ABP verhoogt pensioenpremie naar 24,9%

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verhoogt in 2019 de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Tegelijkertijd meldt het ABP dat de pensioenen in 2019 niet worden geïndexeerd.

De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen gaat in 2019 naar 24,9 procent. Nu is dat nog 22,9 procent. De verhoging is volgens het ABP nodig vanwege de aanhoudend lage rentestanden. Bovendien was al afgesproken de premie vanaf 2017 in stapjes te verhogen. De verhoging in 2019 is daar onderdeel van.

Beleidsdekkingsgraad

Het ABP meldt verder dat het de pensioenen niet kan indexeren. Dat heeft te maken met de lage beleidsdekkingsgraad (de verhouding tussen bezittingen en verplichtingen). De pensioenen mogen pas omhoog als die graad over de laatste 12 maanden minimaal 110 procent is. Op 31 oktober bedroeg de beleidsdekkingsgraad slechts 104,6 procent.

De kans is volgens het ABP ‘bijna nul’ dat de pensioenen in 2019 moeten worden verlaagd. Wel blijft de kans aanwezig dat dat de pensioenen de komende jaren omlaag gaan.

Het ABP beheert als grootste pensioenfonds van Nederland onder andere de onderwijspensioenen.

Lees meer…

Hogere premies afdragen voor uitzendkrachten

Een regeling van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan het duurder maken om uitzendkrachten in te huren.

De nieuwe regeling heeft tot gevolg dat voor uitzendkrachten hogere premies moeten worden afgedragen aan het UWV. Het is aan de uitzendbureaus of zij die hogere premies doorberekenen aan de organisaties die uitzendkrachten inhuren, bijvoorbeeld in het onderwijs.

Het is dus niet op voorhand te zeggen dat de nieuwe regeling ertoe zal leiden dat schoolbesturen meer gaan betalen voor leraren op uitzendbasis.

De regeling komt van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij bewerkstelligt ermee dat uitzendbureaus geen gebruik meer kunnen maken van de mogelijkheid om minder premies af te dragen dan andere werkgevers.

Lees meer…

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Premies Vervangings- en Participatiefonds herberekend

De premies van het Vervangings- en Participatiefonds (Vf en Pf) zijn met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 herberekend. De uitkomst is verdisconteerd in de premienota over juli. Het kan dus zijn dat de premie over juli afwijkt van de premie over eerdere maanden. De details kunt u nakijken in Mijn Vf.

De herberekening is uitgevoerd omdat er wijzigingen hebben plaatsgevonden in de gegevenslevering. Zo is in de levering het aantal ‘contracturen per week’ gewijzigd in het ‘gemiddeld aantal contracturen per week’.

Ook is na overleg met de salarisdienstverleners een vierde aansluitvorm toegevoegd aan de levering. Deze toevoeging bleek nodig omdat de premieberekening voor met name het Pf niet helemaal correct verliep.

De volgende aansluitvormen zijn nu van toepassing:

01: verplicht aangesloten (premieplichtig voor Vf en Pf)
02: vrijwillig aangemeld (premieplichtig voor Vf en Pf)
03: niet aangesloten (geen premieplicht voor Vf en Pf)
04: uitsluitend premieplicht Pf; geen premieplicht Vf

Informatie: Helpdesk Vf/Pf, 045-5798107 (op werkdagen bereikbaar van 9 tot 17 uur)

Toolbox: rekeninstrument werkgeverslasten

In de map Primair onderwijs van onze online Toolbox is het geactualiseerde rekeninstrument Werkgeverslasten PO 2016 opgenomen.

In het instrument zijn de bijstelling van premies en de nieuwe salarisbedragen verwerkt.

Werkgeverslasten PO 2016 vs 1aug2016

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Vervangingsfonds komt met premieverlaging

Met ingang van 1 januari dalen de premies van het Vervangingsfonds (Vf) van 7,7 naar 6,5 procent. Het betreft zowel de verplichte als de vrijwillige aansluiting.

De daling van de premies hangt volgens het Vf samen met de terugdringing van het aantal onrechtmatige declaraties. De kosten daarvan drukten onevenredig hoog op het collectief. De premies kunnen ook omlaag doordat het Vf per 1 januari 2015 de vervanging bij rechtspositioneel verlof niet meer vergoedt.

Daarnaast ontwikkelt het verzuim in het primair onderwijs zich gunstiger dan het Vf had ingeschat en is het eigen vermogen van het Vf binnen de bandbreedte gekomen die het ministerie van OCW voorschrijft. Schoolbesturen hoeven dus niet langer bij te dragen aan de verbetering van de vermogenspositie van het fonds.

Ook de premie voor eigenrisicodragers gaat omlaag: van 0,22 naar 0,21 procent.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Pensioenakkoord: premies gaan in 2014 omlaag

De verhoging van de pensioenleeftijd leidt al in 2014 tot lagere premies. Dat hebben de overheids- en onderwijswerkgevers met de vakbonden afgesproken.

Het ABP-pensioenakkoord gaat, als de leden van de respectievelijke organisaties ermee instemmen, volgend jaar in. Het geldt voor al het personeel bij de overheid (met uitzondering van militairen) en voor mensen die in het onderwijs werken.

De pensioengerechtigde leeftijd gaat net als de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Dit betekent dat de jaarlijkse pensioenopbouw al per 1 januari 2014 wordt verlaagd, van 2,05 procent naar 1,95 procent van het inkomen (de pensioengrondslag) per jaar. Dit leidt tot lagere pensioenaanspraken. De verlaging houdt verband met het feit dat we gemiddeld langer leven en de gedachte dat mensen daardoor ook langer kunnen werken.

Doordat de pensioenaanspraken vanaf volgend jaar verminderen, kunnen de pensioenpremies omlaag van nu nog 25,4 procent naar 21, 6 procent volgend jaar. Het effect van de maatregelen is een netto koopkrachtverbetering voor werknemers in 2014 van circa 2 procent, zo meldt het Verband Sectorwerkgevers Onderwijs.