Meer professionele ruimte dan veel scholen denken

Scholen hebben meer professionele ruimte dan ze vaak denken. Dat blijkt volgens de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van OCW uit de handreiking Ruimte in regels.

De handreiking is bedoeld om scholen te helpen. In de uitgave staat waarover scholen zich op basis van de wet moet kunnen verantwoorden en hoeveel professionele ruimte er is om daar als school zelf vorm aan te geven.

Professionele ruimte benutten

In de publicatie wordt gerefereerd aan een uitspraak van plaatsvervangend inspecteur generaal Arnold Jonk. Hij zei in februari 2015 in het CNV Schooljournaal dat scholen alleen dingen moeten registreren waar ze wat aan hebben en alleen plannen moeten maken die ze ook echt gaan gebruiken.

Download Ruimte in regels

 

In het eerstvolgende nummer van magazine Naar School! van VOS/ABB, dat op 28 november verschijnt, komt een interview met voormalig directeur en huidig schoolbestuurder Gérard Zeegers. Hij heeft het boek Veranderend toezicht geschreven. Zeegers zegt onder meer dat scholen niet alles hoeven vast te leggen, als ze maar in een professioneel gesprek met de inspecteur kunnen aantonen hoe ze het onderwijs vormgeven en hoe ze hun leerlingen volgen. De eerste reacties van scholen op het nieuwe toezicht zijn positief.

‘Ga evenwichtig om met vernieuwde toezicht’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW roepen schoolbesturen op om op een evenwichtige manier om te gaan met het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Hun oproep houdt verband met de vrees dat het meer tijd en moeite zal gaan kosten.

Ze schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat uit de voortgangsrapportage over het vernieuwde toezicht blijkt dat het merendeel van de besturen de tijdsinvestering en het onderzoeksresultaat met elkaar in evenwicht vinden. ‘Wel is tijdsinvestering en toezichtslast van het vernieuwd toezicht een onderwerp dat aanhoudend monitoring vereist’, aldus de minister en staatssecretaris.

Bussemaker en Dekker wijzen erop dat enkele besturen en schoolleiders hun zorgen hebben geuit over de tijdsbesteding. Volgens de minister en staatssecretaris heeft dat vooral te maken met onbekendheid met het vernieuwde toezicht. ‘Het vernieuwd toezicht gaat ervan uit dat besturen een visie hebben op de kwaliteit van het onderwijs en dat zij daarop sturen. Dat zal voor sommige besturen nieuw zijn’, zo staat in hun brief.

‘Het is van belang dat besturen zicht hebben op de kwaliteit en de juiste informatie hiervoor verzamelen, maar er bestaat een risico dat dit zijn doel voorbijschiet en de administratieve lasten onevenredig toenemen. Wij roepen besturen op om hier op een evenwichtige manier mee om te gaan’, aldus Bussemaker en Dekker.

Inspectie geeft uitleg over nieuwe toezicht

De Inspectie van het Onderwijs geeft uitleg over het nieuwe toezicht per 1 augustus 2017.

De vragen die centraal staan in het nieuwe toezicht zijn ‘Wat gaat er goed?’, ‘Wat kan er beter?’ en ‘Wat móet er beter?’. Omdat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de onderwijskwaliteit, begint en eindigt het toezicht van de inspectie steeds bij het bestuur.

Ga naar de uitgebreide uitleg op de website van de Inspectie van het Onderwijs

 

Eindtoets minder bepalend voor oordeel inspectie

‘In het vernieuwde onderzoekskader zijn de eindtoetsresultaten van een school minder bepalend voor het eindoordeel over de kwaliteit van het onderwijs.’ Dat schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Hij reageert met zijn brief op een motie van Eppo Bruins van de ChristenUnie en het inmiddels vertrokken PvdA-Kamerlid Loes Ypma. In deze motie, die in februari door de Tweede Kamer werd aangenomen, staat dat de regering met voorstellen moet komen om de eindtoets minder bepalend te laten zijn voor de beoordeling van basisscholen. De individuele ontwikkeling van het kind en observaties en gesprekken met het team moeten, zo staat in de motie, zwaarder wegen voor het oordeel van de inspectie.

Dekker geeft aan dat het nieuwe toezicht van de Inspectie van het Onderwijs, dat op 1 augustus 2018 van kracht wordt, al aan de eisen van de Tweede Kamer tegemoet komt. ‘De inspectie zal scholen breder waarderen, door besturen en scholen uit te dagen om hun eigen ambities en doelen te expliciteren, en inzichtelijk te maken welke voortgang of resultaten scholen hierbij realiseren’, aldus de staatssecretaris.

Hij voegt daaraan toe dat scholen ook hun ambities kunnen laten zien die zij hebben geformuleerd voor andere vak- en vormingsgebieden dan taal en rekenen. ‘De eigen visie van de school komt op deze manier meer centraal te staan in de waardering van onderwijskwaliteit’, zo staat in de brief van Dekker aan de Kamer.

Uitleg over nieuwe inspectietoezicht

Het ministerie van OCW heeft de brief online gezet waarmee alle schoolbesturen uitleg hebben gekregen over het nieuwe inspectietoezicht per 1 augustus 2017.

Het nieuwe toezicht gaat gelden voor alle instellingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Het uitgangspunt is dat de inspectie scholen die voldoende presteren meer ruimte en meer waardering geeft.

De kern van het nieuwe toezicht bestaat uit de volgende punten:

  • Het toezicht sluit meer aan op de verantwoordelijkheid van het bestuur.
  • De inspectie heeft meer aandacht voor eigen ambities van de school en de wijze waarop die de ambities realiseert. Het schoolplan krijgt hierin een centrale rol.
  • De inspectie maakt duidelijk onderscheid tussen wat moet en wat kan.
  • Binnen het toezicht is ruimte om scholen te waarderen die meer dan de basiskwaliteit bieden. Naast ‘zeer zwak’, ‘onvoldoende’ en ‘voldoende’ kan een school ook ‘goed’ of ‘excellent’ zijn.

Download de brief

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl