Bijles groeiend fenomeen onder basisschoolleerlingen

Steeds meer basisschoolleerlingen krijgen bijles, meldt het NOS Jeugdjournaal.

‘Kinderen die we spreken, merken dat hun juf en meester het lastig hebben met de grote klassen’, vertelt Jeugdjournaal-redactrice Michelle Veldkamp in het NOS Radio 1 Journaal. Volgens onderwijsdeskundigen ligt het anders, aldus de NOS. Zij wijten de toename aan de prestatiedruk van de ouders.

Populair zijn de bijlessen rekenen en begrijpend lezen. ‘En rond de Citotoets zijn er trainingen om de scholieren daarvoor klaar te stomen’, aldus Veldkamp.

De NOS meldt verder dat er vrees bestaat voor ongelijkheid onder de scholieren, omdat ouders zelf voor bijles moeten betalen. ‘Het kost al gauw 120 euro per maand en niet iedereen kan dat betalen’, zo citeert de NOS haar.

Bijles prima, mits…

Toenmalig minister Jet Bussemaker en voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW zeiden begin dit jaar in reactie op Kamervragen dat bijles op zich prima is, mits de kwaliteit van het onderwijs op orde is.

‘Privéonderwijs mag geen gevolg zijn van tekortschietend regulier onderwijs. Dit neemt niet weg dat ouders de vrijheid hebben om ervoor te kiezen buitenschoolse begeleiding in te schakelen, wanneer zij dit zinvol achten’, aldus Bussemaker en Dekker.

Minder ongelijkheid door latere schoolkeuze

Kinderen uit gezinnen met lagere inkomens hebben veel baat bij het verhogen van de leeftijd waarop ze een schoolkeuze maken. Door het uitstellen van die keuze hebben ze een grotere kans op het halen van een universitair diploma.

Bovendien kan het de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk verminderen als kinderen niet meer direct na groep 8 moeten kiezen voor vmbo, havo of vwo, zo blijkt uit promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam door gezondheidseconoom Bastian Ravesteijn van het Tinbergen Institute.

Ongelijkheid in Finland

Hij baseert zich voor zijn conclusies op de situatie in Finland. Daar werd de schoolkeuzeleeftijd met vijf jaar verhoogd. Dat bleek daar met name goed uit te pakken voor kinderen uit gezinnen met lage inkomens.

Hun kans om een universitair diploma te halen steeg van 6 naar 7,5 procent. Nadeel van de Finse keuze was dat de kans op een universitaire opleiding voor kinderen uit gezinnen met hogere inkomens daalde 24 naar 22,5 procent.

Later/eerder dood

De late schoolkeuzeleeftijd in Finland had effecten over de gehele levensloop: de sterftekans van kinderen uit arme gezinnen tot aan het vijftigste levensjaar nam met 20 procent af. Ook hier was het effect voor kinderen met rijkere ouders negatief: hun (oorspronkelijk lagere) sterftekans voor het vijftigste levensjaar nam met 25 procent toe.

Lees meer….

Groeiende ongelijkheid in onderwijs Amsterdam

Amsterdamse leerlingen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders komen elkaar in het voortgezet onderwijs amper nog tegen, meldt Het Parool op basis van cijfers van de gemeente Amsterdam.

Volgens de krant heeft inmiddels een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft.

Op acht scholen ligt de verhouding ongeveer fiftyfifty. Dat wordt gezien als een goede afspiegeling van de verhouding tussen hoog- en laagopgeleid in Amsterdam. In 2013 was die ideale mix er nog op elf scholen.

Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen hebben een grotere spreiding, meldt Het Parool.