augustus 2014, de extra bekostiging stopt per 1 augustus 2015, zo staat in het wetsvoorstel.

Alsnog behouden?
Premier Rutte zei tijdens de algemene politieke beschouwingen open te staan voor een gesprek over het eventuele behoud van de maatschappelijke stage. CDA-fractieleider Sybrand van Haersma Buma had het onderwerp aangekaart.

De invoering van de maatschappelijke stage in het schooljaar 2007-2008, onder het vierde kabinet-Balkenende, was vooral een initiatief van het CDA.

Maatschappelijke stage jaar eerder afgeschaft

De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs is vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer. Dat meldt het ministerie van OCW.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verpakt deze maatregel met de positieve uitspraak dat ‘scholen meer vrijheid krijgen om hun onderwijsprogramma in te richten’. De extra middelen die scholen tijdelijk kregen voor de invoering van de maatschappelijke stage worden stopgezet nu de verplichting vervalt. Er is nog wel een overgangsmaatregel: de verplichting vervalt per 1 augustus 2014, de extra bekostiging stopt per 1 augustus 2015.

Opgaan, blinken en verzinken
De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Elke leerling moet sindsdien minstens 30 uur stage lopen.

De maatschappelijke stage was een uitdrukkelijke wens van toenmalig coalitiegenoot CDA. Voormalig onderwijsminister Marja van Bijsterveldt was er dolenthousiast over. De gedachte van het CDA was dat leerlingen hierdoor vertrouwd zouden raken met de maatschappelijke waarden en normen, zoals die door oud-premier Jan Peter Balkenende van het CDA in de markt waren gezet.

Van de VVD, die tot 2012 met het CDA in de regering zat, hoefde het allemaal niet zo nodig. VVD-onderwijswoordvoerder Ton Elias zei dat het nu eenmaal onderdeel was van het regeerakkoord.

In het VVD/PvdA-regeerakkoord van het tweede kabinet-Rutte werd aangekondigd dat de verplichte maatschappelijke stage in het schooljaar 2015-2016 zou verdwijnen. Dat wordt nu dus een jaar eerder, zo was eerder al te lezen in dit wetsvoorstel.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wetsvoorstel: 30 uur maatschappelijke stage

Sinds het schooljaar 2008/2009 zijn veel scholen voor voortgezet onderwijs al begonnen met de maatschappelijke stage. Er zijn 20 pilotprojecten uitgevoerd waar in totaal 60.000 scholieren aan hebben meegedaan. Zij liepen een maatschappelijke stage (MaS) van minimaal 30 uur per jaar. Deze pilots waren een groot succes. Maar ook buiten de pilotscholen is er al volop meegedaan aan de maatschappelijke stage. Inmiddels is al 99 procent van de scholen voor voortgezet onderwijs ermee begonnen. Het afgelopen schooljaar vervulden ruim 260.000 leerlingen een MaS, in totaal ruim zeven miljoen uur.

Mede op grond van de praktijkervaringen wordt het aantal uren dat leerlingen MaS moeten lopen, in het wetsvoorstel vastgesteld op minimaal 30 uur voor alle schooltypen (praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo). Dit sluit ook aan bij het advies van de Raad van State, dat onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd waarin werd geadviseerd om het aantal uren Mas naar beneden bij te stellen.

Verheugd
Minister Van Bijsterveldt is verheugd dat de maatschappelijke stage nu zo dicht bij de daadwerkelijke realisatie is. “Het enthousiasme voor de maatschappelijke stage is groot. Dat wil ik vasthouden. Met de maatschappelijke stage hebben we goud in handen, maar ik wil wel dat het op een verantwoorde manier wordt ingevoerd. Met 30 uur is de maatschappelijke stage voor alle betrokken partijen haalbaar en realistisch, dat hebben de pilots laten zien,” aldus Van Bijsterveldt.

Ondanks de noodzakelijke bezuinigingen hecht dit kabinet grote waarde aan de invoering van de maatschappelijke stage in het curriculum. Hiervoor blijft jaarlijks €55 miljoen beschikbaar voor de scholen.

Zelfvertrouwen
Met de maatschappelijke stage maken scholieren kennis met vrijwilligerswerk en leveren een onbetaalde bijdrage aan de samenleving. Onderzoeken laten zien dat leerlingen die stage gelopen hebben meer zelfvertrouwen hebben, meer respect voor anderen creëren en zich bewuster zijn van hun omgeving. Tevens leert de MaS hen zich te ontwikkelen tot actieve burgers.

Alle gemeenten ontvangen van het ministerie van OCW en van VWS via het gemeentefonds geld voor de maatschappelijke makelaarsfunctie, waardoor leerlingen worden geholpen bij het vinden van een maatschappelijke stageplek. In 2010 en 2011 is hiervoor jaarlijks 20 miljoen euro beschikbaar.

Aandacht voor maatschappelijke stages

Acht vmb-leerlingen van het Bouwens van der Boijecollege in Panningen hebben met hun boodschappendienst ‘Gear Gedoan’ de MaS Award in de categorie scholieren in de wacht gesleept. Deze school is via het bestuur Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) lid van VOS/ABB. De andere prijzen gingen naar onder meer de gereformeerde scholengemeenschap Randstad uit Rotterdam en het Gertrudis College uit Roosendaal.

Het is de eerste keer dat de Maatschappelijke Stage Awards zijn uitgereikt aan de beste en meest originele maatschappelijke stages in Nederland. Vanaf 2011 loopt elke middelbare scholier een maatschappelijke stage. Toch wordt op dit moment al op circa 96 procent van de middelbare scholen aandacht besteed aan de maatschappelijke stage. Dat varieert van een uurtje tot een paar dagen.

Dit jaar lopen bij wijze van proef 60.000 leerlingen een maatschappelijke stage van tenminste 30 uur. Dit gebeurt in 20 pilots door heel Nederland. De pilots geven scholen de mogelijkheid om te oefenen. Staatssecretaris Van Bijsterveldt toert vanaf 31 maart een week lang door het land om goede voorbeeldprojecten te bezoeken, maatschappelijke stagiairs te spreken en op scholen te discussiëren over de invoering van de maatschappelijke stage. De tour begint op morgen, 31 maart, in Leeuwarden en eindigt op vrijdag 3 april in Maastricht, waar Van Bijsterveldt het United World College bezoekt. Deze school heeft al veel ervaring met maatschappelijke stages.

Meer over de maatschappelijke stage.

Meer over de MaS Awards.