Op 30 mei staking in Gelderland en Overijssel

De stakers in het primair onderwijs in de provincies Noord-Brabant en Limburg hebben vrijdag het estafettestokje doorgegeven aan hun collega’s in Gelderland en Overijssel. Daar is op 30 mei de volgende regionale staking voor meer salaris en minder werkdruk.

Duizenden leraren in Noord-Brabant en Limburg staakten vrijdag om hun eis voor meer salaris en minder werkdruk kracht bij te zetten. Er waren stakingsbijeenkomsten in Eindhoven en Sittard.

Het was de derde regionale stakingsdag in het primair onderwijs. Eerder legden leraren in Friesland, Groningen en Drenthe het werk neer, gevolgd door de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. De volgende regionale staking is op woensdag 30 mei in Gelderland en Overijssel. Vorig jaar waren er drie landelijke stakingen: op 27 juni, 5 oktober en 12 december.

De stakingen zijn bedoeld om van het kabinet het dubbele te krijgen van de eerder toegezegde 700 miljoen euro extra voor het primair onderwijs. Het kabinet heeft herhaaldelijk gezegd dat het bij 700 miljoen euro extra blijft.

School dicht: minder burenhulp, hogere zorgkosten

Als een dorp zonder basisschool komt te zitten, wordt daar de sociale cohesie aangetast.  Dat kan leiden tot minder burenhulp en dus hogere zorgkosten. Dat stelt Stimuland, een Overijsselse stichting die de verbinding wil leggen tussen beleid en praktijk op het platteland.

Stimuland vreest dat met het verdwijnen van de kleinescholentoeslag in veel plattelandsdorpen de laatste basisschool zal verdwijnen. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft in zijn krimpvisie aangekondigd dat de kleinescholentoeslag wordt omgezet in een bonus op samenwerking tussen scholen.

De Overijsselse stichting in het dorp Vilsteren bij Ommen stelt dat een school de basis vormt voor de sociale structuur van de toekomst. ‘In dorpen waar scholen verdwijnen, is aandacht voor leefbaarheid dan ook belangrijk’, benadrukt Stimuland.

‘De afschaffing van de kleinescholentoeslag kan verstrekkende gevolgen hebben, vooral wanneer er een stapeling van factoren plaatsvindt. Bijvoorbeeld: geen samenwerkingstoeslag meer, stijgende huisvestingskosten en tegenvallende bekostiging als gevolg van invoering van passend onderwijs.’

Volgens Stimuland levert een school een (indirecte) bijdrage aan de leefbaarheid ‘door inzet van bewoners te genereren’ en ‘ontmoeting en interactie te faciliteren’. Bovendien wordt de school gezien als ‘identiteitsdrager’.

‘Als de laatste kleine school in een dorp verdwijnt, is de verwachting dat het draagvlak voor burgerparticipatie kleiner wordt’, aldus Simuland. Dat zou volgens deze stichting kunnen resulteren in minder burenhulp en daardoor tot hogere zorgkosten.