Christelijke school van nu doet maar weinig aan religie

Trouw schrijft over ‘zingevingsscholen’, zoals protestants-christelijke scholen worden genoemd die tegenwoordig nog maar nauwelijks aan religie doen.

De krant citeert onder anderen historicus Wim de Jong, auteur van het boek Heer en Meester over 100 jaar onderwijsvrijheid: ‘De dominee mag zeker geen te grote rol spelen. De zingevingsscholen willen ook niet terug de verzuiling in. De protestantse identiteit hoeft niet te zwaar of te diep uitgewerkt te worden. De Bijbel moet regelmatig open kunnen, en verder moet er een prettige sfeer hangen in de klas. Dat vinden deze scholen het belangrijkst’.

Aspecten van religie

Volgens De Jong is het onderwijs op zingevingsscholen voor 90 procent identiek aan dat op openbare scholen. Hij stelt dat er meer aandacht is voor de vertrouwensband tussen de leerling en de docent. Ook zouden deze scholen proberen aspecten van religie in de lessen te verwerken.

Stephen Covey

Het artikel gaat ook over de keuze van pcbs De Fontein in Houten voor de methode van effectief leiderschap van de Amerikaanse mormoon en managementgoeroe Stephen Covey. Die keuze heeft volgens directeur Corrie van der Sar niet te maken met de christelijke identiteit, maar met pedagogische uitgangspunten.

De Fontein heeft hoofdzakelijk leerlingen zonder christelijke achtergrond.

Besturenraad herdoopt zich tot Verus

De Besturenraad voor christelijk onderwijs heeft zijn naam veranderd in Verus.

Verus is de vereniging voor christelijk onderwijs in Nederland. ‘Het christelijk geloof is de inspiratiebron in ons dagelijks denken en doen. Daardoor zijn we in staat scholen te inspireren en professioneel te begeleiden in een veranderende maatschappij’, zo staat op de nieuwe website www.verus.nl.

Lees meer…

Besturenraad groot voorstander openbaar onderwijs

Voorzitter Wim Kuiper van de protestants-christelijke Besturenraad betoont zich in zijn blog een enthousiast pleitbezorger voor openbaar onderwijs. VOS/ABB is blij dat door een leidende figuur in het christelijk onderwijs zo wordt benadrukt dat juist de openbare school onmisbaar is voor in alle opzichten gezonde samenleving op basis van waarden en normen en wederzijds respect.

Bij wet is geregeld dat de openbare basisschool de mogelijkheid tot specifiek godsdienstig en/of humanistisch vormingsonderwijs biedt als ouders daarom vragen. VOS/ABB wijst erop dat scholen ouders hierover moeten informeren, zoals ook in de wet is vastgelegd. Uit recent onderzoek blijkt dat nog niet alle openbare basisscholen hier even helder over zijn. Kuiper vindt dit net als VOS/ABB jammer, omdat leerlingen ook op het vlak van levensbeschouwing en godsdienst goed moeten worden toegerust. Dat is dan ook de reden waarom VOS/ABB pleit voor bredere aandacht in het openbaar onderwijs voor diverse levensbeschouwingen en godsdiensten.

Het bijzondere van het openbaar onderwijs is juist dat levensbeschouwing en godsdienst er op basis van de gelijkwaardigheid aan bod komen. Dit staat in het teken van de kernwaarden van openbaar onderwijs, waarin staat dat de openbare en algemeen toegankelijke school op basis van wederzijds respect en waarden en normen openstaat voor elke leerling, ongeacht zijn of haar achtergrond. Uit de blog van protestants-christelijke Kuiper blijkt dat hij juist dit zo waardeert in het openbaar onderwijs.

Openbare en algemeen toegankelijke scholen die ondersteuning willen voor een waarde(n)volle implementatie van levensbeschouwelijke en godsdienstig onderwijs, kunnen hiervoor contact opnemen met senior-beleidsmedewerker Hans Teegelbeckers: 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Verdeling leerlingen over denominaties stabiel

De afgelopen jaren is de verhouding van het aantal leerlingen over de vier denominaties (openbaar, rooms-katholiek, protestants-christelijk en overig bijzonder) nauwelijks veranderd. Dat blijkt uit de kerncijfers over de jaren 2008 tot en met 2012 die het ministerie van OCW heeft gepubliceerd.

Van alle scholen voor primair onderwijs in Nederland is 33 procent openbaar. Dat percentage is al sinds 2008 hetzelfde. Daarmee blijft het openbaar primair onderwijs de grootste denominatie. Het katholiek en protestants-christelijk onderwijs hebben beide een aandeel van 30 procent.

Als wordt gekeken naar het aandeel van het totale aantal basisschoolleerlingen, dan zit 31 procent op een openbare school. In 2008 was dat 30 procent. Sinds 2009 ligt dit percentage op 31.

Het katholiek basisonderwijs heeft met 34 procent de meeste leerlingen, gevolgd door het openbaar primair onderwijs met dus 31 procent en het protestants-christelijk primair onderwijs met 28 procent.

Uit het bovenstaande kan worden afgeleid dat de gemiddelde openbare school voor primair onderwijs minder leerlingen heeft dan de gemiddelde rk- of pc-school.

Het ministerie van OCW gaat in de publicatie over de kerncijfers bij het voortgezet onderwijs niet in op de statistische verhoudingen over de verschillende denominaties.

Waaruit blijkt de identiteit van openbaar onderwijs?

De identiteit van de openbare school blijkt vooral uit de visie op kinderen en uit de onderwijskundige aanpak. Dit is een van de uitkomsten van het onderzoek Doet schoolidentiteit er nog toe? van CPS Onderwijsontwikkeling en Advies en de Marnix Academie.

Respondenten uit het openbaar, protestants-christelijk respectievelijk rooms-katholiek onderwijs reageren verschillend op de vraag waaruit de identiteit van de school blijkt. In het openbaar onderwijs wordt die vraag vooral beantwoord met de visie op kinderen (70 procent) en de onderwijskundige aanpak (ruim 60 procent). In het protestants-christelijk onderwijs wordt de identiteit volgens de respondenten vooral ontleend aan de dagopening en de godsdienstles (bijna 80 procent), terwijl dat in het rooms-katholiek onderwijs veel minder als bepalend voor de identiteit wordt gezien (20 procent).

Vooral in het protestants-christelijk onderwijs kiest het personeel bewust voor de denominatie (78 procent), terwijl dat in het rooms-katholiek onderwijs veel minder is (44 procent). In het openbaar onderwijs kiest 57 procent van het personeel bewust voor een openbare school, terwijl 26 procent aangeeft net zo goed in het bijzonder onderwijs te kunnen werken.

Het idetiteitsonderzoek richtte zich op het primair en voortgezet onderwijs.