Meer meisjes kiezen techniek

Meer meisjes op havo en vwo kiezen voor een technische richting, maar in het vmbo is die trend nauwelijks waarneembaar, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het schooljaar 2006-2007 koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor Natuur en Techniek, waarbij wiskunde b, natuur- en scheikunde verplicht zijn. In 2017-2018 was dit toegenomen tot respectievelijk 10 en 28 procent.

De stijging werd volgens het CBS ingezet in het schooljaar 2007-2008, toen de vernieuwde tweede fase werd ingevoerd. Hierdoor werd het eenvoudiger om de profielen Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid te combineren in een vakkenpakket. Vooral onder meisjes in het vwo is dit dubbelprofiel populair.

Natuur en Techniek is nog steeds het populairst bij jongens. Ook zij kozen de afgelopen tien jaar vaker voor dit profiel, maar het verschil met de meisjes is kleiner geworden.

Weinig vmbo-meisjes kiezen techniek

Onder meisjes op het vmbo blijft Techniek de minst gekozen sector. In het schooljaar 2017-2018 koos 4 procent van de meisjes en 33 procent van de jongens in de leerjaren 3 en 4 van vmbo-b, vmbo-k en vmbo–g voor zo’n opleiding. Het percentage techniekmeisjes op het vmbo neemt nauwelijks toe.

Meisjes kiezen exacter, maar nog niet zo exact als jongens

Steeds meer meisjes kiezen een technische en exacte onderwijsrichting, maar de jongens zijn daar nog steeds (ruim) in de meerderheid. Dat blijkt uit de Emanipatiemonitor 2014 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS).

Het aandeel meisjes binnen het Natuur en Techniekprofiel op havo-niveau nam toe van 15 procent in 2007 naar 26 procent in 2014. Binnen het vwo steeg dit van 20 naar 38 procent.

Op de arbeidsmarkt is nog niet zo’n duidelijke verschuiving te zien. ‘Meisjes met een technische opleiding kiezen nog vaak voor een baan in een andere richting. Dat doen jongens ook wel, maar toch minder vaak’, melden het SCP en CBS.