Achterstandsgeld anders verdeeld: Groningen in de plus

De nieuwe manier waarop het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden wordt verdeeld, zorgt ervoor dat gemeenten in Groningen er geld bij krijgen, meldt het Dagblad van het Noorden (DvhN).

Het kabinet heeft voor een andere verdeelsleutel gekozen ‘waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben’, zo meldde het ministerie van OCW in april. In het nieuwe systeem gaat minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Onderwijsminister Slob zei er in april dit over: ‘Ik wil dat ieder kind in Nederland, ongeacht in welke omgeving het opgroeit, de kans krijgt om zijn gaven en talenten tot bloei te laten komen. Alles overwegende lukt dat het beste als we het geld hiervoor op deze manier verdelen.’

Nieuwe indicator CBS

De nieuwe verdeelsleutel op basis van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt erop dat er meer onderwijsachterstandsgeld naar kleine(re) gemeenten en plattelandsgebieden gaat. Dat is te merken in de provincie Groningen, zo meldt het DvhN.

‘De stad Groningen is met ruim 1,4 miljoen euro extra de koploper’, zo staat in de noordelijke krant. Ook andere Groningse gemeenten krijgen volgens de krant meer onderwijsachterstandsgeld: ‘Oldambt krijgt er ruim een miljoen euro bij, Veendam bijna acht ton en Stadskanaal bijna zeven ton. Midden-Groningen krijgt ruim 1,3 miljoen extra.’

Oost-Groningen

Bestuursvoorzitter Jaap Hansen van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen (SOOOG) zegt in de krant te hopen dat de gemeentebesturen het extra geld ook daadwerkelijk gaan inzetten voor het kind. ‘En niet voor een verfbeurt, nieuwe kozijnen of tapijt. Dit geld moet echt naar de kinderen gaan.’

Hij pleit ervoor het in te zetten voor extra peuteropvang. ‘Alle peuters in de leeftijd van twee, drie jaar moeten eigenlijk vier ochtenden in de week naar de opvang. Er is weliswaar overal peuteropvang, maar de frequentie kan omhoog. We laten nu aan de onderkant nog te veel liggen, waardoor we dat aan de bovenkant op hogere leeftijd moeten repareren. Voor peuters is het belangrijk dat ze op jonge leeftijd met uitdagingen te maken krijgen en lerend spelen. Maar gemeenten moeten dan wel kwaliteitseisen stellen en resultaatgericht gaan werken’, aldus Hansen in het DvhN.

Slob vordert 32 miljoen euro gewichtengeld terug

Het ministerie van OCW vordert 32 miljoen euro aan gewichtengeld terug. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt aan de Kamer dat de terugvordering volgt op controles die in 2014 en 2015 bij zijn uitgevoerd naar aanleiding van ‘fouten die zijn geconstateerd in de administratie van scholen met betrekking tot de huidige gewichtenregeling’.

‘In totaal wordt circa 32 miljoen euro teruggevorderd, omdat de aanpassing van de leerlinggewichten doorwerkt in de bekostiging van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018’, aldus de minister.

Gewichtenregeling veel te complex

In 2012 constateerde de Inspectie van het Onderwijs dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de leerlinggewichten. VOS/ABB benadrukte toen dat dit niet aan de scholen lag, maar aan de complexiteit van de gewichtenregeling.

In 2013 maakte voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekend dat de scholen verlost zouden worden van de gewichtenregeling. Hij kondigde toen een verdeelmodel aan op basis van databestanden buiten de school.

Dat wordt een systeem op basis van CBS-indicatoren. Dit nieuwe systeem zal echter leiden tot een herverdeling van onderwijsachterstandsgeld. Er zijn scholen die volgens het nieuwe systeem meer geld krijgen, maar ook scholen die het met (veel) minder moeten doen.

Leerlingen de dupe

Het is pijnlijk dat de scholen nu de rekening gepresenteerd krijgen van fouten die het gevolg zijn van een onmogelijke regeling die door de rijksoverheid is ingevoerd. Het toegekende gewichtengeld is al besteed aan goed onderwijs. Het zijn de leerlingen van de betreffende scholen die de dupe worden van de terugvordering.

In de brief kondigt de minister een terugbetalingsregeling aan die ervoor moet zorgen dat ‘de continuïteit van het onderwijs niet in het geding komt’. Er lopen verschillende beroepsprocedures van schoolbesturen tegen terugvorderingen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl