Levenskunst in school van de toekomst

In de school van de toekomst wordt het vak ‘levenskunst’ gegeven. Hierin zal de nadruk liggen op de diversiteit aan opvattingen die er in de samenleving zijn. Docent en onderzoeker Erik Renkema van Hogeschool Windesheim sprak hier dinsdag over tijdens een expertmeeting over het toekomstconcept School!. Deze bijeenkomst bij VOS/ABB in Woerden stond in het teken van de School!Week van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Het concept School! is ontwikkeld door VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs. Het voorziet in onderwijs dat het duale bestel op basis van grondwetsartikel 23 achter zich heeft gelaten en aldus boven de denominaties zal zijn uitgestegen.

Er zullen in de toekomst in Nederland geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook zijn, maar ‘scholen’ die goed onderwijs verzorgen voor álle kinderen. Het concept School! gaat ervan uit dat het primair en voortgezet onderwijs op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht zullen hebben voor onder andere godsdienst en levensbeschouwing.

Levenskunst voor identiteitsvorming

Erik Renkema spreekt in dit kader over het ‘School!Vak levenskunst’. Hierin zou wat hem betreft de nadruk moeten liggen op de diversiteit aan opvattingen die er in de samenleving zijn. Hij beschouwt het concept School! als het voorbeeld van onderwijs dat uitgaat van democratie en pluralisme.

Het vak ‘levenskunst’ zou volgens Renkema oriënterend vormingsonderwijs moeten zijn, dat in dienst staat van de identiteitsvorming van leerlingen, zodat die zichzelf en anderen leert kennen en begrijpen. Het vak zou diverse vormingsgebieden kunnen samenbrengen. Daarbij kunnen verhalen, symbolen en rituelen hun rol spelen.

‘Levenskunst’ is nadrukkelijk een schoolvak voor álle kinderen. Het liefst ziet Renkema hierin vakleerkrachten opereren die de ‘kunst van het vragen stellen’ goed beheersen. Hij pleitte tijdens de bijeenkomst in Woerden voor constructief overleg tussen het openbaar en bijzonder onderwijs over de beginselen van het vak ‘levenskunst’.

Monistisch bestel

Tijdens expertmeeting sprak ook emeritus hoogleraar Siebren Miedema van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Als godsdienstpedagoog lanceerde hij het ‘monistische bestel’ in plaats van het huidige duale bestel van openbaar en bijzonder onderwijs. In het monistische bestel zijn alle scholen bijzonder in de zin van pedagogische vorming op het gebied van levensbeschouwing. De school ziet hij als ‘embryo’ van de samenleving.

Privéscholen moeten worden voorkomen, stelt Miedema. Alle scholen worden door de overheid bekostigd, waarbij zij aan ‘reële overheidsdoelen’ voldoen. Dit betekent volgens Miedema echter geenszins dat er sprake zal zijn van staatsonderwijs. Er is evenmin invloed van welke godsdienstige instelling dan ook. Miedema ziet in de toekomst een school voor zich met levensbeschouwelijke vorming voor álle kinderen.

De emeritus hoogleraar is geen voorstander van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) zoals de zogenoemde zendende instanties dat nu buiten de pedagogische verantwoordelijkheid van de school in het openbaar onderwijs verzorgen.

Verbinding met g/hvo

Docent en trainer Tamar Kopmels die ook auteur is van Verhalen vertellen en vragen stellen, sprak over lessen ‘leren leven’ die een verbinding tot stand brengen tussen de actief pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs en g/hvo. Hierin gaat het over kennisoverdracht, brede vorming en de ontwikkeling van de eigen levensbeschouwing via ontmoeting.

Acceptatieplicht

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB concludeert dat de expertmeeting waardevolle discussies opleverde over de school van de toekomst. Alle aanwezigen waren het erover eens dat er nog een lange weg te gaan is naar het concept School!.

De invoering van algemene acceptatieplicht wordt gezien als een eerste stap, omdat het niet meer van deze tijd is dat het bijzonder onderwijs met de grondwet in de hand de mogelijkheid heeft om leerlingen te weigeren. ‘Wij zullen stevig op inzetten, in onze politieke lobby en in het maatschappelijke debat over goed onderwijs’, aldus Teegelbeckers.